Het bewijs dat vrije geesten hoog kunnen vliegen

Je zult maar zo goed tennis kunnen spelen en zo volstrekt onbekend zijn. Ik bedoel, als Gilles Müller door de Kalverstraat in Amsterdam loopt, weet he-le-maal niemand wie hij is. Dat zegt natuurlijk niet veel, want hoe is het als hij door Leudelange, zijn geboortestadje loopt.

Gloeien de mensen daar van trots als dit linkshandige voormalige wonderkind van de tennissport op een terrasje gaat zitten. Ja, natuurlijk en terecht.

Zelden heb ik met meer plezier naar een voor mij redelijk onbekende topsporter zitten kijken als afgelopen week naar die Luxemburger in New York.

Onbevangen, speels, slim, soms mechanisch bot, dan weer frivool en zelfs geestig speelde hij zijn partijen en er moest een soms behoorlijk pokdalig spelende Roger Federer aan te pas komen om de opmars van Müller tot staan te brengen.

Federer had op een gegeven moment zelfs wat lucky moments nodig om de geheel vrijuit spelende Müller in te tomen. De Zwitser won overigens verdiend door consistenter te spelen dan zijn opponent.

Het leuke aan deze voormalige jeugdkampioen van Flushing Meadow is zijn onbevangen spel en zijn manier van aanvallen waar dat wellicht niet gepast is.

Remmingen kent hij nauwelijks, vandaar dat hij de anders stoïcijnse Rus Davidenko geheel in de war speelde. De Rus tennisschaakt en is voorgeprogrammeerd; Müller is het tegenovergestelde. Zijn spel heeft iets van een lentewind; het is fris en het is leuk dat er weer opwaaiende rokken zichtbaar zijn. Hij speelt tennis omdat hij het spelletje leuk vindt en bepaald niet omdat het een deftig beroep is. Zijn verdiensten in negen jaar prof zijn: nog geen miljoen dollar.

Ik las van zijn toernooizeges. Nee, geen ATP-toernooien, hoewel hij daarin twee maal een finale haalde en toen van Hewitt en Agassi verloor. Nee, zijn zeges in toernooien waar wij de uitslagen nooit van lezen, spreken mij aan: Koeweit, Glasgow, Montego Bay, Florianopolis (in Brazilië), Valladolid, Napels, Cordoba, Humacao (waar?) en Izmir. Play tennis, will travel; zo heet dat boek.

Niet goed genoeg voor het serieuze circuit, dan maar op zoek in de kantlijn van de topsport. Samen met zijn maatje Aisam-Ul-Haq-Qureshi, de Pakistaanse vedette in het circuit speelt hij daar veel.

Müller stijgt door zijn verrassende spel weer richting top 50. Ooit stond hij 59e, maar die luxe duurde niet lang. Met zijn effectballen, zijn draaikolken van linkshandige returns en zijn vrije manier van leven en spelen, komt hij soms op een grote-mensentoernooi uit en dan gebeurt er wat er afgelopen weken gebeurde. Van qualifier naar toernooisensatie. Zo mieterde hij ook ooit Nadal van het Wimbledongras.

Dat is het leuke van sport. Dat dit soort vogels ineens mee kunnen doen. Dat zo’n Luxemburgse durfal het kan opnemen tegen de tennismiljonairs die van Ritz-Carlton naar Rafles Hotel trekken en zich niet bekommeren om collega’s die met hun drietjes een kamer delen in een familiepension in Glasgow om daar de Challenger acceptabel goedkoop door te komen. Müller was het bewijs dat onbekend bepaald niet onbemind maakt en dat vrije geesten hoog kunnen vliegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden