Het beleid deinde mee

Aan de parlementaire onderzoekscommissie integratiebeleid het oordeel. Is het integratiebeleid nu mislukt of niet? Het -veelbesproken- rapport van het Verwey-Jonker Instituut trekt na 216 pagina's de conclusie dat naar de huidige maatstaven het beleid nog onvoldoende geslaagd is. Socioloog Ruud Koopmans, getuige voor de commissie, riep dat jaren geleden al.

Het Hilda Verwey-Jonker Instituut is verstrengeld met de overheid. Het adviseerde rijk en gemeenten vaak, ook over integratie. Medewerkers en bestuursleden van het instituut hebben posities in de politiek en het bestuur. Maar in het 'Bronnenonderzoek Integratiebeleid' dat het instituut deed voor de parlementaire onderzoekscommissie integratiebeleid, klinkt dit alles niet duidelijk door.

Hoogstens lijkt het of de onderzoekers met enig genoegen een tikje extra uitdelen aan de VVD, die zich tegenwoordig sterk maakt voor aanpassing aan de dominante Nederlandse cultuur, maar dertig jaar geleden juist vond dat de overheid zich niet met culturele identiteit moest bemoeien. Toen was het de PvdA die zorgen uitsprak over bijvoorbeeld de onderdrukking van vrouwen in bepaalde culturen.

Het bronnenonderzoek, 216 bladzijden met 258 bladzijden bijlagen, is een naslagwerk en historisch overzicht.

Het is bevreemdemd om met de ogen van vandaag te kijken naar de jaren zeventig, toen het kabinet ondanks de voortdurende toestroom van arbeidsmigranten uit Suriname, de Antillen en het Middellandse Zeegebied stelde dat Nederland geen immigratieland was. Uit deze tijd stamt het motto 'integratie met behoud van eigen cultuur'. Buitenlanders moesten zich genoeg aanpassen om geen problemen te veroorzaken of weg te kwijnen, maar meer niet. Anders zouden zij bij terugkeer 'heraanpassingsproblemen' krijgen. Zij zouden immers maar even blijven.

Herkenbaar lijken de discussies waarbij Kamerleden zeiden dat in oude stadswijken explosieve situaties dreigden te ontstaan door de concentraties van etnische minderheden. Maar indertijd werden vooral autochtonen hiervoor verantwoordelijk gehouden. Die moesten worden voorgelicht, opdat zij hun frustraties over allerlei maatschappelijke misstanden niet zouden botvieren op de buitenlanders.

Het beleid was tweeslachtig. Terugkeer werd aangemoedigd, maar naarmate vrouwen en kinderen hun mannen in Nederland nareisden, werd veel gedaan aan huisvesting en scholing, waardoor de allochtone gezinnen hier geworteld raakten.

Al eind jaren zeventig drong het besef door: ze gaan niet weg, ze blijven! Veel gevolgen voor het beleid had dit niet. De eigen culturele identiteit moest worden versterkt. Nu -intrigerend genoeg- niet om remigratie te vergemakkelijken, maar omdat sterke groepsvorming hét recept heette te zijn voor inpassing in de Nederlandse samenleving. De eigen organisaties van allochtonen groeiden. Ze hielden gelijke tred met de uitbouw van de softe sector in het algemeen.

Zo deint het integratiebeleid steeds mee in de richting waarop een kabinet in het algemeen koerst. Zo werden de jaren negentig de jaren van paars en van 'werk, werk, werk'. Toen verdween de belangstelling voor culturele kenmerken naar de achtergrond en werd integratiebeleid exclusiever dan voorheen sociaal-economisch. De grote werkloosheid onder allochtonen moest worden aangepakt, te meer omdat de tweede generatie het niet veel beter deed.

Alleen de VVD zette begin jaren negentig bij monde van Frits Bolkestein en Henk Kamp de culturele component op de agenda. Dat spitste zich voornamelijk toe op de islam. Moslims, vond de VVD, moesten zich aanpassen aan Nederlandse normen en waarden. D66 deed een beetje mee, vooral omdat vrouwen- en homorechten door de komst van grote groepen moslims aangetast lijken te worden. Het CDA geloofde nog steeds dat zelforganisatie de sleutel was tot volwaardig burgerschap. De PvdA was inmiddels tot het standpunt gekomen dat culturele eigenheid een 'intrinsiek recht' is, of het nu aan integratie bijdraagt of afdoet.

Vers in het geheugen ligt het debat over het 'multiculturele drama'. De publicist Paul Scheffer stelde in 2000 dat er een samenhang bestaat tussen culturele verschillen aan de ene kant en aan de andere kant sociaal-economische achterstanden en criminaliteit. Maar, zo merken de onderzoekers van het Verwey-Jonker Instituut op: dat debat werd vooral gevoerd buiten politiek Den Haag. In deze tijd is het weer een andere partij die aandacht heeft voor culturele verschillen: het CDA. Die partij erkent in het verleden verkeerd te hebben gezeten met dat gehamer op de eigen identiteit. En de Socialistische Partij neemt een bijzonder standpunt in. Namelijk: 'de integratie is mislukt'.

Intussen in het voor het kabinet business as usual, als je het Verwey-Jonker Instituut moet geloven. D66'er Roger van Boxtel, de eerste minister met de aparte portefeuille integratie en grote stedenbeleid, lijkt in de publiciteit iemand met een verhoogd gevoel van urgentie. Zijn beleidsstukken wijken echter weinig af van die van zijn voorgangers, stellen de onderzoekers.

Het kabinet-Balkenende I, dat aan de macht komt na de overweldigende opkomst van Pim Fortuyn en diens LPF, is het eerste dat nieuwe beleidsdoelen formuleert. Het kabinet wil niet alleen de achterstanden terugbrengen, maar ook iets gaan doen aan de culturele en geestelijke verwijdering in de samenleving. Het kabinet heeft ook veel minder schroom dan voorgangers om groepen te benoemen. Het stelt bijvoorbeeld dat de concentratie van allochtonen problemen geeft en moet worden tegengegaan.

De Tweede Kamer deed de uitspraak ,,dat de integratie nog onvoldoende is geslaagd''. Na onderzoek concludeert het Verwey-Jonker instituut dat dit ,,deels correct blijkt te zijn: op enkele sociaal-economische onderwerpen en met name op sociaal-cultureel terrein is er een zekere afstand tussen de geformuleerde doelstellingen en de tot op heden bereikte resultaten.'' Tegelijk hangt het er wel vanaf waar je de resultaten mee vergelijkt. Leg je ze naast de doelstellingen van kabinetten uit het verleden, dan valt het mee. Leg je ze naast de ambities van het huidige kabinet, die veel verder gaan, dan valt dat tegen.

,,Dat wil bepaald niet zeggen'', schrijft het Instituut, ,,dat 'de' integratie is geslaagd. De onvrede aan met name autochtone zijde laat zien dat er nog een lange weg te gaan is.'' Die doelstellingen uit het verleden, aldus de onderzoekers waren 'niet breed genoeg'. Autochtonen kregen nauwelijks hulp zich aan te passen aan de vele -voor hen meestal ongewenste- immigranten.

De opdracht aan het Verwey-Jonker was: onderzoek het beleid. Dat is gebeurd. Misschien ontbreken daarom onderwerpen als religieus extremisme en criminaliteit in het stuk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden