Het aankleedrek van Montessori kent nu een uitvoering met klitteband

De rose toren is voor de Montessori-leerling net zoiets als de bruine trap en de rode stokken. Maria Montessori ontwikkelde de leermiddelen in het begin van deze eeuw. Deze zomer zijn de materialen te zien in het Nationaal Schoolmuseum in Rotterdam. Voor het museum komt een vergrote uitvoering van de knalroze kubussen te staan, waarvan de kleinste precies duizendmaal in de grootste past. Het Nationaal Schoolmuseum, Nieuwemarkt 1A in Rotterdam is dinsdag t/m zaterdag open van 10.00-17.00 uur, zondag van 11.00-17.00 uur, van 4 juli tot 13 september.

NELY VAN DAM

In een van haar boeken beschrijft Maria Montessori dit voorval. De kleuterleidster heeft een fout begaan, oordeelt zij. Het ventje glimlacht weliswaar tevreden op de arm van de juf nu hij kan zien wat de jongens doen. Maar hoe oneindig veel voldaner zou hij geglimlacht hebben als hij op eigen kracht een uitkijkpost had gebouwd.

"Deze anekdote maakt duidelijk hoe Maria Montessori vond dat onderwijs moet zijn. Helpen door niet te helpen. De Montessorileidster moet altijd op de achtergrond blijven. Kinderen ontwikkelen zichzelf" , zegt drs. Erika Keijser-Hedeman van het Nationaal Schoolmuseum in Rotterdam. "Vaak was ze teleurgesteld hoe de scholen haar opvattingen uitwerkten." Zaterdag opent het museum een tentoonstelling over de geschiedenis van het Montessori-onderwijs in Nederland. Aanleiding is het 75-jarig bestaan van de Nederlandse Montessori Vereniging.

Noodzakelijkerwijs bestaat het leeuwedeel van de tentoonstelling uit de materialen, zoals die door de pedagoge bedacht zijn. Zij geloofde dat de intellectuele ontwikkeling verloopt via oefening der zintuigen. Door kijken, voelen en luisteren leren kinderen verschillen in vorm, kleur, geluid en hoeveelheid onderscheiden, hun motoriek ontwikkelen, lezen, schrijven en rekenen.

Zwakzinnige kinderen

De evaluatie van de bekende 'aankleedrekken' is goed te volgen op de tentoonstelling. Het zijn met stof beklede raamwerken, waarvan de kinderen de twee helften moeten sluiten: met (druk)knopen, veters, gespen, haken en ogen. De ingewikkelde vetersluiting van het corset en het jarretelrek behoren tot de historie. Maar de firma Nienhuis - waarmee Montessori zelf werkte en die het alleenrecht op al haar materiaal in Nederland heeft - levert tegenwoordig ook rekken met klitteband. Marjan Dekker van de Nederlandse Montessori Vereniging: "Het uiterlijk is aangepast, maar al onze scholen - 153 voor basis- en 13 voor voortgezet onderwijs - gebruiken nog steeds het oorspronkelijke materiaal. En zij niet alleen. Vooral het kleutermateriaal wordt besteld door veel niet-Montessorischolen."

Maria Montessori, die in 1896 als eerste vrouw in Italie arts werd, begon haar pedagogisch werk met zwakzinnige kinderen. Bij testen bleken zij betere resultaten te behalen dan 'normale' kinderen. In 1907 kreeg zij de kans haar ideeen ook bij niet-zwakzinnigen in praktijk te brengen.

In een armoedige wijk in Rome werd geprobeerd de leefomstandigheden te verbeteren, waarbij veel aandacht werd geschonken aan een schone, nette omgeving. Probleem daarbij vormden de peuters en kleuters die in vrijgevochten bendes op straat zwierven als hun ouders aan het werk waren. Montessori richtte met veel zorg een Casa dei bambini (kinderhuis) voor de drietot zevenjarigen in. Zij zorgde voor kleedjes en liet meubilair maken. Het bestond uit losse tafeltjes en stoeltjes, want de vaste schoolbanken van die dagen keurde zij af. Keijser: "Als je tegen zo'n statische bank botst gebeurt er niks, maar van een losse tafel knalt alles af als je er onbehouwen tegenaan loopt. Kinderen moesten leren zorgvuldig met normale huiselijke materialen om te gaan. Ze was om die reden ook tegenstander van tinnen bekers. Ze stond op gebruik van breekbaar aardewerk."

De leidsters van de eerste Casa, later volgden er meer, kregen een training in het toepassen van Montessori's methode. Na twee jaar proefnemingen en observeren schreef zij 'Il metodo della pedagogia scientifica'. Het boek werd in twintig talen vertaald en leidde tot schoolstichtingen over de halve wereld. Niet alleen in Engeland, Amerika en Nederland, maar ook in Rusland, Mexico, Korea en Argentinie.

Daarna ging zij zich toeleggen op de verspreiding van haar ideeen door het houden van lezingen en cursussen. Dit werk bracht haar in zo'n beetje heel Europa, Amerika en India, waar bleek dat de jongeman die met haar meereisde niet haar neef en secretaris was, maar haar zoon Mario. Diens inmiddels bejaarde zoon, eveneens Mario genaamd, woont in Nederland, waar ook zijn grootmoeder uiteindelijk domicilie koos. Zij overleed in 1952 in Noordwijk. Voor de tentoonstelling heeft de kleinzoon enkele persoonlijke bezittingen afgestaan.

'De methode van de wetenschappelijke opvoedkunde' zag Montessori allerminst als een theoretische verhandeling, maar meer als de neerslag van de resultaten van haar pedagogische experimenten. Zij meende op grond van haar proefnemingen in de Casa een aantal grondwetten in kinderen ontdekt te hebben, die zij onthullingen van de kinderziel noemde. In ieder kind is, stelde zij, een mechanisme tot zelfopvoeding aanwezig. Zet het in een rijke omgeving met doordachte spullen, dan ontplooit het zich vanzelf. "Wanneer een voorwerp aan de innerlijke behoeften van een kind voldoet, toont het dit door een typische reactie. Zijn aandacht is op buitengewone wijze geconcentreerd, zijn activiteit is enorm en doet hem een zelfgekozen oefening voortdurend herhalen. En na zo'n oefening komt het kind tevoorschijn als opgefrist, vol vreugde, kalm, met alle tekenen van geluk en rust, die wij zo gaarne aanschouwen."

Rijke omgeving

De uitvoering van haar eerste standaardwerk riep in de praktijk nogal wat problemen op. Zo ook in Den Haag, waar in 1914 de eerste Nederlandse Montessorischool was opgericht. Keijser: "Volgens het boek zouden de kinderen vanzelf, zonder dwang, aan het werk gaan. Maar dat gebeurde niet. De aantrekkingskracht van de omgeving op de leerlingen was in de praktijk te gering."

In de jaren twintig kwam daardoor de nadruk meer te liggen op de orde die in de klas moet heersen in tegenstelling tot de eerst geboden vrijheid. In Nederland, waar inmiddels verschillende scholen waren opgericht, ontstond een scheuring. De Haagse school bleef de vrijheid het meest trouw, de Amsterdamse school verklaarde de voorschriften heilig en maakte gebruik van de strikte aanwijzingen hoe het materiaal te gebruiken, die inmiddels bestonden.

Zonder rumoer

Lang heeft deze strenge opvatting veel Montessorischolen beheerst. Museummedewerker Tini de Jong-Hoogeweij liep in de jaren vijftig stage op een Montessorischool. "Het was waanzinnig stil in die klassen. Zo belachelijk streng handhaafde men de leer van Montessori, die inderdaad in haar boeken hamert op rust. Misschien staat er wel tachtig keer 'zonder veel rumoer te maken' en de leidster moet altijd zo weinig mogelijk woorden gebruiken." De Jong behoorde duidelijk niet tot de gelovigen en zij is nooit op een Montessorischool gaan werken. "Maar ik bestelde wel regelmatig materiaal, zoals die aankleedrekken, want die zijn fantastisch." De Jong vond het niet zo erg als kinderen hun fantasie gebruikten en met blokken speelden alsof het poppen waren. "Dat was ten strengste verboden. De leerlingen mochten niet eens blokken zeggen, want Maria Montessori had ze cilinders genoemd. Zelfs de wijze waarop de leidster de cilinders moest vastpakken staat voorgeschreven."

De rondleidsters hebben daarom een speciale training gekregen, want de tentoonstelling bevat ook een lokaaltje waar kinderen het Montessorimateriaal kunnen uitproberen. "In dit geval kunnen we niet gewoon laten pakken en spelen. Alles moet op de voorgeschreven wijze aangereikt en gepresenteerd worden. Anders krijgen we problemen met de fanatieke Montessorianen van vroeger."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden