Het ’beenderkistje van Jezus’ brengt niemand van zijn geloof

Zal de bewering van filmmaker James Cameron dat hij een kistje met Jezus’ beenderen gevonden heeft veel christenen van hun geloof doen vallen? Vermoedelijk niet. Orthodoxen wijzen Camerons waarheidsclaim af, en vrijzinnigen laat het onverschillig. Een analyse.

Het was in de jaren zestig een bekend boek: ’De Bijbel heeft toch gelijk’. De auteur bewees dat archeologische vondsten naadloos aansloten bij de bijbelse berichten. Van de schepping-in-zes-dagen tot aan Paulus’ reizen: alles klopte.

In Nederland is het boek in de vergetelheid geraakt. Toch zijn ze er nog, de mensen die ’van kaft tot kaft’ geloven. Ze raken opgewonden bij de zoveelste vondst van de ark van Noach in Turkije of bij een archeologische vindplaats waar Jezus rondgelopen moet hebben. Hun conclusie: de Bijbel is betrouwbaar, want historisch correct.

In deze kringen zou het nieuws van het vinden van het graf van Jezus – met echtgenote Maria Magdalena, vader Jozef en zoon Judah – ingeslagen moeten zijn als een bom.

Maar het blijft daar stil. Want met dezelfde gretigheid als waarmee positief bewijs wordt begroet, wijzen ze het omgekeerde af. Jezus wás nooit getrouwd, had geen zoon en kan al helemaal niet in een beenderkist beland zijn, want hij is opgestaan uit de dood en ook nog eens ten hemel gevaren.

Gematigder dan deze fundamentalisten was priester Roderick Vonhögen, dinsdagavond bij Pauw en Witteman. Vonhögen bleef lachen, want niets bracht hem van zijn stuk. De interviewers drongen aan: de documentaire waarin James Cameron de vondst in Jeruzalem verbeeldt, trekt toch het fundament onder het christendom vandaan?

Vonhögen bevestigde dat – als het waar was van het gebeente van Jezus. Maar, zei hij, het was allemaal gespeculeer.

En als het nu eens zou kloppen, van Jezus in dat ossuarium? Het antwoord van Vonhögen was simpel: de Bijbel leert het anders, Jezus is echt uit de dood opgewekt; op dat Paasverhaal drijft het hele christendom.

Vonhögen hanteerde, kort geformuleerd, de volgende redenering: de Bijbel heeft gelijk want de Bijbel heeft gelijk.

De geschiedenis van de uitleg van de Bijbel zit een tikje subtieler in elkaar dan de priester met de vrolijke lach suggereert.

De evangeliën – Marcus, Lucas, Mattheüs en Johannes – vertonen in hun weergave van de opstanding zoveel verschillen dat je maar beter één van die evangeliën kunt volgen, schreef Origenes in de derde eeuw al, of er een andere interpretatie aan geven. Dat laatste deed hij: de waarheid ligt niet in de letterlijke tekst.

Katholieken hebben nooit veel last gehad van aanslagen op hun geloof; katholiek-zijn zit in hun DNA, wat het DNA in het beenderkistje ook over Jezus zou zeggen. Bovendien hebben ze een eeuwenoude traditie die dergelijke aanvallen succesvol absorbeert.

Protestanten tillen door de bank genomen wat zwaarder aan twijfels over de letterlijkheid waarmee we de Bijbel moeten interpreteren.

Maar de rechterflank van de grootste denominatie protestanten, de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), is immuun voor welk beenderkistje ook. Voor hen is een begraven Jezus heiligschennis, het schofferen van de Auteur van de Bijbel zelf.

Maar ook de andere kant van het kerkelijke spectrum siddert niet om Camerons documentaire die hier ongetwijfeld uitgezonden gaat worden.

Om het tot die PKN te beperken: de vrijzinnigen liet het altijd al ongeveer koud, en de midden-orthodoxie heeft geleerd er de schouders over op te halen.

Op deze flank heeft succesauteur Nico ter Linden met zijn ’Het verhaal gaat’ breed ingang gevonden. De Bijbel meldt wel dat Jezus’ volgelingen hem na zijn dood weer in levenden lijve hebben gezien, maar dat dat ook ’echt gebeurd’ is, dat kwam volgens Ter Linden zelfs niet in hun hoofd op. „Zij schreven geen krantentaal, ze schreven verhaaltaal. Dat is dezelfde taal waar je gedichten van maakt, poëzie.”

Waar, niet echt gebeurd: dat is de leus die behoudende gelovigen op de kast kreeg. In 1989 schokte de Leidse hoogleraar Ted van Gennep kerken met de stelling dat de „christelijke geloofsuitpraak ’De Heer is waarlijk opgestaan’ niet veronderstelt dat die Heer ook ’lichamelijk’ is opgestaan.”

Nieuw is dat idee niet. Rudolf Bultmann maakte er school mee: niet de opstanding is historisch maar het paasgeloof van Jezus’ leerlingen. Deze ontmythologisering opende een nieuw perspectief: de lezer vindt in de Bijbel verhalen over hoe hij zelf ís, met zijn vooroordelen, verwachtingen, angsten.

Een nieuwe variant daarop is bekend geworden door Eugen Drewermann (aan wie Ter Linden schatplichtig is). Diens ’dieptepsychologische interpretatie’ ziet in wonderverhalen iets anders dan het op het eerste gezicht lijkt: het verhaal van wat er zich binnenin ons afspeelt. De Drewermann-methode heet ook wel de ’hermeneutiek van de argwaan’ – dergelijke uitleggers wantrouwen de letterlijke betekenis die eerder verhult dan onthult, eerder vervalst dan bevrijdt.

Voor deze moderne godgeleerden is Camerons onthulling op haar best een genoeglijk avondje tv, maar waarschijnlijker vinden ze het beenderkistje bedenkelijk. Omdat het de suggestie wekt dat het in de Bijbel om de historische werkelijkheid draait, terwijl de waarheid iets heel anders is.

De orthodoxen zijn immuun voor de inhoud van Camerons beenderkist. De modernen laat het onverschillig. Beenderkist, so what?

En zo valt er niemand van zijn geloof van Camerons documentaire.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden