Het continent van de lege kerken

'Elke ontdekkingsreiziger die van Palermo naar Scandinavië het Europese continent zou onderzoeken en naar gemeenschappelijke kenmerken onder de volkeren op zoek zou gaan, moet wel op het christendom stuiten, op de kerken, kapellen en kathedralen, op het kruis op de grafstenen.' Jan Ross, redacteur van Die Zeit, beschrijft de Europese argwaan jegens religie, met zijn herinnering aan de confessionele verscheurdheid in de Dertigjarige Oorlog en aan het feodale verbond van troon en altaar, de huidige confrontatie met de islam, en de verlegenheid met zijn eigen identiteit en erfgoed.

In Rotterdam wordt een moskee gebouwd, de grootste van Europa. In Nederland, waar iedereen op zijn eigen manier gelukkig kon worden, wordt sinds kort afscheid genomen van drie decennia supertolerantie: men bekijkt de zeden en gebruiken van immigranten tegenwoordig strenger. Sommige lokale politici vinden het islamitisch godshuis een culturele brutaliteit. Vooral de minaretten geven aanstoot - omdat zij hoger oprijzen dan de lichtmasten van het voetbalstadion.

Het probleem dat Europa heeft met de islam, heeft het niet als christelijk avondland, maar als moderne consumptiemaatschappij, waar andere waarden tellen dan godvrezendheid. In het continent van de lege kerken zijn de hoofddoekdraagsters opgedoken, de vragen naar het EU-lidmaatschap van Turkije, de geluidscassette met koranverzen die na de aanslagen in Madrid in de richting van het moslimterrorisme wees. Daarbij komt in Amerika de bijbelgelovige president, wiens vroomheid men aan deze zijde van de Oceaan zo mogelijk nog griezeliger vindt dan zijn oorlogszucht of zijn nabijheid tot de olie-industrie. Als het anders zo zwakke en verdeelde Europa in de omgewoelde wereld na 11 september 2001 een reden heeft gevonden om trots te zijn, dan is het omdat het zich als een eiland van Verlichting ziet in een zee van fanatisme. Men begint te begrijpen dat de secularisering, het indammen en uit de macht ontzetten van de religie, geen vanzelfsprekende tendens van de moderne tijd is. Als des te waardevoller, des te meer het beschermen waard en vormend voor hun identiteit ervaren de Europeanen hun aardse, wereldse instelling.

Dat wil niet zeggen dat Europeanen er overal dezelfde ideeën over de verhouding tussen kerk en staat op nahouden, zoals de hoofddoekjesstrijd laat zien. Het is het eerste grensoverschrijdende religieus-politieke debat - de toegang tot een discussie over een 'Europese dominante cultuur', volgens Annette Schavan, de moeder van het Baden-Württembergense hoofddoekverbod. Maar er is ook de bonte schakering van nationale routes. In Duitsland zou het ondenkbaar zijn om het dragen van islamitische hoofddoekjes zelfs aan scholieren te verbieden, zoals dat in Frankrijk onder bijval van een overweldigende meerderheid gebeurd is. In Duitsland gaat het alleen om leraressen, eventueel ook nog om politie, brandweer en justitie, echter steeds slechts om de openbare dienst. In Groot-Brittannië is ook dat geen probleem, de politieagente met een hoofddoek is er geen aanstootgevend gezicht, en sikhs hoeven vanwege hun tulband bij het motorrijden geen helm op.

Je zou denken dat Italië bijzonder sceptisch tegenover de hoofddoek zou moeten staan. De Grondwet betracht zeer stringent afstand van religies, bijna naar Frans model, maar het land is ook rooms-katholiek. Je zou denken dat deze combinatie zou resulteren in een maximaal wantrouwen tegenover de islam. Maar zo is het niet. Toen onlangs een islamitische kleuterleidster vanwege haar hoofddoek niet werd aangenomen, was er algemeen protest, inclusief een zeer besliste oproep tot tolerantie van Gianfranco Finni, de leider van de rechtse partij Alleanza Nazionale. Misschien bekijken de Italianen de zaak meer ontspannen, omdat zij geen sterke moslimminderheid in hun land hebben - anders dan Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland. Het kan ook zijn dat zij aan de aanblik van religieuze kleding gewend zijn, soutanes en habijten uit het straatbeeld kennen. Dan is het niet de waterzuivere neutraliteit die leidt tot religieuze gastvrijheid, maar de vertrouwdheid met het eigene, met het christendom.

De hoofddoekjeskwestie heeft een verbazingwekkende solidariteit losgemaakt onder gelovigen van verschillende kleuren, de ontdekking dat men in hetzelfde schuitje zit, stroomopwaarts tegen de goddeloze mainstream. Kerk en minaret staan uiteindelijk dichter bij elkaar dan bij de lichtmast van het stadion. Natuurlijk, sommigen vinden simpelweg de eigen traditie vanzelfsprekend en de vreemde storend, het kruis in het klaslokaal onproblematisch en de hoofddoek van de islamitische lerares onverdraaglijk. Bisschoppen als Wolfgang Huber in Berlijn willen een scherpere grens tussen de religies trekken, met het christendom aan de kant van de vrijheid en de moderniteit en de islam in een zone die dringend opheldering behoeft. Dat laatste is inderdaad allesbehalve onjuist, denk aan de lauwe intern-islamitische discussies over het radicalisme.

Desondanks wordt het, in een sfeer van algemene afstand tot het geloof, voor elk geloof onbehaaglijk. Johannes Paulus II, voor wie de ontkerstening van Europa tot het onrustige thema van zijn oude dag geworden is, heeft de Franse hoofddoekjeswet aangegrepen om partij te kiezen voor de andersgelovigen tegen de geloofsverachters. Nog duidelijker deed dat de aartsbisschop van Canterbury, Rowan Williams, het hoofd van de anglicaanse kerk. Het omgekeerde gebeurt ook: in Italië hebben lokale moslimleiders zich gemengd in de strijd om het christelijke kruisbeeld in rechtszaal en klaslokaal - en wel pro kruis, omdat de gevoelens van elke geloofsgemeenschap respect zouden verdienen.

De verwijzing naar gevoelens heeft vrijdenkers gealarmeerd. Ze herinnerden zich het gevecht om Salman Rusdie's The satanic verses, de roman die in de ogen van vrome moslims blasfemisch is. In 1989, toen ayatollah Khomeini de auteur met de dood bedreigde, was het rk-protest merkwaardig terughoudend. Niet dat men de fatwa kon billijken. Maar het was opvallend dat in de Osservatore Romano, het huisorgaan van het Vaticaan, op het noodzakelijke (door Rushdie geschonden) respect voor religieuze gevoelens werd gewezen. Op een of andere wijze scheen men in Rome de collega uit het Iraanse Qum heel goed te begrijpen. De verdenking van de critici van de kerken, die zich, onder de indruk van de militante islam, tot universele antifundamentalisten, tegen kruis en halvemaan, ontwikkelen, is dat de solidariteit tussen religies in feite een verbond van louche figuren is.

Het zou naïef zijn om de islamitische kwestie in Europa slechts als een test voor religieuze tolerantie te zien. De zaak is uiterst politiek. De sociaal werkster uit Kreuzberg die in de marge van één van de talloze hoofddoekjes-podiumdiscussies plotseling woedend losbarst, omdat zij haar volledig gesluierde, slecht Duits sprekende, voortdurend kinderen krijgende cliëntes eenvoudig niet meer kan zien, en die eindelijk eens openlijk wil zeggen wat voor achterlijke zooi dat eigenlijk is - deze vrouw drukt het mislukken van drie decennia integratiebeleid uit. Altijd wilde men, ter linkerzijde, multicultureel en gastvrij zijn; nu is de maat vol, genoeg is genoeg. Omdat het tegen priesterheerschappij en patriarchaat gaat, dus tegen iets reactionairs, wordt het ventiel geopend voor driften die anders, als vijandig jegens buitenlanders, achter slot en grendel hadden moeten blijven.

Daarin zit een agressiviteit die eigenlijk de eigen illusies had moeten treffen. Maar het is ook waar dat de islam bij ons niet simpelweg een culturele verrijking of een bijkomende geloofsovertuiging vormt. Het springt in het oog hoeveel terroristen lang in het Westen hebben geleefd. Vertrouw de sympathiek-welbespraakte hoofddoekdraagsters en hun zegslieden niet, als ze altijd maar over geloofsvrijheid spreken, waarschuwen seculiere moslims: er zit toch een politieke agenda in verborgen. Het islamisme zou veeleer een ideologie zijn, met kaderstructuren zoals bij totalitaire partijen, met vloeiende grenzen tussen parallelmaatschappij, sympathisantenmilieu en djihad-activisme.

Optimisten hopen op een 'euro-islam' die geen Arabische of Anatolische cultuurenclave meer zal vormen, maar slechts het religieuze lidmaatschap van burgers met 'migratie-achtergrond', zoals hun buren katholiek of protestants zijn. Maar Europa kan voor de islam ook heel iets anders betekenen - niet matiging maar juist een verscherpt militantisme, een leerschool voor het zich afgrenzen en zich hardnekkig in iets vastbijten, het laboratorium voor een van alle gehechtheid gezuiverd geloofsfanatisme. Kortgeleden werd in de buurt van Londen een groep opgerold, die een aanslag met een met springstof gevulde vrachtwagen voorbereidde, een mega-zelfmoordbom. Bijna alle groepsleden waren heel jonge mensen, rond de twintig, typisch moslims uit het poly-etnische Groot-Brittannië: geen Afghanistan- of Kosovo-veteranen, geen pupillen uit de trainingskampen van Al-Kaida, geen slachtoffers van het conflict in het Midden-Oosten of van dictaturen zoals in Algerije of Egypte. Het is een plaatsloze, geglobaliseerde, overal mobiliseerbare ressentiments-islam, waarin het terroristisch potentieel sluimert.

Voor Europa is de verhouding tot de islam een identiteitskwestie, door alle tijden - van de kruistochten via de veldslagen met de moslims in Spanje, tot aan de belegering van Wenen door Ottomaanse troepen in 1683. Dat is de lange voorgeschiedenis, de angst voor vreemde overheersing door buitenlanders en voor zelfvervreemding: Zal de EU nog Europees zijn, wanneer Turkije er ook bijhoort? Is Kreuzberg nog 'Duits' of, als Klein-Istanbul, een cultureel buitenland? Heel anders, en voor de vergelijking erg instructief, is de situatie in de VS. De angst voor terreur is daar beslist niet geringer, maar de radicale islam is er slechts een criminaliteitsprobleem, een zaak voor de politie en, buiten de grenzen, voor het leger, en juist geen object van identiteitsangst. De angst dat de Angelsaksische, blanke, Engels sprekende Amerikanen in de minderheid zouden raken, richt zich op de Latino's, op de immigratie uit Mexico.

Een vreemd geloof als een gevaar op zichzelf is een niet voor de hand liggende gedachte in een immigratieland, waar tenslotte elk geloof meegebracht en dus 'vreemd' is en waar nooit een staatskerk zoals in Europa heeft bestaan. De islamitisch gemotiveerde terreur heeft de VS er niet aan doen twijfelen dat religie een in principe goede zaak is en het ongehinderde belijden ervan een voornaam mensenrecht. Vandaar het onbegrip over het Franse hoofddoekverbod, dat vanuit Amerikaans oogpunt een maatregel van een politiestaat lijkt.

Europa is anders en zal anders blijven, met zijn herinnering aan de confessionele zelfverscheuring in de Dertigjarige Oorlog en aan het feodale verbond van troon en altaar. Hier moest de vrede tegen de vrome hartstochten in worden afgedwongen en vrijheid in strijd met de kerk veroverd. Dat heeft de religie historisch verdacht gemaakt. Daarom keert zich het wantrouwen beslist niet alleen tegen het nieuwe, vreemde geloof, maar ook tegen het vertrouwde geloof, dat óf volstrekt niet meer eigen is óf toch al zoveel veren en tanden heeft moeten laten, dat het onschadelijk is geworden. Dit is echter een specifiek Europese ervaring die moeilijk aan anderen over te brengen is. Franse laïcisten komen in het algemeen niet ver, wanneer zij in de moslimwereld willen uitleggen, dat de verdrijving van de religie zich eerst en vooral heeft gericht tegen de rk-kerk - dat er dus niets anti-islamitisch in steekt en zelfs het tegendeel van een christelijke kruisvaardersmentaliteit. Dat zijn vanuit de culturele verte al te fijnzinnige onderscheidingen, en in het bewustzijn blijft een westerse chicane tegen moslims.

De confrontatie met de islam heeft de historisch verankerde argwaan jegens religie wederom actueel gemaakt. Het gevaar daarbij is de vlucht in een geestdodend seculier fundamentalisme, in het op safe spelen door spirituele leegte. De vooraanstaande Europese staatsrechtsdeskundige Joseph Weiler, als jood geen natuurlijke partijganger van het Vaticaan, vindt het grotesk hoe reflexmatig 'Godsbetrekking' en christelijk erfgoed uit de preambule van de Europese grondwet worden weggehouden. Voor hem is dat een voorbeeld van zelfontkenning en identiteitsvlucht: elke ontdekkingsreiziger die van Palermo naar Scandinavië het continent zou onderzoeken en naar gemeenschappelijke kenmerken onder de volkeren op zoek zou gaan, moet wel op het christendom stuiten, op de kerken, kapellen en kathedralen, op het kruis op de grafstenen, telkens dat kruis, om het even in welke taal de inscriptie gesteld is, om het even in welk jaar: 1003, 1503 of 2003. Zou niet eigenlijk het ontbreken van de religie in een Europese zelfdefinitie gemotiveerd moeten worden, in plaats van, zoals inmiddels de heersende mening is, haar opname?

Weiler spreekt van een 'christofobie' in de Europese debatten, verbazend bij een project waarvan de oprichters niet in de laatste plaats christelijk bewogen waren. Het hele plechtige idee van een grondwet laat zich slechts begrijpen als een schrede die het pragmatisme voorbijgaat, als verhoging van de geestelijke en emotionele levenstemperatuur van Europa.

De preambule zoals die er nu wel zal komen, zonder God en christendom, heeft een uitgesproken hooggestemde, volmondig-humanistische toon; de religie in Europa, met haar geschiedenis van breuken en misstappen, zou absoluut niet meer zo triomfalistisch kunnenspreken. Tadeusz Mazowiecki, destijds de eerste post-communistische minister-president van Polen, heeft daarentegen een tekst voorgesteld, waarin het christendom wel wordt vermeld, maar ook jodendom en islam en niet in de laatste plaats het verraad dat zowel gelovigen als ongelovigen tegenover de Europese waarden hebben gepleegd. Het alternatief voor 'christofobie' is niet bigotte zelfverheerlijking, en al helemaal niet uitsluiting van de moslimwereld - juist de paus heeft zich met sympathie over de Europese roeping van Turkije uitgelaten. Wat Europa met zijn relatie tot religie te winnen of te verliezen heeft, is diepte, het bewustzijn van zijn wortels, maar ook van zijn afgronden. 'Ziel' is daarvoor geen slecht woord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden