Terugblik

Het Chinese optimisme van begin 2018 maakte plaats voor behoedzaamheid

President Xi Jinping, tijdens de Politieke Consultatieve Conferentie van het Chinese Volk in Peking, 3 maart 2018. Beeld AP

China lijkt eind 2018 een ander China te zijn dan begin 2018. Zo triomfantelijk als het jaar werd ingezet, zo bedrukt is de stemming bij het uitwuiven ervan. 

De pessimistische economische berichten volgen elkaar op: privébedrijven sluiten de deuren, de autoverkoop daalt voor het eerst sinds 1990, de beurs van Shanghai heeft een kwart van zijn waarde verloren. En dan hebben we het nog niet eens over de handelsoorlog met de Verenigde Staten.

Officieel bedraagt de economische groei van China dit jaar nog steeds 6,5 procent van het bnp, een cijfer waar de meeste Europese landen alleen maar van kunnen dromen. Maar voor een land als China, nog volop bezig met het uitbouwen van een welvaartsstaat en een diensteneconomie, is dat laag. Bovendien dienen Chinese overheidsstatistieken met een korrel zout te worden genomen: in werkelijkheid ligt de groei vermoedelijk een stuk lager.

Met de tegenvallende groei lijkt ook het Chinese zelfvertrouwen een deuk te hebben gekregen. Bouwbedrijven zeggen de kat uit de boom te kijken, exporteurs kijken bevreesd naar het verloop van de handelsoorlog, consumenten houden de hand op de knip. Zelfs op de recentste bijeenkomst van het politbureau, het op een na hoogste orgaan van de Communistische Partij, was de toon ingetogen en behoedzaam, aldus het doorgaans goed ingevoerde weekblad The Economist.

Hoe anders was de sfeer in het begin van het jaar, toen van defaitisme of tanend zelfvertrouwen nog geen sprake was. Integendeel, de Communistische Partij had het in haar nieuwjaarsboodschap over een ‘historische periode van kansen met fantastische vooruitzichten’. President en partijleider Xi Jinping werd dankzij een grondwetswijziging de mogelijkheid van levenslang presidentschap gegund. Zijn machtsuitbreiding werd op het Volkscongres met 2958 van de 2963 stemmen goedgekeurd.

Op Chinese sociale media volgde na de afschaffing van de presidentiële termijnlimiet weliswaar een storm van kritiek, maar dat werd met behulp van de steeds efficiëntere censuur weggepoetst. Xi en de Communistische Partij hadden alles onder controle, en de meerderheid van de Chinese bevolking was daar tevreden mee, zo klonk de officiële lijn. Hoe die bevolking daar werkelijk over dacht, was gezien de censuur moeilijk te controleren, maar het beeld leek in grote lijnen te kloppen.

Feestverlichting in Handan, in de noord-Chinese provincie Hebei. Beeld AFP

Zelfvertrouwen

Er waren goede redenen voor dat Chinese zelfvertrouwen. In de vijf jaar sinds zijn aantreden had Xi een harde strijd gevoerd tegen corruptie, had hij vooruitgang geboekt bij de aanpak van de ernstige milieuvervuiling en begon hij zelfs met de inperking van enkele economische zwaktes, zoals het gigantische schuldenprobleem. Nu zou hij, zo was het idee, China transformeren van een exportafhankelijke industrienatie naar een zelfvoorzienende hightechstaat.

Dat succes werd ook naar buiten toe uitgedragen. Hadden westerse waarnemers lang gehoopt dat China met de economische liberalisering ook democratischer of politiek meer open zou worden, dan werd nu volledig duidelijk dat ze dat wel konden vergeten. Onder Xi propageerde China steeds meer zijn eigen autoritaire staatsmodel en zijn eigen visie op de wereldorde. Het was het tijd, zo klonk het, om de Chinese natie zijn rechtmatige positie op het wereldtoneel terug te geven.

Dus deed Xi op tal van internationale bijeenkomsten zijn ideeën uit de doeken voor een ‘gemeenschap van gedeelde toekomst voor de mensheid’ en een ‘win-winsituatie’. Dat klonk niet slecht, al werd snel duidelijk dat die gedeelde toekomst dan wel vooral aan Chinese regels zou moeten voldoen. En wie dacht voldoende te hebben aan de bestaande wereldorde en geen oog had voor Chinese gevoeligheden, die zou snel merken dat China het daar niet langer bij liet.

Zo werden internationale vliegtuigmaatschappijen bedreigd met sancties omdat ze Taiwan, in Chinese ogen een afvallige provincie, als afzonderlijk land op hun website hadden vermeld. En wie kritiek had op de mensenrechtensituatie in Xinjiang, waar mogelijk meer dan een miljoen leden van de Oeigoerse bevolkingsgroep zijn opgesloten, werd opgedragen zich niet met de ‘interne aangelegenheden’ van China te bemoeien.

Protest tegen de schending van mensenrechten in Xinjiang. Beeld AFP

Handelsoorlog

Zelfs toen de handelsoorlog met de Verenigde Staten uitbrak, leek het Chinese zelfvertrouwen aanvankelijk onaangetast. Met de handelstarieven zou de Amerikaanse president Trump vooral in zijn eigen vingers snijden, klonk het: de prijs van de vele ‘made in China’-producten in Amerikaanse warenhuizen zou stijgen, de  Amerikaanse consumenten zouden klagen en een woelige democratie zou minder bestand blijken tegen kritiek dan een strak geleide totalitaire staat.

Trump bleek onverwacht hardnekkig in zijn handelsoorlog en legde de kwetsbaarheid van de Chinese economie bloot. Zelfs zonder al veel directe schade aan te richten, bleken de handelssancties effect te hebben. Ze toonden hoe het Chinese leiderschap, nu beperkt tot een klein groepje vertrouwelingen van Xi, verkeerde inschattingen kon maken. En ze toonden hoe afhankelijk China nog is van Amerikaanse investeringen en technologie, en daarmee ook van de bestaande wereldorde.

Toontje lager

Met die vaststellingen, net op het moment van opstekende economische tegenwind, is het de Chinese leiding duidelijk geworden dat ze beter even een toontje lager kan zingen. Het triomfalisme van begin dit jaar heeft plaatsgemaakt voor bescheidenheid. Sinds begin december een staakt-het-vuren in de handelsoorlog werd afgekondigd, is China ijverig op zoek naar concessies waarmee het de Verenigde Staten tevreden kan stellen.

Voorlopig heeft China meer openheid aangekondigd voor buitenlandse bedrijven, daarmee tegemoetkomend aan de klacht van beperkte markttoegang. Het ambitieuze technologieprogramma ‘Made in China 2025', dat door de VS als een vorm van oneigenlijke staatssteun wordt gezien, is in de koelkast gezet. En toen de topvrouw van het Chinese telecombedrijf Huawei op verzoek van de VS in Canada werd gearresteerd, reageerde China zijn boosheid daarover af op Canada, niet op de VS.

Het blijft de vraag of China bereid is tot echte veranderingen, die tot een gelijk speelveld op economisch vlak kunnen leiden en tot wederkerigheid in de buitenlandrelaties. En het is de vraag of de nieuwe bescheidenheid meer is dan ‘een vernislaagje’, zoals The Economist het beschreef. Het meer ingetogen China van begin 2019 zou ook tegen het eind van dat jaar zomaar weer een ander land kunnen lijken.

Lees meer terugblikken in ons dossier Dit was 2018.

Lees ook:

Xi: China zal nooit heerschappij willen

China gaat door met hervormingen en het verder openstellen van de economie. Maar de rol van de Communistische Partij blijft leidend en andere landen moeten Peking niet de les lezen.

Chinese elite vindt dat Xi te hoog spel speelt met Trump

Ondanks de censuur klinkt er steeds meer kritiek op president Xi. Hij zou te assertief optreden in de handelsoorlog met de Verenigde Staten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden