Het beeld van Oranje is alweer bijgesteld

De spelers van het Nederlands elftal bedanken het publiek na de 2-2 tegen Duitsland, afgelopen maandag. Beeld Koen van Weel, ANP

Bondscoach Ronald Koeman kreeg in Gelsenkirchen het beste wat hij zich kon wensen. Hij kan volk en spelers onder de neus wrijven dat en waarom Oranje nog niet zo goed is.

‘Het was voor alles en iedereen het beste, ja ook voor de spelers van Oranje, die nog altijd toch ook bleken te kunnen verliezen – natuurlijk konden ze dat. Krachtiger dan in Gelsenkirchen kon de alweer overtrokken euforie na de 2-0 zege van vrijdag op Frankrijk niet de kop in worden gedrukt. Beter en leerzamer kon niet worden uitgebeeld dat Oranje nog niet meer dan een ploeg in ontwikkeling kan zijn, een ontwikkeling vanzelfsprekend met piekjes en dalen.’

Dit was maandagavond laat op de perstribune tot de slotminuut, tot de late treffer van aanvoerder Van Dijk, de eerste alinea van het verslag van Duitsland-Nederland. Het werd geen 2-0, geen 2-1 ook, maar 2-2.

De alinea moest natuurlijk worden geschrapt, omgebouwd. Er kon toch weer worden gejubeld, Oranje ontglipte wonder boven wonder naar de finaleronde van de Nations League. Maar de woorden zijn hier toch maar even gereproduceerd. De strekking blijft overeind, toch?

Teamgeest

Oranje is onvolgroeid, uiteraard als nog maar net gevormde, nieuwe ploeg. Het is goed dat het werd ­aangetoond, ondubbelzinnig, ­onloochenbaar. Goed, ook en misschien wel vooral voor spelers en coach, dat het beeld van de ploeg na de extase tot evenwichtiger proporties kon en moest worden bijgesteld.

Voor een goed begrip: Oranje is gereanimeerd, dat is mooi. Bondscoach Ronald Koeman, resultaattrainer pur sang, verdient lof voor de manier waarop hij dat in betrekkelijk korte tijd heeft gedaan. Tien interlands ­tegen veelal grote tegenstanders, vier zeges, vier gelijke spelen, twee ­nederlagen – Koemans tussenrapport mag er zijn. Finaleronde Nations League, groepshoofd bij de EK-loting (wat al als een belangrijke stap naar weer eens een toernooi mag worden gezien) én de groeiende teamgeest, groeiend ook door ­logisch gedrag van de heldere en veeleisende Koeman.

Maar na de zege op Frankrijk, de nu even verzadigde wereldkampioen, was alweer gauw gesuggereerd en geloofd dat het al meer dan dat kon zijn. Denk eens terug aan het eerste doelpunt, op slag van rust. Frankrijk, dat aan een gelijkspel ­genoeg had, had zijn zin tot dan toe en het had zich geen zorgen hoeven maken. Vooral op het middenveld was de poort voor het zoekende Oranje dichtgegooid. Maar plots kopte de Fransman Nzonzi de bal vreemd verder in zijn eigen strafschopgebied en twee tellen later was het 1-0 – uit het niets.

Curieuze cijfers

In de tweede helft viel Oranje aan. Dat was enthousiasmerend, ja. Maar mocht het al een reden zijn om te stellen dat dit Oranje nu ook al kon domineren, het zo graag en gauw in Nederland gebruikte woord? Zou dat niet een merkwaardig snelle omslag zijn voor een ploeg die zich tot dan het lekkerst in de counter had gevoeld? Voor een ploeg die in juni tegen Italië (1-1) in de eerste helft soms nog helemaal open had gelegen? Voor een ploeg die vorige maand nog door Duitsland, de verzadigde WK-ploeg toen nog, in weerwil van de curieuze cijfers (3-0) in grote delen van de wedstrijd op de eigen helft was vastgeprikt?

Had het tegen Frankrijk niet ook met de houding van de tegenstander te maken? Ja, zo bleek maandag in Gelsenkirchen. Dat is volstrekt normaal. Er is in sport een tegenstander, de een meer geladen dan de ander, die jou zal willen dwarszitten. Dan kan blijken dat de bewierookte Frenkie de Jong nog niet de speler is die het internationale middenveldspel zal veranderen, als dat al zou kunnen. Dat aanvaller Depay toch nog weinig constant is. Dat middenvelder De Roon, spelend bij Atalanta Bergamo en niet bij een topclub, niet de uitgelezen balansbewaker kan zijn waarvoor hij al werd gehouden.

Op depantoffel

Koeman zei maandag dat het voor deze ploeg waarschijnlijk toch te veel was, twee van zulke tegenstanders binnen enkele dagen. Kijk inderdaad naar Frenkie de Jong: hij is nog een veulen. Dan is het prettig als het meezit, en de geschiedenis heeft al geleerd, dat dat met Koeman in de buurt nogal eens gebeurt. Denk ook aan de gelijkmaker tegen Duitsland. Juist doordat de Duitser Kimmich de bal onbedoeld doorkopte, viel die zo lekker op de pantoffel van Van Dijk.

Is het afgedwongen geluk? Dat is gauw zo makkelijk gezegd. De bal zal ook eens verkeerd vallen. Koeman is wel een trainer die altijd op kansen blijft loeren, de door de wol geverfde oud-topvoetballer die die houding, het besef dat er altijd (nog) kansen zijn, op zijn spelers wil overdragen. Als het 2-1 wordt, maken we ook 2-2, had hij in de rust gezegd.

Briefje

Er was nog het briefje. Het was, met de opstelling voor de laatste minuten met verdediger Van Dijk in de aanval, op het veld aan de aanvoerder doorgegeven. Koeman zei ruiterlijk dat het niet van hem kwam, maar van zijn assistenten. Ook daarmee scoort hij weer, met die eerlijkheid, als het zo is uitgepakt.

In de sferen waarin veel goed uitvalt, kreeg Koeman in Gelsenkirchen het beste wat hij zich kon wensen op weg naar 2019, naar het begin van het EK-kwalificatietoenooi en in juni de eindronde van de Nations League, met Portugal, Engeland en Zwitserland. Hij kan iedereen, volk en spelers, onder de neus wrijven dat en waarom Oranje nog niet zo goed en zo ver is. “Misschien vragen we te veel”, zei Koeman. ‘Misschien’ had hij kunnen weglaten.

Lees ook:

Oranje op de valreep naast Duitsland

Voetballend viel het niet mee voor het Nederlands elftal, tegen een getergd en verjongd Duitsland. Maar in de slotminuten werd de groepswinst in de Nations League toch gegrepen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden