Het bespottelijke voetbal

Een mooie wedstijd laat zich amper beschrijven. Voetbalromans worden pas leuk als ze gaan over het gedoe eromheen

Voetbal en literatuur hebben elkaar nooit bijzonder goed gelegen. Eigenlijk is de enige volwaardige voetbalroman een product uit het verre verleden en ook nog eens een jongensboek, 'De AFC'ers' van J.B. Schuil, vol geheide heroïek: "De kleine goalgetter was onmiddellijk bij het heele publiek populair: zoo'n jongen voetballer hadden ze nog nooit op het veld gezien. De menschen op de tribune hadden dadelijk plezier in dien kittigen, vluggen links-binnen." Veel typerender zijn momenten als deze, bij Vestdijk bijvoorbeeld, wiens alter ego Anton Wachter al na een paar wedstrijden de van zijn ouders gekregen voetbal moet inleveren omdat de schoolprestaties van het hoogbegaafde ventje lijden onder het ruwe spel. Of neem Gerard Reve, toch onze zelfverklaarde volksschrijver, die ooit schreef: "Ik vind het jammer dat bij een voetbalwedstrijd niet beide partijen kunnen verliezen en dat er zo zelden doden bij vallen."

De literaire miskenning van het voetbalspel komt niet alleen voort uit de intellectuele afkeer van volkssport nummer één, het is ook onmacht om de kern van het voetbal, de spanning, het technisch vernuft, de gebeurtenissen op het veld, adequaat en treffend te beschrijven. Letteren halen het gewoonweg niet bij de echte beleving. En dus doet de voetballiefhebber met literaire pretenties er beter aan randverschijnselen te beschrijven, de cultuur van het voetbal, de ziel van de speler of beter nog van de trainer, want veel voetballers zijn getuige hun uitspraken op televisie niet tot zinnige overwegingen in staat; de intellectuele kleur van een elftal wordt veelal door de trainer geleverd, die doordeweeks misschien op het veld staat maar in feite toch de woordvoerder en het intellectuele geweten van een elftal is.

Zo verscheen onlangs in Engeland de liefst achthonderd pagina's dikke pil 'Red or Dead', van David Peace, over de legendarische Bill Shankly, de trainer die van het tweederangselftal van Liverpool in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw een wereldploeg maakte. Het is een soort zangerige hagiografie, in de traditie van de Engelse bards: "And Bill stood on the pitch. The Wembley pitch. And Bill watched Emlyn Hughes lead the players up the steps, The Wembley steps. Bill watched Emlyn Hughes collect the shield, The Charity Shield. The players ascending the steps, the players descending the steps. The Wembley steps."

De geschiedenis roept vanzelf een halt toe aan deze langdurige lyrische evocatie als de haast mythische Shankly op het toppunt van zijn en Liverpools roem het voetbal ineens vaarwel zegt. Literair gesproken een mooie eclips en dat zal ook wel de reden zijn dat Peace juist aan dit voetbalgeval een roman durfde te wijden, want met doorlopend succes verdien je in de literatuur geen brood. Het boek verschijnt komend najaar in Nederlandse vertaling.

Ook 'Buitenspel', fictie van de jonge Italiaanse schrijver Marco Marsullo (1985), gaat over een trainer, maar geen succesvolle zoals Shankly, eerder een regelrechte loser: Vanni Cascione, voetbaldier en idolaat fan van José Mourinho, wordt na zijn zoveelste ontslag bij een derderangsclub opgebeld door de manager van Atletico Minaccia, een clubje van niks dat hij zal opstoten in de vaart der volkeren.

'Buitenspel', lees de titel vooral niet al te letterlijk, is een satirische roman: alles wat er mis kan gaan in het voetbal wordt op de hak genomen. Het elftal van Atletico Minaccia bestaat uit een samengeraapt zootje onkundigen, het zoontje van de directeur moet meespelen al trapt hij nog geen deuk in een pak boter, de maffia ligt op de loer, de manager gaat ten onder aan hoerenbezoek, de keeper snuift cocaïne en wordt voor jaren geschorst.

Het verloop van de competitie is karakteristiek. Na een hopeloze start gaat het wonder boven wonder steeds beter, volgens het klassieke 'per aspera ad astra'-model dat eigenlijk iedere voetbalroman kenmerkt, en ten slotte strijdt Cascione's elftal zelfs om de titel. Op de laatste pagina's moet Atletico Minaccia de beslissende penalty nemen en eerlijk is eerlijk, dat is nog best een spannend moment. Maar verder is 'Buitenspel' toch vooral een boek dat het niet van het voetbal zelf moet hebben; juist de dichterlijke beschrijvingen van spelmomenten demonstreren het deficit van voetbal als inspiratiebron: "In de vijfentwintigste minuut van de eerste helft bezweken we. Hun linkshalf zaaide paniek op de flank en schilderde vervolgens een crosspass op het hoofd van die kleerkast. Alvorens de bal in de kruising te koppen had Jolk zich bijna moeiteloos van Zarrillo ontdaan met een kleine armzwaai, een beetje zoals je een hinderlijke vlieg zou wegjagen tijdens een dutje."

Veel leuker en treffender is het gedoe om het voetbal heen, de vergeefse dromen van de arme Cascione, het gemarchandeer van de poenige manager Lucio Magia, het illusieloze opportunisme van de sportverslaggeving waarover Marsullo schrijft: "Wat is dat toch een rotberoep, sportverslaggever. Mensen die genoodzaakt zijn de verklaringen van halve analfabeten te verdraaien om ook maar een beetje een interessant artikel te krijgen, dat anders helemaal vol zou staan met de cliché-uitspraken die voetballers en trainer (...) voortdurend doen."

Ook Marsullo zelf is aangewezen op de homerische overdrijving, maar hij weet die tegelijkertijd onderuit te halen met vrolijke ironie, bijvoorbeeld als hij de eindstrijd beschrijft: "Het leek net een gevecht tussen goed en kwaad, waaruit de nieuwe wereldheerser tevoorschijn zou komen. Het was niet zomaar een wedstrijd, we speelden om onze waardigheid, om de zin van onze passie, om alles waarin we geloofden."

Dat is het soort heroïsche retoriek waar je als lezer wel raad mee weet: consumeren met een flinke korrel zout.

'Buitenspel' is een geestige, karikaturale voetbalroman waarin het voornaamste sportbedrijf ter wereld op vriendelijke maar treffende wijze wordt bespot. Precies het goede boek om tijdens het komende WK te lezen, als de spanning op het veld je te veel wordt en de prestaties ondanks alle chauvinistische geronk weer tegenvallen. Het is maar een spelletje, zegt Marco Marsullo met zoveel woorden, hopeloos mensenwerk.

Marco Marsullo: Buitenspel. Uit het Italiaans vertaald door Manon Smits. Thomas Rap, Amsterdam; 238 blz. euro 17,90

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden