Het brein van Nederland zit in 't Zuidoosten

Burgemeester Rob van Gijzel van Eindhoven presenteert vandaag zijn toekomstplannen voor Zuidoost-Nederland. Ook Limburg hoort voortaan bij de Eindhovense Brainport. Ligt die samenwerking voor de hand?

De Eindhovense wethouder Henk Brink waagt zich aan een nierpunctie. Voorzichtig manoeuvreert hij de naald, die vastzit aan een mechanische arm, in het lichaam van een virtuele patiënte. Een 3D-monitor toont zijn verrichtingen. De arm zorgt ervoor dat hij in zijn hand eerst de weerstand van de huid voelt, vervolgens het zachte vlees, tot hij op het bot stuit. Net echt. „Ah zo. Jeetje”, zegt Brink. „Je kijkt hier echt je ogen uit.”

Het tafereel speelt zich af op de High Tech Campus, het kloppend hart – of beter: brein – van Brainport. Achter de groene glazen gevel van dit kraamkamergebouw bevinden zich veertig startende innovatieve bedrijfjes. Virtual Proteins, dat de oefeninstallatie voor artsen bedacht, huurt hier vier kantoortjes voor zijn veertien medewerkers. Dit soort vindingrijke bedrijven zijn een van de geheimen van het succes van Brainport, een regionale samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven, onderwijs en wetenschap in en rond Eindhoven.

Een vakjury van internationale academici verkoos Eindhoven voor het derde jaar op rij als een van de zeven slimste regio’s in de wereld. Volgens de gemeente zorgde de samenwerking de afgelopen tien jaar voor 55 duizend banen.

Dat wil Limburg ook wel.

Terwijl nu alleen nog de gemeenten Eindhoven, Helmond en Veldhoven meedoen in Brainport, moet straks heel Zuidoost-Nederland er deel van uitmaken. De Eindhovense burgemeester Rob van Gijzel ontvouwt vandaag zijn toekomstplannen. In ruil voor de uitbreiding erkent het kabinet Brainport als een van de drie belangrijkste motors van de Nederlandse economie, samen met havenregio Rotterdam en de luchthavenregio van Amsterdam. Dat levert forse rijksinvesteringen in infrastructuur op.

De provincie Limburg nam de afgelopen maand alvast een voorschot, met een plan dat van Eindhoven is afgekeken. De Geleense chemiecampus en de Maastrichtse gezondheidscampus krijgen dezelfde kraamkamers voor starters en een ’netwerkplaza’ waar medewerkers van verschillende bedrijven elkaar ontmoeten. De Limburgse gedeputeerde Jos Hessels wil Eindhoven zo als ’gelijkwaardige partner tegemoettreden’.

Is het Eindhovense recept zomaar te kopiëren naar heel Zuidoost-Nederland? En hoe logisch is die Limburgs-Brabantse samenwerking?

Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar gebiedsontwikkeling aan de Technische Universiteit Delft en directeur bij Bouwfonds Ontwikkeling, vraagt het zich af. „Het is goed dat de overheid het belang van Brainport ziet. Ik roep daartoe al jaren op.” Prachtig dus als een gebied dat wel een steun in de rug kan gebruiken er zijn voordeel mee wil doen. „Maar dat gaat niet op afroep”, zegt De Zeeuw.

„Het beleidsmatig wensdenken komt je tegemoet bij dit plan. Dingen aan elkaar verbinden schrijft lekker weg in een notitie, maar is makkelijker gezegd dan gedaan. Het kost een hoop tijd, papier en publiek geld en levert weinig op.”

Op het oog zijn de verschillen groot: Eindhoven richt zich op technologie, Venlo op logistiek en tuinbouw, Sittard-Geleen op chemie, Maastricht op gezondheid. „Misschien is één plus één wel drie in dit plan, maar ik zie het niet”, oordeelt De Zeeuw. Bovendien: „Je kunt vanuit Eindhoven strepen trekken naar Venlo, maar daar ligt de Peel nog tussen, een landelijk gebied met een heel andere economie.”

Zijn grootste bezwaar is de grote afstand. „Brainport is nu een regio met een centrale stad als zwaartepunt. Zo’n stadsregio moet niet te groot zijn.” Dat is belangrijk voor het woon-werkverkeer in het gebied, maar ook voor overleg tussen zakenpartners. Een groter geografisch gebied stelt nieuwe eisen aan de bereikbaarheid.

„Wij maken ons meer druk over afstanden dan het buitenland”, relativeert Alexander van Groenendael, voorzitter van de Eindhovense tak van de Brabants Zeeuwse Werkgeversvereniging. „Bij printerfabrikant Océ in Venlo werken ook mensen uit het Duitse Düsseldorf. Er zijn goede treinverbindingen tussen Eindhoven en Maastricht.”

Hij ziet grote voordelen. „Een van de problemen in Eindhoven is dat het minder aantrekkelijk is om er te wonen.” Het groene Limburg met zijn kosmopolitische Maastricht kan het imago van de regio onder buitenlandse kenniswerkers verbeteren. Een groter geografisch gebied maakt internationaal ook simpelweg meer indruk: het levert een lijstje op met meer vierkante kilometers, meer bedrijven en meer banen.

Zuidoost-Nederland is al één groot gebied met intelligente industrie, vindt Van Groenendael. „Voor de Eindhovense hightech zijn slimme materialen nodig, die ze op de chemiecampus in Geleen maken. Ook de gezondheidszorg gebruikt dat soort materialen, voor betere kunstheupen. Samen met de Technische Universiteit kunnen betere proefpoppen worden gemaakt, waarop geneeskundestudenten in Maastricht bevallingen kunnen oefenen. Ik geef toe: Venlo zit met tuinbouw in een heel ander cluster, maar zelfs daar speelt techniek een rol.”

Leon Oerlemans valt hem bij. Volgens de Tilburgse hoogleraar organisatiewetenschappen, gespecialiseerd in regionale economie, werken bedrijven in het gebied al volop samen. Hebben ze Brainport dan niet nodig? „Ik zou zeggen: maak van de samenwerking tussen bedrijven in verschillende regio’s geen beleidspunt. Bedrijven zijn prima in staat hun eigen belang na te streven”, zegt Oerlemans. Dat Brainport groter wordt, maakt het volgens hem wel eenvoudiger om subsidies in het hele gebied te besteden.

Oerlemans waarschuwt ook: wat in Eindhoven werkt, werkt niet per se in Maastricht. Eindhoven bleek een vruchtbare voedingsbodem door een mix aan factoren, waaronder de erfenis van elektronicabedrijf Philips. „Er is geen recept voor succes.” Bovendien dreigt het gevaar dat Brainport te log wordt, denkt Oerlemans. „Bestaande belangen van bedrijven kunnen zo’n nieuw verband overheersen en elk initiatief doodslaan. Bij Brainport is dat niet gebeurd, maar in een grotere organisatie, met minder flexibiliteit, is het risico groter.”

Hoewel Bart Verspagen, hoogleraar internationale economie aan de Universiteit van Maastricht, meent dat een regio altijd moet proberen tegen de stroom in te roeien, is hij toch somber over de kans op succes. „Het kabinet bezuinigt op kennis. Nederland gaf al weinig publiek geld uit aan onderzoek, maar nu wordt dat extreem.”

Verspagen: „En de verhalen over het grote succes van Brainport in Eindhoven zijn overdreven. Eindhoven had altijd al technologische industrie. Het laboratorium van Philips was er tachtig jaar geleden al. Het grootste deel van deze economie was er ook zonder Brainport geweest.”

Verspagen hoopt dat Brainport een eind kan maken aan de concurrentiestrijd tussen Limburg en de regio Eindhoven. Toen de Universiteit van Maastricht het plan voor een bètaopleiding presenteerde, reageerde de Technische Universiteit Eindhoven woest. „De toon en intensiteit van die discussie was niet productief”, zegt Verspagen.

De sfeer tussen de regio’s was twee jaar geleden ’zeer, zeer slecht’, zegt Jos Hessels, gedeputeerde voor economie in Limburg. Toen er gepraat werd over de verdeling van rijkssubsidie, hadden de Limburgse en Brabantse vertegenwoordigers van provincie en bedrijfsleven ’bijna ruzie’. „Elke euro die naar Brabant ging, moest ook naar Limburg.”

Die tijd is nu voorbij, zegt hij. „Ik heb er bij mijn aantreden een eind aan gemaakt. Ik ben meteen met burgemeester Van Gijzel van Eindhoven gaan praten.” Wethouder Brink van Eindhoven valt hem bij. „We wonen allemaal in Nederland. Jouw boterham is de mijne, maar juist door de grote verscheidenheid in het gebied rijden we elkaar niet in de wielen.”

Het Brainportgebied houdt wat hem betreft niet op bij de landsgrens. Ook in het nabije buitenland staan technische en medische universiteiten waar Zuidoost-Nederland wat aan heeft. „Brainport strekt zich uit tot Leuven en Aken.”

Jan Hoefnagels, financieel directeur van Virtual Proteins, heeft een driedimensionaal paar longen op het scherm getoverd. Wie door een speciale microscoop kijkt, kan de longen in de lucht ronddraaien met zijn hand of er een dwarsdoorsnede van maken. Deze longen zijn van een echte patiënt, die via een CT-scan in het systeem zijn gezet. Artsen kunnen zo elk hoekje in 3D bekijken, zonder dat daar aparte scans voor nodig zijn. Brink luistert geboeid.

Virtual Proteins maakte een vliegende start op de campus. Samenwerken met toeleveranciers is er gemakkelijk. Bovendien lift het bedrijf mee op de goede reputatie van de campus. Dat levert nuttige buitenlandse contacten op, vertelt Hoefnagels. Belangrijke campusbezoekers wippen ook hier even binnen. Hoefnagels wijst op de 3D-microscoop. „Koningin Beatrix heeft daar al een keer door gekeken.”

Hij is zeer tevreden over Brainport Development, een organisatie waar de bedrijven met vragen terecht kunnen. „Ze zitten hier op de campus, dus ik spreek ze regelmatig. Ze attenderen ons op fondsen waar we een beroep op kunnen doen. Afgelopen week kregen we nog een tip over een bedrijf dat interessant is voor ons.”

Hij hoopt dat die toegankelijkheid niet verloren gaat als Brainport groter wordt. „Voor overleg zal het niet makkelijker zijn”, zegt hij. „Maar wie weet levert het wel weer interessante contacten op.”

Virtual Proteins doet zaken met medische faculteiten in het hele land, inclusief de Universiteit van Maastricht. Hoefnagels lacht. „Inderdaad, daar hadden we Brainport niet voor nodig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden