Het andere Eindhoven

Eindhoven is meer dan alleen de stad van Philips en Van Doorne's Automobiel Fabrieken. Vooral buiten het stadscentrum is de vijfde stad van Nederland een ware ontdekking.

Eindhoven is een ratjetoe.

Dat is geen belediging, maar een constatering. De wijken en buurten van de vijfde stad van Nederland verschillen niet alleen onderling sterk van aanzien en karakter, maar vertonen ook in zichzelf vaak veel variatie. En door dat alles meandert kalmpjes de Dommel, misschien wel hét symbool van het nieuwe Eindhoven.

De lichtstad is zichzelf na het vertrek van Philips in hoog tempo opnieuw aan het vormgeven en geldt tegenwoordig zelfs als 'hip'. Vorig jaar bezochten we in deze rubriek al het bruisende Strijp-S, ooit Philips-terrein, nu creatieve broedplaats.

Vandaag volgen we de Dommel. Nog niet zo lang geleden een afzichtelijk dood stroompje, een zwaar vervuild en in kades geperst open riool. Tegenwoordig is het een rustiek riviertje, met kabbelende stroomversnellinkjes, helder water en natuurvriendelijke oevers, geflankeerd door wandel- en fietspaden.

De variatie, die grote verscheidenheid in vormen en functies van Eindhoven maakt de stad zeer geschikt voor urban walking, zoals wandelen door de buitengebieden van een stad te boek staat. De in urban walking gespecialiseerde uitgeverij Gegarandeerd Onregelmatig springt daarop in met een gids met acht wandelingen in de 'buitenstad' van Eindhoven (zie kader). Ik kies vandaag voor het Parkstadpad, een bijna 10 kilometer lange wandeling door het groene en 'chiquere' deel van Eindhoven.

Vanaf het station sta ik opeens bij de Dommel, waar de stad direct een veel ruimere aanblik biedt dan het toch wat benauwde centrumgebied. Het wandelpad langs het water voert voorbij blokkerige nieuwbouw, flats en kantoorgebouwen. Daartussendoor piept de spits van de Augustijnenkerk, met een bronzen Jezus die, voorzien van nimbus, de armen spreidt. Het werk van beeldhouwer Jean Geelen etaleerde eind negentiende eeuw het herwonnen zelfvertrouwen van de katholieke kerk.

Aan de overzijde van het water staan gebouwen die herinneren aan de nijverheid die bloeide langs de oevers. Zoals de voormalige textielfabriek van Leo Schellens. Het fraai gerenoveerde gebouw - de schoorstenen zijn opgeblazen - doet nu dienst als stadsbrouwerij.

"Zo werkt dat, maar jij snapt het alleen nog niet", zegt een café-eigenaar tegen een buitenlands ogende jongen als ik de roemruchte uitgaansstraat Stratums End oversteek. Ik blijf lang peinzen over die zin, maar kom er niet uit. Even later passeer ik het monumentale Van Abbemuseum, vernoemd naar de plaatselijke mecenas Henri van Abbe, een sigarenfabrikant.

De wijk Den Elzent dient zich aan, waarvan het basisplan is ontworpen door Jos Cuypers en de Eindhovense stadsarchitect Louis Kooken. De woningen in de wijk zijn groot en stijlvol, de straten breed. De groene, ruime, lommerrijke buurt biedt de maatschappelijk geslaagden een aantrekkelijke woonbuurt. Hier woont men in alle rust entre nous.

Ten zuiden van de wijk vloeien de riviertjes de Dommel en de Tongenreep samen in een bos- en waterrijk gebiedje dat vreemd genoeg doet denken aan het regenwoud. Door de extreem zachte winter zitten half januari planten en struiken al vol knoppen.

Ik passeer via een tunneltje de drukke Boutenslaan en werp even later een blik op het roestvrijstalen silhouet van Vincent van Gogh, dat oog houdt op de Genneper Watermolen. De schilder legde de door het water van de Dommel aangedreven korenmolen in 1884 vast. Tegenwoordig is de Genneper Watermolen een rijksmonument, wat niet verhindert dat een dierenspeciaalzaak vanuit het gebouw opereert.

Eenmaal in de Genneperparken ben ik op slag vergeten dat ik midden in de stad loop. Het is een groot landelijk gebied dat nog volop de sporen draagt van het agrarisch verleden. Ik volg een modderig pad door de weilanden. "Dit is onze achtertuin", zegt een man die me met zijn hond tegemoet komt. "Je kunt toch geen mooiere hebben?" Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn. Het brede water van De Vleut completeert deze onverwachte stadsidylle.

Aan de overkant van de weg ligt het Stadswandelpark dat wordt gedomineerd door het witte torentje van het Dr. A.F. Philips Observatorium.

Een sterrenwacht die dankzij een gulle schenking van Anton Philips in 1938 kon worden geopend. Nog altijd kan het publiek er tegen een kleine vergoeding naar de sterren komen kijken. In het park staat ook het Radiomonument dat in 1936 werd opgericht ter herinnering aan de eerste verbinding ('Hallo Bandoeng') met Indië. Het bouwsel - een roepende vrouw in onnatuurlijke positie - is van adembenemende wanstaltigheid, maar wel een rijksmonument.

In Oud-Stratum worden de kleine dorpshuisjes aan de brede St. Jorislaan gedomineerd door de grote appartementencomplexen ertegenover. Toch hangt hier een wonderlijke dorpse sfeer. In het hoekpand waar vroeger waarschijnlijk de dorpsbakker of -slager zat, is nu een dierenkliniek gevestigd.

Een poortje in een rij huizen voert naar de begraafplaats St.Joris van de gelijknamige parochie. Weer zo'n onverwacht, maar plezierig rustpunt in de stad. Aan het eind van een donkere naaldbomenrij wacht Jezus op zijn zuiltje de bezoekers op.

Even verderop betreed ik Het Witte Dorp, een wijkje vol ruime, lichte, witte woningen ontworpen door de stedenbouwkundige Dudok. De buurt is grotendeels voor de oorlog gebouwd, maar de modern ogende bebouwing zou in een hedendaagse vinexwijk niet misstaan. Begrijpelijk dat deze prettige buurt met zijn aansprekende huizen tot de gewildste van de stad behoort. Ik weersta de verleiding om uit de openbare boekenkast van de wijk een boek mee te nemen. 'De oesters van Nam Kee' en de 'Bende van Jan de Lichte' heb ik toch al gelezen.

Het majestueuze landhuis van het Glorieuxpark - ook een ontwerp van Cuypers - huisvest een gemeenschap van alleenstaande ouderen, die er leven naar de spirituele levensvisie van de stichter Stefaan Glorieux. Ik steek de weg over, kom op een industrieterreintje vol autobedrijven en vervolg mijn weg langs het Eindhovens Kanaal, niet het aantrekkelijkste deel van de route.

De industriële panden op het voormalige terrein van de NRE-gasfabriek achter het Daf-museum bieden plaats aan (creatieve) ondernemers. Er is een wielercafé gevestigd met de naam De Velosoof. Tja.

Via de lommerrijke Nagtegaallaan, met aan weerszijden monumentale panden, raak ik bijna weer in het drukke centrum. Maar niet voordat ik een blik heb geworpen door een opengewerkte 19de-eeuwse fabrieksmuur met daarachter de hypermoderne 21ste-eeuwse muziektempel De Effenaar, een ontwerp van MVRDV-architecten. Zoals op zoveel plekken in Eindhoven gaan ook hier het oude en nieuwe harmonieus samen.

Buiten de binnenstad

Binnenkort verschijnt 'Wandelen buiten de binnenstad van Eindhoven', van Kees Volkers. Tot 18 februari intekenen voor euro 10 via landschapsreisboekwinkel.nl of gegarandeerdonregelmatig.nl. Daarna euro 14,95.

In de Genneper Parken zijn drie wandelroutes uitgezet. Die zijn te vinden op:

genneperparken.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden