Het circus Sarrazin

De Berlijnse probleemwijk Neukölln. Heinz Buschkowski, de gedreven stadsdeelburgemeester van Neukölln, is het geheel met Sarrazins diagnose eens. ( FOTO REUTERS)Beeld REUTERS

SPD’er Thilo Sarrazin, die aan het eind van de maand opstapt als directielid van de Deutsche Bundesbank, riep al eerder lelijks over immigranten en uitkeringstrekkers. Nu hij het weer doet, krijgt hij meer bijval.

Het is allemaal déjà vu. Precies een jaar geleden voerden de Duitsers hetzelfde debat. Toen was de aanleiding een interview dat Thilo Sarrazin gaf aan het kwartaalblad Lettre internationale. In het betreffende nummer kwamen prominenten aan het woord over Berlijn. De voormalige Berlijnse wethouder van financiën betoogde uitvoerig hoe de stad sinds halverwege de vorige eeuw alleen maar achteruit was gegaan.

Berlijn was dommer, luier en viezer geworden, luidde Sarrazins stelling. Kijk naar het leger uitkeringstrekkers dat zich in de hangmat van de verzorgingsstaat heeft genesteld en naar het grote aantal immigranten dat weigert in de samenleving te integreren.

Sarrazins uitlatingen wekten verontwaardiging alom. Zijn partij, de SPD, en zijn werkgever, de Bundesbank, probeerden hem de deur uit te werken. Vergeefs.

Sarrazin schreef toen al aan het boek dat hij begin vorige week presenteerde. Daarin zegt hij in wezen hetzelfde, al is zijn blikveld nu ruimer dan alleen Berlijn. Bovendien lardeert hij zijn betoog met talloze cijfers en tabellen en met vele verwijzingen naar publicisten die zijn mening zouden ondersteunen. De reacties zijn wederom dezelfde: grote verontwaardiging en boze vingers die naar het gat van de deur wijzen (zie kader).

Duitsland beleeft opnieuw het complete Circus Sarrazin. Politici beschuldigen hem van racisme, integratiedeskundigen verwijten hem hele bevolkingsgroepen te brandmerken, statistici, demografen en genetici beweren dat hij hun vak oneigenlijk gebruikt, publicisten maken hem uit voor ’geestelijke brandstichter’ en moslimvertegenwoordigers zien in hem een ’fascist in krijtstreeppak’.

In dat circus zijn ook andere geluiden te horen, minder prominent maar duidelijker dan voorheen. Bezorgde politici, eigenzinnige journalisten en alle soorten islamcritici betogen dat Sarrazin, ondanks enkele valse tonen en retorische uitglijders, op reële problemen rond de integratie van met name moslimimmigranten wijst. En dan is er de bijval uit het volk, dat uit Sarrazins optreden de moed put om op internetfora hun islamofobie de vrije loop te laten.

Die uitingen van onbehagen hebben de politiek gealarmeerd. Uit angst hun kiezers te verliezen, praten politici ineens weer over de problemen met immigranten. Bij de laatste parlementsverkiezingen sprak niemand daarover. De regering kwam deze week zelfs met een ’Landelijk integratieprogramma’, maar dat stond al op de agenda, heet het. Het is een mager programma met als belangrijkste actiepunt: meer allochtone leraren.

Al die beroering komt doordat Sarrazin in zijn boek ’Deutschland schafft sich ab’ (Duitsland schaft zich af) nogal krasse beweringen doet. Aan de hand van de geboortecijfers van de verschillende bevolkingsgroepen voorspelt hij dat de Duitsers binnen enkele generaties een minderheid in eigen land zijn.

„We hoeven niet verdreven te worden, we trekken ons stilletjes uit de geschiedenis terug volgens de wetten van het Federale Bureau voor de Statistiek.”

De afstammeling van uit Frankrijk gevluchte hugenoten wil het er niet bij laten zitten. „Ik wil dat mijn nakomelingen over vijftig en ook over honderd jaar nog in een Duitsland leven waar de omgangstaal Duits is en de mensen zich Duitsers voelen.” Daarom doet hij in zijn boek tal van voorstellen om het tij te keren en het aantal Duitsers in Duitsland weer op peil te brengen.

Tot de oplossingen die Sarrazin aandraagt, behoren verlaging van de uitkeringen, invoering van een arbeidsplicht voor uitkeringstrekkers, gedragsbeïnvloeding op het gebied van opvoeding en gezondheid, verplichte crèches, voltijdsonderwijs met schooluniform, immigratie alleen voor hoogopgeleiden, geen uitkeringen voor nieuwe immigranten, en maatregelen die het aantal geboorten bij hoogopgeleiden stimuleren en bij laagopgeleiden ontmoedigen.

Sarrazin maakt zich ernstig zorgen over het biologische en culturele erfgoed van de Duitsers. Het referentiepunt voor de 65-jarige financieel-econoom is het Duitsland van zijn jeugd in de jaren vijftig. In dat „gouden tijdperk” werd het land almaar rijker en welvarender. Onderwijs, wetenschap en techniek bloeiden, de maatschappelijke instituties functioneerden voorbeeldig en de economie groeide met gemiddeld acht procent per jaar.

Sindsdien is er volgens Sarrazin een proces op gang gekomen dat Duitsland eenzelfde lot bezorgt als ooit de Egyptische cultuur en het Romeinse Rijk. Hij ziet de Duitse cultuur aan een onstuitbaar verval ten prooi. In het laatste hoofdstuk schetst hij een toekomstig Duitsland waarin moslims politiek en cultuur beheersen en de Duitse taal een minderheidstaal is geworden. „Een satire”, zegt hij daar verontschuldigend bij, „maar niet irreëel.”

Sarrazins boek doet sterk denken aan de ondergangsprofetieën die rond 1900 populair waren. Velen geloofden toen in de ’ondergang van het avondland’ en de ’degeneratie van de mensensoort’. De enige uitweg lag in de ’eugenetica’: de selectie van wie zich mag voortplanten en wie niet. Sarrazin gebruikt die omstreden begrippen niet, maar ze klinken in de hele tekst door, zoals ook de criticus van de Frankfurter Allgemeine Zeitung opmerkt.

Een tikje melancholisch vraagt Sarrazin zich in zijn slothoofdstuk af, wie over honderd jaar nog het ’Zwervers nachtlied’ van Goethe kan opzeggen. „De Koranstudent in de moskee op de hoek vast en zeker niet.”

In een televisiedebat over zijn boek, legde de sardonische presentator de vraag aan de gespreksdeelnemers voor. Iedereen moest passen. Ook Sarrazin zelf, die stoer begon met „Over de bergen heerst rust”, maar bij de vierde regel stokte.

Het was een van de vele talkshows die de afgelopen twee weken Sarrazins boek tot onderwerp hadden. In die programma’s stond de auteur vaak alleen tegenover een gesloten front van politici, integratiedeskundigen en prominente migranten. De enige steun kwam per mail of telefonisch van de kijkers, die zich tot zichtbare ongerustheid van de presentators in meerderheid aan Sarrazins zijde schaarden.

Wat zijn critici het meeste stoort is de manier waarop hij bevolkingsgroepen kenmerken toedicht die hij als min of meer onveranderlijk beschouwt, want vastgelegd in cultuur en genen. Met name intelligentie behandelt hij als een aan sociale lagen vastgeklonken eigenschap. De onderste sociale laag is dom en krijgt ook domme kinderen. Daar kan geen onderwijs wat aan veranderen.

Voor die redenering is hij uitgebreid op de vingers getikt, ook door statistici die hij in zijn betoog aanhaalt. Domme mensen krijgen ook intelligente kinderen, hield een gerenommeerde bevolkingsonderzoekster hem voor. Anders zouden de Duitsers zelf niet in de vorige eeuw van een laagopgeleide boerenbevolking tot een technisch hoogontwikkelde populatie zijn opgeklommen, redeneerde een scherpzinnige historicus.

Maar Sarrazin blijft bij zijn overtuiging dat bevolkingsgroepen vaste, grotendeels genetisch bepaalde kenmerken hebben. Moslims zijn nu eenmaal vaker dan gemiddeld werkloos, presteren slechter in het onderwijs, krijgen meer kinderen, keren zich meer van de maatschappij af, zijn religieuzer, gewelddadiger en crimineler. Als bron voor die lijst van kenmerken verwijst hij naar Paul Scheffers ’Het land van aankomst’.

De Nederlandse sociale en politieke verhoudingen fungeren in Sarrazins boek regelmatig als negatief referentiepunt. Zonder er al te diep op in te gaan noemt hij de ontwikkelingen in het buurland een radicale variant van wat er in Duitsland gaande is. Tegelijk neemt hij afstand van de populistische islamkritiek van Fortuyn en Wilders. Bij de presentatie van zijn boek zei hij desgevraagd: „Ik bewonder Wilders alleen om zijn blonde haren.”

Intussen discussieert men in Duitsland serieus over de kans op wat men een ’Wilderspartij’ noemt. Een opiniepeiling stelde vast dat 18 procent van de Duitsers zou overwegen om op een partij te stemmen waarvan Sarrazin de leider is. In alle politieke partijen blijkt er steun voor zo’n beweging te vinden – het minst bij de Groenen, het meest bij de Linkspartij. Toch is er weinig kans dat zo’n partij in Duitsland ontstaat.

Duitsland heeft traditioneel een tamelijk gesloten politieke kaste. Politieke avonturiers maken er weinig kans. De naoorlogse geschiedenis laat zien dat spontane politieke bewegingen het moeilijk hebben om een rol van betekenis te spelen. De herinnering aan Hitlers nationaal-socialistische beweging werpt daar een hoge psychologische barrière tegen op. Alleen de Groenen is het gelukt om van actiegroep tot regeringspartij uit te groeien.

In Duitsland zal daarom niet zo gauw iemand van gewicht het initiatief tot een islamkritische partij nemen. Sarrazin wil het, zoals het zich nu laat aanzien, in ieder geval niet. Hij heeft er, zegt hij, de politieke wil niet voor, zeker niet zolang hij nog lid van de SPD is. Het politieke talent heeft hij evenmin. Zijn redenaarskunst laat te wensen over, zijn charisma is dat van een saaie bankier en zijn publieke optreden is onhandig en schuchter.

Het potentieel voor een islamofobe beweging zit voor een belangrijk deel in de lagere sociale klassen. Maar juist voor hen is Sarrazins boek weinig vleiend. Sarrazin betoogt uitvoerig dat de mensen in de laagste sociale klassen, en niet alleen de immigranten onder hen, zowat alles fout doen wat ze fout kunnen doen. Ze willen niet werken, hangen voor de tv, eten verkeerd, willen niet leren, maken te veel kinderen, voeden die verkeerd op, ga zo maar door.

Maar het meest moeten de immigranten het ontgelden, of nauwkeuriger: de immigranten uit Turkije, het Nabije en Midden-Oosten en Afrika. Volgens Sarrazin weigeren die systematisch om te integreren. Over andere groepen immigranten schrijft hij eerder positief. Hij roemt de schoolprestaties van met name Russen en Vietnamezen. Het hoogst op zijn ranglijst staan de Joden, die hij een gemiddeld IQ toedicht dat 15 punten hoger ligt dan dat van de Duitsers.

Wat vinden de moslims er zelf van? Onmiddellijk nadat Sarrazin zijn boek officieel had gepresenteerd, gaven drie vertegenwoordigers van moslimorganisaties een persconferentie. Uit hun commentaren bleek vooral dat zij nog in de fase van de ontkenning verkeren. Nee, moslims wijzen integratie niet af, ze doen het niet slechter in het onderwijs, ze sluiten zich niet af van de Duitsers, ze spreken allemaal Duits en erkennen de rechtstaat.

De problemen die er hier en daar zijn komen, volgens een van de woordvoerders doordat in Duitsland een ’welkomstcultuur’ ontbreekt. De Duits-Turkse islamcriticus Necla Kelek verfoeit zulke uitvluchten. Bij de presentatie van Sarrazins boek schaarde ze zich in haar co-referaat achter diens stelling dat integratie in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de immigranten zelf is.

Bijval voor Sarrazin komt ook uit de Berlijnse probleemwijk Neukölln, waar immigranten zich massaal in parallelle samenlevingen hebben teruggetrokken. Heinz Buschkowski, de gedreven stadsdeelburgemeester van Neukölln, is het geheel met Sarrazins diagnose eens. Logisch, want die stoelt op de gesprekken die ze met elkaar voerden. Maar van Sarrazins veralgemeniseringen, voorspellingen en oplossingen moet hij niets hebben.

Zo ongeveer zou ongetwijfeld ook Kirsten Heisig hebben gereageerd. De onlangs omgekomen jeugdrechter had haar district in Neukölln. Over haar ervaringen met de jonge, onverbeterlijke criminelen aldaar schreef ze een alarmerend boek, ’Das Ende der Geduld’ (Het einde van het geduld), dat na haar dood verscheen. Het stond tot begin deze week op de eerste plaats van de bestsellerslijst. Daarvan is het nu verdreven door Sarrazins strijdschrift.

Thilo Sarrazin, ’Deutschland schafft sich ab: Wie wir unser Land aufs Spiel setzen’. Deutsche Verlags Anstalt, 463 blz., euro 22,99 (D), ISBN 978 3 421 04430 3

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden