Hervonden moedertaal

Dramaschrijfster Heleen Verburg maakte een toneelstuk over woordenboekenmaker Jan Hendrik van Dale. Onderweg wachtten haar tal van taalkundige kronkelingen.

Aanvankelijk zat Heleen Verburg ’vast’. Hoe moest zij, in opdracht van theaterproductiehuis Zeelandia, een toneelstuk schrijven over een man die voortdurend met z’n neus in de boeken zat? Over iemand die ogenschijnlijk een ’saaie woordenboekenschrijver’ geweest moet zijn? En bij nader inzien een geestdriftig bezetene?

Ze bezocht de geboorteplaats van Jan Hendrik van Dale (1828). Het Zeeuws-Vlaamse Sluis, waar hij hoofdonderwijzer en woordenboekenmaker was, en waar hij in 1872 ook stierf. En ze las de biografie ’Een leven in woorden’ van Lo van Driel, waaruit ze onder andere leerde dat Van Dale na een ziekbed van twee weken aan de pokken overleed.

Maar Heleen Verburg stond niet gereed om ’het leven van Van Dale’ te gaan beschrijven; ze moest een dramaturgische list verzinnen. En vond die uiteindelijk in een geraffineerd spel met tijd: ze laat haar hoofdpersonage na diens dood meekijken hoe de wereld en dus taal, woorden en betekenissen veranderen. Hoe hij met zijn monologen in z’n eigen hoofd reist.

Een mannenstem bezoekt de woordenboekenmaker en zegt wel zin in ’jenever met bitter lemon’ te hebben. ,,Tweede betekenis van straaljager: jenever met bitter lemon.” Van Dale begrijpt het niet meteen maar wel dat de tijd hem kennelijk voorbij vloog: ,,Bitter lemon bestaat nog niet. Straaljager eigenlijk ook nog niet.”

Vervolgens gaapt een ravijnwijd anachronisme. De mannenstem volhardt, en zegt Van Dale beter te willen leren kennen. ,,U kunt me altijd bellen.” Waarop de woordenboekenmaker werktuiglijk categoriseert en classificeert: ,,Bellen. Schellen, aan de bel trekken”.

Hij krijgt de betekenis van ’bellen’ te verstaan zodra de telefonie haar intrede gedaan zal hebben. ,,Bellen. Telefoneren, van de telefoon gebruikmaken. Toestel om met name de menselijke stem over te brengen door middel van galvanische stromen die in geluidstrillingen worden omgezet. Zodra de bel begint te rinkelen en de verbinding is een feit, de stem van een ander haast in het hoofd, in het hart van de luisteraar. Echt contact.”

Maar echt vlot wist Verburg haar toneelstuk nog niet te trekken. Er was iets tamelijk dramatisch aan de hand: zij was haar moedertaal kwijt.

Verburg raakte verliefd op een Bulgaar, met wie ze in haar vaderland wilde samenleven. Al snel leerde zij dat Nederland na Denemarken het strengste toelatingsbeleid kent. Een advocaat wist een ingewikkelde kruipdoorsluipdoorprocedure waardoor ze toch met haar beminde Bulgaar, met wie zij in het Engels praat, onbekommerd in Nederland zou kunnen wonen.

Eenmaal getrouwd in Bulgarije moesten ze eerst in een derde land gaan wonen. Dat werd Engeland. Van daaruit zou pas de sprong naar de begeerde Nederlandse verblijfsvergunning kunnen worden gemaakt.

Haar Londense tijd gaf haar pas goed ’het besef van de Nederlandse taal’. ,,Als schrijfster werd ik er ziek van: ik was m’n taal kwijt.” Ook al had zij tussen haar bagage de over drie delen verspreide 4295 bladzijden van Van Dale’s Groot Woordenboek der Nederlandse taal.

Vier keerde verhuisde ze binnen Londen, en bij elke nieuwe verhuizing moest ze vechten voor een werkkamer. ,,Ik voelde me schrijfster in ballingschap. En kreeg enorm respect voor schrijvers die hun moedertaal niet in hun vaderland (kunnen) schrijven.”

Verburg frequenteerde de British Library om de originele tweede druk van het Nederlands woordenboek (de opvolger van het woordenboek van Jan Hendrik van Dale) en exemplaren van het periodiek ’De toekomst’ (waar Van Dale in schreef) te raadplegen. Wekelijks stuurde haar moeder kunstbijlagen uit Nederland. En beetje bij beetje kreeg zij weer greep op en houvast aan haar moedertaal.

Graag had zij eens koffie met Jan Hendrik van Dale gedronken. ,,Ik denk dat hij een gepassioneerd mens was, door de geest van de 19de eeuw ook hoffelijk, vriendelijk en bescheiden. En ook iemand met neurotische trekken; hij klaagt voortdurend over hoofdpijn. En weet nog niet dat zenuwziekte pas na zijn dood als ziekte wordt erkend. Ik heb de indruk dat hij voortdurend onder druk stond, en dat het woordenboek uiteindelijk z’n dood is geworden. Als gevangene van z’n eigen woordenboek. Ik zou gek worden om aan zo’n onhaalbaar werk te beginnen: een woordenboek is allicht nooit af.”

In het toneelstuk probeert zijn vrouw Maria keer op keer voor afleiding te zorgen. ,,Ik dacht, misschien konden we even uit wandelen gaan. Een stukje langs het Zwin.” Maar Van Dale gunt zich geen overtollige tijd: ,,Nog één lemma en dan is de letter af. De letter M. De M van Maria. En van: morgen. Morgen gaan we wandelen.” En even later: ,,Wandelen. Haakjes openen. Ik wandelde, heb gewandeld. Haakjes sluiten. Tot uitspanning zich vermeijen, kuijeren, zachtjes gaan, op den regten weg wandelen, zich goed gedragen. Punt.”

Verburg: ,,Ik heb geprobeerd een zekere bevrijding in het toneelstuk te brengen. ’Dan is het maar niet af’ tegenover: ’ja maar, ik moet nog zo veel’. Ik laat hem fantaseren over na de dood: ’Wie denkt dat de dood verlossing brengt, die weet niet waar hij het over heeft.’ Een dode Van Dale is in wezen nog steeds zo hectisch aan het werk als een levende.”

De theatrale mannenstem blijft het hoofd van de woordenboekenmaker ook in hedendaagse toonzetting achtervolgen: ,,Ach man, ga toch effe wieberen met je gezever, ouwe kankerpit. Voor elke relnicht en kuttenkop die je de nek omdraait komt gelijk weer een of andere fuckfilm of grafhoer om de hoek kijken. Laat al die hersenloze zaadcellen toch lekker hun vandepotgetrokken gang gaan. Relax.”

Waarop de woordenboekenmaker in zijn negentiende-eeuwse wijsheid: ,,De taal is de ziel der natie, zij is de natie zelve. Hoe moeten we onze kinderen beschaving bijbrengen als we zelf niet eens het goed voorbeeld kunnen geven?”

Toen Heleen Verburg de eerste lezing van haar stuk (met de acteurs) hoorde, wist ze: nu is het af, het is klaar. ,,Hoewel, ik kan ook maar kort tevreden zijn met wat ik presteer. Wil ik meteen weer iets anders presteren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden