Het boek over 'alles'

,,Ik schrijf zoals je in het donker een keldertrap afloopt. Dat mijn voet de volgende tree vindt is het enige dat telt', zegt de schrijver Jonathan Safran Foer. Zijn nieuwste boek is een zoektocht naar alles'. Een gesprek met de schrijver.

Jonathan Safran Foer schreef een roman over zijn zoektocht naar het verleden van zijn grootvader. Die zoektocht was op niks uitgelopen, het boek liep uit op ... alles. Daar bleek het namelijk over te gaan toen het af was: over alles. Niet zozeer was de zoektocht naar de grootvader naar de achtergrond verdwenen, nee, er was op de voorgrond gewoon steeds meer bijgekomen. Foer: ,,Bij het schrijven ontdekte ik dat mijn geest wilde zwerven en onderzoeken, en dat ik mijn ervaringen eerder als het canvas dan als de verf moest gebruiken voor het beeld dat ik wilde schilderen.'

Zo ontstond 'Alles is verlicht' (Everything is illuminated), waarin de held inderdaad op zoek gaat naar de waarheid omtrent zijn grootvader, en inderdaad zonder die te vinden, maar waarin verder hele geschiedenissen overhoop worden gehaald. Het verhaal bestrijkt uiteindelijk meerdere eeuwen, waarover door verschillende personages verteld wordt. Het boek eindigt in de Tweede Wereldoorlog, en de humor waarmee het hele verhaal doorspekt is maakt plaats voor de huiver over de verwoesting van de joodse gemeenschap in Oost-Europa.

De structuur van het boek is een verhaal op zichzelf, en ook dat verhaal wordt in het boek verteld, want het gaat, zoals gezegd, over alles.

Op zijn vijfentwintigste maakt Foer nu een tournee ter promotie van zijn boek. ,,De stomste vraag is altijd: wat vinden je ouders van het boek. Als mijn vader een boek had geschreven, zou iemand mij dan vragen wat ik ervan vond?' zei hij vorige week tegen het publiek dat in groten getale op zijn lezing in Amsterdam was afgekomen. Daarmee was de kwestie van zijn leeftijd afgedaan.

Opgewekt en zonder een spoor van onzekerheid wond hij het publiek om zijn vinger, terwijl hij sprak zoals hij schrijft, over alles. Over de tegenstelling tussen fietsen en schrijven bijvoorbeeld. Het een wordt makkelijker naarmate je ouder bent, het ander moeilijker. Over wat zijn zoektocht naar het verleden van zijn opa had opgeleverd. ,,Niets. En ik bedoel niet het niets uit de minimalistische kunst of zo, maar gewoon niets, de grote teleurstelling.' En over schrijven: ,,Ik schrijf zoals je in het donker een keldertrap afloopt. Dat mijn voet de volgende tree vindt is het enige dat telt.' Een echo van, misschien een verwijzing naar, het adagium van Henry James: we work in the dark, we do what we can.

In zijn hotel, enkele uren eerder, had Foer (,,Je spreekt het uit zoals het cijfer four. Het is een naam uit het oosten, die verbasterd is toen mijn familie naar Amerika kwam') verteld dat hij nooit iets voorbereidde voor zulke lezingen. ,,Het is belangrijk dat het spontaan gaat.'

Zoals een vader zou kunnen spreken over zijn pasgeboren kind, in serene aanvaarding van het wonder, praat Foer over zijn boek. ,,Er zijn eindeloos veel verhalen die verteld kunnen worden, het is niet belangrijk welke je kiest, het gaat om het vertellen.'

Hij heeft zijn boek in de wereld gezet zonder een bepaalde boodschap of een bedoeling. ,,Alles is verlicht geeft een beeld van de volheid van de wereld met verhalen, ik verkondig geen waarheid en ik los geen raadsels op', zegt hij. Dat mag zo zijn, het boek waarover hij het heeft spreekt over de holocaust op de meest indringende manier (je zou het een getuigenis willen noemen, ook al was de schrijver nog niet geboren toen de gebeurtenissen plaatsvonden), alsof het juist wil zeggen: zó was het, weet dit, vergeet het nooit lezer. Foer: ,,Het was kennelijk een verhaal dat in mij aanwezig was. Ik heb het onderwerp niet gezocht.'

De uitdrukking op zijn gezicht is niet arrogant, zeker ook niet verlegen, niet zeer ernstig maar zeker ook niet spottend. Het is vooral het gezicht van een keurig opgevoede jongeman.

,,Schrijven vereist het tegengestelde van luiheid. Je mag er wel bij op de bank gaan liggen, maar je moet opstaan en een pen pakken elke keer dat er een mooie zin in je opkomt. Misschien wel twintigduizend keer. Net zolang totdat je een boek hebt', legt hij uit. Het is onmiskenbaar dat 'Alles is verlicht' de sporen draagt van deze aanpak. De structuur van het boek is complex, met meerdere vertellers die elkaar het woord geven en in de rede vallen, verspringende tijden en allerlei verhaallijnen. ,,Het is een verhaal over het vertellen van verhalen.'

Klinkt dat niet als een postmodernistische literatuuropvatting, waarin spelen met de vorm en het simultaan brengen van meerdere versies van een verhaal middelen zijn om aan te geven dat er niet één waarheid is? ,,Postmodernisme gaat altijd over vervreemding, de afwezigheid van intimiteit. Mijn boek staat bol van intimiteit.'

In antwoord op de vraag hoe autobiografisch zijn boek is, citeert hij uit de dagboeken van de Mexicaanse schilderes Frida Kahlo: ,,Ik schilder mijn werkelijkheid.' Daarmee wil hij zeggen: het is autobiografisch, ik schilder na wat ik heb meegemaakt, anderzijds: ik beschilder de feiten, ik laat ze er anders uitzien. ,,De poging om van de feiten een verhaal te maken is belangrijker dan de feiten zelf', zegt hij. Later in de lezing zal hij zeggen dat ,,boeken de scherpste zelfportretten zijn.' Maar tegenstrijdigheden zijn voor hem onderdelen van het verhaal zelf. Als hij zegt ,,ik kan me vergissen. Misschien heb jij wel gelijk' is hij beleefd, ironisch en volkomen ernstig tegelijk.

Het zint hem niet dat het zelfportret dat een schrijver met zijn boek aflevert doorgaans zo zonder weerwoord van de lezer blijft. Daarom deelt hij aan het eind van zijn lezingen aan hemzelf geadresseerde enveloppen uit, in de hoop dat de mensen die zijn boek gelezen hebben en hem over zichzelf hebben horen vertellen, er gebruik van maken om hem ook iets persoonlijks te vertellen. ,,Aanvankelijk dacht ik dat er vroeg of laat iets mee te doen zou zijn, maar wat de mensen mij sturen is zo persoonlijk... dat koester ik maar ik zal het niet naar buiten brengen.'

Hij vertelt over Princeton, de chique universiteit waar hij colleges volgde bij Joyce Carol Oates. Deze beroemde Amerikaanse schrijfster, vertelt Foer, hangt de stelling aan dat in elke groep studenten minstens één iemand de potentie had om de Nobelprijs te winnen. ,,Ze vertelde ons dat talent minder zeldzaam is dan vaak wordt gedacht. Zeldzaam is vooral de consistentie die het vereist om met je eigen talent om te gaan. Om telkens terug te keren naar die bron in jezelf, en je te oefenen in het putten daaruit. Op de deuren van vele ijskasten hangen kindertekeningen die niet onderdoen voor Picasso. Het verschil is dat Picasso consistent was en bleef volhouden.'

In de kamer die met een ruim gebaar de bibliotheek van het hotel genoemd wordt, staat Foer op om Joyce Carol Oates na te doen. Met het hoofd schuin en de armen vrij dartelend langs zijn lijf loopt hij naar een wand met boeken. Wijst met een langgerekte wijsvinger willekeurig een paar ruggen aan, als iemand die tijdens een wandeling in het park vrolijk een vogeltje nawijst terwijl bekend is dat hij thuis honderden opgezette exemplaren bewaart en heeft ontleed. ,,Haar verschijning is licht en vluchtig', zegt hij over JCO, ,,maar haar kennis is zo groot en haar oordeel zo scherp dat het voor een normaal mens eigenlijk niet mogelijk is zich helemaal op z'n gemak te voelen in haar nabijheid. Terwijl ze ook een lieve vrouw is.'

'Alles is verlicht' is een bijzonder joods boek, in de zin dat de hoofdpersoon, genaamd Jonathan Safran Foer, joods is, het de geschiedenis van de

sjtetl beschrijft en de scheidslijn tussen orthodoxe en niet-orthodoxe joden een rode draad voor de humor in het boek vormt. Voor Foer was het een openbaring achteraf dat hij zo'n joods boek had geschreven. ,,Ik ben als kind wel naar een hebreeuwse school geweest, maar ik eet nooit kosjer, ik ga nooit naar de synagoge en over Israël heb ik geen andere mening dan dat ik het tragisch vind wat er gebeurt. Dat mijn boek zoveel joodse elementen bevat, zie ik bijna als een toevalligheid. Als ik in een ander milieu was opgegroeid had dat zijn sporen in het verhaal nagelaten.'

Over het leven in New York na 11 september 2001 zegt hij: ,,Het is verbazingwekkend hoe snel de zaken al weer back to normal zijn geworden. Ik voel me er veilig en op mijn gemak.' Na een moment van stilte voegt hij daaraan toe: ,,Toch is het gek, je kan je bijna niet voorstellen dat New York niet vroeg of laat gebombardeerd zal worden.' Waarom niet? ,,Nou, dat weet ik niet, het lijkt gewoon alsof dat onvermijdelijk is.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden