Het buddy-systeem doet bij Van der Valk wonderen

Naam: J. van der Valk en F. Cox Bedrijf: Van der Valk hotel Bloemendal, Vaals Beslissen over: alle functies in eigen huis Benodigd diploma: geen specifieke eisen

Het directie-duo bestaat uit Jacqueline, een van de honderd Valk-telgen die de filialen beheren, met haar Frans-Willem Cox. Jacqueline (31) is trots als een pauw op 'haar' hotel, dat ze met haar man (33) runt als misschien wel de jongste hoteldirectie van Nederland. Bloemendal maakt gebruik van de centrale voorraadschuur en de wasserij van het concern. Maar dit 'Hotel Kasteel' heeft geen Van der Valk-Club-Card menu met een chateaubriand met frites ('doet u maar meteen een schaaltje extra'). De chef-kok draait zijn hand daarentegen niet om voor een reerug medaillon en Limburgse geitekaas met honingsaus is eens iets anders dan ijs toe.

In plaats van de toekan domineert een Mariabeeld de allée. Een monumentale poort is de entree tot het voormalige klooster, ooit het buiten van een Akense textielkoopman. Spiegels op schouwen en zitjes in nisjes geven de gast het gevoel van comfort. De aankleding past lijkt in niets op een doorsnee-motel. Waar Breukelen en Vianen tussen de middag file-rijders op kroketten noden, is de eetzaal van Bloemendal in rust gedompeld. In de namiddag en avond huren families en bedrijven de kloostergewelven, genoemd naar de Bonnes Soeurs van de Dames du Sacré Coeur die hier hun meisjespensionaat dreven, voordat daar in de jaren zeventig de klad in kwam: Josefine, Madeleine, Catherine. Maar 's avonds loopt vanuit de 75 hotelkamers de eetzaal (het refectorium) vol en bruist het in de monastère.

Van de 12000 Van der Valk-mensen heeft Bloemendal er zeventig in dienst, enkele tientallen parttime. Stagiaires van de Stichting voortgezet horeca-onderwijs (SVH) zijn een vast segment onder de vijftien mensen van de keuken, rond de 'werkeilandjes' voor het vlees ('de 'de kachel' genoemd), de soepen ('de fond'), de sauzen ('de garde') en de patisserie. Clivia, 'een echte Duitse bakkerin', bereidt de tiramisù. Dat de bakkerin de Duitse smaak kent is handig, Duitsers storten zich nu eenmaal liefst voordat ze een stoel hebben al op de schotels met taart.

Stagiaires stromen regelmatig door. De chef-restaurant kwam van de Middelbare horeca-opleiding en bleef dus hangen. Goede koks vind je via het mondelinge circuit. In de bediening is opleiding van ondergeschikt belang. Dat betekent, in Bloemendal, dat een jurist na z'n studiebaantje nog maar een jaar blijft. Zo gezellig is het.

Om de paar dagen dwarrelt er wel een sollicitatie binnen, telefonisch, met een briefje, of aan de poort. Iedere gegadigde vult een Van der Valk-sollicitatieformulier in met vragen over opleiding en referenties. Wie op het juiste moment binnenloopt voor de bediening, heeft binnen een week een baan. Het gesprek, dat Jacqueline of Frans-Willem voert, geeft de doorslag. In de bediening is 0,0 procent horeca-ervaring even welkom als een fraaie staat van dienst. Kleine dingen moeten vanzelfsprekend zijn: op rare tijden willen werken, en zo dicht bij de grens een mondje Duits spreken. Maar het gaat natuurlijk om iets anders.

Frisheid. Enthousiasme. Wie bedient moet niet lopen te trutten rond de tafeltjes maar ook niet de sportieveling uithangen. En dan het uiterlijk. Jacqueline en Frans-Willem creëren voor hun gasten een verwachtingspatroon en bij dit profiel past een klassieke bediening. Een mannelijke sollicitant met een ringetje in het oor? Prima, maar niet op het werk, daar moet je meteen eerlijk in zijn. Heren met lange haren, nee, maar in de keuken is het bijeengebonden geen probleem. Ook leren bandjes zijn niet hygiënisch. Puistjes zijn niet erg, schone puistjes kunnen best hygiënisch zijn. Maar je moet de mensen na afloop uit het werk zien komen. Met gel in het haar, eigenzinnige kleren. Jacqueline en Frans-Willem dragen zelf liefst een spijkerbroek. Maar al haten ze het, op het werk draagt zij een modieus rokje met jasje en hij een blauw pak. Dat is een betrouwbare beroepsuitdrukking. Uiteraard moet iedereen van Bloemendal voorkomend zijn. Maar door die kleren kijk je toch heen. Zelfverzekerheid is een plus, wie het initiatief beetpakt heeft de ruimte. De chef-restaurant helpt op het ogenblik mee bij vernieuwing van de wijnkaart en een ober brengt z'n cd-rom met wijnprogramma in.

Bloemendal zoekt niet naar een standaardtype werknemer. Er kwam een vader, met z'n dochter: kleffe hand, zachte stem, een doetje van twee meter. Vader moest de kamer uit. In het gesprek bleef de vrouw het doetje. Jacqueline dacht: waarom niet? Die vrouw, ze kwam maar niet aan de bak. En nu werkt ze hier nog altijd. Het buddy-systeem doet wonderen: iemand loopt mee met een ervaren type. Het lijkt een toverwoord, zelfwerkzaamheid, en dat is het ook. Iedereen kent iedereen, onderlinge kritiek komt het werk ten goede. Leeftijden moeten wel op elkaar aansluiten. Het personeel van Bloemendal is met zijn directie jong.

Je hebt gauw genoeg door of iemand niet z'n thuissituatie meezeult. Iedereen heeft wel eens problemen. Maar met de schoonmaaksters ging het mis. Alcoholisme, mishandeling, Jacqueline en Frans-Willem kwamen het allemaal tegen. Nu gaat het goed, met een ingehuurd schoonmaakbedrijf. De afwasmachine was ook zo'n probleem. De wethouder van Vaals vroeg Frans-Willem of hij langdurig werklozen kon hebben. Het werden er vijf. Drie weigerden, de andere twee bleven een dag. Nu doen studenten het als bijbaantje. En Jacqueline en Frans-Willem helpen gerust een halfuurtje mee: het is heerlijk, bij drukte even het verstand op nul.

Bloemendal blijft een leerschool, het is vreselijk jargon maar inderdaad, 'training on the job'. Hoe spring je om met tegenstrijdige adviezen, wat doe je met opmerkingen die je in de pauze van je collega krijgt. Je let daarop in het sollicitatiegesprek. Maar het blijft een gok, daarna begint het pas. Of mensen kunnen het niet, òf ze worden hier snel volwassen en groeien in hun werk. Het moet niet mooier worden voorgesteld dan het is: Bloemendal is een platte organisatie met een brede onderlaag. Maar er zijn altijd mensen die tegen het plafond bonken om hogerop te gaan. De banketing manager begon in de bediening. En een oud-stagiaire zit nu in de bedrijfsleiding. Al is er niets mis mee dat het voor velen jobben om te jobben is: om geld.

Er zijn geen geslaagdere herintreders dan in de horeca. Meisjes van de bediening die stopten komen terug; twee kindjes, twee avonden gaan ze weer werken. Ze verdienen bij, het hoofd staat op iets anders, ze zien vriendinnen. Bloemendal, nog maar net open, gaat langzamerhand van het pioniersbestaan de beheersfase in. Hoe beoordeel je iemand tussentijds, kan de interne communicatie beter, staat nu op de agenda. Je denkt: ze weten het wel, de servetten horen niet in die zak maar in die zak, maar als je dat steeds weer moet uitleggen kun je het beter formaliseren.

Waar Jacqueline en Frans-Willem bij nieuwe mensen op af gaan, is hun volwassenheid - of ze volwassen willen worden. Jacqueline zou het iedere jongere willen aanraden: je komt er hier achter wat werken is, je leert met geld omgaan, in je vrije tijd ga je met collega's stappen, en je wordt gegarandeerd voor de eerste keer verliefd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden