'Het bos opruimen? Niet doen.'

Al is het vaak erg stil, wie midden in de natuur woont, wil er niet meer weg. Een serie van vier portretten in het groen. Vandaag het uitzicht van boswachter Jaap in 't Veld op het Buurserzand.

Vanuit het dorp Buurse, schilderachtig gelegen in het Twentse land tussen Haaksbergen en de Duitse grens, is het nog een flink eindje hobbelen over een zandweg voor je de dienstwoning van Jaap in 't Veld hebt bereikt. Zijn huis ligt midden in het Buurserzand. Rondom louter natuur: heidevelden, hier en daar een bosschage en natuurlijk de jeneverbessen waar dit gebied beroemd om is. De dichtstbijzijnde buren wonen 500 meter verderop.

Een mens kan er alleen maar van dromen op zo'n onwaarschijnlijke locatie te wonen. Maar als boswachter van Natuurmonumenten kun je zo'n geluk nog wel eens treffen. Of beter gezegd 'kon', want het fenomeen dienstwoning is niet meer vanzelfsprekend. Toen In 't Veld (49) hier achttien jaar geleden als boswachter begon, was het nog verplicht om de dienstwoning te betrekken. Maar gaat hij met pensioen, dan zal Natuurmonumenten dit huis waarschijnlijk verkopen met de grond in erfpacht, of als vakantiewoning uitgeven. "Alleen als we dit huis te zijner tijd kunnen huren, is er nog een mogelijkheid hier te blijven. Kan dat niet, ja dan zullen we toch terug naar het dorp of de stad moeten," zegt hij met een spijtig lachje. "Dat zal in het begin wel heel erg tegenvallen, want je wordt hier tamelijk vrijgevochten."

Jaap in 't Veld is een echte buitenman. Hij groeide op in Leerdam waar zijn ouders een bloemenwinkel hadden en een kwekerij, en was eigenlijk altijd buiten te vinden, om te spelen en slootje te springen. "Op de lagere school wist ik al dat ik boswachter wilde worden. In de EO-gids zat toentertijd de rubriek 'Het wel en wee van een boswachter'. Mijn tante knipte die stukjes voor me uit, ik heb ze pas nog teruggevonden. Een boswachter op de Grebbeberg vertelde erin over zijn werk - machtig interessant vond ik dat. De decaan op de mavo probeerde me mijn droom uit het hoofd te praten. In Nederland is zo weinig natuur en bos, zei hij, als dat je toekomst moet worden, zie ik het somber in."

Hobbels overwinnen
Maar de jonge Jaap hield vol, want wat hij in zijn hoofd had, moest gebeuren. "Dat is ook de boodschap die ik mijn eigen kinderen meegeef: als je iets erg graag wilt en je gaat ervoor, dan moet je heel wat hobbels overwinnen maar uiteindelijk gaat het je lukken." Hij trof het, na de middelbare landbouwschool toegelaten te worden tot de middelbare bosbouwschool in Velp, waar hij zich specialiseerde in bosbouw en natuurbeheer. Een 'super'-opleiding, maar uitzicht op een baan was er nauwelijks. "We zitten nu in een crisis, maar midden jaren tachtig was dat niet veel anders. De werkloosheid was hoog en ook in de bosbouw- en natuursector kwam maar mondjesmaat een baantje vrij."

Hij vond tijdelijk werk bij de Grontmij, ging in dienst en werkte daarna vier jaar bij aannemers in de groenvoorziening en in de bosbouwexploitatie. "Maar mijn droom was niet tot in lengte van jaren boompjes te blijven zagen." Hij gooide her en der eens een balletje op en in 1990 lukte het: boswachter kon hij worden, bij het Goois Natuurreservaat. "Apetrots was ik, ik sprong een gat in de lucht." Maar in plaats van natuurbeheer kreeg hij vooral toezichthouderstaken op zijn bord. Verder zoekend kwam hij als boswachter bij het Zuid-Hollands Landschap terug in zijn geboortestreek. In 1995 kon hij bij Natuurmonumenten aan de slag, in Buurse. "Eindelijk had ik wat ik zo graag wilde: de eindverantwoording over een natuurgebied."

En meteen ook over een heel bijzonder gebied. "Het Buurserzand is echt nog een beetje oerlandschap, veel minder gecultiveerd dan het veenweidegebied waar ik vandaan kom, waar in de slootjes en rechtgetrokken kavels de mensenhand wel heel erg is terug te vinden. Dit oude zandlandschap met zijn natte heidegebieden, blauwgraslandjes, parnassia, gentiaanblauwtjes, jeneverbessen en sinds een paar jaar ook weer een gezonde populatie dassen, is voor een natuurbeheerder om van te smullen. Op onze woonplek zelf was ik op slag verliefd. Maar omdat het hier toch wel heel erg achteraf wonen is, besloten mijn vrouw en ik het een jaar te proberen en als het zou tegenvallen, iets anders te zoeken. Zoveel tijd hadden we niet nodig, na een paar weken wisten we dat we op deze gouden plek wilden blijven."

Voor hem is het 'gewoon' na zoveel jaren, maar als hij er bewust bij stilstaat, beseft In 't Veld wel degelijk hoe bevoorrecht hij is, dag in dag uit midden in dit oude landschap te vertoeven. "Eigenlijk merk ik elke dag hoe bijzonder dat is. Ik leef hier, net als een boer, met de seizoenen. De hele cyclus van het leven om mij heen kan ik op de voet volgen, ik zit er letterlijk met mijn neus bovenop. Wij hebben bijvoorbeeld bosuilen in de tuin. Die kunnen in januari al op eieren zitten, dus in de winter kun je dat vast een beetje volgen. Als dan op een gegeven moment de jongen uitkomen, wordt het heel druk. De ouders vliegen af en aan met voedsel. Dan breekt de fase aan dat de jongen steeds meer los moeten komen van de ouders. Eerst zitten ze nog een beetje rond het huis bij ons, vervolgens gaan ze wat verder weg zitten roepen om prooi en op den duur zijn ze groot genoeg om hun eigen weg te gaan."

Zo heeft in de natuur elk opeenvolgend seizoen zijn bijzonderheden, waar In 't Veld naar uitkijkt en van geniet. "De eerste bloemen van de vroege lente, zoals de dotterbloem en de bosanemoon en wat later de pinksterbloem. En daarna de reekalfjes weer. Die jaarlijks terugkerende cyclus vind ik fraai om te beleven." De boswachter heeft die 'seizoenen-timetable' van de natuur helemaal in zijn hoofd zitten. En na een lange winter zoals dit jaar, is hij ook extra benieuwd naar de effecten van het weer: wat zal de eerste bloem zijn en welke vlinder zal hij voor het eerst zien?

Ander tijdschema
"Heel verrassend is dat, hoe de natuur op het weer reageert. Deze lente kwam de natuur drie à vier weken later op gang dan in voorgaande jaren. Maar toch is ze flexibel genoeg om zich aan een ander tijdschema aan te passen. Of aan extreem weer, zoals in de winter van 2005. Een strookje Twente-Achterhoek-Veluwe is toen getroffen door enorm zware sneeuwval. Wij zaten er middenin. Hoogspanningsleidingen sneuvelden, grote takken braken uit eiken - we hoorden ze vanuit huis op de grond ploffen. En ook de soms honderden jaren oude jeneverbessen, die hier op het Buurserzand zo ongeveer heilig zijn, raakten zwaar gehavend. Wij hebben twee dagen zonder stroom gezeten en konden geen kant meer op. Gelukkig hebben we een houtkachel, dus het huis konden we warm stoken. Maar hoe moesten bijvoorbeeld de kinderen naar school? Je wordt dan vanzelf gedwongen je aan te passen aan de omstandigheden."

Toen het noodweer voorbij was, zagen In 't Veld en zijn collega's de ravage in de natuur. "Nederlanders willen alles altijd graag netjes en geordend hebben, dus na een paar weken begonnen bezoekers van ons natuurgebied te vragen of we niet moesten gaan opruimen en snoeien, want het zag er toch niet meer uit. Maar wij voelden daar niets voor, want de natuur pakt dat heel anders aan dan mensen. Zij is veerkrachtig genoeg om zich op haar eigen manier aan te passen en te herstellen. Je moet gewoon geduld hebben. We zijn nu acht jaar verder en zien dat de jeneverbessen inderdaad weer zijn uitgelopen. Het gaat langzaam, maar die veerkracht, dat flexibel reageren van de natuur op extremen, vind ik wel heel bijzonder om te zien en te volgen. Ik vind het een voorrecht om dat van zo nabij mee te maken."

Het kalme tempo van de natuur nodigt ook uit om zelf tot rust te komen, vindt In 't Veld. "Ik kom overdag soms in overlegsituaties waar het hard tegen hard gaat, waar we echt moeten vechten om de natuur, die de laatste jaren nogal in het verdomhoekje zit, op de agenda te houden. Als ik dan 's avonds thuiskom, vraag ik me wel af waar we toch mee bezig zijn. Maar als ik dan met de hond naar buiten ga, kan ik alles even laten betijen. Dan is de natuur wel een heel goede plek om je te bezinnen. Naar het voorbeeld van de Aboriginals heb ik voor mezelf een 'thinking place' uitgezocht in de natuur. Een mijmerplekje waar ik me aan het eind van de dag even terug kan trekken, rust nemen en de dag overdenken. Het is een heel mooi plekje, aan de zuidkant van het gebied vlak bij de Buurserbeek, maar waar precies, heb ik aan niemand verteld."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden