'Het barstte van de ramsjzaken en er was geen samenwerking'

Bij mijn weten is de straat voor het laatst nog bezongen zo begin jaren tachtig. Nou ja, bezongen, Amsterdams beatdichter annex gevierd Paradiso-portier Ton Lebbink had er een nummer mee: "'t is donker in de Kalverstraat..." , iets in die geest. Een ritmisch poeem, de sfeer was luguber en druilerig. De Kalverstraat was des avonds niet pluis, zoveel werd duidelijk.

Die jaren zat Neerlands bekendste winkelstraat in een diep dal, en met haar de directe omgeving. Sombere lieden verklaarden het oude centrum van Amsterdam al voor dood en begraven. Verloedering, onveiligheid, onbereikbaarheid, de bekende litanie. Er circuleerden zelfs vage stedebouwkundige plannen om het winkelhart van Amsterdam te verplaatsen richting Museumplein, met daar het eindpunt van de Schiphollijn en de P. C. Hooftstraat als grote trekker.

"Bijna elke winkelier ging over op zware ijzeren rolluiken, die 's avonds volgespoten werden met graffiti, het barstte van de ramsjzaken, en van behoorlijke samenwerking onderling was geen sprake, iederen kwam alleen voor zichzelf op" , zegt Marco van der Schoor. Sinds een jaar en twee maanden is hij 'Kalverstraat-manager', en zijn taak is de winkelstraat, inclusief Heiligeweg en Spui, op te stuwen in de vaart der volkeren, terug op het niveau waar ze zo lang heeft verkeerd en waar ze haar faam en waarde in het Monopolie-spel aan heeft te danken: de duurste straat van Nederland.

In de nok van Maison de Bonneterie, het sjieke modehuis, bastion van goede smaak en van de gouden tijden van weleer houdt hij kantoor, de wand vol met knipsels en affiches die de voortvarendheid moeten illustreren waarmee de stichting Kalverstraat-management bezig is het winkelgebied onder de slogan 'Vanouds Uniek' te verbeteren. Zoals de stunt, vorig jaar september, waarbij winkelende vroege vogels in de prille ochtenduren door de verschillende winkeliers op een gratis ontbijt getracteerd werden.

Maar zoiets gebeurt niet meer, zegt van der Schoor, het was leuk, er kwamen zo'n drieduizend mensen extra op af, het leverde flink wat publiciteit op, maar gelet op alle moeite en kosten zette dat weinig zoden aan de dijk. Bovendien, voor een straat waar toch op weekbasis zo'n kwart miljoen mensen doorheen stromen waren die drieduizend extra eigenlijk peanuts. "Het was ook niet goed voor het imago, het kreeg iets braderie-achtigs, en dat is niet waar we op mikken."

'Vanouds Uniek', een beetje oubollig misschien, maar dat is waar ze op mikken in de Kalverstraat, dit jaar officieel 600 jaar oud. De laatste honderd jaar zijn snel gegaan, want in 1950 is het 500-jarige bestaan van de straat gevierd. Misschien had dat te maken met het tijdstip vlak na de oorlog, en Amsterdam, de Kalverstraat, kon toen best een feestje gebruiken.

De straat werd luid bezongen en beschreven, als 'de populairste straat van Nederland'. 'Naar Rome gaan zonder den paus te zien getuigt van eenzelfde gebrek aan inzicht als Amsterdam te bezoeken zonder de Kalverstraat aan te doen', heette het in het boekje van straatbewoner D. Kouwenaar.

De Kalverstraat. "Oudtijds de straat van kalveren, van ossen en van schapen" , schrijft de Amsterdamse chroniqueur D'Ailly in zijn 'Zeven Eeuwen Amsterdam'. De kalverenmarkt werd gehouden op het noordgedeelte, bij de Dam, de ossenhandel rondom de 'Osjessluis', het huidige Spui, en de schapen vonden verderop aftrek, op het schapenplein, vlakbij de Munt. Tot 1629 bleef de veehandel in de Kalverstraat, met alle stank en vuiligheid vandien. Als compensatie kregen de bewoners een financiele vergoeding voor elk stuk vee dat voor hun huis verkocht was.

Toen de veehandel verdwenen was braken de betere tijden aan. De gegoede burgerij kwam te wonen op de grachten in de nabijheid en de Kalverstraat kreeg allure. Maar de echte glorie kwam pas in de loop van de vorige eeuw. De straat kreeg in 1861 als eerste verhoogde stoepranden, een trottoir, om de voetgangers te beshermen tegen het gejakker van bespannen rijtuigen en handkarren. En in 1870 - ook weer als eerste - werden de straatklinkers bedekt met iets nieuws, met 'asphalt'. De populariteit van de straat nam toe en groeide uit tot de voornaamste en drukste winkelstraat van het land. Met koffie- en wijnhuizen, sigaren- en pijpenwinkels, modezaken en herensocieteiten. Met het gerenommeerde logement De Keizerskroon - later het meubelmagazijn van de firma Pander - waar in vroeger dagen nog Rembandt's failliete boedel werd geveild en in 1777 de Franse politieke vluchteling en latere staatsman Mirabeau werd gearresteerd en uitgeleverd.

Met de komst van de veelal Duitse warenhuizen, zoals dat van de gebroeders Gerzon en Maison de Bonnetrie van de familie Cohen-Wittgenstein, kreeg de straat nog meer aanzien. Voor het eenvoudige volk bleef evenwel de 'goedkope' Nieuwendijk, met de winkel van Sinkel, Lampe, Voss, Peek en Cloppenburg, en C & A, en het kon zich in de Kalverstraat slechts vergapen aan het Gerzon-paleis.

In de jaren zeventig moest Gerzon de deuren sluiten en de periode daarna was symbolisch voor de Werdegang van de Kalverstraat. In de panden van Gerzon kon men nu t-shirts laten bedrukken, er kwam een sex-boetiek van Christine Le Duc en navenante rommelzaakjes.

'Sex en snacks' bepaalden in de jaren daarna het imago van de straat. Met de ramsjzaken overigens, en de jeans-shops die bij wijze van lokroep hun rock, rap, hip-hop of house-muziek over de straat uitdenderden.

Maar al even symbolisch voor de herrijzenis van de Kalverstraat moet het zijn dat eind 1991 in diezelfde voormalige Gerzon-panden het prestigerijke Britse warenhuis Marks and Spencer de deuren opende. De grote sprong voorwaarts moet echter nog komen, en daarvoor is Marco van der Schoor dan aangetrokken. Zevenentwintig jaar is hij, en - met alle respect - toch een 'broekemans' in de gestaalde wereld van de grote en kleine midenstand. Maar daarvan ondervindt hij geen hinder, zegt hij, men is blij dat er eindelijk iets gebeurt, hoewel het soms moeite kost om winkeliers van de nieuwe koers te overtuigen. "Vaak meet men aan de kassa-inhoud het welslagen van een bepaald project af" , zegt hij, "maar dit gaat om de lange termijn."

'Branchering' is in het plan van aanpak het sleutelbegrip, en daaronder wordt verstaan een grote verscheidenheid aan winkelaanbod, groot- en kleinschalig, ja zelfs de tenten met junk food. "Het gaat niet om een exclusief branche-aanbod, het gaat vooral om de uitstraling" , zegt de Kalverstraat-manager. "Horeca is een essentieel onderdeel voor de straat, als rustpunt, ook zaken als Febo en McDonald's. Frappant is dat je soms mensen die bij de Bonneterie een dure golf-set hebben gekocht een kroket bij de Febo ziet trekken, en zij die een eenvoudige jeans hebben gescoord bij de Brasserie van de Bonneterie naar binnen ziet gaan."

Voorname zorg is ook het aanzien van de straat na sluitingstijd, de troosteloosheid van de ijzeren rolluiken en hun graffiti. Het 'rolluikenpotje' van de gemeente kan daar bij helpen: subsidie bij vervanging door een pui van onbreekbaar glas. "Ik droom wel eens dat ik alle rolluiken kan weghalen, dan heb je een echte winkelstraat, vierentwintig uur per dag" , zegt hij.

Een dichter schreef bij het '500'jarige jubileum van de straat: 'De Kalverstraat loopt van de Dam naar de Munt, ik slenter er dikwijls bij zon en bij regen, maar toch maar het liefste des avonds na negen'. Zo moet het ook kunnen, straks. Om dan af te slaan bij de Begijnensteeg, een paar passen van herberg de 'Engelse Reet', een echt rustpunt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden