Het arme dier

Een foto van dode Hector, een pluk van Moortje's vacht in een medaillon; het mag van Beatrijs Ritsema. Maar een dood huisdier opzetten gaat haar te ver.

Surfend op internet stuitte ik op een opmerkelijke foto van Buddy Chapel, hoofd der school van Summerville High in South Carolina, gezeten in zijn kantoor. Chapel, een vierkante gestalte achter een krap bureautje, wordt omringd door een stuk of twaalf opgezette dieren, hetzij in hun volle glorie staand, hetzij alleen de koppen plus borststuk die decoratief aan de muur zijn bevestigd: antilopes, wildebeests, een leeuw, een gnoe en nog zo wat exotische soorten. Het bijbehorende artikel vermeldt dat schoolhoofd Chapel, die voor zijn carrièrezwenking naar het onderwijs sergeant in het Amerikaanse leger was geweest, al deze dieren zelf in Afrika geschoten had en voor souvenirdoeleinden liet opzetten. De foto zelf vormde trouwens intussen ook een souvenir, want hoewel de leerlingen de gestolde dierentuin in de kamer van het schoolhoofd wel cool vonden, meenden de ouders van de kinderen, althans sommige moeders, dat zoiets echt niet kon. Ze gingen klagen bij de gemeente en de sheriff, brieven schrijven, handtekeningen ophalen, enfin het gebruikelijke arsenaal van verontruste burgers werd in stelling gebracht, met als resultaat dat de vrolijke menagerie van school verdween en het schoolhoofd weer in een kantoorruimte van dertien uit een dozijn resideert.

Behalve ter educatie in natuurhistorische musea was pronken met de buit de belangrijkste functie van het opzetten van (meestal gevaarlijke en grote) dieren. De tijgervacht met opgezette kop er nog aan als kleedje voor het haardvuur, de elanden- of wolvenkoppen die vanaf de muur glazig de gelagkamer in staren, roofvogels die zich met hun vleugels dreigend gespreid elk moment van de piano lijken te storten - het zijn allemaal dieren die niet makkelijk te verschalken zijn voor de mens, en als het dan toch gelukt is, is het zonde om je van het lichaam te ontdoen alsof het oudvuil is. In opgezette vorm dient het dier als conversatieaanjager, als goede aanleiding om voor de zoveelste keer een sterk verhaal te vertellen aan geïmponeerde luisteraars.

Jagers scheppen graag op, maar hun toehoorders maken hen al even graag belachelijk. Niet voor niets geldt het opgezette dier al minstens een eeuw als toonvoorbeeld van slechte smaak, iets om - achter de rug van de bezitter om - meewarig over te gniffelen. Het ís ook een beetje kinderachtig om te pronken met gedode dieren, zeker in een tijd dat veel zeldzame soorten op uitsterven staan. Dus oogstte Buddy Chapel geen bewondering voor de door hem omgelegde wilde dieren (met een geweer nog wel, daar is helemaal geen kunst aan), maar misnoegen. Eerst een schitterend beest doodschieten en het vervolgens verder ontheiligen door er een kermisattractie van te maken - hoe durft-ie!

Want dat effect heeft een opgezet dier óók altijd een beetje op de beschouwer, in ieder geval op mij: de taxidermist heeft het kadaver geprepareerd, de ingewanden eruit gehaald, de zaak opgevuld, dichtgenaaid, van wezenloze kraalogen voorzien, kortom er is mee gesold. En sollen met een lijk dat doe je niet.

Dat is niet beschaafd. Een lijk hoort netjes begraven of verbrand te worden en verder geen polonaise.

In de praktijk wordt natuurlijk geen enkele terughoudendheid betracht. Integendeel, (de overblijfselen van) dieren worden intensief hergebruikt. Hun spierweefsel en organen dienen als voedsel, van hun huid worden schoenen en leren banken gemaakt en met hun veertjes worden kussens en dekbedden opgevuld. Van al deze functionaliteit geven de bio-industrie met zijn opeengepakte dieren in krappe behuizingen en het dragen van bont de meeste maatschappelijke protesten. Toen de Nederlandse kunstenares Tinkebell haar eigen kat wurgde en van de vacht een tas maakte, kreeg ze via internet een collectieve uitbarsting van haat over zich heen. De kat was overigens oud en ongeneeslijk ziek, maar dat maakte voor de reacties niet uit. Met haar provocerende 'hergebruik voor de kunst' had de kunstenares een taboe overschreden. Ze legde precies bloot waarom de meeste mensen (behalve vegetariërs en veganisten) er doorgaans geen probleem mee hebben dat er dieren worden gedood om instrumentele redenen, maar dat ze in opstand komen, wanneer het doel frivole trekjes heeft (opsmuk, kunst) én wanneer het dier een individu is, in haar geval haar eigen huisdier.

De tijd dat het als huisdier gehouden konijn met Kerstmis de pan in ging en smakelijk door het hele gezin opgepeuzeld werd is inderdaad voorbij. Te traumatisch voor de kinderen. Huisdieren beschikken over status en een bevoorrechte positie ten opzichte van andere dieren. Meer en meer worden ze beschouwd als volwaardig lid van het gezin. Ze krijgen hapjes toegestopt, mogen mee in bed en figureren tussen de andere nabestaanden met naam en pootafdruk in overlijdensadvertenties. Bij ziekte krijgen ze dure, levensverlengende behandelingen tot chemokuren en bestralingen aan toe. Decadente sentimentaliteit of zuivere dierenliefde? Wat voor etiket er ook op wordt geplakt, voor sommige huisdiereigenaren geldt in ieder geval dat ze een intensere relatie onderhouden met hun hond of kat dan met andere mensen. In huisdiervriendelijk Amerika luidt de correcte benamining dan ook niet langer 'pet', maar 'animal companion', een term die afstand neemt van de verticale baas-huisdier-relatie ten gunste van gelijkwaardig partnerschap. Het is makkelijk om te meesmuilen over honden met jasjes, met satijn beklede poezenmanden, begrafenisceremonies compleet met receptie voor overleden huisdieren en andere antropomorfische uitwassen. Toch dragen huisdieren onbetwist bij aan het welzijn van hun baasjes en vrouwtjes, juist als er sprake is van onvermogen tot of teleurstelling in het aangaan van menselijke relaties. Een huisdier kan prima als substituut voor een mens fungeren. Een hond is nooit chagrijnig, wrokkig of beledigd en heeft ook nooit wat te vitten. Hij is gewoon altijd blij als-ie je ziet.

Mijn empathie met de fanatieke dierenminnaar gaat behoorlijk ver. Ik kan me best indenken dat een vrouw over haar katten als 'mijn kindjes' spreekt. Dat een man zijn hond als beste vriend beschouwt, het enige wezen waarmee hij fysiek contact heeft. Dat oude vrouwtjes er niet van te weerhouden zijn om pakken rijst te strooien voor zielige duiven. Dat kinderen en oude echtparen niets leuker vinden dan de eendjes voeren. Iedereen heeft nu eenmaal het instinct om te koesteren en te verzorgen.

Alleen dat opzetten kan ik niet volgen. Dierenbegraafplaatsen met grafstenen, een foto van Hector in de hoek van de kamer met een kaarsje erbij, een pluk van Moortje's vacht in een medaillon om je nek, alla, maar opzetten gaat te ver. Daarmee verkeert de antropomorfisering, die toch al dubieus was, in een pathetische pastiche. Als je droevig bent over de dood van oma, ga je haar niet opzetten en in een schommelstoel op de gang plaatsen. Doe je dat wel, dan kom je terecht in de sferen van Hitchcocks 'Psycho'. De opgezette filosoof Jeremy Bentham, de gebalsemde Lenin en andere tentoongestelde mausoleumobjecten lijden niet aan een teveel maar juist aan een gebrek aan eerbied voor hun stoffelijke resten.

Het eertijds essentiële verschil tussen mens en dier is ineengeschrompeld tot een kwestie van gradatie. Het lijk teruggeven aan de natuur is toch wel het minste respect dat je een huisdier na zijn dood kunt betuigen. In opgezette vorm belichaamt het huisdier de geperverteerde liefde van het baasje of vrouwtje, een parodie die weerzin, spot en griezelreflexen oproept. Arme beesten verdienen een beter lot.

'Bij begraven zijn ze weg, voor altijd
Charlotte en Harry Bluemink

Hun vorige hondje Tippy is gecremeerd en staat in een urn naast de tv, maar bij Shelly moest het anders. "Ik vond het altijd te confronterend om een dier op te laten zetten', vertelt Charlotte. 'Maar Shelly wilden we bij ons houden, ze was ook altijd bij ons. Wanneer we uit eten gingen, als we gingen fietsen of boodschappen doen. Ze hoort bij ons. Ze was ons kind." Toen het een tijdje niet goed ging met Shelly en de medicijnen niet aansloegen wisten Harry en Charlotte dat het niet lang meer zou duren. Op maandagavond belden ze Dirk, de preparateur. Hij zou Shelly ophalen zodra ze was overleden. De volgende dag sliep Shelly in. Charlotte: "Het was net alsof ze dacht: nu is het geregeld, ik kan gaan."

Beiden hebben een tattoo van Shelly. Charlotte op haar schouder met de tekst 'You are always on my mind'. Bij Harry staat Shelly op zijn borst samen met elf sterren, voor elk levensjaar één, met daarbij de tekst 'I remember you always'.

Normaal is de wachttijd voor het prepareren van een hondje zo'n vier, vijf maanden. Shelly was na tweeënhalve maand alweer terug. "Net voor de kerst, precies zoals we gehoopt hadden, want dat vond ze altijd zo gezellig", vertelt Charlotte. "Eerst lag ze naast de bank op een kussentje, maar toen we een fretje kregen ging hij de hele tijd met z'n neusje door haar haren en dat wilden we niet. Ze moet wel mooi blijven. Daarom stofzuig ik haar ook altijd. Dat deed ik ook toen ze nog leefde, vond ze heerlijk."

Een nieuw hondje nemen Charlotte en Harry niet. "Het zou aanvoelen als verraad", zegt Harry. "Als ze nou bevriend was met andere hondjes, dan zou het wat anders zijn, maar ze blafte elke hond weg. In de buurt werd ze de pitbull genoemd."

'Het klinkt grof, maar ze is onderdeel van de huisraad'
Martin en Jeanette Beeksma

Zes uur 's avonds, het is bijna etenstijd in huize Beeksma. Maar voordat de tafel kan worden gedekt moet Tamara naar de gang. Een dagelijks ritueel, inmiddels zo gewoon als het koken van de aardappels. Vroeger lag ze onder de tafel, nu erop. In het begin was het vreemd om haar aan te raken, zeggen Martin en Jeanette Beeksma. Haar vacht voelt hetzelfde, maar haar huid voelt hard. Toch vinden ze het fijn dat ze Tamara nog steeds een aai over haar bol kunnen geven. Soms denken Martin en Jeanette terug aan het moment dat ze daar in de gang dood lag te gaan, maar na drie jaar zijn de scherpe kantjes wel van het verdriet af.

"Voor ons is het heel gewoon dat ze hier is", zegt Martin. "Het klinkt grof, maar ze is een onderdeel van de huisraad." Elf jaar werd ze. Best oud voor een Berner Sennenhond. Gemiddeld wordt deze rashond maar acht. Ze was vredig ingeslapen in de gang. Na een flinke huilbui reden Jeanette en Martin met haar naar de dierenarts. "We hadden geluk; er bleek nog een plekje vrij te zijn in de vriezer", vertelt Martin. "Want als ze zou ontbinden, dan kon de preparateur niets meer voor ons doen."

Vijf dagen later brachten ze haar in een plastic zak bij de man die haar zou vereeuwigen en negen maanden later zagen ze Tamara weer terug. Ze lag op de grond, in de winkel van de preparateur, met haar koppie een beetje schuin. Martin: "Bijna precies zoals ze keek als je haar naam riep. Ik kreeg een brok in m'n keel. Van emotie, maar ook van trots en bewondering naar de preparateur toe. Je ziet het toch als een soort geschenk. Eindelijk hebben we haar weer terug, zeiden we in de auto tegen elkaar."

'Ik raak ze niet graag aan. Als ik het doe was ik gelijk mijn handen'
Studentenhuis

Boven de tv, op de boekenplank in studentenhuis Huize Chop staan twee opgezette katten: Dikke Poelie en Kleine Poelie. Tijdens borrels probeert er altijd wel iemand een kat onder zijn trui mee te nemen, maar tot nu toe is het niet gelukt.

Het opzetten van Dikke Poelie en Kleine Poelie was een ideetje van de oudbewoners. Die vonden dat de katten, die twintig jaar in het huis hadden gewoond, voor eeuwig in het studentenhuis moesten blijven. Zij hebben het dan ook betaald. De Poelies staan nu zo'n zes jaar in het huis.

De huidige bewoners van het studentenhuis hebben geen band met de beestjes, eerder vinden ze de katten een beetje vies. Als een vrouw het huis betreedt, vinden de mannen het altijd leuk om te vragen of ze de kat al heeft gezien en of ze 'm wil aaien.

Elkaar pesten met de katten doen ze ook. Laatst hadden ze een van de opgezette katten op de bank gezet. Frank Gruijters: "Het was half donker toen ik thuis kwam en het enige wat ik zag waren glimmende ogen, ik schrok me dood.". Freek Duisterwinkel: "De katten bij elkaar in bed leggen zou lullig zijn, dan heb je zo een vlooienplaag in je kamer. Waarschijnlijk komen die vlooien van een hond die we een keer op bezoek hadden. We denken dat de vlooien over zijn gesprongen op de katten, want maanden later, toen iemand een van de katten voor de grap op schoot had gehad, klaagde iedereen over jeukende bultjes. Ik raak die beesten sowieso niet graag aan. Als ik het doe was ik gelijk mijn handen."

'De pijn van het verdriet
is minder.
Het is beter
dan een foto'
Kiki

De Frans-Amsterdamse Kiki kan maar niet begrijpen waarom mensen het niks vinden. "In een potje, dat vind ik pas morbide." Maar ondanks dat ze het zelf niet vreemd zegt te vinden, verstopt ze haar twee katten soms toch onder het bed als ze bezoek heeft. "Ik wil niet shockeren", vertelt ze. "Ik verstop ze vooral als er kinderen langskomen."

Haar oudste kat Piggie ziet er slecht uit. Dertig jaar geleden heeft ze hem laten opzetten. Het beestje is veel van zijn haren kwijt, opgevreten door de motten. Kiki kwam er te laat achter. Ze bestrooide hem met zwarte peper, een oude-omatruc, maar het mocht niet baten. Daarom staat Piggie nu in een zak. Ook omdat hij zo met zijn scherpe nageltjes geen haken kan maken in het blauw satijnenlaken waarop hij vaak staat.

Droppie ligt in slaaphouding op het bed, met zijn ogen dicht. Dat vond Kiki mooier. "Ogen worden vaak uitdrukkingloos, toch nooit helemaal precies zoals het was. Te plastic." Het neusje van Droppie was bij terugkomst van de preparateur wat te wit. Waarschijnlijk omdat hij de laatste weken erg ziek was. Daarom heeft Kiki er zelf met wat lippenstift een beetje kleur aan proberen te geven.

Kiki aait de katten nooit en ze praat ook niet tegen ze. "Maar doordat ik ze kan zien, is de pijn van het verdriet minder. Het is beter dan een foto. En daarbij omring ik mij graag met mooie dingen, daar voel ik mij prettig bij. "

Reageren
Wat deed het overlijden van uw huisdier met u? En wat deed u met het overleden huisdier? tijd@trouw.nl

Fotoserie
Hond of kat voor de eeuwigheid

Een gewei of een opgezette uil boven de bank zie je vaker maar een opgezet huisdier? Fotografe Heidi de Gier ging op zoek naar mensen die hun overleden huisdier bij zich wilden houden. Babette Rijkhoff interviewde hen. Lang niet iedereen met een opgezette hond of kat wilde erover praten, merkten ze; bang voor negatieve reacties, bang om voor gek uitgemaakt te worden. Toch vonden ze een aantal mensen bereid om te vertellen waarom ze het deden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden