Het Atlantis van Stavoren

Van Limburg tot Groningen telt Nederland honderden voormalige bedevaartsplaatsen. Trouw zoekt deze zomer naar sporen van de vergeten devotie. Vandaag: het verzonken klooster van Odulphus.

Bij de sluis van Stavoren staan auto's te blikkeren in de zon. Strandgangers lopen op slippers naar een viskraam, op het terras van café De Kruitmolen drinken dorstige toeristen bier uit Duitsland. De sluis vult zich met plezierjachten, bevolkt door mannen met roodgeschroeide pensen en vrouwen in bikini. Het water stijgt, nu opent de sluis haar poorten. Automotoren worden opgestart, de karavaan met schepen vaart het IJsselmeer op. Het water in de verte glinstert.

Daar ergens moet het gelegen hebben: het klooster van Odulphus, in de Middeleeuwen een welvarend bedevaartsoord met bezittingen tot in Lutjebroek. De heilige Odulphus (775-855) genoot enige bekendheid als genezer van oogziekten en als beschermer van schippers. Samen met heel Oud-Stavoren is zijn klooster door de Zuiderzee verzwolgen.

De Staverse visser Pieter Wouda was erbij, vijftien jaar geleden, toen een team van amateurarcheologen uitvoer op zijn garnalenkotter de Auke Senior, op zoek naar het Atlantis van Stavoren.

"Al meteen hadden we beet", herinnert hij zich. Een sarcofaag die, zo hoopten ze, afkomstig was van het klooster. Euforisch brachten ze het nieuws naar buiten. Onder belangstelling van de lokale pers en met een subsidie van de provincie zochten ze verder. "We huurden een sonar en zochten overal. We vonden een scheepswrak uit de vijftiende eeuw. Maar geen klooster."

Onvindbaar

Mogelijk waren de fundamenten van hout, speculeerde het archeologenteam. In ieder geval was hun conclusie even duidelijk als teleurstellend: "Het klooster is onvindbaar. Er is niets van over."

De gebroeders Hiensch lieten het er niet bij zitten. Henk en Thomas, 28 jaar oud en docenten Nederlands van beroep maar in hun vrije tijd historici en kunstenaar, lazen over het Atlantis van Oud-Stavoren bij Piet Paaltjens, in zijn gedicht 'De Friesche poëet' uit 1852.

En op haar pleinen en straten

van menschengedruis eens vol

daar zwemmen nu stilzwijgend

tarbot en schelvis en schol

Ook was volgens Paaltjens een 'oude visscher dikwijls door klokgelui / dat uit de zee opkwam, gewaarschuwd / voor een naderende onweersbui'. En zo kreeg het klooster van Odulphus ook de Hiensch-broers in zijn ban. Ze volgden een duikcursus en graasden drie zomers lang meter voor meter de zeebodem af. Toen gaven ze het op. Hoewel ze met aan zekerheid grenzende waarschijnlijk menen te weten waar het klooster lag - ter hoogte van de plek die zeelui eeuwenlang 'De Steenen' noemden - wisten ze geen tastbare bewijzen aan het water te ontrukken.

Henk: "Het was moeilijk zoeken. Je ziet geen hand voor ogen op die diepte. Het is heel mysterieus, in je fantasie kunnen al die donkere plekken om je heen muren zijn, alsof je echt het klooster in zwemt."

Thomas: "We hebben de twijfel teruggebracht in het onderzoek, dat is genoeg."

Henk: "Ik voelde een soort eerbied. Je komt zo dichtbij het begin van het christendom in Nederland."

Thomas: "Ik ben niet gelovig, maar het was toch een beetje alsof ik rondliep op heilige grond."

Balsturige Friezen

De kerstening van Friesland verliep stroef. Willibrord en Bonifatius deden hun best in de zevende en achtste eeuw, al moest de laatste het met zijn leven bekopen. Het heidendom bleef de kop op steken. Dus zond bisschop Frederik van Utrecht een eeuw later een van zijn beste mannen naar de balsturige Friezen om het karwei af te maken. Odulphus, later heilig verklaard, was een benedictijnse monnik, geboren in het Brabantse Best. Hij landde begin negende eeuw in Stavoren en wist volgens zijn latere hagiograaf inderdaad de heidense ketterijen succesvol de kop in te drukken.

Stormachtige tijden volgden. Noormannen teisterden Friesland; bij een van hun vele strooptochten jatten ze een reliek van Odulphus dat na omzwervingen in het Engelse Worcestershire belandde. Pas in 1132 waren de omstandigheden rustig genoeg om een grote abdij te bouwen. Vlakbij Stavoren werd een vrouwenklooster gesticht, het Nicolaasklooster.

Alweer volgden stormachtige tijden, dit keer letterlijk. De strijd werd nu niet meer tegen Vikingen, maar tegen vloedgolven geleverd. Af toe ook tegen Hollanders trouwens, maar dat terzijde. De Zuiderzee rukte op. Tot drie keer toe moest het Odulphusklooster verder landinwaarts worden herbouwd. Tot het in de zestiende eeuw voorgoed onder de golven verdween. De monniken verkasten naar Hemelum, waar ze het nog een eeuw volhielden. Toen werd het 'Klooster van Staveren te Hemelum' in beslag genomen door de protestanten. Die sloopten het.

'Tsjerke iepen', meldt een spandoek bij de ingang van de Nicolaaskerk in Hemelum, een lief dorpskerkje op een terp omringd door grafstenen. Het is vandaag Kerkendag. In de kerk legt de 73-jarige vrijwilliger Klaas Dijkstra folders neer voor bezoekers. Hij wijst om zich heen: "Dit is volgens de overlevering de plek waar het klooster stond", zegt hij. Nu ja, misschien was het wel net achter de kerk, zoals sommigen beweren, waar nu een weiland met paarden ligt. Niemand weet het exact. Maar hier ongeveer was het dus. Meer informatie kan Dijkstra niet geven. "Dan moet u bij de katholieken wezen."

Russisch-orthodoxen

Of beter: bij de Russisch-orthodoxen. Want Odulphus' spoor leidt naar een Russisch-orthodox klooster een paar honderd meter verderop. Een laag, wit gebouwtje, achter een gietijzeren hek, geraniums en lindebomen. Het is het enige Russisch-orthodoxe klooster van Nederland, gevestigd in de voormalige Gereformeerde Kerk. Er wonen twee monniken en één theologiestudent, die de helft van het jaar in Kiev is voor zijn studie.

Vader Jewsewy, een geboren en getogen Fries uit het nabijgelegen Sneek, maakt koffie in het keukentje van het klooster. Gloedvol vertelt hij hoe hij sinds 2007 de Odulphus-bedevaart nieuw leven probeert in te blazen. Elk jaar op 12 juni doen zo'n vijftien pelgrims er aan mee. De toch begint in een platboot voor de kust van Stavoren ter hoogte van 'De Steenen'. Daar gooien de pelgrims bloemen in het water. Biddend varen ze via het Johan Frisokanaal naar Hemelum, waar ze aanmeren en hun tocht lopend voortzetten naar Bakhuizen, een dorpje in de buurt. Want daar, in de rooms-katholieke Odulphuskerk, ligt het enige reliek van Odulphus dat Friesland rijk is.

Vader Jewsewy loopt naar de iconostase van het klooster. Daar hangt een icoon van het 'Koar fan Fryske Hilligen'. Op het icoon staat Odulphus gebroederlijk naast Willibrord en Bonifatius. Hij heeft een wandelstok, waarover Jewsewy een verhaal weet te vertellen: "Hij had een lei gehangen aan zijn wandelstok, waar voorbijgangers met was hun naam op konden schrijven, zodat hij voor ze zou bidden."

Odulphus werd wijd en zijd vereerd, zegt Jewsewy, van Friesland tot Brabant tot de Zaanstreek. Wat de Russisch-orthodoxe kerk met Odulphus heeft? "Hij is nog van voor het schisma tussen de westerse en de oosterse kerken", legt vader Jewsewy uit. "Deze heilige is van ons allemaal. Voor ons orthodoxen zijn heiligen heel belangrijk, wij aanbidden ze niet, maar vereren ze wel."

In Bakhuizen opent koster Anne Homma ieder jaar de kerk voor het handjevol pelgrims uit Hemelum. "Sommigen komen helemaal uit Rusland", zegt ze, terwijl ze rondloopt in de kerk. Van de Odulphuskerk zelf doet niemand mee. "Odulphus leeft hier niet." Al gaat zijn reliek wel elk jaar mee met de sacramentsprocessie, vertelt Homma. En toen de orthodoxen van Hemelum een paar jaar geleden het reliek probeerden te stelen, stak de pastoor daar toch nog wel een stokje voor.

Het reliek stelen? "Dat is een apocrief verhaal", briest vader Jewsewy. "Dat zouden wij nooit doen!"

Anne Homma haalt haar schouders op, ze heeft het verhaal ook maar van horen zeggen. Ze toont een vaandel van Odulphus uit de negentiende eeuw. De heilige gaat gekleed in een bruine pij, hij kijkt naar de grond, zijn gezicht maakt een zorgelijke indruk. "Het is afgelopen jaar gevonden", zegt Homma. "Het vaandel lag op zolder. We hebben het bij de modevakschol van Bakhuizen laten opknappen."

Dan toont Homma het reliek, ze moet het uit de sacristie halen. Het lijkt een botschilfertje, hooguit één centimeter lang en een paar millimeter dik. Van welk bot in Odulphus' lichaam het afkomstig is, weet ze niet. Ze lacht. Eigenlijk snapt ze de aandacht voor het minuscule aandenken aan Odulphus niet zo. Ze wijst naar een hoek van de kerk waar enkele bezoekers een kaarsje opsteken. "Daar ligt een stukje van het kruis van Christus", zegt ze. "Wilt u dat niet veel liever zien?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden