Het allermenselijkste

Ingmar Heytze heeft oog voor het gewone en het imperfecte

TEKST JANITA MONNA FOTO VALERIE KUYPERS en ANP

In de top 100 van meest voorkomende poëzieonderwerpen staat 'liefde' waarschijnlijk op de eerste plaats, op de voet gevolgd door 'dood'. Het onderwerp 'wasstraat' bungelt ongetwijfeld helemaal onderaan. Het zou mij niet verbazen als Ingmar Heytze de eerste is die een gedicht aan het fenomeen wijdde.

Er is geen leven in de wasstraat, maar beweging -

afgezien van de man in overall die het geld aannam,

het spoor wees en in de wolken verdween.

Terwijl blauwe borstels draaiend als 'derwisjen' de bolide wassen, overdenkt de autobestuurder het bestaan. Typerend voor Heytze is dat hij zo'n wat melig onderwerp tot een beslist serieus gedicht weet te smeden. De wasstraat krijgt bijna de functie van een rite de passage.

Het vers staat in 'Ademhalen onder de maan', Heytzes tiende dichtbundel alweer. Hij geldt al jaren als Utrechts stadsdichter, eerder officieus, thans officieel. En het is mede dankzij hem dat de podiumpoëzie zo'n vlucht nam.

Heytze is een dichter van de klare en tegelijk subtiele taal. Allermenselijkste onderwerpen - al te vaak ook de liefde - plaats hij in een nét ander daglicht. Regels die bij anderen makkelijk tot kitsch worden, houden bij hem een aangename, nuchtere melancholie. Sentiment is hij met een paar trefzekere woorden altijd een stap voor, en romantische droombeelden kortwiekt hij voor ze hun vleugels al te wijd uitslaan.

Toch hebben de jaren ook op Heytze vat. Kolderieke persiflages tref je niet meer aan in deze nieuwe bundel. Hier klinkt het besef dat het leven maar één keer geleefd kan worden. En dat het in plaats van zus ook zo had kunnen lopen, dat er ook een ander leven mogelijk was geweest.

Op elk moment in ons bestaan dat je een munt

opgooide, strootjes trok of een aftelrijmpje deed,

had alles anders kunnen gaan. Ik wil niet zeggen

dat we het toernooi dan wél hadden gewonnen,

(...)

In een enkel gedicht zet Heytze het gemak waarmee de taal hem lijkt te komen aanwaaien té gemakzuchtig in. Maar over het algemeen overheerst in zijn poëzie begripvol mededogen: hij heeft een speciale antenne voor mensen aan wie iets scheef zit. Hij dicht over een meisje dat dankzij antidepressiva weer ruimtereizen kan maken, en kruipt in het lichaam van iemand wiens geheugen - en wereld - langzaam is weggevaagd. Het tragische slot vat helder en licht de argwaan van veel psychiatrische patiënten: 'vanochtend moffelde/ een zuster, heb ik zelf gezien, de laatste/ restjes van mijn wereld in haar binnenzak.'

In de tuin
Ik heb de wereld lang vertrouwd, mevrouw.

Dat komt, ik had de wereld in mijn hoofd

en alles was wel vreemd maar toch bekend

genoeg en als ik iets vergeten was, wist ik het

vaak een half uur later weer en anders deed

het er niet toe. Er waren nog de grote vragen

waarop niemand ooit een antwoord krijgt.

Die keek ik aan van dag tot dag.

Wat bleef ik goedgelovig toen mijn hoofd

werd leeggestolen, recht achter mijn ogen,

vreemde foto's op de kast, wie ik nog kende

was verdwenen. Berg uw camera maar

op, u bent te laat; vanochtend moffelde

een zuster, heb ik zelf gezien, de laatste

restjes van mijn wereld in haar binnenzak.

Ingmar Heytze: Ademhalen onder de maan. Podium, Amsterdam; 51 blz. € 15 euro

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden