Het CDA is de wet van Leers vergeten

Door de vergaderzaal van de Tweede Kamer loopt een onzichtbare grens, waarachter het parlementaire point d'honneur ligt. Wie die grens passeert, om het even of het een minister of kamerlid is, moet het ergste vrezen. Gewoonlijk voedt de Kamer nieuwkomers die van de grens geen weet hebben, welwillend op, zelfs gretig als de debutant zich leergierig toont.

HANS GOSLINGA

In de jaren vijftig gebeurde het eens dat een aankomend minister zijn ambtenaren liet delen in de lof die hem zowel van coalitie- als oppositiezijde voor zijn eerste optreden in het parlement werd toegezwaaid. Fout. KVP-fractieleider Romme trad naar voren en zei op vriendelijke toon tegen de minister: 'Prijs uw ambtenaren, Excellentie, maar doe dat in het verborgene. Er kan een moment komen waarop u zich tegen kritiek vanuit deze Kamer moet verweren en dan kunt u zich ook niet op uw ambtenaren beroepen.'

Van die welwillendheid is geen sprake als een aantredend minister het aanstonds beter denkt te weten. De christen-democratische Hanja Maij sprak in het begin van de jaren tachtig bij haar debuut als minister van verkeer en waterstaat de Kamer toe zoals de directrice van een huishoudschool haar leerlingen. Fout. Zo ga je als nieuweling en minister niet met de Kamer om en is ijzigheid je deel. Door de starre houding van Maij kwam het tussen haar en het parlement nooit meer echt goed. Haar partijgenoot Elco Brinkman werd in dezelfde periode in de vergaderzaal getuchtigd, toen hij als beginnend minister van cultuur, vanwege hun gebrek aan kennis van de samenleving, de kamerleden de oren waste. Fout. De Kamer controleert de regering, het is niet andersom. Brinkman hield er zijn ogen ternauwernood bij droog en liet aldus blijken dat hij het lesje had begrepen.

VVD-fractieleider Zalm passeerde vorig jaar bij de verkiezing van de kamervoorzitter de onzichtbare grens, toen hij de indruk wekte de kandidaat van zijn fractie, Annemarie Jorritsma, er wel even door te jassen. Hij verkeek zich op de vastbeslotenheid van de Kamer het deze keer anders te doen; de verkiezing moest weg uit de sfeer van kamertjeszonde en een open karakter krijgen. Daarin paste niet de schijn van de ene paarse oud-minister die de andere paarse oud-minister aan een leuke functie helpt. Zalm maakte het nog erger door over de wilde kandidaat Weisglas niet meer te zeggen dan dat hij 'ook een liberaal' is. Fout. Zo ga je niet om met een kamerlid dat op een parlementaire ervaring van twintig jaar kan bogen. De Kamer koos prompt Weisglas en leerde zo Zalm een lesje.

Je kunt zelden van dé Tweede Kamer spreken, maar als het point d'honneur in het geding komt, solidariseren als op een onmerkbaar gegeven teken de fracties en gromt de Kamer als een leeuw. In de ene periode gebeurt dit meer dan in de andere, dat is wel waar. In de eerste paarse jaren stond er niemand in het parlement op, toen de ministers van het kabinet-Kok CDA-fractieleider Heerma uitlachten, net zomin als dat er iets gebeurde toen Gerrit Zalm als minister van financiën met een vette grijns de vergaderzaal in brulde dat de regering een zojuist aanvaarde motie niet zou uitvoeren. De christen-democraat Vincent van der Burg brak over dit gedrag naderhand de staf; hij, maar liever nog een liberaal kamerlid, had het terstond in de Kamer moeten doen.

Het mooiste is als het parlement als een leeuw gromt zonder aanziens van de persoon en diens politieke kleur. Dan laat het zich kennen als een zelfstandige macht in ons bestel, waarmee niet valt te spotten. In de lubberiaanse en paarse jaren ontbrak het aan dit zelfbewustzijn. De Kamer stelde zich er tevreden mee dat er één man in haar midden was, het GPV-kamerlid Gert Schutte, die als het parlementaire geweten functioneerde. Nu lijkt het zelfbewustzijn onder de invloed van de gebeurtenissen in 2002 terug te keren. De opkomst van een nieuwe beweging toonde aan dat de Kamer als volksvertegenwoordiging tekortschoot. Met de open voorzittersverkiezing lieten de nieuwgekozen parlementariërs zien het mene tekel te hebben verstaan. Of dat voor iedereen in gelijke mate opgaat, is nog de vraag. Waar je staat hangt af van waar je zit.

Zo hebben de sociaal-democraten de laatste tijd ineens oog gekregen voor de zegeningen van een dualistische verhouding tussen regering en parlement, terwijl de christen-democraten op dit vlak juist enige hinder lijken te ondervinden van vergeetachtigheid. Het vooraanstaande CDA-kamerlid Cees van der Knaap gaf van deze kwaal blijk, toen hij vanwege het ontbreken van enige steun voor zijn partijgenote Gerda Verburg in de strijd om het kamervoorzitterschap zei dat 'we dit wel kunnen vergeven, maar niet vergeten'. Daarmee legde hij deze verkiezing weer onder het beslag van de oude politiek en deed hij de Kamer tekort in het streven haar positie als volksvertegenwoordiging en tegenmacht te herstellen.

In een parlement dat zich van zijn positie bewust is, moet het niet uitmaken of de voorzitter afkomstig is uit de kleinste, de grootste of uit een oppositiepartij. In dat licht was het terecht dat Gerda Verburg zich als tegenkandidaat van Weisglas opwierp. Een open strijd tussen meer kandidaten versterkt het gezag van de voorzitter en daarmee dat van de Kamer als onafhankelijke macht. Maar dan past het niet achteraf te pruilen. Van der Knaap had de wet van zijn partijgenoot Gerd Leers niet mogen vergeten. Dit oud-kamerlid werd tweede in de publieke strijd om het burgemeesterschap van Maastricht en zei toen: 'Wanneer je vecht om de eerste plaats, moet je het als eervol beschouwen tweede te worden'. Als de Kamer met de verkiezing van Weisglas het CDA aan deze ware democratische wet heeft willen herinneren, is dat in elk geval niet overbodig geweest.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden