'Het beroepsgeheim is heilige grond'

De helft van de verdachte zware criminelen weigert psychiatrisch onderzoek, om zo een lange tbs-behandeling te voorkomen. Celstraf is korter. Staatssecretaris Teeven stelt voor het beroepsgeheim van psychiaters open te breken om toch een basis voor tbs te vinden.

Ik zie een klassieke tegenstelling in het voorstel het beroepsgeheim van psychiaters open te breken. Het gaat hier om de tegenstelling tussen individu en gemeenschap. Doel van de wetswijziging is ondanks dat een verdachte weigert mee te werken aan onderzoek, tot een tbs te komen. We willen de zegeningen van het individu behouden en tegelijk de gemeenschap beschermen. Dat zorgt ervoor dat de slinger heftig beweegt.

Persoonlijk kan ik het iemand niet kwalijk nemen als hij mazen in de wet ontdekt en daar gebruik van maakt. Als kanttekening wil ik ook plaatsen dat diagnostiek niet onfeilbaar is. Zo'n psychiatrisch onderzoek is geen garantie dat het probleem is opgelost. Hoe vaak gaat een tbs'er op proefverlof niet toch weer de fout in? Behandeling kan nooit helemaal voorkomen dat er toch iets misgaat.

De vraag in deze kwestie is, welk probleem je wilt oplossen door de wet zo te wijzigen. Het gaat om ontbrekende kennis.

In het voorstel van de staatssecretaris zie ik een behoefte aan absolute kennis weerspiegeld. Dat streven naar het absolute is een bijna religieus streven onze medemens en ook onszelf helemaal te kennen en in die zin aan God gelijk te zijn. Tegelijk lijken we daarmee goed en kwaad helemaal te kennen. Dat streven heeft volgens mij bovendien een psychologisch aspect. Daarbij gaat het om het uitbannen van de angst voor het onberekenbare van de mens. Uitgangspunt is perfectie. Zelfs de straf moet volmaakt zijn.

We zijn doodsbang voor het onbekende en daarom willen we ons bevrijden van de band met de medemens, van wie we niet afhankelijk willen zijn. We ondergraven daarmee de gemeenschap in plaats van haar te beschermen. De rechter moet kennelijk maar afvinken in welke categorie de verdachte valt, daarmee is onze gemoedsrust gegarandeerd. Ik zie erin een automatisering en protocollisering van de samenleving. We degraderen rechters en criminelen en ook onszelf tot voorspelbare wezens.

Het probleem is volgens mij niet de onveiligheid van de gemeenschap, maar onze moeite met het onvolmaakte en onze weerzin om afhankelijk te zijn van anderen. Als basis geldt het streven naar het ideaal van autonomie. Maar wat is dat waard?

Met het openbreken van het beroepsgeheim heb ik veel moeite. Voor mij is dat beroepsgeheim zoiets als heilige grond, waar je je schoenen even uit doet. Het is al zo moeilijk, of bijna onmogelijk, achter de drijfveren van mensen te komen. Juist het beroepsgeheim geeft nog enige kans op transcendentie. Daarnaast kent elke beroepsgroep zijn eigen regels om dat geheim te doorbreken, onder strenge voorwaarden. Je kunt toch niet zeggen dat je wel weet dat er iets ernstig mis zal gaan, maar dat je er niets aan zal doen? Als er sprake is van gevaar, neem je contact op met een andere hulpverlener. Daar mag de overheid op vertrouwen. De overheid moet niet aan een hulpverlener opleggen dat die het beroepsgeheim schendt. Dat er een wetswijziging nodig is om dit beroepsgeheim open te breken, verbaast me toch wel. Onze privégegevens liggen toch allang op straat? Zorgverzekeraars weten alles van ons en delen dat ook.

Ik zie in deze hele kwestie ook een manier van denken terug die we kennen van de Manicheërs, waarbij sprake is van een tweedeling. De mens is of goed of fout. Ik ga ervan uit dat we allen mengseltjes zijn.

Ik denk dat Teeven aan een andere oplossing moet denken. Weigert een verdachte mee te werken aan onderzoek? Maak het mogelijk dat de rechter dan toch tbs oplegt. Als een verdachte weigert mee te werken, plaatst hij zichzelf buiten de gemeenschap. Als gemeenschap mogen we dan zo iemand verplichten, zich te laten behandelen, om terugkeer in de samenleving mogelijk te maken."

Matthias Smalbrugge is bijzonder hoogleraar Europese Cultuur en Christendom aan de VU te Amsterdam.

Welk probleem doet zich hier voor? Als ik kijk naar de reden waarom cliënten weigeren mee te werken aan psychiatrisch onderzoek, dan zit het probleem in het verschil in lengte van de bijbehorende celstraf en een tbs-behandeling.

Ik begrijp dat verdachten weigeren aan zo'n onderzoek mee te doen als ze daardoor korter worden opgesloten. En ik snap ook dat advocaten in zo'n geval hun cliënten adviseren er niet aan mee te werken.

Het openbreken van het medische beroepsgeheim is geen oplossing voor het probleem dat zich hier in de praktijk voordoet. Bovendien wordt naar mijn smaak al te veel gerommeld met het recht op privacy van de burger.

Als staatssecretaris Teeven de oorzaak van het probleem wil aanpakken, zou hij de lengte van een tbs-behandeling en de lengte van een celstraf beter op elkaar moeten afstemmen. Vanwaar dat grote verschil? Zijn de celstraffen voor bepaalde misdrijven te kort, of is de tbs-behandeling te lang? De duur van de behandeling is van vijf naar tien jaar gestegen, las ik. En dat terwijl over het algemeen therapieën juist korter worden. Ik ben een leek op dat gebied maar tien jaar psychiatrische behandeling lijkt me erg lang. Kan dat niet efficiënter?

In onze rechtstaat hoort het belang van de individuele burger - ook al gaat het daarbij om een zware crimineel - te worden beschermd, net als dat van de samenleving. Ze moeten niet tegen elkaar worden uitgespeeld. Kennelijk is er nu haast en daadkracht geboden. Maar een rechter mag nu toch ook tbs opleggen als hij of zij dat nodig vindt. Bijvoorbeeld als uit observatie in de gevangenis blijkt dat iemand een gevaar is voor de samenleving. Ook zonder de medewerking van de verdachte.

Ik wantrouw al te ferme taal. Daar krijg je alleen maar ad hoc politiek van in plaats van dat er beter en nauwkeuriger gekeken wordt waar het werkelijke probleem ligt.

De bescherming van privacy is een groot goed. Cliënten moeten hulpverleners kunnen vertrouwen. Wil je werkelijk dat iemand beter terugkeert in de samenleving, dan moet je niet aan dit soort basisvoorwaarden komen. Ook een misdadiger moet zich veilig kunnen voelen. Als reden om het beroepsgeheim open te breken, wordt de veiligheid van de samenleving genoemd. Ik denk dat we de veiligheid juist ondermijnen door te sleutelen aan afspraken over het beroepsgeheim.

Teevens voorstel is geen oplossing. Er komen eerder meer problemen door. Voor de duidelijkheid: ik ben een groot voorstander van het beschermen van de slachtoffers van een misdrijf. Ik heb lang als vrijwilliger gewerkt in een opvangcentrum voor verkrachte vrouwen. Het was soms een gotspe te horen hoe laag de strafmaat was als dit soort delicten voor de rechter kwamen. Echt onthutsend om aan te horen dat de vrouw misschien wel zelf om de verkrachting had gevraagd, of op zijn minst aanleiding gegeven. Desondanks vind ik dat de rechten van de daders gerespecteerd moeten worden. De voorgestelde wetswijziging is noch in het belang van de dader, noch van de samenleving of het slachtoffer.

Beter zou het zijn, een verdachte die onderzoek weigert, grondig te laten observeren. Binnen de wet zijn daar voldoende mogelijkheden voor.

Een wetswijziging lijkt daadkrachtig. De sterke man, die het probleem wel even zal oplossen. Ik denk dat een nuchtere analyse van het probleem en het stellen van de juiste vragen de betere weg is. Het is een andere vorm van daadkracht: de weigering zich blindelings te laten meeslepen in een scenario van angst en onveiligheid."

Hoogleraar Manuela Kalsky bekleedt aan de VU de Edward Schillebeeckx-leerstoel voor Theologie en Samenleving en is directeur van het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving.

Penitentiaire inrichting Esserheem in Veenhuizen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden