'Het activisme is in de senaat geslopen'

VVD en PvdA hebben in de Eerste Kamer slechts 30 van de 75 zetels.Beeld ANP

De Eerste Kamer debatteert vandaag met premier Rutte over de regeringsverklaring van zijn tweede kabinet, dat in de senaat nog minder steun heeft dan Rutte I had. De oppositie voelt dat er de komende jaren wat te halen valt.

De Eerste Kamer is niet in staat het goede te doen, wel om het kwade te voorkomen. De negentiende-eeuwse liberaal en minister Dirk Donker Corstius bedoelde daarmee te zeggen dat de senaat te weinig bevoegdheden en macht bezit om kabinetten te dwingen tot bepaalde daden. De senatoren kunnen alleen aangekondigde daden voorkomen. Die stelling gaat wellicht niet op in de huidige politieke verhoudingen. De coalitie van VVD en PvdA komt acht zetels tekort om Rutte een geruststellende meerderheid te geven. De grote meerderheid van de oppositie in de Eerste Kamer maakt het mogelijk wel 'het goede' te doen, dat wil zeggen het kabinet te dwingen af te wijken van het regeerakkoord.

Vandaag debatteren de senatoren met premier Mark Rutte over de regeringsverklaring van zijn tweede kabinet. Een - wat samenstelling betreft - de coalitie vijandige meerderheid zal de premier naar verwachting spitsroeden laten lopen. Rutte heeft na een gedoogconstructie van twee jaar met zijn eerste kabinet, nu eindelijk een solide meerderheid in de Tweede Kamer, maar 'aan de overkant' van het Binnenhof is de steun voor zijn kabinet zelfs nog minder dan de afgelopen twee jaar. Rutte kon destijds nog relatief rustig achterover leunen door de steun van de SGP te kopen. Nu is de minderheid dusdanig (VVD en PvdA bezetten 30 van de 75 zetels) dat een extra gedoogpartner in de Eerste Kamer geen soelaas biedt.

In de Tweede Kamer, toen het nieuwe kabinet zich daar presenteerde, werd al op die situatie gewezen. De fractievoorzitters van CDA en D66, Sybrand van Haersma Buma en Alexander Pechtold, daagden Rutte uit om aan te geven hoe hij zich bij de senatoren van steun voor zijn plannen dacht te kunnen verzekeren. Rutte herhaalde zijn woorden bij het begin van zijn eerste kabinet: er was een uitgestoken hand. Het kabinet zou met iedereen willen samenwerken, het eigen gelijk zou niet de boventoon voeren. Van die uitgestoken hand kwam in zijn eerste kabinet echter niet al te veel terecht. Reden waarom de oppositie in de Eerste Kamer benieuwd is hoe Rutte dat vandaag verder uit denkt te werken.

De oppositie voelt dat er wat te halen is. Door het argument dat de Eerste Kamer een bijzondere positie heeft, laten partijen als CDA, D66 en SP zich in ieder geval niet afschrikken. SP-fractievoorzitter Tiny Kox: "Het is een mythe dat het politieke primaat bij de Tweede Kamer zou liggen. De Eerste Kamer is gewoon een politiek orgaan, ook al worden we niet rechtstreeks gekozen door de kiezer. Dat wij een chambre de réflexion zouden zijn, die zich slechts dient te buigen over de kwaliteit van wetgeving, staat nergens in de wet. De SP in de Eerste Kamer stelt zich net zo op als onze collega's in de Tweede Kamer. De kiezer zou er niets van snappen als het anders zijn zou."

Hans Engels, die vandaag zijn fractievoorzitter Roger van Boxtel vervangt als woordvoerder van D66, is het met Kox eens. "We zijn een politiek orgaan, om mee te beginnen en om mee te eindigen. Uiteindelijk is elke afweging in de Eerste Kamer ook een politiek afweging."

Engels nuanceert de stelling echter onmiddellijk. "Kijk, sinds 2010, toen het eerste kabinet-Rutte startte, is de situatie ingewikkelder geworden. We hebben destijds als oppositie daarvoor gewaarschuwd. De bijzondere positie van de Eerste Kamer bestaat wel degelijk, maar de situatie is dat er meer activisme is geslopen in de senaat."

CDA-fractievoorzitter Elco Brinkman wil zich niet activistisch opstellen. "Het CDA zal niet op voorhand stellen dat dit kabinet weg moet. Dat is de levenshouding van christen-democraten niet. Maar, aan de andere kant, de Eerste Kamer is nooit aan regeerakkoorden gebonden, dus nu ook niet. Nu er geen meerderheid in de Eerste Kamer is voor Rutte, hebben we meer in de melk te brokkelen. En dat zal op gepaste momenten blijken."

Bij de formatie van 2010 schreven de fractievoorzitters van de oppositiefracties een brief aan de toenmalige informateur Ivo Opstelten, waarin gevraagd werd bij het ontwerp van een regeerakkoord rekening te houden met de Eerste Kamer. Die brief, een initiatief van Hans Engels, werd nooit beantwoord. Dit keer was er zelfs geen enkele verwijzing naar de Eerste Kamer. Het CDA weigerde destijds aan het initiatief mee te werken. Het paste niet bij de rol van de Eerste Kamer, vond de toenmalige fractievoorzitter Jos Werner toen. Nu de partij in de oppositie zit, is die opvatting wat Brinkman betreft niet veranderd. "Het politieke primaat ligt niet bij ons. Maar aan de andere kant zou ik het kabinet ervoor willen waarschuwen ons niet in een onmogelijke positie te brengen."

Engels vindt die politisering van de rol van de Eerste Kamer geen goede ontwikkeling, al haast hij zich erbij te zeggen dat ook D66 geen moment zal aarzelen, mocht er de komende tijd iets van de wensen van de democraten binnen zijn te slepen. "Het heeft weinig zin je als enige zuiver op te stellen. De rivaliteit tussen de beide kamers van de Staten-Generaal neemt echter wel toe en kan de komende tijd zomaar tot een hoogtepunt komen. Daar hebben we in ons staatsrecht geen oplossing voor. Daarmee kan de meerwaarde van de senaat, de toetsing van wetgeving aan de Grondwet, door onder druk komen te staan."

Vanuit het perspectief van D66 hoeft dat nog geen ramp te zijn. De democraten zijn immers al sinds jaar en dag voor afschaffing van de Eerste Kamer. Engels: "Dat klinkt aardig, maar voor afschaffing van de Eerste Kamer heb je de Eerste Kamer nodig. Daar is voor afschaffing voorlopig echt geen meerderheid te vinden. Het mogelijke conflict tussen de twee Kamers oplossen door er één af te schaffen, is dus onmogelijk. En dus zal het dilemma blijven bestaan."

Zijn CDA-collega Brinkman constateert hetzelfde. "We zijn elkaars gevangene. Het kabinet zal onmogelijk kunnen regeren zonder de steun van de Eerste Kamer voor deugdelijke wetgeving. De Eerste Kamer krijgt een kabinet niet weg. Maar de Eerste Kamer is geen Vereniging voor Staathuishoudkunde. Voor wat hoort wat, zo eenvoudig is het."

Het eerste kabinet van Mark Rutte was in dat kader heel interessant, vindt Tiny Kox. "Er moest naar meerderheden worden gezocht. In de Tweede en in de Eerste Kamer. Ik weet ook wel dat het niet ideaal is. Dat kan immers weliswaar mooie dingen opleveren, maar de kans is groot dat het betekent dat noodzakelijke maatregelen op de lange baan worden geschoven."

Kox heeft waardering voor hoe Rutte dat de afgelopen twee jaar deed. "Hij hoort nu eenmaal niet tot de meest beginselvaste politici. Dat is in dit geval een voordeel. Balkenende zou, denk ik, veel koppiger zijn geweest."

Toch is de situatie voor de premier volgens Kox nu veel complexer. De verhouding tussen de coalitiepartijen VVD en PvdA is veel complexer dan tussen VVD en CDA in het vorige kabinet. "De twee partijen wilden er in de formatie geen derde partij bij. Het was zo al ingewikkeld genoeg. Je ziet het ook af aan het regeerakkoord. Het is een serie afspraken in negatieve zin. Die partij kreeg dat en de andere weer wat anders. Nu zullen ze op onderdelen wel afspraken met andere partijen moeten maken."

Kox noemt als voorbeeld de hypotheekrente. Daar valt met zijn SP wel afspraken over te maken, zegt hij. De grote vraag is echter of de VVD, toch al de partij die het regeerakkoord op dit punt met de grootst mogelijke moeite accepteerde, de extra ingrepen, die de SP ongetwijfeld zal eisen en die vooral de duurdere huizen zullen treffen, verdergaande afspraken zal kunnen dragen. "Links- of rechtsom, Rutte zal plannen aan moeten passen, want steun van andere fracties gaat niet voor niets", aldus Kox.

De fractievoorzitter van de SP lijkt zijn wensen op een rijtje te hebben. Voor D66 geldt dat volgens Engels niet. "Nee, mijn fractie heeft niet zo'n lijstje. Dat zou ik ook erg onjuist vinden. Laat eerst de Tweede Kamer zich maar over de voorstellen buigen. Dan is er nog genoeg gelegenheid, zou ik zo zeggen."

Aan de hand van de oppositielijn, die Van Haersma Buma in de eerste weken van het bestaan van de nieuwe coalitie koos, zou gedacht kunnen worden, dat de opstelling van zijn collega's in de Eerste Kamer ook vaststaat. Kleinere inkomensverschillen zijn geen prioriteit voor Van Haersma Buma en werkenden, vooral met een gezin achter zich, worden onevenredig aangeslagen. Brinkman ziet dat echter anders. "Wij kiezen onze woorden zelf. Voor het CDA is het belangrijk dat de zwaarste schouders de zwaarste lasten dragen. Dat wil niet zeggen dat het werkende deel van de samenleving de rekening moet betalen. Wij worden kritisch als het beleid eenzijdig wordt."

De drie fractievoorzitters zijn het er onderling over eens dat het tweede kabinet-Rutte te laat is als pas in de Eerste Kamer naar compromissen gezocht gaat worden, waarmee draagvlak onder het beleid moet komen. Kox: "Met voorstellen over grotere gemeenten en andere veranderingen in het openbaar bestuur hoeft Rutte sowieso niet aan te komen. Dat gaat hij niet redden bij ons, schat ik in. Hij moet de steun voor al het andere vooral zoeken in de Tweede Kamer. Voor de ingrepen in de WW bijvoorbeeld bij het CDA. Voor de hypotheekrente bij mijn partijgenoten en ga zo maar door."

Zijn collega's Brinkman en Engels willen geen concrete voorbeelden noemen. "Ik wil de handen vrij hebben", zegt Brinkman. "Het is de tijd niet om daar algemene uitspraken over te doen."

Engels valt Brinkman bij: "Ik zeg daar niets over. Ik weet wel dat het de komende jaren in de Eerste Kamer een stuk boeiender worden gaat. Of het daarmee ook allemaal beter wordt, ik betwijfel het."

Rutte heeft deze keer niet genoeg aan de steun van één andere senaatsfractie
Premier Mark Rutte was naar eigen zeggen half november heel serieus toen hij tijdens het debat in de Tweede Kamer over de regeringsverklaring de oppositie de uitgestoken hand bood. Een herhaling van de woorden bij de start van zijn eerste kabinet.

D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold hield Rutte in dat debat echter voor dat daar weinig van gebleken was. De premier nam die kritiek serieus. "Daar zitten mogelijk meerdere kernen van waarheid in die ik ter harte neem", aldus Rutte. "Dit kabinet heeft de ambitie om een breed draagvlak in de samenleving en dus ook hier in de Kamer te vinden voor zijn voorstellen."

Rutte zal wel moeten. De meerderheid in de Tweede Kamer voor VVD en PvdA is met 79 zetels nog riant te noemen, maar aan de overkant, in de Eerste Kamer, hebben beide partijen niet meer dan 30 van de 75 zetels.

Anders dan onder het vorige kabinet is Rutte er in de Eerste Kamer niet met de steun van één andere fractie. Sterker, mocht het CDA of, nog onwaarschijnlijker, de PVV of de SP niet meedoen, dan is de steun van minimaal twee partijen nodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden