Het BIM-huis gaat dicht vannacht. En opent zijn deuren half februari opnieuw in een muziektempel aan de IJ-oever.

November 1970. Willem Breuker, Peter Bennink, Willem van Manen en Altena stormen binnen op een vergadering van de Stichting Jazz in Nederland (SJIN). Hun eis: meer geld voor de geïmproviseerde muziekpraktijk. Nog dezelfde avond treedt het grootste deel van het bestuur af. De coup is geslaagd, de SJIN overgenomen en een jaar later wordt de Bond van Improviserende Musici (BIM) opgericht. Nu moet er nog een plek komen om te kunnen spelen, repeteren en ideeën uit te wisselen, een BIM-huis in Amsterdam. Een locatie wordt gevonden in de oude joodse wijk, een vergeten en vervallen deel van de binnenstad.

door ARMAND SERPENTI

Huub van Riel, sinds twee jaar na de oprichting artistiek directeur van het BIM-huis: ,,Wie het pakhuis aan de Oude Schans als eerste ontdekte is niet duidelijk. Ik houd het op een collectieve prestatie. Het was een spelonk, donker, benauwd en alles gelijkvloers. Overal stonden pilaren die je het zicht op het podium ontnamen. 'De fietsenstalling' noemden bezoekers het.”

,,Een clubhuis”, zegt saxofoniste en programmamaakster Vera Vingerhoeds. ,,Op flink wat elpeehoezen uit die tijd poseren musici als vrijgevochten provo's voor de shabby ogende gevel met op de achtergrond de vuilnisboten die daar toen nog in de gracht lagen. Alles had de allure van een georganiseerde anarchie.”

Om daarin te overleven moest improvisatietalent samengaan met een flinke portie lef, en niet alleen op het podium. Omdat het aanvankelijk nogal duurde voor de overheid met de harde cash op de proppen kwam, moesten de uitbaters het geld voor huur en optredende musici soms uit eigen zak halen. Rassjacheraar Hans Dulfer had een baantje bij een autodealer en als de nood aan de man kwam deed hij daar naar verluidt een greep uit de kas. Hij legde het geld steeds op tijd terug en werd nooit betrapt.

Dulfer had jarenlang 'top of the bill' jazzconcerten georganiseerd in Paradiso en zodoende veel contacten met Amerikaanse beboppers en mainstreamers die hij naar het BIM-huis haalde en samenbracht met Amsterdamse improvisatoren. Bij sommigen ging de muziek hand in hand met theatraliteit en humor. Zo gaf trombonist Bert Koppelaar ooit een concert onder de noemer Tromboxing, waarbij hij het in een speciaal geïnstalleerde boksring opnam tegen een professionele vechtersbaas die hem flink in elkaar stond te beuken. Ook Han Bennink had zijn momenten. Toen hij eens onder het drummen naar het toilet moest, bevestigde hij een touwtje om zijn hi-hat, zodat hij tijdens het plassen kon blijven doorspelen.

Optredens van legendes als Sun Ra, Dexter Gordon, Charles Mingus, Max Roach, te veel om op te noemen, kregen een meerwaarde door de soepele contacten tussen uitvoerders en publiek (waaronder altijd veel musici). Drummer John Engels: ,,Ik zat eens in de kleedkamer samen met Philly Joe Jones op de grond ritmes te tikken, fles cognac erbij, crimineel! En in de pauze van een van mijn concerten tikte er iemand op mijn schouder, het was Wynton Marsalis, die zat zomaar in het publiek. 'I dig you man, let's do something on stage!”

Van Riel: ,,Dat tekent het BIMhuis als ontmoetingsplek, een laboratorium waar musici hun ideeën kwijt kunnen, op het podium en vooral ook aan de bar. Het café is altijd meer geweest dan zomaar een theaterfoyer en dat blijft het, ook op de nieuwe plek.”

Bassist Arnold Dooyeweerd:

,,Vroeger was het café half zo groot als nu, een smalle doos, een stinkhol dat altijd blauw stond van de rook. Er waren geen ramen, waardoor je na sluitingstijd kon doorzakken zonder dat de politie het in de gaten had. Na de verbouwing van 1984 (podium en zaal kregen de vorm van een amfitheater, een intieme kuipconstructie rond een lage, over-zichtelijke bühne, red.) kreeg het een aanzienlijk 'cleaner' karakter, maar het bleef een echt muzikantenhonk.”

Van Riel: ,,We hebben nooit klachten gehad over te harde muziek, totdat begin jaren negentig de milieuwet werd aangescherpt en de bedrijfjes in de belendende pakhuizen plaatsmaakten voor appartementencomplexen. Zelfs met een verbouwing die miljoenen zou gaan kosten konden we niet aan de geluidseisen voldoen, dus zat er niets anders op dan verhuizen.”

In het nieuwe bestemmingsplan van de kop van de OostelijSlotavond ke Handelskade bedacht de gemeente een architectonisch in het oog springende muziektempel, een culturele 'brug' tussen de eigentijds vormgegeven IJoever en de oude binnenstad.

Een prestigieus project waarin plaats bleek voor het BIM-huis.

Van Riel: ,,Een jazzpodium op zo'n toplocatie is uniek in de wereld en na een lange zoektocht besloten we ervoor te gaan. Het doet me goed dat zowel musici als bezoekers zich erbij betrokken voelen; overal hoor ik: ,,Wíj gaan verhuizen. Allemaal waren we het erover eens dat de huidige opzet behouden moest blijven: vanuit het café via een informele zone met een paar tafeltjes, trapsgewijs afdalen naar de zitplaatsen en de concertante sfeer. De buitenkant - een zwarte doos die aan het gebouw hangt en de 'eigen'plek van het BIM-huis in het nieuwe muziekcentrum symboliseert - is natuurlijk totaal anders, maar binnen is het vooral een verbeterde versie van de oude situatie.”

De zaal is nog leeg en kaal, maar Engels is nu al onder de indruk van de akoestiek. Hij staat op de betonnen vloer, binnenkort het podium, en klapt een paar keer in zijn handen. ,,Weinig galm, lekker droog! Jammer dat je met je rug naar dat prachtige uitzicht staat te spelen, maar ik heb toch altijd mijn ogen dicht.” Hij doelt op de enorme glazen wand die een panorama biedt over het IJ met het scheepvaartmuseum, het schipvormige Nemo dat de zaal lijkt binnen te varen, de oude gevels van de De Ruyterkade en het drukke spoortraject richting Centraal Station dat 's avonds een mooi licht spektakel moet opleveren.

Van Riel: ,,We hebben ambitieuze plannen om te gaan samenwerken met onze nieuwe buren van het Muziekgebouw aan het IJ, de naam waaronder het centrum voor nieuwe muziek De IJsbreker zijn repertoire gaat oprekken (op dit moment is nog niet zeker of de IJsbreker wel de benodigde subsidie krijgt, red.). We komen onder één dak, maar blijven onafhankelijke organisaties met eigen programmeringen. Mocht een bepaalde act erom vragen dan kunnen we gebruikmaken van elkaars zalen.”

,,De bedoeling is het hele jaar door te draaien, inclusief een zomerprogrammering. Ook ben ik van plan in 2006 weer een Oktober Meeting te organiseren. Twee keer eerder vroegen we daarvoor individuele musici van over de hele wereld om in gelegenheidsformaties, gedurende negen dagen (en nachten!), ideeën te verwezenlijken waar ze al een tijdje mee rondliepen, of die op het moment zelf ontstonden.”

,,Ik probeer altijd ruimte te laten voor letterlijk laatste secondeideeën. Het boeken van legendarische artiesten moet samen blijven gaan met het creëren van laboratoriumsituaties; alles in een volstrekt informele sfeer waarin de muziek bloedserieus wordt genomen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden