Het bosgevoel, voor iedere portemonnee

Mevrouw Bakker heeft geen eigen parkeerplek, noch een privé-tuin waarin ze haar rozen en fuchsia's kan kweken. Mevrouw Bakker bezit wel een dakterras, en haar Golf staat, een tikkeltje schuin, op een boomstronk geparkeerd. ,,De vrijheid van het uitgestrekte bos staat voorop', promoot H. Oerlemans van het bureau Okra Landschapsarchitecten. ,,De bewoners van ons bos houden niet van al die afgebakende eigen tuintjes. Ze kiezen liever voor de rust van het bos, voor de natuur, voor de onthaasting.'

Mevrouw Bakker is nu nog een gefingeerde persoon. Binnenkort niet meer, hoopt Oerlemans, want als hij eenmaal een gemeente voor zijn 'nieuwe boswoningen' heeft gestrikt, staan er vele Bakkers voor zo'n woning in de rij. Nederland is dan een nieuw type woonwijk rijker. ,,Wij willen de eentonigheid in al die nieuwe Vinex-wijken doorbreken. Ons bureau werkt zelf aan die wijken mee: als er al aan bomen wordt gedacht, zijn dat er hooguit vijf in een straat die verder uit rijtjeshuizen bestaat.'

De architecten van Okra ontwierpen een boswijk nieuwe stijl: eerst worden de bomen geplant, later verrijzen de huizen. Het best geschikt acht Oerlemans bomen die niet te dik en niet te dun zijn, dat wil zeggen met een gemiddelde stamdikte van 25-30 centimeter en een gemiddelde afstand tussen de bomen van 3,5 tot 5 meter. Staan de bomen te dicht op elkaar, dan vermindert dat het zicht, waarmee het 'bosgevoel' verdwijnt. ,,En juist dát willen we oproepen', ambieert Oerlemans, ,,wij denken dat de bewoners die hiervoor kiezen, niet in één groep zijn te vangen. Ze hebben hooguit één ding gemeenschappelijk: ze houden van ruimte, onverharde paden en dwalen in het bos.'

Het ontwerp, waarmee Okra vorig jaar meedeed aan een onderzoek naar vernieuwende vormen van verstedelijking door de Rijks Planologische Dienst (RPD) en de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV), voorziet in huizen voor elke portemonnee. Per locatie kan gekozen worden voor vrijstaande lage woningen (die volledig onder het kronendak van de bomen blijven), voor appartementen of huizen van enkele verdiepingen hoog (die met de bovenste woonlagen tot tot in het bladerdak reiken) of voor kleinere of grotere openingen in het bos die door huizen of appartementen worden 'opgevuld'. Ook een hoge flat in een groter gat in het bos is denkbaar, maar dat moet liefst uitzondering blijven. ,,In een toren die echt boven de bomen uitsteekt, verlies je het contact met het bos.'

In hun beoordeling spreken de RPD en de SEV van een veelbelovend ontwerp dat ,,op veel plaatsen in ons land een ontbrekend woonmilieu kan opleveren'. Ook Jos Jonkhof van Alterra, een instituut dat de groene ruimte van Nederland onderzoekt, prijst de gedachte om huizen en de aanplant van bomen te combineren. ,,Het is eigenlijk bizar dat we zoiets niet allang hebben. Altijd worden maar eerst die huizen neergezet. Al die nieuwe wijken blijven jaren kaal, bewoners die een boom willen, moeten daarover eerst overeenstemming met de buren zien te bereiken.'

Maar, erkent Jonkhof, Okra's mooie plaatjes brengen ook een schrikeffect teweeg. Lieve help, als nu ook nog bossen met huizen worden volgeplempt, is er dan nog een plek in Nederland waar het zicht niet door een huis of wagenpark wordt verstoord? Maakt dit niet de weg vrij voor initiatieven die ook de wat oudere bossen met stenen zullen verpesten?

,,Je moet elke locatie eerst goed onderzoeken', tekent Jonkhof aan, ,,natuurlijk moet je dit niet in heel Nederland doen, maar er zijn zeker plekken waar ik het kansrijk acht. In de reconstructiegebieden bijvoorbeeld, waar veel boeren zullen stoppen met hun bedrijf, moeten we innovatie stimuleren. Waar eerst de melktanks voorbijragden en het milieu dagelijks vervuilden, zie je dan bewoners die met paddestoelen- en vogelgidsen op pad gaan. Dat kan toch pure winst zijn?'

Als projectleider 'groen wonen' onderzoekt Jonkhof voor het ministerie van Vrom (volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer) en LNV (landbouw, natuurbeheer en visserij) de mogelijkheden van woningbouw buiten de steden. 'Groen' is een breed begrip, ook wonen aan of op het water (blauw) of op zandgronden schaart Alterra eronder. ,,Het wemelt van zulke 'groene' plannen', vertelt Jonkhof, ,,de ontwerpbureaus stikken in het werk. Vroeger waren het vooral de gemeenten die de opdrachten gaven, nu zijn het ook woningcorporaties, projectontwikkelaars en combinaties van gemeenten en milieuorganisaties. Zelfs waterschappen hebben over de inrichting van Nederland uitgesproken ideeën.'

Vooral het ministerie van Vrom staat hierdoor onder druk. Enerzijds van al die opdrachtgevers die wat willen, anderzijds van organisaties of particulieren die voor de natuur en het behoud van open ruimte waken. Neem de gemeente Maasbommel, waar onlangs de verkoop van 50 drijvende recreatiewoningen van rond de 500 000 gulden is gestart, of Den Bosch, waar totaal negen moderne kastelen (bestaande uit huizen en appartementen) zullen verrijzen. ,,Deze projecten worden daadwerkelijk gerealiseerd', sust Jonkhof, ,,maar veel ideeën komen niet verder dan de tekentafel. De emoties over zulke ontwerpen lopen hoog op, maar een deel van de discussie speelt zich in een virtuele wereld af. De deelnemers denken ten onrechte dat het er allemaal al staat.'

Ook bij de RPD, het planbureau van minister Pronk (Vrom), bespeurt de planoloog Jonkhof koudwatervrees. Omdat het huidige beleid op versterking van de steden is gericht (de 'com pacte stad'), is Pronk huiverig voor elk bouwplan dat het landelijk gebied treft. ,,Voor de RPD is groen wonen pas een optie als andere mogelijkheden afvallen', ervaart Jonkhof, ,,wij moeten altijd eerst een rijtje afwerken: a) kan het niet in de stad, b) aan de stadsrand, of c) bij de stad. Pas als dat allemaal niet kan, mag een locatie in het landelijk gebied in beeld komen.'

Volgens Jonkhof is het veel vruchtbaarder de scheiding tussen stad en land te laten varen. Hij ziet Nederland als één landschapspark, met uiteraard tal van variaties en schakeringen daarbinnen. ,,Buitenlanders roemen Nederland om zijn harmonie tussen stad en land. Buitenlandse planologen zien Nederland als één groen landschapspark, terwijl wij maar blijven vasthouden aan het beeld van die volle stad versus het lege landelijke gebied.'

Binnenkort hoopt Jonkhof, in opdracht van Vrom en LNV, een catalogus met bestaande voorbeelden van groen wonen te publiceren. ,,Feitelijk woont half Nederland al in een stadspark', leerde Jonkhof uit deze inventarisatie. ,,Toch blijven de ruimtelijke ordenaars op die stad gefixeerd. Maar het com pacte-stadbeleid loopt vast. Elke keer wéér zo'n ringetje om de stad, d t vreet pas aan het landschap. Hoelang ga je daarmee door?'

Door studies en debatten hoopt Jonkhof clichés te ontzenuwen (,,de lege ruimte raakt echt niet zomaar vol') en de voors en tegens van het groene wonen met empirische gegevens te staven. Zo publiceerde Alterra net een onderzoek waaruit blijkt dat de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen per saldo tot een grotere vraag naar het groene wonen leiden. Het toenemend aantal ouderen en allochtonen vergroot weliswaar de druk op wonen in de stad, maar de stijgende welvaart en alle technologische innovaties betekenen een nog grotere druk op wonen in het groen. Vooral nu de woning steeds vaker als werkplek (telewerken), school (tele-educatie) en winkel (teleshopping) wordt gebruikt, kan de behoefte aan wonen in het groen volgens de onderzoekers 'spectaculair' groeien. De trek uit de steden kan ook de minister niet stoppen.

Voor de voorbeeldcatalogus waar Jonkhof en zijn collega's aan werken, legden zij vele kilometers af. Soms daartoe extra aangespoord door Pronk, die erop staat dat ook projecten voor mindervermogenden worden afgebeeld. ,,Voor Pronk is groen wonen gelijk aan rijk wonen', weet Jonkhof, ,,hij hamert steeds op de toegankelijkheid. 'Arm wonen in het groen moet ook kunnen', zeggen zijn ambtenaren steeds. Dus reden we met bussen vol - fotocamera's mee - naar Amersfoort, naar ouderwetse sociale woningbouw in het bos.'

Pronk, toch vooral bekend als minister van ontwikkelingssamenwerking, denkt op dit punt niet anders dan de oudere garde van de ruimtelijke ordenaars, constateert Jonkhof. De sociaal-democratische gedachte dat groen wonen alleen de rijken ten goede komt, zit de ordenaars in de genen. ,,Het moet een keer fout gaan', voorspelt ook Jonkhof, ,,er is een groep die niet van de groeiende welvaart profiteert. Ik heb het gevoel dat die groep groeit. Neem die middengroepen, zitten die allemaal leuk te e-mailen thuis?'

Toch moet Pronk zich niet te behoudend opstellen, vindt Jonkhof. Zorgboerderijen bijvoorbeeld, waar verstandelijk gehandicapten werken of demente ouderen overdag verblijven, moeten door de inspecteur ruimtelijke ordening niet onder het vergrootglas worden gelegd. Ook al zijn er wat extra gebouwen nodig, of moet het zandpad worden geasfalteerd om de gehandicapten te kunnen vervoeren, het is toch een prachtig voorbeeld van de meerwaarde die het landelijk gebied kan vervullen?

Ook het idee van drijvende tuinbouwkassen, waar diverse organisaties nu aan werken, wijst Jonkhof niet op voorhand af. ,,Afhankelijk van de locatie, zouden kassen de ruimtelijke kwaliteit van een gebied juist kunnen verbeteren. Hoe meer ervaringen, hoe liever, als er maar wel juridische instrumenten komen waarmee mislukte projecten weer opgeruimd kunnen worden.'

Want, beaamt Jonkhof een bekende verzuchting van Pronk, slopen is in Nederland nog moeilijker dan bouwen. Van de 200 projecten die hij onder ogen krijgt, schat Jonkhof dat er 180 altijd fantasie zullen blijven. Tien projecten zullen ,,bijzonder innovatief en leerzaam' zijn, de resterende tien leveren ongetwijfeld veel problemen op. ,,Daar moet je iets aan kunnen doen, je moet geen bosbewoners krijgen die met hun Harley-Davidson komen aanscheuren, of bosvilla's die door grote hekken worden omgeven.'

Intussen legt Oerlemans de laatste hand aan een kaart met alle locaties die hij in Nederland voor zijn boswijken geschikt acht. Op zijn eerste kaart stonden zeker honderd veelbelovende groene vlekken, maar een groot aantal viel snel af omdat de betreffende gemeente volgens het streekplan niet mag bouwen. Onderzoek naar de grondsoort leverde nog meer afvallers op, omdat de bomen in de nieuwe wijk snel moeten kunnen groeien. ,,Op de Veluwse zandgronden moeten we dus niet zijn.'

Ook locaties waar geen bestaand bos in de buurt is veegde Okra weer van de kaart. In de visie van de landschapsarchitecten moeten hun nieuwe bossen aansluiten op oude, zodat een groot natuurgebied ontstaat. ,,Wij willen de trend doorbreken dat mensen aan hun tuintje en parkeerterrein blijven hangen. Dat kan alleen als ze om de hoek twee uur kunnen dwalen, boomhutten mogen bouwen en herten kunnen zien. Alleen nieuwe bomen is dan niet genoeg.'

Een huis in het bos is binnenkort ook voor de modale inkomens betaalbaar, als het aan landschapsarchitect Oerlemans ligt. Zijn bureau ontwerpt woningen zonder tuinen, maar wel tussen de bomen. Anders dan in een Vinex-wijk wor den in een boswijk eerst de bomen geplant en pas daarna de huizen gebouwd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden