'Het botst te weinig op redacties'

Hoogleraar journalistiek Mark Deuze Beeld UvA

Met het openbaar maken van het rapport van de Onderzoekscommissie brongebruik Trouw, heeft de krant aangegeven dat er ruimte is voor reflectie. Mark Deuze, hoogleraar journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam juicht dat toe. Er kan volgens hem veel meer gediscussieerd worden op redacties.

Afgelopen weekend werd bekend dat Trouw de handen af trekt van 126 artikelen van de vorige maand ontslagen redacteur Perdiep Ramesar. Er is grote twijfel ontstaan over de betrouwbaarheid van de bronnen die in die verhalen werden gebruikt. Ook presenteerde de onafhankelijke onderzoekscommissie de resultaten van een wekenlang onderzoek. De conclusies: Ramesar heeft de afgelopen jaren 'een onverklaarbaar groot aantal niet-traceerbare bronnen gebruikt'. Dat kon onder meer gebeuren door de cultuur op de redactie.

Diversiteit
Hoe nu verder? Deuze kijkt enerzijds naar reflectie op micro-niveau "Wat ging er mis? Waarom heeft Ramesar vijf verschillende chefs gehad in zeven jaar tijd? Hoe zit het met de continue stoelendans op de redactie? En welke rol spelen de bezuinigingen bij de krant?" Maar belangrijk vindt Deuze ook dat in de reflectie het 'macro-niveau' aandacht krijgt. En dat gaat de hele journalistiek aan.

"Ik denk dat het voor journalisten moeilijk te slikken is, maar ze zijn steeds meer op elkaar gaan lijken. Waar is de diversiteit op redacties gebleven? En dan heb ik het niet alleen over kleur. Het gaat ook om man-vrouwverhouding, verschillende waardepatronen of diverse economische en sociale achtergronden." Het gevolg van zo'n homogene groep is volgens Deuze tweezijdig: aan de ene kant nemen mensen elkaar de maat bijna niet meer. Het botst weinig op redacties. "Dat lees je ook in het rapport van de onderzoekscommissie terug: redacteuren konden zich niet voorstellen dat een van hen zoiets zou doen. Want zij doen het zelf ook niet."

Vertegenwoordiger van groep
Aan de andere kant worden mensen die afwijken van de meerderheid anders behandeld in een homogene groep. "Dat speelt niet alleen op redacties, maar dat zie je overal. Of je nou de enige vrouw bent, de enige met een Turkse achternaam of de enige Brabander, mensen zien je niet alleen als collega, maar ook als vertegenwoordiger van die groep."

Met zijn betoog zegt Deuze niet dat er een verband is tussen het feit dat Ramesar van Surinaams-Hindostaanse afkomst is en dat wat er gebeurd is rond zijn brongebruik, benadrukt hij. "Maar mensen zijn bij twijfels niet direct naar hem gestapt: laten we eens de kroeg in gaan om te praten over waar je mee bezig bent. Daar komt bij dat hij ook nog eens schreef over onderwerpen, problemen in de Haagse Schilderswijk bijvoorbeeld, waar Nederlandse media sowieso al heel krampachtig mee omgaan."

Deuze ziet overeenkomsten met de kwestie van Jayson Blair bij de New York Times. Hij werd in 2003 ontslagen bij de Amerikaanse krant omdat hij plagiaat pleegde en een deel van zijn verhalen verzon. "Ook bij de New York Times was het een dynamische tijd, met verschuivende functies en verloop van chefs", zegt hij. "Maar ook daar heerste het gevoel: we hebben eindelijk een Afro-Amerikaans in dienst."

Journalistiek exclusief vak
De vele bezuinigingen bij kranten hebben niet geholpen bij het vergroten van de diversiteit op redacties, zegt Deuze. De toegang tot het vak is exclusief geworden. "Degene die journalistiek gaan studeren, horen vanaf dag één dat er geen banen zijn. Ze doen stages, verlengde stages, krijgen misschien een leerervaringsplek en dan, na een paar jaar freelancen, komt er wellicht een gaatje op de redactie vrij. Wie kunnen zich dat veroorloven? Dat zijn mensen die geld hebben.

"Ook zouden we bij de opleidingen wellicht op een andere manier moeten selecteren. Het is al een aantal jaar onze frustratie dat de jongens en meisjes die door de selectie komen op de UvA allemaal op elkaar lijken. Geef je niet het perfecte antwoord op de vraag: wat is de rol van de journalistiek in de samenleving, dan val je af. Terwijl het misschien goed is om een keer een andere visie te aanvaarden. Datzelfde zouden redacties moeten doen."

Gelauff: Onderlinge controle moet scherp zijn

Een aanleiding om goed na te blijven denken over ingeslopen gewoontes op redacties en over het scherp houden van de onderlinge controle onder journalisten, zo beschouwt de voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren, Marcel Gelauff, het onderzoeksrapport over het brongebruik bij Trouw. Gelauff, hoofdredacteur van de NOS-nieuwsredactie, las het rapport over niet-verifieerbare bronnen van ex-Trouw-verslaggever Perdiep Ramesar niet alleen als een oordeel over een journalistieke eenling. "Het is ook een leerzaam inkijkje hoe verkeerde processen en gewoontes op een redactie er kunnen insluipen."

De cultuur op de redactie van Trouw was er één van groot onderling vertrouwen, die te laat leidde tot ingrijpen tegen het verkeerd gebruik van anonieme bronnen en gefingeerde namen, stelde de Onderzoekscommissie brongebruik vast. Een belangrijke les, volgens Gelauff: "Niet alleen in de journalistiek, in elk bedrijf dreigt soms een te eenzijdig gerichte cultuur, wanneer daar te weinig instroom is van buiten en wanneer er weinig aandacht wordt gegeven aan de controlemechanismen".

Als NOS-baas raadt hij zijn journalisten aan het oordeel van de commissie te lezen. "Om ons opnieuw te realiseren hoe we altijd scherp moeten blijven opletten." Volgens Gelauff is het wel zo dat bij een organisatie als het 'NOS-Journaal' meer samengewerkt moet worden door verslaggevers in het veld, redactiechefs en eindredacteuren. Bij een krant, technisch minder gecompliceerd, werken journalisten soms meer in hun eentje. "Dan is het wel de verantwoordelijkheid van een hoofdredactie om voldoende controle te organiseren."

Of het genootschap over de affaire gaat discussiëren is nog niet duidelijk. Gelauff: "Ik kan me voorstellen dat we een debat over anonieme bronnen houden. Wat is de definitie precies? Als je ze inzet, hoe doe je dat op een zinvolle, journalistieke manier?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden