Het begerig oog rustte lang op het Wad

Het heeft wat rampen gekost om de mens duidelijk te maken dat hij een verwoestende invloed heeft op zijn omgeving. Milieu is van actiepunt beleidsterrein geworden. In een serie artikelen blikt Hans Schmit terug op de vermaarde milieuproblemen waarmee die ontwikkeling begon. Vandaag: de Waddenzee.

Hans Schmit

AMSTERDAM - Friesland organiseerde op 9 juni 1965 een excursie voor statenleden naar Ameland, waarbij een plan werd getoond voor twee dammen tussen de Friese kust en Ameland.

Daartussen zou een recreatiegebied met een zoetwaterbekken komen; op de hoogste zandplaten kwamen bomen. De recreanten konden met hun auto over de dammen naar Ameland en de spoorwegen wilden het spoor doortrekken naar het eiland. En aan de Friese kust kon grond voor de landbouw worden ingepolderd. Volgens de kranten waren de statenleden enthousiast.

De 15-jarige scholier Kees Wevers uit Kortenhoef sloeg, toen hij erover las, de schrik om het hart. Wevers: ,,Het eerste dat ik dacht, was: oh, dan kan ik niet wadlopen. Toen ik bij mijn oma in Groningen logeerde, had ik in een boek over de mogelijkheid van lopen op het wad gelezen. Hoewel ik het wad nog nooit had gezien, raakte ik zeer geïnteresseerd in zo'n tocht door een overweldigend getijdenlandschap.''

Hij tikte een ingezonden brief naar de Telegraaf die werd geplaatst. Daarin riep hij op in het geweer te komen tegen het dammenplan en een vereniging tot behoud van de Waddenzee ('een van de belangrijkste natuurgebieden van de wereld!') op te richten. Wevers: ,,Ik kreeg maar drie reacties en ben toen naar meer kranten gaan sturen. Die zomer heb ik in Groningen mensen opgezocht, tot er genoeg waren om een vereniging op te richten.''

De oprichting van de Landelijke vereniging tot behoud van de Waddenzee vond plaats op 17 oktober 1965 in Harlingen. Het kantoor (ruim 51000 leden) staat nog altijd in deze plaats. Wevers: ,,Het woord 'landelijke' is toegevoegd om het nationale belang te benadrukken. Ik vond het belangrijk dat er georganiseerd verzet werd gevoerd, anders zouden die dammen er zeker zijn gekomen. In diezelfde tijd werd de Lauwerszee afgedamd en daartegen was geen verzet.''

Inpoldering van de Waddenzee heeft lang tot de verbeelding gesproken. Het eerste plan van ir. Lely uit 1887 behelsde de gezamenlijke inpoldering van Zuiderzee en Waddenzee en vormde de basis voor het plan uit 1918 tot aanleg van de Afsluitdijk en drooglegging van de IJsselmeerpolders. In 1970 werd de commissie-Mazure ingesteld die moest adviseren over de inpoldering van de Waddenzee. In 1974 liet deze weten dat noch de Waddenzee noch delen daarvan voor inpoldering in aanmerking komen.

De Waddenzee is dus niet ingepolderd en wordt algemeen erkend als een van de natuurlijkste gebieden van Nederland. De waterkwaliteit is sinds de jaren zestig sterk verbeterd en de zeehond is teruggekomen, ondanks uitbraken van het zeehondenvirus in 1988 en 2002. Naar schatting zijn er nu ruim 3000 gewone zeehonden in de Waddenzee en de verwachting is dat de gezonde en waarschijnlijk resistente populatie snel zal herstellen.

Ondanks deze verbeteringen staan veel waarden onder druk of zijn verdwenen, zoals de zeegrasvelden. Omvang en kwaliteit van de mosselbanken zijn kritiek en de groene stranden bedreigd. De mechanische schelpdiervisserij zorgt jaarlijks voor grote sterfte onder vogels, waaronder eidereenden en scholeksters.

Bij de bescherming van het Waddengebied, zegt Jan Abrahamse, medeoprichter van de Waddenvereniging en oud-hoofdredacteur van het Waddenbulletin, zou een groter gebied moeten worden betrokken dan de zee en de eilanden: ,,Het is goed dat men zicht richt op de ecologische waarden van water en eilanden, maar er dient ook naar het kustgebied worden gekeken, naar het terpen- en wierdenlandschap dat tot het oude Waddengebied behoort. Dat moet worden beschermd tegen de 'witte schimmel' -die witte huizen waarmee de dorpen worden uitgebreid op een wijze die niets te maken heeft met de identiteit en structuur van het landschap.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden