Het alzheimer-toetje van Piet

Een beeld uit de repetitie. Margot en Bettie worden gespeeld door Arjan Ederveen en Jack Wouterse. (FOTO LEO VAN VELZEN) Beeld
Een beeld uit de repetitie. Margot en Bettie worden gespeeld door Arjan Ederveen en Jack Wouterse. (FOTO LEO VAN VELZEN)

Met ’Tocht’ schreef Arjan Ederveen voor Ro Theater een roerend stuk over ouderdom en de worsteling met verlies en eenzaamheid, geïnspireerd op zijn moeder. Nu, na anderhalf jaar, terug op het toneel.

Op de speelvloer keukentafeltjes met fris geruite kleedjes, gele paasnarcisjes in mandjes en donzige kuikentjes. Een wand is volgehangen met fotolijstjes. Op een kast, met talloze laatjes, een grote stapel oude legpuzzels. Aan een wasrekje steunkousen en ander ondergoed. Een hoek is volgestouwd met kooien in alle soorten en maten. Een kip als theemuts houdt er de wacht. Een grijze draaischijftelefoon doet haast modern aan op een bruin radio-grammofoonmeubel.

Het is wel een decor van nu, bezweert schrijver/acteur Arjan Ederveen, want zijn stuk ’Tocht’ speelt in het hier en nu, maar het interieur is inderdaad van iemand die veel bewaart en moeilijk iets kan wegdoen. Het zet je zo terug in de jaren vijftig en je kunt er een heel leven uit opmaken.

’Tocht’ gaat over de laatste dag uit het leven van de tachtigjarige Margot, die steeds meer moeite heeft haar geliefde doden uit haar herinnering te bannen. Het is zowat Pasen, „rottige dagen”: behalve de verjaardagen vallen inmiddels de overlijdensdata van haar familie allemaal rond die periode. Met hartsvriendin Bettie – beiden zijn weduwe – wacht Margot op het jaarlijkse paasbezoek dat maar niet wil komen.

Twee seizoenen geleden maakte ’Tocht’ diepe indruk. In het stuk zit een hartverscheurende balans tussen een droogkomische babbeltaal en een onderhuidse tragiek. Margot en Bettie worden gespeeld door Ederveen en Jack Wouterse. Trouw schreef toen: „Het is boeiend hoe deze twee voortreffelijke acteurs zonder dat te benoemen de eenzaamheid van hun personages kunnen laten afspatten.” Mooi dat Ro Theater het stuk weer op het repertoire heeft genomen en er ook mee op tournee gaat.

In de voorstelling zit het publiek er middenin, aan de keukentafeltjes, terwijl de twee vrouwen om hen heen scharrelen en hen zelfs aanspreken. Nu, bij de eerste repetities na de zomerstop aan de zijkant gezeten, hebben Ederveen en Wouterse zichtbaar moeite weer vat te krijgen op hun tekst. „Het is ook zo ingewikkeld geschreven,” bromt Ederveen. Onbedoeld verdraait hij Margots teleurstelling over het afzegtelefoontje van haar kleindochter in een valse grap: „Tuurlijk, oma’s gaan vóór werk.”

In de kale, nog niet gejurkte en bepruikte context hoor je bijna als vanzelf hoe de acteurs, dwars door de soms hilarische tuttigheid heen, boren naar het karakter van hun personages. Volgens Wouterse is dat vooral te danken aan het raffinement van de teksten en de structuur die veel preciezer is dan zij lijkt. Effectief en schrijnend is bijvoorbeeld de herhaling in een kleine dialoog van Margot en haar alter ego: „Dat boekje wou ik geven aan Jannika als ze zondag komt”. / „Als ze komt.”

Sara, Demi en Fee komen binnenstappen. Alle drie meisjes van de Jeugdtheaterschool Gouda waar Ro Theater graag mee werkt, zegt Hanneke Wolthof (productie). Zij zullen, afwisselend per avond, een 10-jarig meisje spelen in ’Tocht’. Zowel een kinderversie van Margot als van kleindochter Jannika. Die laatste op het moment dat de doodstijding van Jannika’s moeder, ofwel Margots dochter, binnenkomt.

’Tocht’ en Margot zijn geïnspireerd op Ederveens moeder, die twee kinderen, twee van haar drie zoons verloor. Hij wilde het niet over zichzelf als enig overgebleven broer hebben, maar juist over de eenzaamheid van ouderen als zijn moeder, die zoveel aan dierbaars om zich heen kwijtraken: „Daar wordt veel te weinig bij stilgestaan.” In het stuk laat hij Margot zeggen: „Als je een kind verliest, denk je toch: dit is het ergste wat een mens kan overkomen. Nu word ik verder met rust gelaten. Maar nee hoor. Ik kreeg nog het alzheimer-toetje van Piet geserveerd.” Piet is Margots echtgenoot. In werkelijkheid is ook Ederveens vader aan alzheimer gestorven.

Heel wat teksten heeft Ederveen rechtstreeks aan het vocabulaire van zijn moeder ontleend. Ook zonder die wetenschap zorgt de onder de laconieke toon verscholen droefheid voor ontroering. „Zo lekker om te spelen”, zegt Wouterse, „je kunt er emoties, drama en humor in kwijt. Juist de stiltes luisteren heel nauw. Daarin merk je dat zij de weg kwijt is. Maar soms kan het heel groot, zijn zij echte roddeltantes.”

Dankbaar gebruikt Ederveen zijn moeders cabaret/revue-achtergrond (onder meer radioprogramma ’De bonte dinsdagavondtrein’) voor venijnige achterklap uit een theatertijd toen „Toon Hermans nog maar net kwam kijken.” Over Rudi Carrell: „Helemaal geen leuke man. Jatte alles wat los en vast zat. Alle grappen. De Wama’s en Tom Manders hadden toch een hekel aan die man.”

Op de vloer intussen probeert Wouterse de drie meisjes, die voor het eerst en om beurten hun scènes komen repeteren, op hun gemak te stellen. Met quizvragen, terwijl hij een veelkleurige plumeau betokkelt of bestrijkt: „Welk instrument is dit?” Of met een terloops speladvies: „Als je Arjan in de weg loopt, maak je het hem moeilijk, dan wordt het spannender.” En zowaar, opeens komt Sara zo los, dat Ederveen als oma Margot echt tegenwicht aan haar kleindochter moet bieden. Bij de audities is vooral gezocht naar kinderen die onbevangen, creatief en snel van begrip zijn. Dat ze het begrijpen, is belangrijker dan kunnen acteren.

Er moeten nog sigaretten worden gehaald: Bettie rookt Belinda-menthol. En hondenkoekjes. Tijdens de voorstelling hebben de acteurs hun eigen honden bij zich. Dat is niet zomaar een geintje. „Mijn moeder”, zegt Ederveen, „was altijd met honden en dieren in de weer.” Ook Margot en Bettie werken als vrijwilliger bij de Dierenopvang Midden-Nederland. Een gehavende haas, die in een van de kooien vrijwel ongemerkt het leven laat, is een niet helemaal stiekeme sneer naar lieden als overbuurvrouw mevrouw Stug, „dat zichzelf eco-mens noemt”, maar die hun hond los laten lopen en nog fier zijn als die een haas komt apporteren.

Trots is Ederveen zelf, dat zijn moeder het lef had een cursus te doen om de miserie te leren loslaten door kwaadheid daarover er zonder pardon uit te gooien, net als Margot in ’Tocht’: „Het was een openbaring.” Zij leeft nog en heeft de voorstelling gezien: „Al twee keer.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden