Het belang van gevaarlijk denken

Het begon allemaal op een zomers congres in het Noord-Beierse Schloss Elmau. Vervolgens nagelden Frankfurter Rundschau, Süddeutsche Zeitung, der Spiegel en die Zeit de filosoof Peter Sloterdijk aan de schandpaal. En het woord 'fascistisch' viel. Sloterdijk reageerde met een aanval op de pers en op Jürgen Habermas: 'De Frankfurter Schule is dood'. Het Duitse denken staat op zijn kop.

Als het denken zou kunnen beven, zouden we dat dan kunnen registreren? In Duitsland heeft deze zomer in elk geval een denkschok plaatsgevonden, die nu nog natrilt in de feuilletons van de kranten. En met nog onafzienbare gevolgen.

De seismografische medewerker van de Frankfurter Allgemeine Zeitung, Lorenz Jüger, registreerde deze week niets minder dan 'de metafysische grondlegging van de Berlijnse republiek': het oude denken dat verbonden was met Bonn en Frankfurt, heeft afgedaan. ,,De theorieën van Horkheimer, Adorno en Habermas hebben hun tijd gehad'', zegt Jüger, want: 'Voor een niet normale democratie zijn ze ... precies het goede.' Dat laatste citaat is niet van Jüger; daar citeert hij de filosoof Peter Sloterdijk, het epicentrum van de beving.

Sloterdijk besloot instant geschiedenis te schrijven (dat kan in dit mediatijdperk) door vorige week een open brief aan Jürgen Habermas (het linksliberale geweten van de oude bondsrepubliek) te publiceren in het weekblad Die Zeit. De brief was als een aanval op de oude koning en de proclamatie van het einde van zijn heerschappij. De brief was een grafrede. De internationaal befaamde kritische theorie van de Frankfurter Schule werd doodverklaard en de schok ervan was tot in het buitenland voelbaar. Het Franse tijdschrift Magazine littéraire schrijft op het omslag van zijn septembernummer: 'Peter Sloterdijk - Un nouvel espace philosophique'.

Het woord 'espace' lijkt hier goed gekozen; waar de kritische theorie, steunend op het marxisme, de wereld op een as van de tijd afbeeldde, van onbewuste verblinding naar inzicht en bewustzijn, daar denkt Sloterdijk ruimtelijk en in 'Sferen' - zo luidt de titel van zijn laatste boek.

Maar voor we hier verder ingaan op Sloterdijks afrekening met de Frankfurter Schule waarvan hijzelf ook eens leerling was, moeten we proberen de aanloop naar dit historische ogenblik te reconstrueren.

Een zomervertelling. Het begon allemaal op een vierdaags congres in het Noord-Beierse Schloss Elmau, dat eindigde op 20 juli. Of nog preciezer, het begon eigenlijk met een verslag van dat congres dat op 24 juli in de Frankfurter Rundschau verscheen en dat op 29 juli in de Süddeutsche Zeitung zijn voortzetting kreeg. We moeten even bij deze verslagen stilstaan, omdat de rol van de media een integraal onderdeel uitmaakt van de aanval die Sloterdijk op Habermas inzette.

Op dat Beierse slot was een aantal eminente filosofen (en twee theologen) uitgenodigd hun gedachten te laten gaan over de filosofie van Martin Heidegger. 'Jenseits des Seins - Exodus from Being' luidde het thema oftewel 'De ethisch-theologische ommekeer van de filosofie na Heideggers destructie van de ontotheologie'. Alleen al het thema zou dus voldoende moeten zijn om buitenstaanders te verjagen, maar zij die bleven werden voor hun moeite beloond. Want op de tweede dag las Sloterdijk zijn 'Antwoord op Heideggers humanisme-brief' voor, dat zo prikkelend was dat men er dankbaar aanstoot aan kon nemen. Niet onvermeld in de verslagen bleef het gegeven dat aan het congres menig denker uit Israël deelnam: gezien Heideggers nationaal-socialistische verwikkelingen nog altijd goed voor wat dynamiet met korte lonten.

Maar wat nu bracht Sloterdijk aan ongehoords te berde? We zijn zo vrij hier de verslaggeving te parafraseren. Het begon er volgens de Frankfurter Rundschau al mee dat Sloterdijk Heideggers verdiensten aanvankelijk uitvoerig prees: diens in 1946 geformuleerde afkeer van de Verlichting en het humanisme die in al hun zwakte niet in staat waren gebleken om verderfelijke politieke ideologieën af te weren, kon op Sloterdijks instemming rekenen: want ,,wie temt nog de mens, als het humanisme als school van de mensen-temming faalt?'' Maar werkelijk verontwaardigd raakt de verslaggever als hij de volgende uitspraak van Sloterdijk aldus optekent: ,,Uitgerekend aan het schrille einde van het nationaal-humanistische tijdperk, in de ongeëvenaard duistere jaren na (sic!) 1945, zou het humanistische model nog eenmaal opbloeien.'' Die laatste zin, aldus de Frankfurter Rundschau, was een belediging van de collega's uit Israël, onder wie de historicus Saul Friedlünder. Want was niet de tijd vóór 1945 ongeëvenaard duister? De stemming op het congres was danig aangetast en Friedlünder zou er bij de organisatie op aangedrongen hebben het 'misverstand' door Sloterdijk te laten wegnemen. Die maakte er vervolgens in een podiumdiscussie weinig woorden aan vuil: ,,Men moet verschillende kalenders van terrorisme accepteren.''

En als om de provocatie verder op de spits te drijven verklaarde Sloterdijk een 'sportieve opvatting' van de filosofie te hebben en er groot genoegen aan te beleven zich te meten met 'sterke vijanden'. Op dit punt, aldus nog steeds de Rundschau, zag men Friedlünder verstenen. Want wie zou Sloterdijk met die vijanden op het oog hebben gehad? Maar Friedlünder vroeg er niet naar, hij stond op, naar eigen zeggen om te telefoneren, en verliet vroegtijdig de zaal. Nee, hij was niet geïrriteerd geweest. ,,Ik was sprakeloos.''

Ook in het verslag in de Süddeutsche Zeitung keert dit 'schandalig' voorval op slot Elmau terug, maar hier neemt de verslaggever een zo mogelijk nog grotere Ungeist waar. Met een verwijzing naar Nietzsche zou Sloterdijk een pleidooi gehouden hebben voor het scheppen van Ãœbermenschen. De mens 'tem' je niet met de (toch al ondeugdelijke) middelen van de Verlichting. Het komt er niet op aan de mens te temmen, het komt erop aan hem te kweken, aldus de Sloterdijkse wending in het verslag van de Süddeutsche. We citeren nu letterlijk: ,,Terwijl Sloterdijk met de ene hand de in de nationaal-socialistische ideologie manifest geworden consequenties van deze filosofische perversie wegwimpelt (de Ãœbermensch is iets veel grootsers dan 'de gelaarsde slechte Nietzsche-lezers uit de jaren dertig zich konden voorstellen') doet hij er met de andere hand nog een schep bovenop: filosofen zouden jegens de nieuwe mogelijkheden van de 'antropotechnieken' (Sloterdijks voor bio-genetica) niet kunnen vluchten in de onschuld van de weigering zich met zoiets bezig te willen houden. Wie niet selecteert, wordt geselecteerd; dus moeten het de filosofen zijn - althans de kennishebbende elite onder hen - die de concepten van een gentechnologische mensenkweek controleren.''

Deze uitvoerige weergave van de verslaggeving is van belang om te begrijpen met welke toonzetting de publieke sloop van de filosoof Sloterdijk werd ingezet. Een waardering van Heidegger ('Ik beoordeel Heidegger naar zijn geschriften en U beoordeelt hem naar zijn handelen' zou Sloterdijk volgens de FR ook nog hebben gezegd), een belediging van de joden, een pleidooi voor het kweken van een betere mensensoort: ziehier de ingrediënten voor een explosief mengsel dat de reputatie van een vooraanstaand denker voorgoed zou kunnen opblazen.

Sloterdijk besloot zich te verweren. In een kort artikel voor de Frankfurter Rundschau van 31 juli laat hij weten dat hij heeft getracht duidelijk te maken dat de 'ongeëvenaard duistere jaren na 1945' voor een generatie als de zijne (Sloterdijk werd in '47 geboren) psychologisch nog als een deel van de oorlogstijd ervaren kunnen worden. Verder heeft hij met het oog op Heidegger het gebod van de intellectuele sportiviteit willen volgen door de positie van de tegenstander zo sterk mogelijk weer te geven, in plaats van hem van tevoren moraliserend te veroordelen. In de kern echter leverde hij ,,een scherpe, zij het door hoogachting gekenmerkte kritiek''. Voor de verslaggever heeft hij weinig goede woorden over: ,,Hoorde u ook niet dit bijna verrukte mondgesmak in zijn fantasie dat ik mijn Israëlische collega's als 'vijanden' zou hebben betiteld?''

Sloterdijks verweer mocht niet baten, de critici verzamelden nieuwe munitie. In het weekblad Der Spiegel van 6 september wordt Sloterdijk opnieuw aangewreven een intellectueel schandaal te hebben veroorzaakt. In het artikel is sprake van een oproep tot een 'doelbewuste genetische selectie onder leiding van een culturele elite' en het woord 'fascistisch' valt. Der Spiegel ziet een gevaarlijke tendens: ,,Het is geen toeval dat het voormalige vlaggenschip van de linkse intelligentsia, uitgeverij Suhrkamp met haar zijn huisleraar Siegfried Unseld, nu twee prominente auteurs onderdak verleent die met verve anti-democratische, anti-westerse, ja totalitair-fascistoïde denkbeelden verkondigen: Peter Sloterdijk en Peter Handke.'' Hier maakt Sloterdijk, aldus het blad, als gedesillusioneerde linkse intellectueel de sprong van humanist naar superhumanist, van mensenvriend naar Ãœbermenschenvriend. 'Gentechnologie in plaats van maatschappijkritiek: de uterus vervangt de utopie.'

In diezelfde week heeft ook Die Zeit toegeslagen: ook hier moet Sloterdijk het verwijt verduren dat hij zich een arbeidsgemeenschap zonder democratie voorstelt van echte filosofen en gen-technici die zich niet langer met ethische vraagstukken bezighouden, maar praktische maatregelen treffen. Ook hier bevindt zich Sloterdijk op de grens van het totalitaire met zijn verlangen de lessen van de Verlichting ('Lektionen der Aufklürung') te vervangen door de selectie van de genetica ('Se-Lektionen der Gentechnik').

Frankfurter Rundschau, Süddeutsche Zeitung, der Spiegel, die Zeit: de complete links-liberale pers heeft inmiddels de filosoof aan de schandpaal genageld. Sloterdijk besluit andermaal te reageren, dit keer met een verrassend verweer. Aanvankelijk gaat hij in zijn twee open brieven in Die Zeit (de een zoals gezegd gericht aan Habermas, de ander aan zijn criticus in dat weekblad) in op het element van het opzettelijk misverstaan. In zijn rede in slot Elmau staat niets anders dan dat met het oog op de actuele doorbraken in de biotechnologie een morele codex geformuleerd moet worden. En in die codex, schrijft hij ter verduidelijking, ,,moet de grens getrokken worden tussen de legitieme door gentechnologie aangebrachte levensverbetering voor het individu en de niet legitieme biopolitiek voor groepen''.

Sloterdijk vraagt zich af van welke surrealistische versie van zijn rede de criticus in Die Zeit zich bedient. Een elitaire nieuwe kweek van de mensensoort? ,,In mijn oren klinkt dat naar sciencefiction, gecombineerd met biologische gothiek en sociologische gruwel-romantiek.'' En dan hanteert Sloterdijk het verwijt van het journalistieke alarmisme. Eerst nog quasi-vriendelijk; tenslotte hebben de 'Capitolijnse gansen Rome ook voor de ondergang behoed, dus heeft het alarmisme in de pers oud-europese wortels'. Bovendien kan men beter een keer te veel snateren dan een keer te weinig, ook daarmee heeft Sloterdijk geen moeite. Maar moet men niet af en toe waarschuwen voor de waarschuwer? De criticus van Die Zeit is hard op weg een probleem-gans te worden. ,,Of bepaalt de gans wie de Galliër is?'' Want waarom, vraagt Sloterdijk zich af, had hij niet kunnen volstaan met de vaststelling dat 'de filosoof X een voordracht heeft gehouden over een van de meest explosieve thema's van onze tijd, een tamelijk esotherische, literair hoogstaande rede, een filosofisch nachtstuk dat de auteur zelf niet zonder zorg voor de afgronden van zijn probleemstelling voordroeg voor een groep eminente filosofen?'

Sloterdijk denkt te weten waarom de gans zo snaterde. Hij ziet een ontwikkeling van het alarmisme naar het schandalisme. ,,Menig journalist, en dat geldt ook voor u, heeft de tekenen van de tijd begrepen: de dood van de kritiek en haar transformatie in prikkel-producten op de krimpende markt van de aandacht-quota.'' Maar de werkelijke aanstichter van de bezoedelingen in Der Spiegel en Die Zeit zoekt Sloterdijk elders. Die aanstichter is Jürgen Habermas.

Habermas heeft zich vorig jaar in een artikel fel gekeerd tegen de ontwikkelingen in de genetica: klonen is zijns inziens ethisch volkomen verwerpelijk. Niettemin heeft hij in deze kwestie niet het discours gezocht met Sloterdijk, wel, aldus Sloterdijk in de aan Habermas gerichte brief, journalisten bestookt met 'roof-kopieën' van zijn rede, compleet met een handleiding tot verkeerd lezen en een oproep in de pen te klimmen. De criticus van Die Zeit is zo'n bestookte leerling van Habermas.

Voor Sloterdijk is de Frankfurter Schule van Habermas verworden tot 'een sociaal-liberale versie van de deugden-dictatuur' met Jakobijnse trekken. (De Jakobijnen vormden tijdens de Franse revolutie een radicale beweging die een extreem egalitaire samenleving voorstond). Sloterdijk citeert Hegel die het wezen van terreur daarin zag dat er een directe overgang is van verdachtmaking naar veroordeling.

In elk Jakobinisme, schrijft Sloterdijk, staat aanklagen gelijk aan liquideren. En in deze tijd van uiterst efficiënte massa-media kan men opruiingen in een oogwenk organiseren: ,,Zelfs het nazi-regime was technisch langzamer.''

Belaster je tegenstander, ook bij volledige weerlegging blijft er altijd iets van hangen. Dit oud-Romeinse principe is ook al gebruikt door Amerikaanse presidenten. Zo liet een van hen een politieke tegenstander besmeuren met leugens onder het motto 'I don't care if it is true or not; let the son of a bitch deny it.'

'Schandaalstatistisch gesproken' ziet de zaak er voor Sloterdijk ook niet best uit, maar hij wanhoopt niet. Het tijdperk van de hypermorele zonen van nationaal-socialistische vaders loopt ten einde, schrijft hij. Een iets vrijere generatie dient zich aan. Voor haar betekent de achterhaalde cultuur van verdachtmaking en betichting niet veel meer. Sloterdijk spreekt van de 'oude mentaliteitsmachthebbers' die zich nog één keer oprichten om een monument neer te zetten voor hun eigen hypermoraal. ,,Nog één keer willen ze, net als toen, toen geen enkele dode dictator voor ons verzet veilig was, oproepen tot een fascistenjacht.''

Met bijtende spot draagt de getergde Sloterdijk de oude leermeester Habermas ten grave. ,,De kritische theorie is in deze septemberdagen gestorven. Ze was al lange tijd een bedlegerige, mopperige oude dame, nu is ze van ons gegaan. We zullen ons verzamelen aan het graf van een tijdperk, om de balans op te maken, maar ook om het einde van een hypocrisie te herdenken.''

Men moet nu uit het voorafgaande niet de conclusie trekken dat Sloterdijk met zijn aanval op Habermas impulsief handelde. Al in 1996 problematiseerde hij de links-liberale consensus. In een gesprek met de Spaanse filosoof Carlos Oliveira drong hij aan op 'een psychogram van een verloren generatie', doelend op de linkse en links-liberale '68-ers, wier idealen overdekt zijn geraakt door 'karikaturen en carrièrismen'. Sloterdijk zag verbittering, stagnatie, aanmatiging. Links is uiteengevallen. ,,Maar'', zei hij toen, ,,merkwaardig genoeg zijn de oude aversies nog aanwezig, hebben de oude onhebbelijkheden overleefd en ook de oude ondeugden. Dit oud-linksliberale onfatsoen kruipt overal uit holen tevoorschijn, zonder enig utopisch excuus.''

Dat onfatsoen uitte zich ook toen al in de aanvallen die gericht waren op intellectuelen als Botho Strauss, Peter Handke, Wim Wenders en Sloterdijk. 'Het gnostische kwartet' werden ze destijds spottend door een criticus (dezelfde als die uit Die Zeit) genoemd. De vier zeiden dingen die niet gezegd mochten worden, dachten dingen die niet gedacht mochten worden. Maar dat, zei Sloterdijk, is juist een kwaliteit van groot schrijverschap. ,,Er bestaat een directe relatie tussen de grootte van een auteur en de gevaarlijkheid van de stoffen waarmee hij omgaat. Het is niet de opgave van een schrijver om onschadelijk te zijn. Uit onschadelijkheid komt uitsluitend onschadelijkheid voort, maar uit het gevaarlijke ontstaat het denken en als het denken het punt van de vorm vindt, komt het ogenblik van de kunst. Een schrijver die iets voorstelt, besmet zichzelf met de stof waarmee hij werkt - het gaat nu eenmaal niet anders. Thomas Mann heeft dat zo gedaan, Kafka, Benn, Musil, Broch, alle groten van deze eeuw. Ze zijn allen meesters van het gevaarlijke denken geweest.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden