Het bedrog van Boebka

Van onze wetenschapsredactie Dat wereldrecord polsstokhoogspringen, dat kan dus helemaal niet. De wetenschapper leest zijn sigarendoosje er nog eens op na. Stel dat Sergej Boebka op recordsnelheid is komen aanlopen. En stel dat hij al zijn sprintenergie in hoogte heeft weten om te zetten. Dan nog is het onmogelijk. Want, zegt het sommetje op het doosje, met 10 meter per seconde vooruit kom je maximaal 5 meter 10 omhoog. En Boebka sprong ooit 6 meter 15. Daarvoor zou hij minstens 11 meter per seconde moeten hebben gelopen.

Het lijkt erop dat de wetenschapper de mechanicawetten van Sir Isaac Newton op de schroothoop kan gooien. Maar dat is schijn. De wetenschap heeft het niet bij het verkeerde eind, de verklaring ligt elders: Boebka, in Atlanta niet meer van de partij, en zijn collega's belazeren de kluit.

De polsstokhoogspringers lijken hoogtes van meer dan zes meter te overbruggen, maar niets is minder waar. Ze hoeven immers slechts hun zwaartepunt - het punt waarin je hun massa geconcentreerd kunt denken - omhoog te tillen. En dat ligt al op één meter hoogte als ze nog met beide benen op de grond staan. Bovendien hoeft dat zwaartepunt niet over de lat; als het lichaam er maar overheen gaat. Door zich over de lat te krullen, houden de atleten hun zwaartepunt laag. Als het lichaam op het hoogste punt een halve cirkel is, ligt het zwaartepunt zo'n 40 centimeter lager dan normaal.

Aha, rekent de wetenschapper op zijn doosje, Boebka heeft in feite maar 4 meter 75 hoog gesprongen. Dat is dus helemaal niet in strijd met de wetten van Newton.

Hij kan het sommetje ook andersom maken. Welke recordhoogte zit er volgens 'Newton' in? Laten we het niet te gek maken en laten we een denkbeeldige Boebka met negen meter per seconde op de insteekbak aflopen. Per slot van rekening kan hij niet als een Bailey sprinten omdat hij ook nog een stok van ruim vijf meter en 3,5 kilo meetorst. Als hij zijn sprintenergie volledig in hoogte weet om te zetten, komt hij op 4 meter 15. Maar ja, redeneert de wetenschapper, zo'n zwiepende stok wil ook wat energie en vergeet de klap waarmee hij in de insteekbak wordt gezet niet. . .

Hij breekt een tweede sigarendoosje aan, krabbelt wat formules en schat het rendement van de stok op 90 procent. “De sprintenergie tilt de springer dus 3 meter 75 op”, concludeert hij.

Maar een polstokhoogspringer laat zich niet werkeloos door zijn stok katapulteren. Terwijl de stok zich weer rechtbuigt en de springer omhoogduwt, draait deze zich om tot een handstand. Daarmee werkt de atleet zich wel een meter hogerop, denkt de wetenschapper nog, alvorens hij even afgeleid raakt.

De beweging van man met stok is te interessant. Eerst is er de stok die als de grote wijzer van een klok 90 graden draait. Tegelijkertijd buigt hij zich weer recht. En dan is er ook nog die man die zich in een kurkentrekkerbeweging omdraait en omhoogduwt. Moet ik eens aan mijn studenten vragen om de beweging waarin dat resulteert uit te rekenen, mijmert hij.

Terug naar de rekensom van dit moment. De atleet springt 3 meter 75, hij duwt zichzelf nog een meter hoger, de eerste meter had-ie al en door de manier waarop hij zich om de lat krult, krijgt hij op het laatst 40 centimeter cadeau. Dat wil zeggen dat hij maximaal 6 meter 15 kan springen!

Dus hoger dan de echte Boebka kan de denkbeeldige niet komen? Jawel. . . als de imaginaire atleet zich op het moment suprême met zijn armen afduwt van de stok, springt hij een nieuw wereldrecord.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden