Het bestuur zal zijn Orgaan bijzonder missen

Zaandijk 11 juli 1994 Geachte Heren, Dit kan natuurlijk niet! Week in week uit neem ik uw produkt ademloos geboeid tot mij. Het slot van het stuk van uw secretaris-penningmeester over de fiets en de Britten deed mij zeer verlangen naar het andere verhaal. Hoe de fiets uit Duitsland . . . enz. En nu wilt u de pijp aan Maarten geven! Dat mag geenszins geschieden. Ik sta op een voortzetting van de produktie op een afzonderlijke pagina. Waarvan akte. Hoogachtend, P. F. Warmenhoven

Nu zou Het Genootschap Het Genootschap niet zijn, als er achteraf en tot slot niet iets verteld zou worden over de achtergronden van de opheffing van het even gewaardeerde als omstreden Orgaan.

Waarom? Waartoe? En niet te vergeten Wat? Wat bewoog het gezelschap de produktie te beëindigen?

De verklaring is, zoals bij veel dingen, eenvoudig, licht oud-secretaris-penningmeester Ruud Verdonck het besluit namens het Genootschap toe: “Er zijn geen spanningen. Evenmin is het een kwestie van gebrek aan kopij. Nee, de reden is van zeer praktische aard. Om te beginnen vroeg de hoofdredactie zich na vijf jaar af of het niet eens tijd werd voor iets anders. Daarbij is er de laatste jaren voor de leden zelf het een en ander veranderd, waardoor het steeds moeilijker werd om als Genootschap bij elkaar te komen. Twee jaar geleden nam eerst Jan Kuijk (de voorzitter - red.) afscheid als adjunct-hoofdredacteur, daarna werd Rob Schouten (het enige gewone lid van de club) benoemd aan de VU en zelf kreeg ik het steeds drukker op de krant met andere dingen, zodat er dus steeds minder tijd voor Het Genootschap overbleef. In die periode zijn we ook verhuisd van de achterpagina naar pagina twee.”

Betekende die verhuizing achteraf al niet min of meer het einde van de verspreiding van de nutteloze kennis?

Verdonck, aarzelend: “Een beetje wel, ja. Wat ons betreft ging dat ook met tegenzin. Een technische kwestie gaf echter de doorslag. De achterpagina is vooral een advertentiepagina. En dat gaf soms problemen.”

Kunt u iets vertellen over de wijze waarop het Orgaan de afgelopen jaren tot stand kwam?

“Vroeger zagen we elkaar altijd op de redactie. Dan liepen we bij elkaar binnen en zo ontstonden de ideeën. Dan zaten we daar, op de kamer van Jan Kuijk, en lieten de ene vlieger na de andere op. Het ging eigenlijk altijd op dezelfde manier. Zo van 'Weet jij waarom . . .?' En dan kwam er een bepaalde kwestie aan de orde. Als dan slechts één man het antwoord wist, dan was het geschikt voor de krant. Hoewel . . . - lacht hij - als Jan Kuijk het wist . . . Die man heeft zo'n fotografisch geheugen. Dat was geen norm!”

“Verder waren er zwevende criteria. Zo moesten er minstens twee encyclopedieën nodig zijn om een zaak op te diepen. Had je aan één voldoende, dan was het onderwerp niet interessant genoeg.”

“Ooit zou ik nog wel eens een vergelijking willen maken tussen de Winkler Prins van 1948 en 1998 met de vraag: wie zijn er in de tussentijd verdwenen en hoe zijn de mensen en dingen van proportie veranderd? Neem in Duitsland bijvoorbeeld 'Der grosse Brockhaus' van 1928. In het deel met de H komt Hitler nog nauwelijks voor. Te onbelangrijk. Een kwart kolommetje is er aan hem gewijd, meer niet. Kijk je vervolgens in het deel met de W, dat enkele jaren later verscheen, dan zie je dat er plotseling anderhalve pagina aan Horst Wessel is gewijd. Zo zie je hoe betrekkelijk kennis is en hoe er met kennis in de loop van de tijd gespeeld wordt. Steeds komt er iets bij, maar steeds ook gaat er iets verloren. Welnu, wij van het Genootschap hadden drie categorieën. De eerste was die van de blijvers. Categorie Hitler, Napoleon. Die waren voor ons het minst interessant. Evenmin interessant waren de weetjes en figuren die, bij toeval, eenmaal zijn genoemd. Nee, het ging ons altijd om de middencategorie: de verschrompelde lieden en vergeten onderwerpen waarvan we vroeger alles wisten. Die categorie heeft het gezicht van ons Orgaan bepaald.”

'Wie weet . . . ? Nee, verdraaid, nu je het zegt: hoe zat dat ook alweer . . .' Een diepere gedachte zat er niet achter, achter al die nutteloosheid.

Verdonck: “Wij wilden naast het gebruikelijke nieuws de aandacht vestigen op die dingen waarvan niemand het erg hoeft te vinden wanneer hij of zij die dingen niet weet, maar tegelijkertijd wel moet erkennen dat het wel degelijk leuk is als je het weet.”

“Neem het laatste verhaal over fietsen in Engeland. Belangrijk is het niet, maar het is wel een milde correctie op het nieuws rond de Tour de France, waarin gesuggereerd werd dat men in Engeland voor de Tour daar arriveerde, nog nooit van een fiets had gehoord.”

Nutteloze kennis, maar niet als anti-journalistiek dus . . .

Verdonck: “Nee, zeker niet. Meer een journalistiek bij-produkt.”

De inmiddels aangeschoven 'actor intellectualis' Jan Kuijk (Rob Schouten is nog met vakantie) is het geheel met de secretaris eens en knikt instemmend. Terugdenkend aan de reden tot de oprichting van het Genootschap mijmert hij: “De gedachte aan de verspreiding van nutteloze kennis door middel van de krant had ik al heel lang. Hoe lang weet ik niet, maar het kwam zeker voort uit een in de loop der jaren opgebouwde ergernis over de gewichtigheid waarmee op de krant met allerlei dingen werd omgegaan.”

“Neem zo'n WK voetbal. Wel verschijnen er serieuze beschouwingen over de buitenspelregels, maar niets over die gekke banen die de Amerikanen in de grasmat van het voetbalveld scheren: parallelbanen, cirkelvormige banen en in Chicago ontmoetten de Duitsers in het doelgebied zelfs allerlei ruitvormige patronen in het gras. Iedereen praat er over, iedereen vindt het curieus - een enkeling weet ook wat er achter zit, maar die enkeling voelt zich te serieus om het allemaal op te schrijven. Want 'ach wat doet het er toe'.”

Het eerste nummer onder redactie van het NGTBEVVNK zoals de volledige naam van het Genootschap al snel werd afgekort, verscheen op 25 september 1989. Tweede-Kamervoorzitter Deetman schreef in een speciaal voorwoord op de voorpagina van de krant dat nutteloze kennis nuttige kennis weliswaar nooit kan vervangen, maar wel de blik verruimt en dat niet alleen: “Het brengt ons begrip en mededogen.” Kuijk enthousiast: “Deetman wist zich helemaal geen raad, toen wij hem per brief vroegen om als toenmalige minister van wetenschap de eerste aflevering van een officieel zegel te voorzien. 'Is dit een grap?' zette hij in de marge? 'Nee, dat is geen grap, maar bittere ernst', zeiden de door ons al geïnstrueerde ambtenaren. Maar de minister wist niet zo goed wat hij moest schrijven. Dat heeft onze secretaris toen namens hem maar gedaan. Toen de eerste aflevering verscheen, was Deetman jammer genoeg net afgetreden als minister, maar de aanbeveling van de voorzitter van de Tweede Kamer vonden we ook wel mooi.”

De aanbeveling werd op de eerste 'eigen' pagina direct gevolgd door een pleidooi van de Nijmeegse kunsthistoricus Pieter Singelenberg die in 1971 (Nota Bene) tijdens zijn promotie de volgende stelling poneerde: men gaat helaas te weinig waarde hechten aan nutteloze kennis. “Een bescheiden cri de coeur voor eigen kring”, schreef Singelenberg, “maar toch met een nagalm voor Trouw voor vandaag.”

En nu dan is ook vandaag weer gisteren geworden.

Wat was het mooie van al die nutteloze kennis?

Kuijk: “Persoonlijk vind ik een van de aardigste dingen die nu mogelijk bleek: het blootleggen van de dubbele bodem van het begrip 'actualiteit'.”

“Het bestuur van Het Genootschap is er altijd van uitgegaan dat een zaak actueel was, louter en alleen omdat wij er over schreven en publiceerden. Het bleek dat heel wat buitenstaanders of 'afnemers' er precies zo over dachten en ons bijdragen over de meest uiteenlopende onderwerpen aanboden. De liefde tot de nutteloze kennis bleek sterk verbreid te zijn - ook al hoor je er weinig over praten.”

“Anderzijds bleek ons hoezeer de actualiteit toch ook weer aanknopingspunten bood voor allerlei beschouwingen in de marge. 'Dat is brandend actueel', zeiden we dan in Het Bestuur, maar nooit of zelden in het openbaar. Het kinkt wat samenzweerderig misschien, maar dat was het. Dat was ons geheim.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden