Het bloedige spoor van de Rote Armee Fraktion

RIJSWIJK (ANP) - Moorden, aanslagen en ontvoeringen - meer dan twintig jaar was de Bondsrepubliek Duitsland in de ban van de radicaallinkse terreur van de Rote Armee Fraktion (RAF). Hun gewapend verzet tegen het 'imperialistische syteem' kostte meer dan dertig mensen het leven.

Onder de slachtoffers waren hooggeplaatste personen uit bedrijfsleven en politiek. Voorloper van de RAF was de Baader-Meinhof-groep, opgericht door Andreas Baader en de journalist Ulrike Meinhof. Ontstaan tijdens de studentenopstanden van de jaren '60 concentreert deze 'eerste generatie' zich uit woede over de Vietnam-oorlog vooral op Amerikaanse instellingen. Pas na massale politie-inzet weten de autoriteiten in 1972 de harde kern op te pakken en is deze eerste fase ten einde.

Zonder duidelijke politieke motieven zet de 'tweede generatie' de terreuracties drie jaar later voort. Hun leiders zijn vanaf 1977 Christian Klar en Brigitte Mohnhaupt. Hun belangrijkste doel wordt de vrijlating van de 'eerste generatie'.

Duitse herfst

Het geweld concentreert zich in 1977 in wat de geschiedenisboeken is ingegaan als de 'Duitse herfst'. De terroristen vermoorden onder meer een hoofdaanklager en een bankier.

Als de staat nog niet op de eisen tot vrijlating ingaat, ontvoert de RAF in september de voorzitter van de Duitse werkgeversorganisatie, Hanns Martin Schleyer, en dreigt hem te doden. Om hun eisen kracht bij te zetten, kapen Palestijnse militanten op 13 oktober een toestel van Lufthansa. Ondanks grote druk houdt bondskanselier Helmut Schmidt zijn rug recht.

Na een paar dagen maken commando's met een bestorming een einde aan de kaping. Nog diezelfde dag plegen Baader en de medeveroordeelden Ensslin en Raspe in de gevangenis zelfmoord en wordt Schleyer met drie schoten vermoord. Klar en Mohnhaupt duiken onder en weten nog tot 1982 aan de greep van de politie te ontkomen.

Derde generatie

De 'derde generatie' gaat vervolgens door met een golf van geweld. De leden plegen een reeks professioneel uitgevoerde moorden. Slachtoffers zijn onder andere een topman van Siemens (1986), de voorzitter van de Duitse Bank (1989), en in 1991 de leider van Treuhand, het agentschap dat voormalige Oost-Duitse staatsbedrijven privatiseerde.

Pas in april 1998 heft de terreurgroep zich op. Tot op heden heeft justitie geen idee wie deze laatste moorden heeft gepleegd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden