'Het blijft een juwelendoosje'

Directeur Emilie Gordenker leidt ons rond door haar museum. Ze is tevreden: 'Ook de nieuwe vleugel heeft echt karakter.'

Misschien is ze wel de enige museumdirecteur die níet droomt van spectaculaire bezoekersaantallen. Ook niet nu het Mauritshuis na de verbouwing en uitbreiding twee keer zo groot is geworden. Directeur Emilie Gordenker (1965) kijkt haast verontschuldigend bij deze 'bekentenis'. Ze is nu eenmaal een 'buitenbeentje', altijd al geweest. Tegen alle trends in kiest ze niet voor 'meer, meer, meer bezoekers'. "De kracht van het Mauritshuis is het intieme karakter. Het is een juwelendoosje, klein maar o zo fijn. En zo moeten mensen het ook blijven ervaren. Dat kan alleen als er niet te veel bezoekers komen. Daarin proberen te sturen is de kunst, want iedereen is natuurlijk van harte welkom." Het Mauritshuis trok het laatste jaar voor de sluiting meer dan 260.000 bezoekers. Gordenker verwacht dat daar op langere termijn een kwart bij komt. En daar mag het dan ook wel bij blijven.

We zitten in haar nieuwe kamer, helemaal boven in de vleugel die het Mauritshuis erbij heeft gekregen. Met een prachtig uitzicht over Den Haag. Maar dat ziet ze niet, want ze heeft haar bureau zo neergezet dat ze met de rug naar het raam zit. Mensen die haar kamer binnenkomen, kijkt ze meteen recht in het gezicht. De meeste verhuisdozen zijn uitgepakt en de tentoonstellingszalen nagenoeg ingericht. De grote dingen zijn klaar. Maar zo kort voor de heropening, op 27 juni, moet er toch nog heel veel gebeuren, zegt ze. Ze ziet eruit alsof ze toe is aan rust.

Alle vermoeidheid lijkt op slag verdwenen als ze begint te vertellen over de verbouwing. "Op tijd en binnen het budget", zegt ze trots. Een mirakel in de Nederlandse museumwereld, realiseert ze zich. En dan is er ook nog eens 'op eigen kracht' de 30 miljoen euro bij elkaar 'gesprokkeld' die de uitbreiding en renovatie van het bestaande gebouw hebben gekost.

Via een ondergronds plein is het zeventiende-eeuwse Mauritshuis nu verbonden met het hoekpand aan de overkant van de straat. In dit uit 1930 daterende art-decogebouw Plein 26 - onderdeel van het gebouw van Sociëteit de Witte - is de nieuwe Royal Dutch Shell Vleugel gerealiseerd, genoemd naar de hoofdsponsor.

Maar is het Mauritshuis het Mauritshuis nog wel na deze uitbreiding? Dat zullen trouwe bezoekers zich vast afvragen. Gordenker draaft de monumentale trappen al af om te laten zien wat het publiek kan verwachten.

Voorheen kwamen bezoekers via een smalle zijdeur binnen. "Zo kun je mensen eigenlijk niet ontvangen", zegt de directeur. Nu staan de hekken van het plein voor het Mauritshuis wijd open. Op het plein gaan bezoekers met een glazen lift of via een trap naar de ondergrondse ontvangsthal. We nemen de trap naar de foyer.

Niet onbelangrijk detail: de trap kan verwarmd worden om glijpartijen in de winter te voorkomen. In de foyer valt het daglicht via lichtkoepels in de bestrating van het plein zo royaal naar binnen dat je niet het gevoel hebt zes meter onder het straatniveau te staan.

"We hebben hier zo over gepiekerd", zegt Gordenker. Niet over de lichtinval, daarmee zat het wel goed in het ontwerp van architect Hans van Heeswijk. "Maar als je een monumentaal pand uit de zeventiende eeuw wilt verbinden met een nieuwe vleugel in een art-decogebouw dat veel strakker is, luistert dat nauw. Die overgang moet heel rustig zijn. Niet helemaal wit met veel glas en roestvrij staal waar architecten zo van houden. Het moet ook warmte uitstralen. Mensen moeten zich welkom voelen." En dat is gelukt, vindt ze, en wijst naar het houten meubilair. Vooral de balie van licht eikenhout - een ontwerp van Stephanie Gieles - is een echte eyecatcher met haar vloeiende vormen.

Een tweede zorg was dat de nieuwe vleugel het oude gebouw niet in de schaduw mocht stellen. Dat risico is er als je naast een mooi antiek juwelendoosje een extravagante design-etagère plaatst. Maar toen Gordenker de eerste keer door het gestripte gebouw liep waarin de uitbreiding zou komen, was ze gerustgesteld. "Ik zag de mooie hoge ruimtes en voelde meteen: dit heeft echt karakter. Ik liep daar met Dick Benschop (president-directeur van Shell, red.) en die voelde hetzelfde."

In de nieuwe vleugel met imposante trappen rond een lichtschacht bevindt zich opvallend genoeg maar één expositiezaal. Die zal worden gebruikt voor wisselexposities. De openingstentoonstelling gaat over de geschiedenis van het gebouw. Het grootste deel van de nieuwe vleugel wordt gebruikt voor andere publieksfuncties: een brasserie, de Kunstwerkplaats voor schilderlessen en educatie, een bibliotheek en een auditorium, te huur voor vergaderingen maar ook voor besloten diners. Op de bovenste etage bevinden zich de kantoorruimtes.

Is dat niet weinig, maar één expositiezaal erbij ter grootte van een halve etage in het oude gebouw? Of zijn de inkomsten uit de zaalverhuur en het restaurant hard nodig om de exploitatie sluitend te krijgen?

Het was een bewuste keuze, vertelt Gordenker. "Het Mauritshuis is klein en overzichtelijk. Het heeft iets huiselijks en dat moet zo blijven. Als je niet zoveel expositieruimte hebt, dwingt je dat ook om scherpe en compacte keuzes te maken. We kiezen altijd voor het beste, dat is onze kracht en dat willen we zo houden. Bezoekers waarderen onze menselijke maat ook."

De nieuwe expositieruimte met flexibele wanden oogt tamelijk basic en compact. Ook daar is bewust voor gekozen om te voorkomen dat deze zaal de aandacht afleidt van de 'hoofdrolspeler'. Gordenker: "De grootste winst van de uitbreiding is dat we het publiek veel beter kunnen ontvangen, in een royale foyer in plaats van via een zijdeur. En dat we veel meer activiteiten kunnen aanbieden. Daardoor zullen we speelser en levendiger worden. Ook kunnen we nu eindelijk laten zien dat we het grootste kenniscentrum op het gebied van de schilderkunst uit de Gouden Eeuw zijn. Het gaat ons niet om de kwantiteit, maar om kwaliteit. Dat past ook bij onze collectie, die maar achthonderd werken telt, maar het is wel internationale topkunst. We zijn een heel specifiek museum dat niet moet bezwijken onder de druk van meer, meer en meer."

Ze wijst naar de bewegwijzering, in zwart en goud op de muren geschilderd. "We zijn een museum met oog voor de kleinste details. Plakletters passen daar niet bij." Al voordat de bouw begon, was het geld bij elkaar gesprokkeld. Het begon ermee dat het ministerie van OCW het museum extra subsidie verleende vanwege zijn 'internationale excellentie'. Kort daarna gaf de BankGiro Loterij 2,6 miljoen euro voor het project. "Die bijdrage heeft een vliegwieleffect gehad. Zo veel fondsen en stichtingen in Nederland, Engeland en de Verenigde Staten hebben ons gesteund. En niet te vergeten de particulieren. Die hebben ons nieuwe restauratieatelier helemaal betaald." Gordenker wist ook Shell als hoofdsponsor binnen te halen. Die zegde 3 miljoen euro toe voor de verbouwing.

Hoe kreeg ze dat voor elkaar?

"Een goed plan en een goed verhaal", zegt ze. "Wat ook meehielp, is dat het Mauritshuis een lange geschiedenis heeft van ondernemerschap. Al in de jaren tachtig was Grolsch sponsor." Lachend: "Dat leidde toen nog tot vragen in de Tweede Kamer of dat wel kon." Rijksmusea moeten nu 17,5 procent van hun inkomsten zelf verdienen, willen ze nog in aanmerking komen voor subsidie. Gordenker: "Toen ik op 1 januari 2008 directeur werd, zat het Mauritshuis al op 50 procent eigen inkomsten. En dat is nog steeds zo."

Ook verdiende het museum een flink deel van de bouwsom - hoeveel wil de directeur niet zeggen - met het laten rondreizen van de topstukken tijdens de verbouwing. De Rembrandts en Vermeers reisden de wereld over, van Japan naar de Verenigde Staten, en trokken in totaal meer dan 2,2 miljoen bezoekers. Gordenker: "We hebben dit ook gedaan om het Mauritshuis internationaal bekend te maken. Veel mensen kennen het 'Meisje met de parel' van Vermeer, maar veel minder mensen koppelen dat schilderij aan het Mauritshuis."

De rondreizende 'ambassadeurs' leverden meer op dan alleen naamsbekendheid. The Frick Collection in New York, waar ruim 200.000 mensen kwamen kijken naar de schilderijen uit het Mauritshuis, laat begin volgend jaar 36 topstukken naar Den Haag reizen die zelden worden uitgeleend. Gordenker vertelt het er niet bij, maar wat ook hielp, is dat ze daar als freelancer heeft gewerkt.

De kleine vijftig topstukken die hebben rondgereisd, hangen nu bijna allemaal weer op hun vertrouwde plek in het Mauritshuis. Na de rondwandeling door de nieuwe Shell-vleugel is het weer als vanouds genieten in wat nu als 'de oudbouw' wordt betiteld. Alle zalen zijn opgefrist, sommige hebben een andere kleur wandbespanning gekregen. Hoogtepunt is de gerestaureerde Gouden Zaal met de schilderijen van Pellegrini, die je tegemoet sprankelen.

Tot besluit maken we een rondje langs Gordenkers lievelingen. Zoveel heeft ze er, dat ze eigenlijk niet kan kiezen. Maar dat moet, want ze mag er maar vier uitlichten. Wordt het een Vermeer, of toch een Rembrandt? Of kiest ze voor dat kleine, maar o zo fijne 'Puttertje' van Fabritius? Gordenker: "Dat wordt dus heel scherp kiezen. Maar in het Mauritshuis zijn we dat gewend."

Wie is Emilie Gordenker?

Emilie Gordenker wordt in 1965 geboren in Princeton in de VS. Haar moeder is Nederlandse uit Den Haag, haar vader Amerikaan.

Als kind brengt ze elke zomervakantie door in Zeeland. Op haar zevende woont ze een heel jaar in Nederland en leert ze Nederlands. In New York, waar ze een tijd op de mannenafdeling van kledingzaak Bloomingdales werkt, studeert ze kunstgeschiedenis. Ze schrijft een proefschrift over de kleding op de portretten van de 17de-eeuwse Vlaamse schilder Anthony van Dyck.

Als freelancer werkt Gordenker voor onder meer het Metropolitan en The Frick Collection in New York. Voordat ze in 2008 directeur wordt van het Mauritshuis, is ze vier jaar conservator bij de National Gallery of Scotland in Edinburgh.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden