Het begon allemaal met Rutger, ambtman van Over-Betuwe

Behalve een eerlijk verdiende meestertitel heeft de Amsterdamse procureur-generaal Rutger Jules Cornelis van Randwijck - vooral de laatste weken bekend van kranten, radio en tv - nog een titel: graaf. Die heeft hij van zijn vader geërfd, die 'm weer van zijn vader en zo nog twee vaders verder terug kreeg. Ook eerlijk dus, maar zonder er iets anders voor te hoeven doen dan een wettige zoon van zijn vader te zijn.

Adeldom heeft ooit ergens een begin en voor deze tak van de Van Randwijcks valt dat begin in 1822, is in Nederland's Adelsboek te lezen. Daaruit is bij voorbeeld te destilleren dat de procureur-generaal de naam draagt van stamvader Rutger van Randwijck (nog zonder titel), ambtman van Over-Betuwe 1389.

Een beetje blauw begint het bloed al in 1814 te worden. Uit het Adelsboek: Bij besluit van de Souvereine Vorst d.d. 28 augustus 1814, nr 14, werden Godard Adriaan van Randwijck en diens broeder Reindert van Randwijck benoemd in de ridderschap van Gelderland. Bij KB d.d. 10 maart 1822, nr 23, werd voor Jhr. Maurits van Randwijck (broeder van de beide voorgaanden) en voor Jhr. Otto van Randwijck, heer van Beek, Rossum en Heesselt en diens wettige afstammelingen erkend de hun van ouds competerende titel van baron en barones.

De baronnentak is uiteraard wel familie, maar voor de titulatuur van onze Van Randwijck niet zo interessant. Voor hem is deze aantekening in het Adelsboek belangrijk: Bij KB d.d. 31 maart 1822, nr. 38, werd verklaard dat de minderjarige zoon (Lodewijk Napoleon) van Frans Steven Karel des H.R. Rijksgraaf van Randwijck met al zijn wettige afstammelingen behoorde tot de Nederlandse adel met de titel van graaf en gravin.

Alle Van Randwijcks houden er hetzelfde wapen op na: een rode leeuw in een zilveren schild, gevat in een rode schulprand. Die kleuren komen ook terug in de helmkleden, maar de schildhouders, twee omziende, goud gehalsbande windhonden met de bek dicht, zijn van zilver en rusten, net als het schild, op een lichtbruine console. In de heraldische parafernalia komen verder nog parels en bladeren voor.

Mr. R. J. C. van Randwijck, geboren op 25 juli 1937 in Batavia en getrouwd met een lerares Frans die eveneens in Indonesië ter wereld kwam, heeft twee dochters en een zoon. Ook zijn jongere broer en nog iets jongere zuster zijn in Indonesië geboren.

Hoe het dit adellijke geslacht tot nu toe financieel vergaan is, is (behoudens wat de laatste weken over de inkomsten van de procureur-generaal bekend is geworden) niet in het Adelsboek terug te vinden. Wel wordt daaruit duidelijk, dat in elk geval in de grafelijke tak nog nooit een jurist heeft ontbroken. Niet alleen Van Randwijck en zijn zoon Alexander hebben rechten gestudeerd, vader Steven Cornelis, grootvader Jules Cornelis, overgrootvader Frans Steven Karel Jacob en betovergrootvader Lodewijk Napoleon hadden ook allemaal mr. voor hun naam staan. De laatste is in 1807 geboren en heeft zijn nazaten dus de grafelijke titel mogen overdragen. Over de beroepen die eventueel in de grafelijke familie zijn uitgeoefend, vermeldt het Adelsboek weinig. Van Van Randwijcks grootvader van vaderskant, mr. J. C., weten we dat hij burgemeester van Amersfoort is geweest. Zijn eigen vader was volgens het boek secretaris van de Raad voor de Zending der Nederlands Hervormde Kerk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden