Het CDA bezint zich op de Christen-democratie: ‘Ieder mens telt. Wat betekent dat?’

Pieter Jan Dijkman bij het bureau van Groen van Prinsterer. ‘Dit bureau houdt een traditie levend.’Beeld Phil Nijhuis

Het CDA houdt zaterdag de Dag van de Christen-democratie, waar de leden op zoek gaan naar een toekomstvisie. Pieter Jan Dijkman, directeur van het wetenschappelijk instituut: ‘Gevoelens van onbehagen vertolken is niet genoeg.’ 

Op de werkkamer van Pieter Jan Dijkman staat het bureau van Guillaume Groen van Prinsterer, grondlegger van de protestants-christelijke politiek. Hij was halverwege de negentiende eeuw lid van de Tweede Kamer en uit zijn ideeën kwam de Anti-Revolutionaire Partij voort. “Dit bureau houdt een traditie levend”, zegt Dijkman, directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, de partij die voortkwam uit onder meer de ARP.

Nolens

Dijkman werkt niet aan het bureau van ‘Groen’ maar aan dat van Wiel Nolens, priester en als politicus voorvechter van sociale wetgeving, dat ook in zijn kamer staat. “Althans, het verhaal gaat dat het van Nolens was; het bewijs is nog niet geleverd”, relativeert Dijkman, terwijl hij stapels met boeken verplaatst om ruimte te maken voor het gesprek.

Het interview op het partijkantoor van het CDA in Den Haag gaat niet over de geschiedenis van het CDA maar over de toekomst. Het Wetenschappelijk Instituut waaraan Dijkman leiding geeft, bestaat veertig jaar. Vandaag verschijnt een jubileumboek en morgen praten honderden CDA’ers in Amersfoort over waar de christen-democratie voor staat. “Een ode aan de christen-democratie”, zegt Dijkman. “Het gaat niet om de christen-democratie zelf, maar om wat die kan betekenen voor de samenleving. En het is het startschot voor een discussie over de vraag welk toekomstperspectief het CDA biedt voor de middellange termijn.”

Een toekomstperspectief is nodig, meent Dijkman. Bij alle politieke partijen is sprake van een leemte. Hun politiek handelen is vooral gebaseerd op het veiligstellen van economische groei, koopkracht en de verzorgingsstaat. “Politiek gaat in 2018 over maatregelen en middelen, over het wat en het hoe. Het waarom, de fundamentele waarden en de toekomstagenda raken uit beeld.”

Zorgende wezens

Dat is zichtbaar in de economie en de zorg, zegt Dijkman. “De samenwerking tussen mensen in het bedrijfsleven en op de arbeidsmarkt komt steeds meer in het teken te staan van een kille en efficiënte ruilverhouding. Ik doe iets voor jou en daar staat geld tegenover. Terwijl economie oorspronkelijk de kennis van het voeren van een huishouden betekende; daarin is sprake van zorgzaamheid voor elkaar en een duurzame verbinding. Dat zie ik ook in de zorg. Als de politiek daarover praat, gaat het over kosten en baten. Maar mensen zijn zorgende wezens en zorg veronderstelt een relatie. Vanuit dat perspectief zouden we naar het zorgstelsel moeten kijken.”

“Politiek is ook steeds meer crisismanagement, reageren op onvoorziene gebeurtenissen, en dat vraagt om improvisatie. Mark Rutte is er een meester in en past heel goed in dit tijdsgewricht. Maar over welke samenleving we willen en welke waarden daarbij horen gaat het niet.”

Het gebrek aan een toekomstperspectief wordt ook veroorzaakt door de hang naar populariteit, meent Dijkman, inclusief het gebruik van allerlei marketingtechnieken. “Marketing is altijd een onderdeel van politiek geweest. Maar nu is marketing niet meer dienstbaar aan de boodschap, maar bepaalt die de boodschap. Een partij moet tegenwoordig vooral als een merk worden neergezet, waarbij dat merk een bepaald gevoel moet oproepen. De VVD is de partij van orde en veiligheid. D66 is de partij van de vernieuwing. Het CDA is de familiepartij, die hecht aan tradities en die de zorgen van de burger begrijpt.

“Partijen doen daarmee burgers en zichzelf tekort. Het wordt kiezers wel heel gemakkelijk gemaakt om zich te gedragen als een moderne consument die vooral impulsaankopen doet. De werkelijkheid is dat burgers verantwoordelijke wezens zijn met diepgewortelde overtuigingen. En politieke partijen scheppen door die nadruk op marketing en beelden een te simpel beeld van hun gedachtegoed.”

Dat geldt dus ook voor het CDA? Wat betekent dat?

“Vrijwel alle partijen lopen het gevaar dat ze eerst een standpunt innemen en dat pas daarna legitimeren met hun gedachtengoed. Die volgorde is verkeerd. Dat gevaar bestaat ook bij het CDA. Politiek begint met een mensvisie en een samenlevingsvisie, en daaruit vloeien als het goed is beleidsstandpunten voort. Vergelijk het met de kabinetten-Balkenende. De premier trad naar voren met zijn appèl op normen en waarden. Fatsoen moet je doen, was zijn motto. Het CDA had een hervormingenagenda en werd gezien als betrouwbaar. Die erfenis in 2010, door de samenwerking met de PVV, vrij snel verkwanseld. Sindsdien is er nagedacht over tal van thema’s, zoals technologie, medische ethiek en migratie. Maar wat ontbreekt is een gedeelde agenda, met een herkenbare visie. Die gaan wij ontwikkelen.”

Dat heet bij het CDA herbronnen. Is dat het idee?

“Het past in die lijn. Twee keer eerder organiseerde het CDA een strategisch beraad. Die twee keer, in 1994 en in 2011, was er sprake van een crisis in de partij, na een forse verkiezingsnederlaag. Dat is nu niet het geval. Maar het is wel nodig om te investeren in de christen-democratische toekomstagenda om antwoord te geven op de prangende vraagstukken zoals klimaatverandering, demografie en migratie, technologie.”

Bieden partijleider Sybrand Buma, de rest van de Kamerfractie en de CDA-ministers onvoldoende perspectief op de toekomst?

“Terecht heeft het CDA de tijd proberen te lezen en de bezorgdheid van groepen burgers proberen te peilen. Maar dat is niet genoeg. Het CDA kan niet slechts een vertolker zijn van gevoelens van onbehagen en onzekerheid. Dat vindt iedereen in de partij, ook de partijtop. Bezorgde burgers hebben waarschijnlijk het gevoel geen toekomst te hebben in een wereld waarin anderen dat wel hebben. Het CDA moet deze mensen hoopvolle, richtinggevende perspectieven te bieden.”

Wat verwacht u van het strategisch beraad?

“Politiek begint met een mensbeeld. Wat ik graag wil, is dat het beraad de samenlevingsvisie onder woorden brengt die daarbij past. In de christen-democratie is de mens van nature gericht op anderen en wil hij met anderen de werkelijkheid vormgeven. Die draagt verantwoordelijkheid en heeft intrinsieke waardigheid. Dat betekent dat de verantwoordelijke samenleving niet iets is dat politici moeten bedenken, want die is er al.
“Het nieuwe strategisch beraad buigt zich over wat een christen-democratische visie is op de verzorgingsstaat voor de komende tien tot vijftien jaar. CDA’ers zeggen vaak: ieder mens telt. Wat betekent dat, voor de zorg, voor armoedebestrijding, voor migratie? Hoe voorkom je dat mensen het gevoel hebben dat zij er niet meer toe doen? Ik hoop ook dat dit inspiratie biedt en tot debat in de partij leidt.”

Is het CDA naar rechts gedreven, weg van het midden?

“Termen als links, rechts, conservatief zijn op zichzelf holle kreten. Het christen-democratisch mensbeeld overstijgt dit soort stereotypen. Het CDA kent een traditie van samenwerking, compromissen, tegenstellingen verzoenen. In dat opzicht kun je het CDA een middenpartij noemen.
“Toen het CDA werd opgericht in 1980 was er al sprake van scherpe tegenstellingen, bijvoorbeeld tussen PvdA en VVD. Piet Steenkamp, betrokken bij de oprichting, zei toen: het CDA is een anti-polarisatiepartij. In het huidige verdeelde politieke landschap zou het opnieuw een mooie taak zijn om het morele midden te zoeken.
“Het probleem is dat veel onderwerpen vastzitten in een links-rechts-tegenstelling. Het is van belang om ze daaruit te halen. Dat kan verrassende gezichtspunten opleveren.
“Het CDA is altijd een partij voor ondernemers, zeker voor de kleine en middelgrote ondernemers. Maar wie heeft er vrede mee dat de partij zo’n flets profiel heeft bij de aanpak van klimaatverandering? Het CDA is altijd voor een stevige criminaliteitsbestrijding, ook als het Nederlands-Marokkaanse jongeren betreft. Maar wie heeft er vrede mee dat Jan wel wordt uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek en Mohammed niet? Ook met dit soort denkwijzen kan het CDA tegenstellingen overbruggen en die anti-polarisatiepartij zijn.”

Wat is een strategisch beraad?

Het CDA organiseerde twee keer eerder het schrijven van een toekomstvisie, een strategisch beraad. De eerste keer was na het enorme zetelverlies in 1994. Het resultaat was ‘Nieuwe wegen, vaste waarden’, waarin vooral opviel het pleidooi om het wettelijk minimumloon los te laten. Dat leidde tot een heftige discussie in de partij. Het tweede strategisch beraad onder leiding van ex-minister Aart Jan de Geus schreef in 2012 ‘Kiezen en Verbinden’. Het CDA zou het ‘radicale midden’ moeten vertegenwoordigen. De toon was gematigd progressief (positief over immigratie, duurzaamheid en Europa) in een periode dat de partij verdeeld was over regeren met gedoogsteun van de PVV.

Lees ook:

De eigen achterban vindt het CDA te volgzaam

In de achterban is onvrede over de volgzame houding van het CDA in de Tweede Kamer. Illustratief was op het partijcongres in Groningen een stevige discussie over het leenstelsel. CDJA-voorzitter Lotte Schipper: ‘De fractie moet aan de bel trekken en in de coalitie aangeven dat het zo niet langer kan.’

Spanning tussen lokaal en landelijk CDA over soepeler kinderpardon

Lokale afdelingen van het CDA scharen zich achter een pleidooi voor verruiming van het kinderpardon. Zij willen dat asielkinderen die hier al langer dan vijf jaar zijn, een verblijfsvergunning krijgen. Landelijk is het CDA tegen versoepeling van deze regeling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden