HET BRUTALE GEZICHT VAN DE MODERNE ECONOMIE

De vrije maatschappij van het Westen met haar dito markt vormt hét hoogtepunt in de geschiedenis van de Vooruitgang. Die markt is de beste van alle ecomomische werelden, een heilssysteem van welvaart, welzijn en geluk. Een onzichtbare hand keert er alle dingen ten goede.Achter deze wijd verbreide overtuiging, en achter de metaforen die haar verwoorden, gaan eeuwenoude theologische noties schuil, legt dr. Theo Salemink uit. Losgemaakt uit hun oorspronkelijke context bepalen - en vertroebelen - ze de opvattingen van velen over het economisch leven. Zinniger dan deze quasi-theologische benadering vindt Salemink een kijk op de vrije markt als een historisch produkt van het Westen, dat, met hoge sociale kosten, de wereld verovert.Is dit systeem daarom ook het beste? Wie dat denkt, is het slachtoffer van 'een simpel wereldbeeld, waarin het paard dat de race wint, altijd het beste en het duurste is'. Dr. Theo Salemink is universitair docent voor de nieuwste geschiedenis van kerk en maatschappij aan de Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht en landelijk voorzitter van DISK/Arbeidspastoraat.

De markt was voor de middeleeuwse monnik een plaats van verderf, geld het zaad van de duivel, het berekenen van rente (woeker) een doodzonde. Aan het einde van de moderne tijd, na het failliet van de communistische planeconomie, is er van de middeleeuwse achterdocht weinig meer over. In het publieke debat geldt de vrije markt als het beste - of in elk geval als een deugdelijk en bruikbaar - systeem. De vrije maatschappij van het Westen maakt een 'einde aan de geschiedenis' van klassenstrijd en ideologische botsingen en de 'stroperige overheid' is geen partij voor de efficiënt werkende markt.

In de discussie over de economische orde wemelt het van metaforen. De beroemdste is die van de 'onzichtbare hand'. Ze stamt van de Schot Adam Smith. In 'The Wealth of Nations' (1776), aan de vooravond van de Industriële Revolutie in Engeland verschenen, weet hij het onverzoenlijke te verzoenen. De jonge monnik vergiste zich, zegt Smith. Er is helemaal geen duivel op de markt, zelfs niet een kleine, ongetrainde. De markt is een machtig, humaan instrument, een uitvinding van de mensheid volgens goddelijk voorontwerp - een 'onzichtbare hand', die alles uiteindelijk ten goede keert. In onze dagen zijn economen als Milton Friedman en Friedrich von Hayek, de kopstukken van het neoklassieke revival in de Verenigde Staten, de grote propagandisten van deze metafoor. Het beeld heeft zich een vaste plaats verworven in ons innerlijk landschap.

Er is nog een tweede beeld. Men zegt ook dat de vrije markt en de daarop gevestigde vrije maatschappij het beste van alle mogelijke systemen is. “Onze sociale wereld - aldus de wetenschapsfilosofoof Karl R. Popper in de jaren vijftig - is de beste die er ooit geweest is, de beste althans waarover we historische kennis bezitten.” Een echo hiervan klinkt in de brochure 'Markt & Moraal' van de christelijke werkgevers, verenigd in het NCW (1993). Voorzitter drs. J. C. Blankert: op dit moment “geldt de vrije markteconomie nagenoeg onbetwist als de best mogelijke economische orde. (. . .) Het 'kapitalisme' is het 'winnende' systeem in de wereld.” Blankert meent dat het de taak van het NCW is, dit winnende systeem te confronteren met de vraag naar de moraal. De economische orde als zodanig staat niet ter discussie. Hetzelfde geldt voor het eindrapport 'Verantwoordelijkheid en Vooruitgang' van de werkgroep 'Economische orde' van de Stichting Doorwerking Christelijk Sociaal Congres. Het stelt niet de vraag of de vrije markt het beste van alle mogelijke systemen is, maar beaamt wel volmondig, dat ze in de kern een bruikbaar en deugdelijk stelsel vormt.

Bij nader toezien was Adam Smiths verwijzing naar de 'onzichtbare hand' misschien toch niet zo positief als vaak wordt gedacht. Zijn inzet kan ook gelezen worden als cynisme. Hij is niet zo overtuigd van de goedheid van de mensen die op de markt actief zijn. In een eerder moraal-filosofisch werk, 'The Theory of Moral Sentiments' (1759), constateert hij een grote tegenstelling tussen rijk en arm. De rijken zijn zelfzuchtig; ze “pikken alleen uit de grote hoop wat kostbaar en aangenaam is. Ze consumeren weinig meer dan de armen en ondanks hun natuurlijke zelfzuchtigheid en roofgierigheid (. . .) delen ze met de armen het produkt van al hun verbeteringen. (. . .) Zonder het te bedoelen, zonder het te weten, bevorderen ze het belang van de maatschappij. Toen de Voorzienigheid de aarde verdeelde onder enkele heren en meesters, vergat zij geenszins noch liet zij aan hun lot over degenen die van de verdeling uitgesloten schenen” (geciteerd bij de economisch theoloog A. Th. van Leeuwen in 'De nacht van het kapitaal' uit 1984).

De metafoor van de 'onzichtbare hand' is een understatement. Eigenlijk drukt ze vooral verbazing en verontrusting uit. De rijken op aarde zijn tamelijk roofzuchtig. Het is Gods voorzienigheid, zijn 'optie voor de armen', die verhindert dat ze de armen in het verderf storten.

De uitdrukking 'de beste van alle mogelijke werelden' - vaak gebruikt in het debat over de vrije markt aan het einde van de moderne tijd - stamt niet van Adam Smith, maar van de Duitse universele geleerde G. W. Leibniz (1646-1716). Leibniz kende de gruwelijke ervaring van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) uit persoonlijke verhalen en zette zich in voor een politieke wederopbouw. De uitdrukking 'de beste van alle mogelijke werelden' komt voor in zijn 'Theodicee', een verhandeling over de goedheid van God, de menselijke vrijheid en de oorsprong van het kwaad.

“Leibniz gelooft heilig”, schrijft Hans Joachim Störig, “dat God bij zijn schepping onder alle mogelijke werelden de beste geschapen heeft. Dat volgt zonder meer uit het wezen van God. (. . .) Hoe komt het dan echter dat in deze meest volmaakte onder alle mogelijke werelden een overmaat aan lijden, onvolkomenheid en zonde voorhanden is?”

Leibniz spreekt niet over de vrije markt als het best mogelijke economische systeem. Die bestond in zijn tijd ook niet in de moderne zin van het woord. Leibniz spreekt over de materiële wereld als schepping van God, over haar geschapen aard. Deze aard is de best mogelijke, God zou niet anders kunnen. Maar deze aard is niet identiek met de historische werkelijkheid, met de concrete wereld kort na de Dertigjarige Oorlog.

In de discussie over de vrije markt worden verkeerde vragen gesteld en verkeerde antwoorden gegeven. De uitdrukking 'de beste van alle mogelijke werelden' en het beeld van de 'onzichtbare hand' hadden oorspronkelijk te maken met het probleem van het kwaad in de wereld. Ze maakten deel uit van een soort contrasttheologie. In het huidige gesprek over de vrije markt daarentegen manifesteert zich eerder een politieke theologie in de oude zin van het woord. De feitelijke vrije markt van het Westen wordt beschouwd als het beste van alle mogelijke systemen, een heilssysteem van welvaart, welzijn en geluk.

De katholieke theoloog Michael Novak, onlangs onderscheiden met Templeton Prize for Progress in Religion, schrijft in 'The Spirit of Democratic Capitalism' (1982) dat de ondernemers op de vrije markt de functie van co-creation (medeschepping) vervullen. De vrije markt voltooit in sociaal en moreel opzicht de schepping die door God begonnen is. Ook de geseculariseerde versie van deze benadering is doordrenkt met theologie. Ze gaat ervan uit dat de vrije markt het beste systeem is dat de geschiedenis tot nu heeft voortgebracht en dat de vrije maatschappij van het Westen voorlopig de hoogste trede van de ladder van de Vooruitgang vormt. Hierachter schuilt een geschiedenistheologie die berust op de heilige overtuiging dat de vooruitgang van de mensheid zijn hoogste incarnatie gevonden heeft in het Westen van de laatste eeuwen. We treffen deze seculiere theologie aan bij Francis Fukuyama ('Het einde van de geschiedenis en de laatste mens', 1992) en, in flarden, bij de liberale politicus Bolkestein.

Er is nog een derde benadering in het spel. Haar aanhangers zien de markt enkel en alleen als een technisch systeem, een mechaniek. Op de vraag of dit mechaniek anno 1994 deugdelijk werkt, antwoorden ze dat het in de kern bruikbaar is. Zo stelt het eerder genoemde rapport 'Verantwoordelijkheid en vooruitgang' vast, dat “de huidige economische orde in de kern deugt”. “De samenleving zit niet te wachten op een andere economische orde. De analyse luidt dat de economische orde niets anders is dan een complex samenstel van drie regelkringen, namelijk de regelkring van de vrije markt, de regelgeving van de overheid en tenslotte de maatschappelijke zelfregulering. Het gaat erom dat deze drie regelkringen in een goede onderlinge mengverhouding worden toegepast”.

De metafoor van de 'regelkring' of 'stuurkring' past in het tijdperk van het nieuwe realisme. Ze is afkomstig uit de systeemtheorie en verwijst naar moderne produktietechnieken. Ik heb het beeld van een regelkamer in een kerncentrale of op Schiphol op mijn netvlies. De vrije markt is op economisch gebied een analoge regelkring, waarin de 'onzichtbare hand' de praktische hand van de operator is geworden. Achter termen als 'regelkring' en 'evenwichtsysteem' schuilt een moderne theologie van de automaat. Werd ooit God aangeduid als zelfbeweger, nu wordt dit begrip toegepast op de vrije markt - een systeem met een deugdelijke autonome regelkring. Het is niet feilloos, moraal en politiek moeten het corrigeren, maar de regelkring zelf is bruikbaar.

Dit soort metaforen heeft een politieke betekenis. Ze legitimeren of kritiseren; ze produceren consensus of confrontatie. Tegenover 'de beste van alle mogelijke werelden', 'de onzichtbare hand', 'de vooruitgang', 'evenwichtssysteem' en 'regelkring' stellen de tegenstrevers hun eigen metaforen: 'labiel systeem', 'chaos', 'crisismanagement', 'afgod', 'menseneter', 'systeem van de dood'. In deze mallemolen van metaforen pleit ik voor een ander beeld: de vrije markt als een historisch produkt van het Westen, dat in een cyclus van contradicties en conjuncturen de wereld verovert. Ik verwijs naar de historicus I. Wallerstein, die het kapitalisme een modern wereldsysteem noemt.

Het voordeel van deze benadering is dat men geen algemene systeemkenmerken aan de vrije markt toekent, maar historische kenmerken. De geschiedenis van de afgelopen eeuwen, het wel en wee van de reëel bestaande vrije markt in het Westen, maakt integraal onderdeel uit van de manier waarop het kapitalisme nu functioneert. Historici weten dat het een geschiedenis vol contrasten en contradicties is geweest, een geschiedenis van crisis en welvaart, met hoge sociale kosten ook.

De economie van de moderne tijd heeft een brutaal gezicht en een normaal gezicht. Het brutale staat geschreven boven de poort van Auschwitz, het normale treft men aan in de haven van Rotterdam. Het kan geen kwaad, nu de vrije markt wereldwijd het sterkste systeem is geworden, dat brutale gezicht kort in herinnering te roepen. Boven de poort van Auschwitz stond Arbeit macht frei. Een ongehoord cynisch motto. Achter de poort lagen de fabrieken van de dood. Mensen, Joden uit heel Europa, werkten als ultieme slaven in de chemische fabriek Monowitz-Buna van IG Farben, een particuliere onderneming. In de vernietigingseconomie van Auschwitz wordt de arbeidskracht van Joden gebruikt als industriële grondstof voor een waanzinnig produktieproces. De prijs van de arbeid is er minimaal.

Auschwitz is de laatste stap in een twaalf jaar durende militarisering van de arbeid in nazi-Duitsland. Dat gebeurde in een modern, toen nog grotendeels christelijk land, in het hart van Europa. Een land dat zich ontwikkeld had tot een van de sterkste industriële grootmachten ter wereld, een grote, moderne arbeidersbeweging kende en vanaf 1918 democratisch werd geregeerd. De militarisering van de arbeid voltrok zich er zonder dat de ondernemingsgewijze produktie vervangen werd door een vorm van staatseconomie.

Dit is het brutale gezicht van de moderne economie, het gezicht 'over de doodsgrens'. Het heeft zich niet alleen boven de poort van Auschwitz getoond, maar ook in de straten van Calcutta, Lagos en Mexico. In de Derde Wereld zijn de mensen afhankelijk geworden van het ritme van de westerse economie. Ze zijn periodiek uitgestoten en uitgesloten, met als resultaat honger, werkloosheid, verpaupering, politieke ontwrichting en ten slotte de dood. Ook dat maakt deel uit van de geschiedenis van het stelsel van de vrije markt.

Sinds enkele jaren is dit systeem zonder mededingers. Het is een kwestie van gezond verstand dit te erkennen. Maar daarom is de vrije markt nog niet het beste stelsel. Dat verleidelijke idee wordt ons misschien ingefluisterd door de kleine duivel uit het middeleeuwse verhaal waarmee ik begon: wie wint, is de beste. Het weerspiegelt een simpel wereldbeeld, waarin het paard dat de race wint, altijd het beste en het duurste is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden