Het beest loslaten of temmen?

Calvinisten en hedonisten hebben oudere papieren dan zij zelf vaak denken. Hun onverzoenlijke werelden wortelen in de Oudheid.

De typering 'calvinistisch' wordt in ons land zelden in positieve zin gebruikt. Van Dale geeft als een van de betekenissen: "hardwerkend en sober, niet zwierig levend, tgov. bourgondisch." In een cultuur waarin 'Gij zult genieten' een van de belangrijkste geboden is, komt de calvinist er slecht vanaf. Calvinistische soberheid wordt doorgaans verbonden met bekrompenheid en provincialisme. De ruimdenkende wereldburger van Nederlandse nationaliteit denkt met afschuw terug aan de stamppotten en spruitjes van de vijftiger jaren.

Wat in deze context 'calvinistisch' heet, is echter niet zoveel anders dan de erfenis van de Griekse en Romeinse filosofen van de Stoa, die we niet alleen bij Calvijn, maar in de hele humanistische en christelijke traditie terugvinden. Het is een Europees geestesmerk dat het twee millennia heeft uitgehouden. Calvijn schrijft nog voor zijn afwending van de rooms-katholieke kerk, laten we zeggen voor hij calvinist was, een commentaar op het werk van de stoïsche filosoof Seneca, 'De clementia'. Al in de Oudheid worden de deugden van soberheid, zuinigheid, matigheid en zelfbeheersing door wijsgeren van verschillende richtingen verdedigd en gepropageerd.

Seneca schrijft aan zijn vriend Lucilius dat de wijsbegeerte soberheid eist. De toga, het kledingstuk van de vooraanstaande Romein, hoeft niet te schitteren, maar moet ook niet vuil zijn. Verlangen naar luxe-artikelen is een teken van spilzucht, maar de onthouding hoeft ook niet zo ver te gaan dat we goedkope en gangbare artikelen mijden. De mediocritas is in de Oudheid niet alleen maar negatief, anders dan in de West-Europese talen, waar 'mediocrity', 'mediocrité', 'Mediokrität' en 'middelmatigheid' uitgesproken negatieve connotaties hebben. Je hebt ook mediocritas aurea, de gulden middenmaat.

Calvijn voer in Genève uit tegen de weelde van de rijke burgers.

Hij wist het stadsbestuur zover te krijgen dat het daar wetten tegen uitvaardigde. Daarmee toonde hij zich een erfgenaam van de klassieke Oudheid. Preciezer: van de stoïsche filosofie. Nog preciezer: hij verbond deze erfenis van de Oudheid met het profetisch getuigenis uit Israël.

In zijn commentaar op het bijbelboek Amos gaat Calvijn in op de waarschuwing van deze profeet tegen de rijken die op ivoren bedden slapen. Luxe is op zich niet verkeerd, maar alles wat boven de matigheid uitgaat is verdacht: het verbindt zich gemakkelijk met begeerte en hoogmoed. De mens heeft de opdracht, schrijft hij elders, om zuinig en matig met Gods goede gaven om te gaan: wie een stuk land bebouwt, moet het zo doen dat hij het goed achterlaat aan de volgende generatie. Of de huidige milieubeweging blij is met deze erflater, is de vraag, maar ze heeft meer oude papieren dan ze zich wellicht bewust is. Tegen verkwisting, voor behoud van de schepping/natuur, tegen overdadige luxe en weelde op kosten van de behoeftige naaste. De mens is een rentmeester die waakt voor verkwisting en de Hof van Eden, of wat daar nog van over is, verantwoord beheert en bewaart.

Natuurlijk, de Stoa is niet de hele Oudheid. Uitspatting, hedonisme, genotzucht is van alle tijden. Niet voor niets waarschuwen de stoïsche filosofen ertegen. Er is ook de cultus van Dionysos-Bacchus waarin de via media verlaten wordt, en het grenzeloze leven opgezocht. De tentoonstelling van de Dode Zeerollen in Assen laat zien dat het Romeinse bezettingsleger, dat na de verovering van Jeruzalem in Israël bleef, een opvallende verering voor de wijngod Dionysos vertoont.

Toch zijn pleidooien voor een beheerst leven breed in de Oudheid te vinden. Plato moet niet vergeten worden als geestelijke vader van wat tegenwoordig calvinisme heet, maar in feite de klassieke traditie van Europa is. Ook van Calvijn zelf. Hij zegt dat Plato 'de meest godsdienstige en meest bezonnene' van alle oude filosofen is geweest.

Christenen waardeerden Plato om twee redenen. Plato is de filosoof van de Absolute Werkelijkheid van het Ware, Goede en Schone. Achter deze werkelijkheid, onbereikbaar voor de zintuigen, ligt namelijk de Ware Werkelijkheid van de Ideeën. Vreemd is het niet dat Plato door christelijke theologen geannexeerd werd als een para-bijbelse profeet, die door alle verhulling heen toch al iets (of veel) van de ware God liet zien.

Maar Plato had christenen nog meer te bieden. Volgens hem zijn er vier kardinale deugden: bezonnenheid, inzicht, gerechtigheid en moed. Ze gaan als samenvatting van de ethiek de hele Oudheid door en behouden ook daarna nog hun invloed. De bezonnenheid, de soofrosunè, wordt veelal als eerste genoemd. Een mens moet niet toegeven aan zijn driften, hartstochten dien je te beteugelen, zelfbeheersing te oefenen. Als het individu steken laat vallen, moet de overheid hem of haar daarbij met harde, maar heilzame hand helpen. De weeldewetten van Calvijns overheid steken bleek af bij het regime van Plato.

In de westerse cultuurgeschiedenis is de verhouding tot de Oudheid een lakmoesproef. Zeg mij wie uw geestverwanten in de Oudheid zijn en ik zal vertellen wie gij zijt!

In de afgelopen eeuw is er een her-oriëntatie op de Oudheid geweest. 'Herbronning' is daarbij misschien nog een beter woord.

Jan van Aken schrijft een roman, 'De Afvallige', waarin niet de eeuwenlang verguisde keizer Julianus, maar de christenen aan de verkeerde kant staan. De classicus Anton van Hooff kiest, ondanks zijn boeken over de stoïsche moraalridders, toch voor Epicurus, een keus waarin de dichter J.H. Leopold hem al was voorgegaan. Gerard Koolschijn, eveneens classicus, geeft, ondanks een leven met Plato, de voorkeur aan Xenofon, de schrijver van de Anabasis, de barre terugtocht van de Grieken uit Perzië. Anders dan Plato is hij immers de man van het echte leven, die weet van winnen en verliezen, van honger en dorst. Hij schrijft niet over het Ware, het Goede en het Schone, maar over mensen en paarden. De moralist Plato weet niet hoe het leven is, weet slechts hoe het moet zijn: het 'democratische beest', het monster van ongebondenheid en hedonisme in mens en maatschappij moet beteugeld worden. Met strenge tucht en straffe hand.

Al veel eerder had in de Lage Landen het protest tegen de muilkorving van dit beest geklonken. Honderd jaar geleden vindt Louis Couperus in de Oudheid het alternatief voor de bekrompen moraal van 'de kleine zielen', waar vooral het christendom debet aan is. Plato en Seneca worden als erflaters van onze westerse, christelijke beschaving afgevoerd. Niet expliciet en misschien ook niet bewust. Hoewel hij een goed kenner van de Oudheid was, heeft Couperus zich nooit zo met de antieke filosofen beziggehouden. Veelzeggend genoeg stond er in zijn bibliotheek, vol met klassieke literatoren, maar één deel Plato. Hij was beter in voelen dan in denken, zei hij altijd. Het ging hem om het leven, het volle, ongebreidelde, dionysche, bacchantische leven. Niet langer is het gematigde, beheerste bestaan de norm.

Als in zijn mythologische roman 'Dionyzos' de gelijknamige god vermaand wordt met de woorden: "Er is maat...", zegt hij: "Wat geef ik om maat! Laat maat houden de waardige Muzen... ik wil geen maat, ik wil geen maat! De onmatige wellust wil ik!" In 'De berg van licht' zal hij het thema grandioos uitwerken. Heliogabalus, de Romeinse keizer in de eerste helft van de derde eeuw, is de goddelijk schone androgyne mens die zwijmelt in ongebreidelde orgieën. Tegelijk is deze priester-keizer ook de hoeder van oude wijsheid. Couperus betreurt het expliciet dat deze antieke schoonheid en wijsheid plaats moest maken voor het christendom. De slotzin van De berg van licht luidt: "...een Antieke Schoonheid, die, helaas, verwelkte... en een Antieke Vroomheid, die weldra wijkt..."

Christenen komen er hier niet goed vanaf. Ze kleden zich in sombere, zwarte kleren, hun bisschop stinkt, ze zijn 'onderdrukt van ziel en van natuur somber'. Daartegenover wordt het blije, wilde, erotische leven van de pagane Oudheid gezet: fallus tegenover kruis, zo formuleert keizer Heliogabalus het in een uitval tegen de bisschop van Rome.

Wat in deze herwaardering van de Oudheid voor Couperus een grote en misschien wel beslissende rol speelt, is de ruimte die er in deze cultuurperiode is voor homo-erotiek en homoseksualiteit. Voor de Griekse man is het niet vreemd om er, getrouwd en wel, een verhouding met een jonge knaap op na te houden, en ook al liggen de verhoudingen in het Romeinse keizerrijk wat anders, er is nog steeds een grotere seksuele vrijheid dan in de christelijke eeuwen daarna.

Volgens Couperus is het christendom een betreurenswaardige uitloper van de Oudheid die het beste ervan (Schoonheid en Wijsheid) heeft verworpen en het slechtste ervan (zwartgallige ernst en moraal) heeft meegenomen. De kleine zielen van het christendom hebben slechts een sombere moraal naar exclusief heteroseksuele snit.

Is er in alle heroriëntering op de Oudheid van de laatste honderd jaar een zekere consensus te ontdekken? De fragmentarisering van onze cultuur maakt dat niet gemakkelijk. Gemeenschappelijk in de nieuwe benaderingen van de Oudheid is wel dat men een alternatief zoekt voor de christelijke interpretatie en annexatie ervan. De christenen van de Oudheid zijn bij Couperus, Koolschijn en Van Aken vrijwel zonder uitzondering de bad guys. Dominant is ook de afkeer van de matigheid en de soberheid, door Plato, de Stoa en het latere christendom gepropageerd. Bacchus en Dionysos mogen zich intussen in een nieuwe populariteit verheugen. De porno-zenders bieden op het scherm hun vleeswaren aan op een manier waar de geile satyrs van de Oudheid nog wat van leren kunnen.

In die zin is de wat wereldvreemde, esthetiserende romancier Louis Couperus zijn tijd ver vooruit geweest. Hij zou zich op Dance Valley Festival niet thuis hebben gevoeld, maar de oproep van onze tijd 'Laat de leeuw in je los', zou hij herkennen. Plato zou er van gegruwd hebben. Het beest moet je juist bedwingen.

Nu laat onze tijd ook tegenbewegingen zien. Therapeuten ontdekken de schaduwkant van 'het ontketende beest'. Pedagogen pleiten sterker voor regels en grenzen in de opvoeding. Voor maat dus. Pleidooien voor herbezinning op normen en waarden zijn soms van onverwachte en onverdachte zijde te horen.

Trouwens, ook bij Couperus keert de wal soms het schip. "Wanneer staat er eens iemand op om tegen die overbeschaving en decadentie te preêken", vraagt de schrijver van 'De berg van licht' en 'Dionyzos' zich een kleine tien jaar later af. In dat verband noemt hij onder andere het gebruik van 'Genuszmittel' als 'hadschisch-cigaretten' en opium. Is dit de reactie van een ouder wordende man of is de schrijver hier representatief voor een cultuur die eerst de knellende grenzen doorbreekt en daarna probeert ze opnieuw vast te stellen omdat grenzeloos leven tot zelfvernietiging leidt?

Plato's dictatoriaal geregeerde staat kan ons moeilijk meer inspireren. De bedoelingen zijn misschien goed, maar de middelen deugen niet. Het ideaal is ook te zeer achter de filosofische tekentafel ontworpen. Wij kunnen niet met een lege lei onze samenleving inrichten, we staan midden in de concrete situatie en zoeken daarin een weg.

Laat dat alles waar zijn, een nieuwe bezinning op de klassieke deugden van bezonnenheid en soberheid lijkt me wel nodig. Alleen al om als mensheid te overleven. De duurzaamheidsbeweging wijst ons daarop. Afgeven op de jaren vijftig zonder het besef dat onze footprint sinds die tijd vele malen groter is geworden, is kortzichtig. De vrijheid van het individu kan nooit gevierd worden op kosten van de gemeenschap.

En ook het individu is gebaat bij begrenzing. De ethicus Hans de Knijff heeft in de tachtiger jaren het boek geschreven 'Venus aan de leiband'. Een onbeteugelde Venus leidt tot destructie van minnaar en beminde, zegt hij. Uiteindelijk ook tot verlies van de ontroering en de vervoering die wezenlijk zijn voor de erotiek. Het beeld doet aan Plato denken: het beest moet beteugeld worden.

Toch is dat maar de ene kant van zijn verhaal. De andere kant van het beeld is: het dier loopt nooit beter dan wanneer de ruiter de leidsels goed hanteert. De erotiek, de liefde, de vitaliteit, het leven zelf is gebaat bij gestelde en gerespecteerde grenzen. Dit beeld kan ons wellicht helpen om de klassieke deugden van bezonnenheid en matigheid te herwaarderen. Het zou daarbij ook helpen als calvinisten (wie daar ook voor door mogen gaan) in Godsnaam duidelijker dan vroeger laten zien dat het in hun veelvuldig klinkende 'nee' altijd gaat om het grote 'ja' tegen het leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden