Het Amsterdamse Bos krijgt steeds meer een ecologisch gezicht

“Krrrrrrrrrrrrr” Knerpend als een drooglopend scharnier kraakt de roffel van een grote bonte specht door het elzenbos. De vogel zit hoog in een wilg schrijlings op een dode takstomp. Als een pneumatische hamer laat hij keer op keer zijn sterke snavel neerkomen op het droge hout.

In het elzenbosje bij de sluis aan de Koenenkade liggen schietwilgen en een paar grote elzen kriskras door elkaar. Sommige zijn gewoon omgewaaid, andere een handje geholpen door de beheerder, omgetrokken of omgezaagd. Dikkop- en pluisdraadmos vormen fluwelig groene lappen op de dode stammen en kruipen een meter hoog tegen de voet van levende bomen. Het bos is ideaal voor spechten. In de rechtopstaande dode bomen kunnen zij hun nestholen uithakken en het dode hout levert voedsel in overvloed, want het krioelt van borende insekten.

Het Amsterdamse Bos krijgt steeds meer een ecologisch gezicht. Tien jaar geleden nog werd dit parkbos beheerd alsof het een produktiebos was en geen recreatiebos. Kaprijpe bomen werden afgevoerd en verwerkt tot timmerhout. Nu blijft alles in het bos wat bij dunning wordt geveld. Want een levend bos kan niet zonder dood hout.

Dit op het oog wat rommelige beeld van een natuurbos is nu overal in het Amsterdamse Bos te zien. Het maakt het bos avontuurlijker, romantischer. Onzichtbaar achter gevallen bomen schoffelen merels ritselend tussen het dorre blad op de bosbodem, waar speenkruid, kleefkruid, brandnetel en hondsdraf opkomen. Het varenachtige loof van fluitekruid heeft zich helemaal hersteld van de vorst. Hoog in de elzen kwebbelen sijzen, die samen met een troepje putters de zaadjes uit de zwarte proppen peuteren.

VLIEGTUIGHANGAR

We waren nieuwsgierig naar de Vietnamweide vlak naast het elzenbosje, twee jaar geleden landelijk nieuws vanwege het omstreden plan er een grootschalig tennispark te bouwen. De actievoerders verloren en nu is er een tennishal verrezen, die het meest lijkt op een vliegtuighangar. Het wetland, als een doekje voor het bloeden naast de loods aangelegd op het overgebleven stukje weide, valt erbij in het niet. Het ondiepe water met eilandjes moet een paradijs worden voor watervogels en steltlopers. Er bivakkeren nu alleen wat wilde eenden en een troepje kuifeenden. Vorig jaar foerageerden er na het broedseizoen regelmatig zeven lepelaars.

Over de sluizen kom je bij de rietlanden aan het Nieuwe Meer. Het rechte excursiepad dat het oeverland in tweeën deelt, is tot de helft ingekort. Die maatregel zal meer rust gaan brengen in het gebied, waar vorig jaar twee paren bruine kiekendieven met succes broedden. Misschien keert de roerdomp terug, die uit de rietlanden verdween toen het pad dertig jaar geleden werd aangelegd. Aan het verkorte pad is een twee meter hoog platform geplaatst, dat uitzicht geeft over het riet. Pal naar het oosten is in een rij elzen het nest te zien, waar vorig jaar een paartje haviken drie jongen grootbracht. Hoofd beleid en beheer Remco Daalder: “Helaas heeft het mannetje zich doodgevlogen bij de achtervolging van een prooi. Daar naar het westen, bij die schietwilgen, is nu regelmatig een baltsende buizerd te zien. Het gaat goed met de buizerds. Drie jaar terug broedden ze nog niet in het Bos. Toen kregen we een broedgeval, het jaar erop twee. Vorig jaar hadden we in het hele Bos zes nesten. Allemaal aan open plekken, waar bomen zijn omgetrokken in het natuurbos.”

TROEPEN KRAAIEN

Opmerkelijk is het aantal kraaien aan de Koenenkade. We tellen er tweeëntwintig in twee hoge wilgen. Nauwelijks driehonderd meter verder nog eenenvijftig op de Meerdijk tussen het rietland en de weilanden van Meerzicht. In tegenstelling tot roek en kauw is de zwarte kraai een individualist, die in zijn eentje of in paren opereert. Alleen in de trektijd zie je zulke kraaienverzamelingen.

Schorre kreten en kolderende geluiden komen uit het nabije bos. In de boomtoppen liggen de grote takkennesten van een reigerkolonie. Die is daar ontstaan in de jaren zestig, toen een gepensioneerde heer dagelijks met een zak vleesafval de reigers aan de kade kwam voeren. Soms liepen wel tien reigers over het grasveld als hondjes achter hem aan.

Het asfaltpad voor fietsers en wandelaars over de Meerdijk om de polder Meerzicht heen is deze winter met bulldozers verwijderd. De bedoeling is dat de Meerdijk een graskade wordt, waarover je alleen nog kunt wandelen. Ook al voor meer rust: de polder is een weidevogelreservaat. Deze week is een zandpad over de dijk aangelegd, zodat voetgangers er weer overheen kunnen. Remco Daalder: “Eigenlijk wilden we de dijk afgesloten houden tot het gras goed was opgekomen. Maar je weet hoe Amsterdammers zijn: ze lopen toch waar dat niet mag. Het gras zal op den duur wel door het zandpad heen groeien.”

In de polder Meerzicht zijn de slootkanten afgevlakt, zodat een heel flauw talud is ontstaan in plaats van de steile oevers van voorheen. Een uitmuntende groeiplek voor allerlei water- en oeverplanten en aantrekkelijk voor kieskeurige weidevogels zoals tureluur en watersnip. Er is een poel gegraven van negenhonderd vierkante meter voor padden, kikkers en salamanders. De eerste groene kikkers werden al gesignaleerd, toen de draglines er in oktober nog mee bezig waren. Remco vertelt dat in de door kwelwater gevoede plas al mooie sieralgen zijn gevonden. Hij verheugt zich op de verschillende soorten kranswieren, die dit nieuwe water als pioniers zullen gaan bevolken. Kranswieren zijn zijn hobby.

Wij kijken ernaar uit dat we zittend op de graskade de buitelende kieviten, de tepietende scholeksters, de baltsende tureluren en de hoog in de lucht achter elkaar aan jagende grutto's kunnen gadeslaan. Als in mei in de poel groene kikkers en rugstreeppadden zullen kwaken, zullen de kuikens van die weidevogels voor iedereen zichtbaar rondhollen tussen madeliefjes, pinkster- en paardebloemen. Nu lopen er alleen drie fazantehanen tussen een paar honderd meerkoeten in het beigegroene gras te pikken en tellen we bij de boerderij zevenentwintig waterhoentjes, wat al even uitzonderlijk is als de grote troepen kraaien. Wellicht profiteren de hoentjes van het voer van de boerderijdieren.

Aan het knotwilgendijkje bij de boerderij bloeit de eerste grauwe els en stralen de goudgele hoofdjes van het klein hoefblad. Hazelaars bloeien uitbundig op het Land van Bakker aan de overkant van de sloot, genoemd naar Arend Bakker, de beheerder voordat het eiland voor publiek toegankelijk werd. Een heggemus zingt luid en een troepje staartmezen trekt roepend door het warrige struikgewas, waar de stekelvarens nog groen de winter hebben overleefd. In het bos bij de boerderij juicht een zanglijster.

Natuur deze week

Eksters breken dode takken uit de esdoorn voor hun nesten in de populieren twee straten verderop. In de achtertuin nestelt een paartje Turkse tortels in de klimop die de oude vlier helemaal overwoekert. In de voortuin zitten de houtduiven op eieren in een los bouwsel van afgevallen berketwijgen in de watercipres. Een merelvrouwtje vliegt steeds met een hele snor van plantevezels in de snavel naar de coniferen in de tuin tegenover ons huis. - Torenvalken baltsen met een steeds herhaald “kikikikikiki...” bij oude kraaie- en eksternesten en speciaal voor hen opgehangen torenvalkenkisten. Toch zullen de eieren op zijn vroegst pas begin april worden gelegd. Van het nest maken de valken nauwelijks werk. Nestmateriaal wordt niet aangebracht en de fijn roodbruin gespikkelde eieren liggen bijeen tussen wat braakballen. - Vorig jaar arriveerde de eerste tjiftjaf uit het zuiden op 11 maart in het midden des lands. Als de wind een paar dagen uit zuidelijke richtingen waait, kunnen we hem ook dit jaar weer deze week verwachten. - Het gewone muurtjesmos heeft rijpende sporenkapsels, groen van kleur op gele kapselstelen. Heel anders dan de purperrode kapselstelen van het purpersteeltje, dat hele velden kan vormen op oude bagger. Het purpersteeltje is ook nogal eens te zien boven op vermolmde, in het water staande paaltjes. - Tussen de dorre naalden op de grond in het dennenbos zijn de jonge plantjes van de rankende helmbloem frisgroen. - Nu bloeien alle elzen. De grauwe begon een week geleden, nu hangen ook de slappe meeldraadkatjes van de zwarte els te wapperen in de wind. - Slap zijn ook de katjes van esp en grauwe populier. Ze zien er mollig uit door een dichte grijze beharing. De meeldraadkatjes geven geel stuifmeel af uit purperrode helmknoppen. - Op dode stammen en stronken zijn weer verse fluweelpootjes, paarse knoopzwammen en elfenbankjes te vinden. Van de herfst overgebleven witte bultzwammen zien groen door microscopische algen. - Als de zon schijnt, vliegen honingbijen op sneeuwklokjes en winterakonieten, waar ze de eerste nectar vandaan halen. - Wespen worden wakker door de warmte van verwarming of kachel of de naar binnen schijnende zon. Het zijn allemaal koninginnen, die op een donker plekje in huis hebben overwinterd en in de lente een nieuw nest gaan stichten. - Ook binnenshuis overwinterde dagpauwogen en kleine vossen fladderen nu nogal eens tegen de ramen om naar buiten te ontsnappen, maar zolang het nog flink vriest, maken ze weinig kans buitenshuis te overleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden