Het aantal vrouwen dat een technische opleiding volgt, is sterk gestegen. Maar daarna gaat het mis

75 meisjes in een kantoor van bouwbedrijf BAM tijdens Girlsday in april 2018. Girlsday is bedoeld om meisjes kennis te laten maken met technologie, en ze te laten weten dat ze welkom zijn in deze branche. Beeld ANP

Al decennia proberen overheid en onderwijs meisjes te interesseren voor techniek. Met succes. Het aantal vrouwen dat een technische opleiding volgt, is sterk gestegen. Maar daarna gaat het mis. 

Slechts 17 procent van de vrouwen die een technische opleiding heeft gedaan, heeft een technisch beroep, en dan nog vaak buiten de technische sector. Slechts 11 procent werkt in de industrie, bouw, ICT, energie of metaal.

Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek over 2017 in opdracht van het ministerie van economische zaken. In 2016 was nog 19 procent van de vrouwelijke technici werkzaam in een technisch beroep. Ondanks de grote behoefte aan personeel lukt het dus maar mondjesmaat deze vrouwen na hun opleiding tot een technische baan te verleiden. 

De trend lijkt zelfs licht dalend. Van de 280.000 vrouwen tussen de 15 en 65 jaar die een technische opleiding hebben gedaan, werkt een derde niet. Van de 1,6 miljoen technisch opgeleide mannen is dat 17 procent. 50 procent van de technisch opgeleide vrouwen werkt bovendien in een niet-technisch beroep, bij de mannen is dat een derde. Dat kan van alles zijn; in de administratie, de detailhandel, het transport of het onderwijs. 

Mannencultuur

“We raken veel vrouwen met technisch talent kwijt bij de overstap van studie naar werk”, reageert Cocky Booij, directeur van VHTO, het landelijke expertisebureau van meisjes en vrouwen in de bèta/techniek. “Daar hebben we echt een probleem in Nederland. We verliezen veel technisch opgeleide vrouwen en dat komt zeker deels door de mannencultuur die nog op veel technische bedrijven heerst en door de onmogelijkheid in deeltijd te werken.”

Er zijn bedrijven die tegemoetkomen aan de wens tot flexibilisering, waarbij de werkuren anders kunnen worden ingedeeld, zodat vrouwen bijvoorbeeld eerst de kinderen naar school kunnen brengen. Bij veel grote bedrijven is deeltijdwerk ook al geaccepteerd, weet Booij. “Vooral bedrijven die inzien dat divers samengestelde teams beter functioneren, zijn bereid te investeren in meer vrouwen op de werkvloer. Maar de zaak is nog lang niet beslecht.”

In 2013 hebben onderwijsinstellingen, werkgevers en het Rijk het nationaal techniekpact gesloten met als doel de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt in de technieksector te verbeteren en zo het tekort aan technisch personeel terug te dringen. Volgens FME, de ondernemersorganisatie voor de technologische industrie, vinden veel van hun bedrijven die aansluiting nog steeds ‘niet optimaal’.

VHTO benadrukt dat het belangrijk is dat er vrouwelijke rolmodellen zijn op de werkvloer. Het kan ook helpen als een vrouw in de sollicitatiecommissie zit. Zo laat de werkgever direct zien dat vrouwen geen uitzondering zijn, en het verlaagt de drempel om te praten over zaken rondom de werk-privébalans. Werkgeversorganisatie FME zegt de cijfers serieus te nemen en wil erover in gesprek met haar leden. Voorzitter Ineke Dezentjé Hamming: “We hebben alle vrouwen, ook die nu helemaal niet werken, hard nodig. Technologie is veel te belangrijk om alleen aan mannen over te laten.” 

Lees ook: ‘Vrouwen horen op kantoor? Onzin’

Chery Bernadina is een van de weinige vrouwen die van de techniek haar vak heeft gemaakt. ‘Een droombaan.’ 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden