Hersteld, maar nog niet de oude

Twintig jaar na het beleg van Sarajevo zijn oude bakens herrezen, maar architecten gaat het herstel van hun ooit zo bruisende stad niet snel genoeg. 'Dit was de meest progressieve, alternatieve stad van het land. Overal werd gedanst en muziek gemaakt.'

Hij vraagt: "Wil je de ziel van Sarajevo ontdekken? Dan moeten we eerst de heuvels op om de stad van bovenaf te zien." Architect Amir Vuk Zec manoeuvreert zijn Fiat 500 beschilderd met grassprieten door de smalle steile straatjes, richting een uitkijkpunt op een van de vele heuvels die de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina omgeven. Boven zwaait hij een knaloranje sjaal om zich heen, zet zijn gleufhoed op en wijst met zijn sigaret naar de skyline.

"Daar zie je de moskee, de kathedraal, de orthodoxe kerk en een synagoge bij elkaar in een straal van tweehonderd meter. Waar ter wereld vind je zoiets? De stad was een kruispunt van handelsroutes, is een mix van verschillende invloeden. Hier vooraan zie je het Ottomaanse deel dat overgaat in de Oostenrijkse periode. En zie je daarachter die flats? Die stammen uit de socialistische periode onder Tito. En dan heb je daar achter nog de jarentachtigwijk, gebouwd voor de Olympische Spelen in 1984. In deze stad ontmoeten Oost en West elkaar. Hier kun je twee vriendinnen, de ene met een hoofddoek, de andere in een minirok, samen koffie zien drinken."

Zelf, zegt Vuk Zec lachend, leeft hij in zijn hoofd nog altijd in het voormalige Joegoslavië. "Sarajevo was toen op zijn best. Het was de meest progressieve, alternatieve stad van het land. Overal werd gedanst en muziek gemaakt. Er was kunst, film en rock-'n-roll."

Uitkijkend over de daken van de langgerekte stad is één laagje van haar geschiedenis niet zichtbaar. Het beleg van Sarajevo tussen 1992 en 1996, waarbij ruim 11.000 doden vielen, lijkt zo vanuit de hoogte geen sporen te hebben achtergelaten. En ook afdalend door de steegjes van 'klein Istanbul' met zilveren theepotten en baklava in de etalages, lijkt de oorlog ver weg. Waar de stad overgaat in 'klein Wenen' springen vooral de kraampjes met gele mimosa, versgeperste granaatappelsap en gepofte kastanjes in het oog.

Toch zijn de littekens van de oorlog, hoewel wat verborgen, zeker aanwezig. Bijvoorbeeld in de 'rozen van Sarajevo', de plekken waar inwoners zijn neergeschoten en waar het asfalt zorgvuldig met rode verf is ingekleurd. Of in de eenvoudige gedenkplaat in winkelstraat Ferhadija waar mortieren in mei 1992 zestien mensen doodden die bij de bakker op brood stonden te wachten. En in de kleine, zorgvuldig ingerichte tentoonstelling boven een hostel midden in de stad is de oorlog opeens overal. Foto's van volwassenen en kinderen, rennend voor hun leven met jerrycans voor water in hun hand. Beelden uit de documentaire 'Miss Sarajevo' waarin filmer Bill Carter de inwoners van de stad aan het woord laat, uit alle lagen van de bevolking. Een man, zittend in zijn verwoeste straat, kijkt indringend de camera in. "Sarajevo is als een lichaam met kanker", zegt hij. "We gaan dood omdat we nog geen medicijn tegen de ziekte hebben gevonden."

Urbicide

Sarajevo was slachtoffer van een urbicide, met als doel de totale vernietiging van de stad en alles waar ze voor stond. Kwetsbaar gelegen in een kom, werd ze vanuit de heuvels bestookt met honderden granaten per dag. De snipers, de scherpschutters, schoten op huizen, theaters, musea, postkantoren, straten en de inwoners. Die moesten zien te overleven met nauwelijks water, elektriciteit of gas.

Sommigen vochten terug met humor en creativiteit. Het stadsorkest speelde in de kelder van het tv-gebouw, en jonge vrouwen lieten zich op de catwalk van een missverkiezing van hun mooiste kant zien. De beroemde Amerikaanse architect Lebbeus Woods kwam naar Sarajevo om de architecten een hart onder de riem te steken en met hen te filosoferen over de wederopbouw van de stad. Maar daar was voorlopig nog geen sprake van.

Pas na 1395 dagen werd Sarajevo met rust gelaten. Geknakt, en in volle rouw dienden zich de eerste uitdagingen aan. Hoe moest de stad weer een veilige thuisbasis worden voor de inwoners. Hoe kon het vertrouwen weer worden hersteld? Wat als eerste op te bouwen en hoe? En vooral ook door wie?

Veel van Sarajevo's architecten waren de oorlog ontvlucht. Sommigen besloten terug te komen, zoals het echtpaar Sanja Galic en Igor Grozdanic. In de gevel van hun kantoor op de scheidslijn van het oude en nieuwe centrum, zijn de kogelgaten nog zichtbaar. Binnen in hun lichte studio leggen ze foto's van in de oorlog verwoeste gebouwen op tafel. "Aan het begin van de belegering woonden we nog in Sarajevo", zegt Grozdanic. "We probeerden met een groep architecten - we noemden onszelf de 'warchitects' - de verwoesting vast te leggen. Heel tegennatuurlijk, als architect wil je juist opbouwen."

De rest van de oorlogsjaren brachten ze in Duitsland en Italië door, waar ze twee kinderen kregen. Ze besloten terug te keren om hun zoon en dochter 'een thuis te geven te midden van vrienden en familie'. "En we voelden de verantwoordelijkheid", vult Grozdanic zijn vrouw aan, "om Sarajevo te helpen opbouwen. We waren jong, begin dertig, en heel emotioneel betrokken."

Moet een architect altijd al rekening houden met de context, hier drukte die opdracht volgens hem extra zwaar.

"Iemand had het mooie plaatje van de stad vernietigd. Maar gelukkig was de structuur van de stad nog wel herkenbaar. Boven Sarajevo gold een no-fly-zone, dus het was niet geheel platgebombardeerd zoals je nu bijvoorbeeld in Syrië ziet gebeuren."

Sniper Alley

Na twee decennia is het architectenpaar nog altijd gedreven om de stad samen mooier te maken. Uit de archiefkasten halen ze ontwerpen voor parken, huizenblokken en stadsuitbreiding. Maar in de loop der jaren zijn ze volgens Grozdanic ook teleurgesteld geraakt. "Soms heb ik het gevoel dat we vastgelijmd zitten. Het gaat allemaal niet snel genoeg. Vergelijk het maar eens met Europa na de Tweede Wereldoorlog. Twintig jaar later bruiste het weer. Het was de tijd van de hippies, daar gebeurde het."

Een van de obstakels voor Sarajevo's herstel was de nieuwe rol die de stad op zich moest nemen, denkt Grozdanic. Want na de oorlog was ze niet langer een van de vele steden in Joegoslavië, maar dé hoofdstad van een nieuw land dat ook nog eens de overgang van socialisme naar kapitalisme doormaakte. "En wat voor kapitalisme, die van het keiharde soort. Kijk maar eens uit het raam wat daar van komt."

Tegenover de studio doemen de vier zwarte, glimmende torens op van het Sarajevo City Center, dat tientallen luxewinkels en hotels herbergt en de naastgelegen katholieke kerk volledig in de schaduw zet.

Niet alleen nieuwe winkelcentra verrezen de laatste jaren. Met horten en stoten en hulp van buitenaf werden ook Sarajevo's oude bakens gerestaureerd. 'Sniper Alley' functioneert weer als gewone levensader en het gerenoveerde nationale museum heropende vorig jaar zijn deuren. Hoogtepunt was de renovatie van misschien wel het meest iconische gebouw van de stad, de bibliotheek Vijecnica, neergezet aan het eind van de negentiende eeuw tijdens de Habsburgse bezetting en in de oorlog compleet verwoest. Dagenlang brandden een miljoen boeken en manuscripten. En al heeft de stad haar geheugen er niet mee teruggekregen, het geel-rood gestreepte gebouw met Moorse versieringen straalt weer aan de oever van de rivier.

Maar er is meer nodig dan het opknappen van gevels en façades om het hart van de stad weer te laten kloppen. "In de kleine restaurantjes en cafés wordt de geest van Sarajevo levend gehouden. Hier beginnen en eindigen de Sarajevanen hun dag", zegt architect Vuk Zec tijdens een kroegentocht door de stad. Tientallen bars, restaurants en hotels in de stad nam hij onder handen. Veel daarvan zijn opgenomen in de top-tienlijstjes van beste plekken in de stad. "Het is zoveel leuker om succesvol te zijn in je eigen stad dan elders." In de straat Kosevo wijst hij naar de roze, groene en blauwe ramen van het hotel Colors Inn. Binnen zijn de muren behangen met foto's van panorama's van de stad. "Ik heb het aroma van de stad proberen te vangen. Voor mij staat Sarajevo voor kleur, goed eten en heerlijke geuren."

Verder beent hij, naar het volgende café, onderweg voortdurend handenschuddend met vrienden en bekenden. Boven een bord bonensoep in restaurant Kibe, uitkijkend op de heuvels, legt hij zijn filosofie uit. "Ik wil warme, intieme en vertrouwde ruimtes creëren, waar je je angst kunt vergeten." Hij heeft onlangs een hotel boven in de bergen heeft geopend. "Dat was de plek waar het gevaar vandaan kwam. Het moet weer de plek worden waar eerste kussen worden uitgewisseld, waar families picknicken. Daarom zou het zo goed zijn als de kabelbaan wordt hersteld. De bergen kunnen dan weer echt een onderdeel van de stad worden."

Speldenprikjes

In de heuvels en dalen van de stad proberen Sarajevo's inwoners beetje bij beetje weer hun draai te vinden. Te midden van de duizenden doden die op de vele kerkhoven begraven liggen. Soms worden ze weer tot leven geroepen. Zoals vier jaar geleden toen de stad speciaal voor hen een herdenkingsconcert organiseerde. Een rij van 11.541 lege, rode stoelen stond voor hen klaar, vanaf de Eeuwige Vlam tot aan het einde van de hoofdstraat. Voor de tweeduizend gesneuvelde kinderen waren kleine stoelen opgesteld. Terwijl de hele stad zich rondom de stoelen verzamelde en er bloemen en knuffels op legde, speelde het orkest.

In straten waar het verleden nog rondspookt, is het voor de toekomst lastig doordringen. Toch eist ook de jonge generatie haar eigen ruimte op. In het hart van de stad ontwierp architect Nermina Zagora een serie trappen die de glibberige straatjes beter begaanbaar moest maken. In Pruscakova-straat komt ze op hakken elegant haar nieuwste strakke ontwerp opgelopen. Eigenlijk kreeg Zagora's bureau alleen de opdracht om de bestrating te maken. "Maar als jonge ambitieuze architecten wilden we iets speciaals doen, een nieuwe publieke ruimte maken waar in de lente mensen muziek kunnen maken of een potje kunnen schaken."

Sarajevo kan wel wat ontmoetingsplekken gebruiken. De stad kent nauwelijks pleinen of parken. De Ottomanen leefden achter muren in hun eigen paradijsjes en de Oostenrijkers hielden er een strak stratenplan op na. Met de val van het socialisme verdwenen bovendien de openbare culturele clubs waar alle generaties uit de wijk elkaar tegenkwamen.

Het belang van zo'n ontmoetingsplek ondervond Zagora zelf als kind tijdens de belegering van de stad. "Het klinkt misschien raar, maar een groot deel van die periode heb ik spelend op straat doorgebracht, hoe gevaarlijk het ook was. Daar richtte ik met een paar kinderen uit de buurt een eigen tijdschrift op, Ananas, naar de voorletters van onze namen, maar waarschijnlijk ook uit verlangen naar zo'n lekkere vrucht in een tijd waarin er niets te krijgen was. We probeerden het in onze stukjes te vermijden, maar tussen de regels door lees je de ellende die wij meemaakten."

Ook al is haar blik vooral naar voren gericht, de oorlog mag volgens Zagora wel wat meer aandacht krijgen in haar stad. "Zoals Berlijn ook zijn verleden laat zien. Deze periode, hoe zwaar die ook was, is onderdeel van de identiteit van Sarajevo."

De architect bracht daarom zelf maar een hommage aan de dichters, schrijvers en muzikanten die in die periode zoveel voor de stad betekend hebben. Al was het absoluut niet de opdracht, ze verwerkte hun namen in haar ontwerp. In de trapleuning vervlocht ze de eerste zin van een nummer van de populaire band Indexi. "Als ik iemand zou zijn, zou het leven zoveel beter zijn en zouden de mensen van elkaar houden", vertaalt ze. "Weet je, ik geloof dat je de stad met een soort acupunctuur, met speldeprikjes, nieuw leven in kunt blazen." Haar speldeprikje? Zagora drukt resoluut op de knop van de muziekbox die ze halverwege de trap heeft geïnstalleerd. Dan klinkt weer even rock-'n-roll door de straten van Sarajevo.

Er wonen naar schatting 300.000 mensen in Sarajevo. Hoeveel het er precies zijn, is niet met zekerheid te zeggen. Het is nog altijd wachten op de resultaten van een volkstelling die in 2013 werd gehouden; om politieke redenen wordt de publicatie steeds weer uitgesteld. De verschillende bevolkingsgroepen willen door middel van de telling hun invloed vergroten. Duidelijk is wel dat de samenstelling van de bevolking van Sarajevo sinds de oorlog sterk is veranderd. Tijdens de oorlog ontvluchtten veel Bosnische moslims de stad. Na de oorlog kwamen zij niet allemaal terug. Uit andere delen van het land trokken veel Bosnische moslims juist naar Sarajevo toe na de belegering , terwijl veel Bosnische Serviërs de stad verlieten. De laatste volkstelling van voor de oorlog, in 1991, wees uit dat ongeveer de helft van de inwoners Bosnische moslims waren en een derde Serviërs. Hoe de verhoudingen nu liggen is dus onzeker. Wel is duidelijk dat het aandeel moslims in de stad flink is toegenomen, volgens schattingen maken ze nu ruim driekwart van de bevolking uit.

De inwoners van Sarajevo

Twintig jaar geleden, op 29 februari 1996, kwam er officieel een einde aan het beleg van Sarajevo. Vier jaar lang was de stad omsingeld geweest, de langste belegering van een hoofdstad in de moderne geschiedenis. Naar schatting 12.000 burgers kwamen om, onder wie 2000 kinderen. Tienduizenden mensen raakten gewond. De strijd was onderdeel van de Bosnische oorlog. In het Joegoslavië dat begin jaren negentig aan het afbrokkelen was, organiseerde Bosnië een referendum waarin de inwoners zich konden uitspreken over afscheiding van Joegoslavië. De Bosnische Kroaten en Bosnische moslims stemden voor onafhankelijkheid en behaalden de meerderheid. De Bosnische Serviërs boycotten de volksraadpleging. Zij wilden een eigen staat oprichten, de Volksrepubliek Servië. Al in de aanloop naar het referendum trokken Servische manschappen naar de heuvels rondom Sarajevo en omsingelden de stad. Van daaruit bestookten ze, na het uitroepen van de onafhankelijkheid in april 1992, de stad. Honderden mortiergranaten werden per dag op Sarajevo afgeschoten. Ook maakten sluipschutters, die op willekeurige burgers schoten, de stad onveilig. Culturele gebouwen, waaronder de nationale bibliotheek , gingen in vlammen op. De inwoners van de stad leefden met gebrek aan water, eten, elektriciteit en gas. Via een tunnel kwamen er nog af en toe schaarse goederen de stad in. In de Dayton-akkoorden, die in 1995 werden ondertekend, werden afspraken gemaakt over het staken van de belegering.

Het beleg van Sarajevo

Drie weken was de Britse hulpverlener en fotograaf Jim Marshall van plan om in Bosnië te blijven, 22 jaar later woont hij er nog altijd. In Sarajevo maakte hij de laatste jaren van de oorlog mee. "Omdat de hoofdwegen te gevaarlijk waren, heb ik in die tijd elk klein achterafsteegje leren kennen." Marshall was onder de indruk hoe menselijk de inwoners tijdens de belegering bleven, en hoe zij erin slaagden hun waardigheid te behouden. "Verzet werd gepleegd door de mooie dingen in het leven te benadrukken. Tijdens de oorlog bloeide het culturele leven in de stad. Eigenlijk kun je de hele wederopbouw van Sarajevo een vorm van verzet noemen." Met zijn camera legde Marshall destijds de verwoeste stad vast. Voor Trouw zocht hij een paar van deze plekken opnieuw op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden