Het beloofde continent voor banken

Klanten bij een filiaal van M-Pesa in Nairobi, Kenia. Beeld AP
Klanten bij een filiaal van M-Pesa in Nairobi, Kenia.Beeld AP

Is het kapitalisme dood? Niet in Afrika. Waar een somber Europa zich in een diepe en langdurige crisis wentelt, soms op het existentiële af - waartoe zijn de banken op aarde - daar barst het in Afrika van het enthousiasme. Daar hangt de klassieke ondernemerszin in de lucht, daar groeit het en knettert het.

Waar zaken worden gedaan en geldstromen in omvang toenemen, zijn banken nodig -- ten minste, zo gebieden de westerse mores al sinds 1472, toen in het Italiaanse Siena de eerste bank van de wereld werd opgericht.

Maar geldt die behoefte aan formele bankdiensten ook voor Afrika? Of weten ze daar hun economische succes in andere banen te leiden?

Zeker is dat in veel Afrikaanse landen bezuiden de Sahara de economie nog veel simpeler van structuur is dan in het Westen. "Je hebt daar soms nauwelijks een geldeconomie", zegt Lukas Wellen, oprichter van Musoni, een in Nederland gevestigde microfinancieringsinstelling. Wellen heeft microbanken helpen opzetten in onder meer Kenia en Tanzania. "Het vertrouwen in geld is daar veel kleiner. Wij in Europa hebben - crisis of niet - nog steeds onbeperkt vertrouwen in de euro, dat wil zeggen, we hebben die euro's nog niet massaal omgezet in geiten."

Begerige blikken
Tegen die culturele achtergrond doen westerse banken voorzichtige pogingen om, murw gebeukt door de financiële en kredietcrises in het Westen, voet aan de grond te krijgen in dat enorme, deels braakliggende terrein tussen de Sahara en Zuid-Afrika. Azië en Latijns-Amerika zijn immers al behoorlijk ontsloten op financieel-logistiek gebied.

Dus richten grote internationale spelers als JPMorgan, Credit Suisse, Barclays en het Chinese ICBC hun begerige blikken op Afrika, al richt die aandacht zich in eerste instantie vooral op Zuid-Afrika. "Afrika is de laatste zes jaar veranderd van het verloren continent in het continent van de laatste kansen", zegt Gerard van Empel, mededirecteur van Rabo Development, de tak van de Rabobank die via lokale partnerbanken financiële diensten levert in ontwikkelingslanden.

Minstens zo optimistisch is Wellen van Musoni. "Het is bijzonder aantrekkelijk om in Afrika te bankieren", zegt Wellen. "De marges zijn hoog, want er is weinig concurrentie."

Natuurlijk: Afrika blijft relatief arm. En corrupt. En de infrastructuur is belabberd. Maar wie die clichés even laat voor wat ze zijn en kijkt naar de kille feiten van de afgelopen jaren, ziet hoe zich een stille revolutie aan het voltrekken is.

De economische inhaalslag van Afrika is imposant, zeker bezien vanuit een kwakkelende economie aan de Noordzee. In zeker twaalf Afrikaanse landen bezuiden de Sahara is de economie al zes of meer jaren met minstens 6 procent per jaar aan het groeien. Voor dit jaar verwacht het Internationaal Monetair Fonds een gemiddelde groei van 5,8 procent.

De armoede blijft schrijnend maar neemt af, en de middenklasse groeit. Naar schatting 60 miljoen Afrikaanse huishoudens hebben inmiddels een inkomen van zo'n 2300 euro per jaar. Volgens de Zuid-Afrikaanse Standard Bank, die in de meeste Afrikaanse landen vestigingen heeft, zal dat aantal in 2015 zijn gestegen naar 100 miljoen, ongeveer net zoveel als het huidige aantal Indiase huishoudens met een dergelijk middeninkomen.

Zulke verschuivingen hebben directe gevolgen voor de bankbehoeften van de bevolking, want 'cash burns in your pocket', geld brandt in je broekzak, zoals Rabo-man Van Empel het uitdrukt.

Overvloed aan mobiele telefonie
Wij westerlingen lopen met ons eerste salaris een bankkantoor binnen en moeten een hoop papieren invullen om een rekening te openen en een bankpasje te krijgen. Dat gaat in Afrika anders. Want dat bankkantoor is er meestal niet. Wat er wel is, in overvloed zelfs: mobiele telefonie.

Wat 'mobiel geld' betreft zit Afrika internationaal in de voorhoede. Vorige maand bleek uit onderzoek van onder meer de Wereldbank en de Bill & Melinda Gates Foundation dat er wereldwijd twintig landen zijn waar minimaal 10 procent van de volwassenen vorig jaar geld heeft overgemaakt via zijn mobiel. Vijftien van die twintig landen liggen in Afrika. In veel landen met een traditioneel financieel systeem ligt dit gebruik veel lager: in Argentinië en Brazilië op slechts 1 procent.

Naast de olie- en grondstoffenexport en de toenemende politieke stabiliteit is nieuwe, mobiele technologie de derde pijler van het Afrikaanse economische succes. Vooral omdat meer Afrikanen een mobiele telefoon hebben dan een bankrekening: ongeveer 600 miljoen.

De revolutie begon in 2007 in Kenia, met de oprichting van het mobiele betalingssysteem M-Pesa. Het idee is simpel: je meldt je aan bij een winkeltje om de hoek, dat als agentschap fungeert voor M-Pesa. Je geeft je naam en laat je identiteitsbewijs zien. Vrijwel direct kun je - als je een contante storting hebt gedaan bij één van de 28.000 M-Pesa-kioskjes in Kenia - geld overmaken of ontvangen per sms, of rekeningen voldoen.

Dit alles zonder ingewikkelde inschrijfformulieren met kopieën van salarisstrookjes, zonder bankpasjes, en, niet te vergeten: zonder protserige bankgebouwen en -filialen met duur personeel. Het is zelfs al mogelijk om zonder bankpasje geld uit een automaat te halen: de begunstigde krijgt dan via sms een pincode waarmee hij terechtkan bij de bankautomaat.

Via M-Pesa vliegen per dag miljoenen transacties van mobiel naar mobiel. Naar schatting 15 procent van de Keniaanse geldstromen verloopt via sms. In november vorig jaar waren 14 miljoen Kenianen aangesloten op het M-Pesa-systeem, een derde van de totale bevolking.

Mobiel bankieren heeft de toekomst, maar er zijn ook kanttekeningen te maken bij het succes. Bij M-Pesa is het niet een bank, maar het telecombedrijf Safaricom dat alle touwtjes in handen heeft, en dat heeft in deze markt nagenoeg een monopolie. De transacties via M-Pesa moeten op last van de Keniaanse centrale bank bovendien kleinschalig blijven: het maximale mobiele tegoed ligt rond de 1000 euro en per dag mag niet meer dan z'n 500 euro worden overgemaakt. Die grenzen zijn gesteld om witwaspraktijken te voorkomen en ook de antiterrorismewet heeft ermee te maken.

Voor particulieren zijn dergelijke plafonds hoog genoeg, maar voor bedrijven zou M-Pesa weleens te kleinschalig kunnen zijn; zij zullen toch hun heil moeten zoeken in het traditionele banksysteem. Bovendien is het Keniaanse succes nog tamelijk geïsoleerd: in andere Afrikaanse landen is mobiel bankieren ook in opkomst, maar daar gaat het lang niet zo hard.

'Nogal dom systeem'
Lukas Wellen van microfinancieringsinstelling Musoni spreekt dan ook liever niet van mobiel bankieren maar van mobiel betalen - een wezenlijk verschil. 'Een nogal dom systeem', noemt hij M-Pesa in al zijn technologische simpelheid. "Voor het echte mobiele bankieren heb je internet nodig, en dat ligt op veel plaatsen toch nog moeilijk."

De grote macht van telecombedrijven als Safaricom - voor 40 procent in handen van Vodafone - is ook voor Van Empel een nadeel van een systeem als M-Pesa. "Wij spelen als bank, via onze partnerbanken in de betrokken landen, liever een leidende rol in het mobiele bankieren."

Rabo Development is actief in vier Afrikaanse landen. In Tanzania heeft Rabo een 35-procentsbelang in de National Microfinance Bank, met ruim 1,5 miljoen klanten de grootste bank van het land.

Van Empel, die van 1975 tot 1980 in Malawi woonde en werkte voor de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN en ook daarna kind aan huis bleef in Afrika, ziet nog steeds een opvoedende taak weggelegd voor westerse financiële instellingen op het continent. "Financiële educatie vinden we belangrijk. Ik ben ook niet zo'n groot aanhanger van microkrediet - dat is kredietgedreven, terwijl een bankrelatie toch eerst begint met een rekening. Daarbij moeten klanten leren om wat te sparen en evenwichtig uit te geven. Vervolgens kun je praten over kredieten."

Maar kan het Westen zich nog wel zo'n belerend vingertje permitteren, met de eigen economieën in verval - niet in het minst door falende banken - en de Afrikaanse zo sterk in opkomst? De laatste tijd staan de Afrikanen welwillender tegenover de oprukkende Chinezen, die snelle successen zoeken zonder moraliserende praatjes, dan tegenover de Europese oud-kolonisten. "China bereikt tastbare resultaten", onderkent Van Empel. "Wij hebben in Europa te lang vastgehouden aan het weldoenersidee, en te weinig aandacht gehad voor economische ontwikkeling. We hebben ook te lang gedacht dat je van elk arm persoon een ondernemer kunt maken."

Inspirerend overleg
Jorim Schraven, Afrika-manager financiële instanties bij de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO, ziet elementen in de Afrikaanse benadering van bankieren waar het Westen nog wat van kan leren. "De Zanaco-bank in Zambia (voor 46 procent in handen van Rabo Development, red.) geeft standaard financieel onderwijs aan hun klanten. Dat zien ze als hun maatschappelijke taak. Er wordt meer holistisch gebankierd, banken zijn zich bewust van de cruciale rol die ze spelen in de samenleving."

Ook inspirerend is het jaarlijkse bankenoverleg in Nigeria, vertelt Schraven. "Dat is een breed strategisch overleg tussen centrale bank, bankdirecteuren, ministers, belanghebbenden zoals FMO, een Portugese betalingssysteemexpert, enzovoorts. Samen zetten ze stappen om het hele banksysteem te verbeteren. Zo heeft de Nigeriaanse banksector zich gecommitteerd aan het ontwikkelen van een code voor milieu en sociaal risicomanagement. Zoiets zie ik in Nederland niet zo snel gebeuren."

Ook volgens Van Empel kunnen westerse banken hun lessen trekken uit de opkomst van de financiële sector in Afrika. "De belangrijkste les: verkort de lijnen, voer simpele producten door. Hier slaan we door qua regelgeving, dat werkt ook kostenverhogend. Er worden dikke bestanden aangelegd voordat je een rekening kunt openen. In Afrika is het meer in balans, daar is het motto: jongens, hou het simpel. Er heerst hier veel meer wantrouwen, maar ja, dat heeft ook een reden uiteraard."

Ziedaar de wet van de remmende voorsprong in optima forma. "In zijn pure vorm is het kapitalisme aan het gedijen in Afrika, en daarmee worden miljoenen uit de armoede getrokken", schreef de van oorsprong Zambiaanse ontwikkelingseconome Dambisa Moyo in februari in de Financial Times. "Het is gelukkige en pikante ironie dat het geïsoleerde continent succes zal hebben door het volgen van de marktregels die de rest van de wereld is vergeten."

Bankactiva laten een geweldige groei zien
Met de snelle groei van veel Afrikaanse economieën zullen ook de bankactiva sterk stijgen. In een voorzichtig scenario van het Britse onderzoeksbureau The Economist Intelligence Unit zullen die activa in zestien belangrijke landen tussen 2010 en 2020 toenemen met 178 procent naar 980 miljard dollar (740 miljard euro tegen de huidige koers). De totale banktegoeden zouden dan met 188 procent zijn gestegen naar 766 miljard dollar (580 miljard euro).

In een waarschijnlijker geacht scenario is sprake van een nog veel intensiever bankverkeer, bijvoorbeeld omdat huishoudens en bedrijven meer gaan sparen, lenen of andere banktransacties gaan plegen. In dat geval stijgen de bankactiva in tien jaar tijd met 248 procent naar 1,37 biljoen dollar (ruim 1 biljoen euro) en de banktegoeden met 270 procent naar 1,1 biljoen dollar (830 miljard euro). The Economist Intelligence Unit ziet Angola, Ghana, Oeganda en Tanzania als de grootste stijgers op bankgebied.

Naderende tweedeling dreigt in Afrika

Een belangrijke Nederlandse speler in Afrika is de Nederlandse Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO), die voor 51 procent in handen is van de Nederlandse staat en voor de overige 49 procent van private investeerders. De ontwikkelingsbank had vorig jaar 781 miljoen euro aan investeringen uitstaan bij financiële instellingen in Afrika. Volgens Jorim Schraven, manager financiële instanties Afrika bij FMO, draait het niet alleen om geld, maar ook om kennisuitwisseling. "Lokale managers opleiden en wederkerigheid en respect voor de Afrikaanse manier van zakendoen zijn essentieel." Uiteindelijk is het de bedoeling dat de FMO zich terugtrekt.

Dat het goed gaat met Afrika en de banksector daar onderschrijft ook Schraven, maar hij waarschuwt wel voor een naderende tweedeling in het continent: enerzijds de succesvolle landen die nu aan het 'opstijgen' zijn -- waaronder Nigeria, Kenia en Ghana -- anderzijds de landen die de boot dreigen te missen, zoals Somalië, de Democratische Republiek Congo en Madagascar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden