Herwaardering van Anton Pieck

De kunstwereld heeft het werk van Anton Pieck nooit serieus genomen. Hij was niet controversieel of vernieuwend, laat staan prikkelend. Maar de tijd is rijp voor een hernieuwd oordeel, meent directeur Karel Schampers van museum De Hallen. „Ik vind het ongelooflijk knap hoe Anton Pieck zich in ons collectieve geheugen heeft gegrift.”

’Tevreden tijd’ heet de tentoonstelling over Anton Pieck in museum De Hallen in Haarlem. Een titel die naadloos aansluit bij de knusse wereld van Pieck, die vooral bekend is van het sprookjesbos in de Efteling en nostalgische prenten van oud-Hollandse geveltjes en bakkerswinkels, waarmee al decennia koekblikken en kalenders worden gedecoreerd. „Wat gezellig, met z’n allen naar Anton Pieck”, klinkt het ook op één van de terrassen op de Grote Markt in Haarlem, waar een groep dames op leeftijd zit te wachten tot het museum open gaat.

Het is natuurlijk een fantastische stunt om tijdens de zomermaanden drie museumetages in te ruimen met aquarellen, tekeningen, schetsen en olieverfschilderijen van Anton Pieck. Succes verzekerd. Daarmee trek je zelfs dagjesmensen die normaal nooit naar een museum gaan. Natuurlijk speelt dat ook mee, zegt directeur Karel Schampers van De Hallen. Maar hij heeft dit niet alleen bedacht om tijdens de zomermaanden de loop er lekker in te houden met een laagdrempelige expositie. Als kunsthistoricus staat hij hier volledig achter, benadrukt Schampers. Deze tentoonstelling is ook een ’statement’ dat de tijd rijp is voor een herwaardering van het werk van Anton Pieck, die in de kunstwereld nooit serieus is genomen.

Is het werk van Anton Pieck dan kunst? Zeker uit de mond van Schampers verwacht je dat niet te horen. Hij is toch de man die de zalen van zijn museum voor moderne kunst graag beschikbaar stelt aan controversiële kunstenaars als Paul McCarthy en Damien Hirst? En dan nu het werk van Anton Pieck, waarvan veel kan worden gezegd, maar toch niet dat het controversieel is, vernieuwend, laat staan prikkelend.

Schampers: „Je kunt het werk van Pieck inderdaad geen kunst noemen in de zin dat hij de dwang had om zich permanent te vernieuwen. Hij heeft altijd voortgeborduurd op één en dezelfde stijl. Maar als cultuurhistorisch fenomeen verdient hij wel een plek in het kunstmuseum. Ik vind het ongelooflijk knap hoe Anton Pieck zich in ons collectieve geheugen heeft gegrift. Voor deze expositie moest ik onlangs in de Efteling zijn om daar originele ontwerptekeningen op te halen. Ik stond er van te kijken hoe druk het nog steeds is in het sprookjesbos, dat Anton Pieck al in 1952 heeft ontworpen. Het is toch ongelooflijk dat dat nog steeds kan wedijveren met al die andere moderne attracties? Elke Nederlander komt daar gemiddeld drie tot vier keer in zijn leven, eerst als kind, later als ouder en vervolgens met de kleinkinderen. Je bent in mijn ogen echt een fenomeen als je iets kunt maken dat zoveel generaties blijft boeien.”

Eigenlijk had Schampers al jaren eerder een expositie willen wijden aan Pieck, maar toen waren de geesten in het museum daarvoor nog niet rijp. Nog steeds hebben sommige medewerkers hun bedenkingen, omdat ze het werk van Pieck kitsch vinden. Maar conservator moderne kunst Antoon Erftemeijer heeft er uiteindelijk veel meer tijd in gestoken dan hij aanvankelijk van plan was. Erftemeijer is met vakantie, maar volgens Schampers heeft de conservator interessante kunsthistorische ontdekkingen gedaan. Zo worden op de expositie onder meer oude meesters als Rembrandt en Jan Steen als inspiratiebronnen opgevoerd voor Pieck. „Het is ook niet toevallig”, zegt Schampers, „dat Ernst van de Wetering, de Rembrandt-deskundige bij uitstek, deze expositie graag wilde openen. Niet alleen omdat hij als kind eindeloos kon kijken naar de reclameplaten van Pieck in de bakkerswinkel. Maar ook omdat hij overeenkomsten ziet met de illustratieve tekeningen en prenten van Rembrandt. In deze tijd wordt negatief geoordeeld over illustratief werk. Maar als Anton Pieck in de zeventiende eeuw had geleefd, waren hij en Rembrandt collega’s geweest.”

Schampers ergert zich eraan dat in de Nederlandse kunstwereld al decennialang met dédain wordt gesproken over Anton Pieck. „Moet je eens in Engeland komen. Daar is de illustrator Arthur Rackham, de illustrator van Charles Dickens, een grootheid. Pieck wordt niet eens genoemd in de canon van de Nederlandse geschiedenis.”

Hét handelsmerk van Anton Pieck is romantiek. Ook in dat opzicht is de tijd rijp voor een herwaardering, meent Schampers. De romantische wereld die hij verbeeldt, is niet gedateerd of ouderwets, maar sluit aan op een behoefte die van alle tijden is. „In onzekere tijden zie je romantische bewegingen opkomen, omdat mensen dan terug gaan verlangen naar vroeger.” Die hang naar neo-romantiek signaleert Schampers ook onder hedendaagse kunstenaars als bijvoorbeeld de jonge Duitser schilder Uwe Henneken met zijn sprookjesachtige landschappen, waarvoor de toonaangevende galerieën in de rij staan. Vorig jaar was zijn werk te zien in De Hallen. Schampers: „Ik wil Pieck in diezelfde romantische traditie plaatsen.”

Zelf maakte Anton Pieck er nooit een geheim van dat hij de wereld het liefst door ’een mooi gekleurd glas’ tekende. Dingen die hem niet aanstonden liet hij bij voorkeur weg in zijn tekeningen en schilderijen. Maar het allerliefst tekende hij dingen die er niet zijn en mythische, wonderlijke wezens, omdat hij dan zijn fantasie op volle toeren kon laten draaien, ongehinderd door de minder mooie en minder romantische kanten van de werkelijkheid. „En het is ook weer eens wat anders dan een oude schoorsteen of een dakpan.”

Anton Pieck vond het geweldig toen de Efteling hem begin jaren ’50 vroeg om een sprookjesachtige speeltuin te ontwerpen. „Speeltuinen waren in die tijd alleen maar ijzer en beton en daarom leek het me zinvol om een romantische wereld te scheppen”, zei hij er zelf over. Hij ontwierp niet alleen het sprookjesbos, maar was daarna nog vele jaren als adviseur en ontwerper verbonden aan de Efteling. In De Hallen zijn de originele ontwerptekeningen te zien die hij maakte voor de sprookjestuin en het Diorama, een romantisch berglandschap vol kastelen en dorpjes en met bewegende treintjes, autootjes en bootjes. In ruim 25 jaar maakte hij 1500 ontwerptekeningen voor het evenementenpark.

Dat de Efteling Pieck als ontwerper vroeg, was vooral vanwege zijn bekendheid als illustrator van (sprookjes)boeken als ’1001 Nacht’ en ’De sprookjes van Grimm’. De eerste verdieping van het museum is volledig gewijd aan zijn boekillustraties. Het is ook het meest interessante deel van de expositie, omdat je daar pas goed ziet dat er een groot verschil is tussen de alom bekende reproducties van zijn werk en zijn originele schetsen, tekeningen en schilderijen. Er zitten juweeltjes tussen, sommige zo fijn getekend en geschilderd, dat ze doen denken aan Middeleeuwse miniaturen en de wereldberoemde getijdenboeken van de gebroeders Van Limburg (1400-1415) met voor die tijd revolutionaire miniaturen.

Zijn mooiste illustraties maakte Pieck voor het boek van Selma Lagerlöf over de drankzuchtige dominee Gösta Berling die aan lager wal raakt. Eindeloos kun je blijven kijken naar de afbeelding van de dominee die vanaf de kansel voor het laatst het kerkvolk toespreekt, voor hij uit het ambt wordt gezet wegens drankzucht. Ook zo’n onvergetelijk beeld is dat van Niels Holgersson tijdens een stormachtige nacht op de rug van een oud, mager paard. Vooral als Pieck met diepe blauwtinten werkt, is hij op z’n best, met als hoogtepunt de illustraties voor ’1001 Nacht’, gebaseerd op schetsen die hij maakte tijdens een reis naar Marokko. Prachtig zijn ook de afbeeldingen voor ’Gejaagd door de Wind’ van Scarlet O’Hara op een huifkar met op de achtergrond mensen die vluchten voor een zee van vlammen.

Anton Pieck was enorm productief. Hij illustreerde zo’n 350 boeken. Naast die tienduizenden boekillustraties maakte hij tekeningen, aquarellen, olieverfschilderijen, houtsnedes, etsen en kalenderplaten. En dan zijn er nog de honderden ontwerpen voor de Efteling. Daarnaast had hij zijn gezin en werkte hij veertig jaar als tekenleraar aan het Kennemer Lyceum in Overveen. Dat docentschap was belangrijk voor hem, omdat hem dat financieel onafhankelijk maakte en in staat stelde zelf te bepalen welke opdrachten hij aannam.

Veel tekeningen en schetsen ontstonden tijdens de reizen die hij maakte naar Engeland, België, Zwitserland, Italië en Marokko. Hij maakte schetsen van landschappen die hij thuis uitwerkte en die in hun ruwe vorm soms doen denken aan schilderijen uit de Gouden Eeuw. Juist als hij zich beperkte en in zijn wat lossere schetsen toont Pieck zich op zijn best. Maar op de een of andere manier wilde hij de wereld altijd mooier voorstellen en sloeg hij eindeloos aan het decoreren met nog een spinnewebje hier en een bemost dakpannetje daar. Het is dan ook geen wonder dat Amsterdam met zijn geveltjes, grachten en stegen zijn favoriete stad was. Aan scheve daken en hobbelige straatklinkers geen gebrek. De nostalgische gevels en stegen die hij daar schilderde, zijn overbekend. Maar op de tentoonstelling zien we dat Pieck ook een andere kant had, die minder bekend is. Zo maakte hij een serie platen voor een boekje over het Leger des Heils. Majoor Bosshardt beeldde hij af in de St. Annadwarsstraat (’Enge Kerksteeg’), waar hij de sexshop nu eens niet weggelaten heeft.

Pieck wist zelf heel goed dat hij de neiging had om de wereld mooier te maken dan ze was en de werkelijkheid door ’een mooi gekleurd glas’ te tekenen. Dat blijkt ook uit zijn aarzeling om een boek over de componist Schubert te illustreren. Hij vreesde een te romantische sfeer, maar achteraf had hij toch geen spijt, omdat hij geloofde dat hij de romantiek niet had overdreven. Alles overziend is het misschien wel het beste boek uit zijn oeuvre. Zelf was Pieck helemaal niet muzikaal. Hij hield wel van muziek, vooral van draaiorgels. Maar de Anton Pieck van de draaiorgels in oud-Hollandse straatjes en van de bakkersplaten op koekblikken, die kenden we al. De verdienste van deze tentoonstelling is dat we in De Hallen hele andere, onvermoede kwaliteiten van dit cultuurhistorische fenomeen leren kennen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden