'Het boek gaat puur over angst'

AMSTERDAM - “Het nieuwe Zuid-Afrika is eigenlijk nog niet echt begonnen”, zegt schrijver Etienne van Heerden. “We zitten nog midden in de naschok van de omwenteling.” De veronderstelling dat deze turbulente tijd barstensveel inspiratie biedt, gaat niet op voor hem en collega's als André Brink. In hun jongste romans keren ze juist massaal terug naar de dagen waarin de blanken het nog voor het zeggen hadden.

Het is in onze huidige literatuur een trend om over het verleden te schrijven, zegt Van Heerden, een van Zuid-Afrika's belangrijkste hedendaagse auteurs. “Wanneer een land zoiets fantastisch heeft meegemaakt, is het verleden niet hermetisch afgesloten. In onze terugblikken blijkt juist dat de geschiedenis heel onvoorspelbaar is.”

Hij vindt het echter vreemd dat recensenten de trend om over Zuid-Afrika's verleden te schrijven, vergelijken met het werk van de Waarheidscommissie. “De keuze om in mijn jongste roman te schrijven over de jaren zestig is geen politiek besluit van mij geweest. Het had te maken met mijn psychische horloge, het was inwendige noodzaak, kort na het overlijden van mijn moeder”, zegt Van Heerden, die vanavond in Theater aan het Spui in Den Haag optreedt op het schrijversfestival 'Zuid-Afrikaanse Winternacht', samen met tal van andere Nederlandse en Zuid-Afrikaanse schrijvers.

Zijn boek 'Kikuyu', dat daar in Nederlandse vertaling wordt gepresenteerd, beschrijft een gezin en het zwarte personeel op een vakantieboerderij in de kurkdroge Karoo-vlakte. Gasten brengen lome middagen door met tennissen en cocktails drinken, terwijl de zwarte bevrijdingsbeweging is begonnen met het plegen van aanslagen. De sfeer is broeierig en onheilspellend, met als hoogtepunten de komst van premier Verwoerd, de hooiberg die door de blanke dorpswachter in brand wordt gestoken met de zwarte arbeider Windpomp erin, en de verkrachting van het dienstmeisje Tsitsi. Zoon Fabian registreert bij zijn vader en moeder en alle gasten de angst voor de wind of change, en zet deze om in een eigen angst voor een wreed en geil monster, het 'Ding', dat op de vlakte rondzwerft.

Het boek is half autobiografisch, vertelt Van Heerden, die zijn bril afneemt om het witte puntje te laten zien in de pupil van zijn rechteroog. Net als het jongetje Fabian, liet Etienne pas op zesjarige leeftijd zijn ouders weten dat hij met een oog niets zag. En net als Fabian speelde hij altijd met zwarte kinderen, al wilde zijn vader daar niets van hebben.

“Toen mijn ouders de boerderij kochten, was het echter geen vakantieverblijf meer. Ik zwierf wel altijd rond bij de rondavels (ronde hutten, red.), hoorde de verhalen over de vroegere gasten en wist dat ik daarover een roman wilde schrijven. Een hotelroman.” Net als Fabians vader leed Van Heerdens eigen vader aan depressies, en was zijn moeder een warme, levendige en dappere vrouw. “Zij was alleen wiskundige”, zegt Van Heerden, die fijngevoelig de lof van de moeder voor de zwarte bediende Reuben mengt met het racisme waarvan zij is doordrongen.

“Het boek gaat puur over angst, maar niet per se voor de zwarten. Het gaat over de ongemakkelijke houding van de blanke kolonialisten tegenover het Afrikaanse landschap. De angst voor eenzaamheid, de angst voor de uitgestrekte ruimte”, aldus de 43-jarige schrijver, die Kikuyu zijn minst politieke boek noemt.

Toch wordt Van Heerden, die in 1986 doorbrak met de roman 'De betoverde berg', de angry young man van de hedendaagse Zuid-Afrikaanse literatuur genoemd. Zijn daarna geschreven roman 'Casspirs en Campari's' - een confronterend boek over rijke, fuivende reclamemakers in Kaapstad afgewisseld met nieuwssnippers over zwarten die onder verdachte omstandigheden overlijden - werd als een 'intens betrokken traktaat van een tyd' beschouwd. “In die jaren stond alles op zijn kop, de drang om te rapporteren was te sterk. Maar als roman vind ik het mijn minst geslaagde werk. Literatuur moet geen politiek traktaat zijn. Een schrijver is geen journalist, maar een historiograaf.”

De euforie van begin jaren negentig, de vrijlating van Nelson Mandela en de afschaffing van de apartheid, lijkt inmiddels weggeëbd bij Van Heerden. Hij is teleurgesteld door de ontwikkelingen in zijn land. “Begin jaren negentig had ik een heleboel hoop. We wisten dat het moeilijk zou zijn voor het ANC om de erfenis van het apartheidsbewind te overwinnen, maar we geloofden erin. Deze naïeve wittebroodstijd is nu voorbij.”

In zijn kennissenkring “vliegen de mensen overzee”. Ze gaan allemaal weg uit Zuid-Afrika, uit angst voor de misdaad en de werkloosheid die hen misschien zal treffen. Deze week berichtte een persbureau zelfs dat een Zuid-Afrikaanse vrouw met haar kinderen in Australië politiek asiel heeft aangevraagd. “Zo'n mens is gestoord, maar de misdaad is inderdaad hoog”, zegt Van Heerden.

“Dat gebeurt overal waar een autoritaire regering plotseling wegvalt. Het geweld in de zwarte woonoorden was er altijd al, maar doordat het nu is overgewaaid naar de blanke wijken, haalt het de media. Een groot probleem is dat Zuid-Afrika nu ook georganiseerde drugsmisdaad krijgt. En dat gefrustreerde leden van de vroegere gewapende tak van het ANC zelfs geweldsmisdrijven begaan. Onlangs op de snelweg bij Johannesburg, tijdens spitsuur nota bene, overvielen ze met 30 man en geweren een geldtransport. Het was net een militaire operatie.”

Rond zijn huis in Stellenbosch, waar hij aan de universiteit doceert, heeft Van Heerden zelf geen traliehek. De meeste blanken verschansen zich echter in zwaarbeveiligde huizen, waardoor blank en zwart in Zuid-Afrika verder van elkaar verwijderd lijken dan ooit. Maar dat is volgens Van Heerden een onjuiste veronderstelling. “Op scholen, op universiteiten en in het sociale leven gaat het met de integratie juist de goede kant op. Het is natuurlijk de vraag of blank en zwart ooit volkomen ontspannen met elkaar kunnen omgaan, maar volgens mij gebeurt dat hier in Amsterdam ook niet.”

Het ANC maakt echter veel fouten, vindt Van Heerden. “Het was naïef van ons om te denken dat de nieuwe regering alles snel recht zou trekken, maar in plaats daarvan gaan veel zaken zelfs slechter. Mijn vrouw is arts, en volgens haar stort de gezondheidszorg voor de armere middenklasse steeds meer in.” De schrijver piekert dan ook al op welke partij hij zal stemmen volgend jaar. In 1994 stemde hij vanzelfsprekend op het ANC, “maar nu is het van groot belang dat er een sterke oppositie komt.” Alleen, die partij bestaat niet. “Alle talentvolle mensen, blank en zwart, storten zich op het grote geld verdienen in het bedrijfsleven.”

Hij hoopt dat Mandela's opvolger, Thabo Mbeki, de 'race tegen de tijd' kan winnen. Van Heerden vindt Mbeki “op het oog een fantastische man”, de black Englishman met zijn tweedpakken en zijn pijp, maar onvoorspelbaar. “Ik ben erg bekommerd over de huidige periode. Het voordeel van Zuid-Afrika is dat we een goede infrastructuur en industrie hebben. Dat breek je niet zomaar af. Maar aan de andere kant vrees ik voor een instorting van de civiele structuur als de regering niet snel beter gaat besturen.”

Weggaan, zoals zijn kennissen, daar peinst Van Heerden echter niet over, zegt hij vanuit zijn luxe hotelkamer uitkijkend over grijs Amsterdam. Daarvoor is hij te veel verknocht aan de sfeer van Afrika, die hij met het geurende Kikuyu-gras en de dunne roodkleurende wolken boven de Karoo, zo intens weet te beschrijven. Maar de politiek zal voorlopig uit zijn boeken blijven, de roman waar hij nu aan werkt gaat over liefde en erotiek. Het speelt zich wel af in de jaren negentig. “Het gevaar van al die romans over het verleden is dat er een sentimenteel verlangen naar vroeger ontstaat. Mijn boek Kikuyu is heel kritisch over het politieke bestel van toen, maar sommige andere boeken kunnen bij blanken wel leiden tot heimwee.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden