Column

Herovering van midden luidt Haagse Lente in

Sinds koning Willem II in 1848 in één nacht van conservatief liberaal werd en de weg opende voor een parlementaire democratie zijn de panelen in de Nederlandse politiek niet zo spectaculair verschoven als in de afgelopen dagen. Het is nog te vroeg voor al te vergaande conclusies, maar een paar betekenisvolle gevolgtrekkingen kunnen wel worden gemaakt.

De belangrijkste is in mijn ogen dat het akkoord tussen VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie van een slagvaardigheid getuigt die in ons veelpartijensysteem eigenlijk voor onmogelijk werd gehouden.

John Adams, de eerste Amerikaanse ambassadeur in Den Haag, schreef ooit vol verwondering naar huis dat het Nederlandse bestel erop lijkt gericht daadkracht tegen te gaan, maar de vijf partijen hebben aangetoond dat het anders kan. Daarmee hebben ze de democratie een dienst bewezen en laten zien dat het systeem van evenredige vertegenwoordiging niet tot verlamming hoeft te leiden.

Integendeel. Het initiatief tot de doorbraak was afkomstig van de kleinere partijen, die zich onder de omstandigheden flexibeler toonden dan de grote. Zoals CDA en VVD zich de afgelopen anderhalf jaar op de rechterflank lieten gijzelen door de PVV, liet nu op de linkerflank de PvdA zich in gijzeling nemen door de SP. Van de voormalige Greenpeace-activist Samsom had meer gevoel voor het momentum mogen worden verwacht.

Al sinds 1918, toen SDAP-leider Troelstra tot twee keer toe vergeefs de revolutie afkondigde, veronderstellen de sociaal-democraten dat de macht hen als vanzelf in de schoot valt. Iedere keer weer vergissen ze zich, om het even of ze hun tegenstanders van binnenuit willen oprollen, zoals bij de naoorlogse poging tot een doorbraak, of van buitenaf klein willen krijgen door middel van polarisatie (1966-1986).

Misschien is het nu nog niet te laat, maar het lijkt erop dat PvdA thans andermaal de boot heeft gemist.

Het argument achteraf was dat het de partij om de knikkers was te doen, maar de afgelopen dagen ging het juist ook om het spel, zo vlak na de déconfiture van de PVV. Het was urgent de dreigende patstelling te doorbreken. Dat kon alleen door het midden te heroveren en aldus een antwoord te geven op de gezags- en vertrouwenscrisis waarin de democratie verkeert - niet alleen in Nederland.

De inzet maakt het spel dus tot een ernstig spel, dat in alles afwijkt van de 'kwajongensachtigheid in het kwadraat' die de PVV van Wilders naar de term van de historicus Huizinga keer op keer demonstreerde.

Democratie is een lastige staatsvorm, omdat het door Abraham Lincoln verwoorde principe van 'regering van het volk, door het volk, voor het volk' nooit geheel en al is waar te maken en onvrede in het systeem zit ingebakken. De sociaal-democraat Henk Vredeling, minister van defensie in het kabinet-Den Uyl en enfant terrible in de goede zin, loste deze puzzel op door zijn overtuiging dat democratie 'op het volk moet worden bevochten'.

Een beter concept tegen het populisme is niet denkbaar. Pechtold, Sap en Slob begrepen dat beter dan de politieke erfgenamen van Vredeling, die het enge partijbelang vooropstelden.

Net als de snelle transformatie van Willem II voltrok de doorbraak naar het vijf-partijenakkoord zich onder druk van buitenaf. In het eerste geval waren het de revoluties in Frankrijk en Duitsland die de koning tot zijn ommezwaai brachten, nu was het juist de staatkundige pressie van het verenigde Europa die aan de Nederlandse politiek een nieuwe wending lijkt te hebben gegeven. Op dit punt past voorzichtigheid, omdat de nieuwe verhoudingen zich nog moeten uitkristalliseren en het nog onzeker is of het akkoord na de verkiezingen in september ook tot nieuwe coalitievorming zal leiden.

Nu al krijgt een sluimerende tegenstelling in de Nederlandse politiek meer contouren. Aan de ene kant de (rechtse en linkse) verdedigers van de verworven materiële welstand en zekerheid (PVV, SP en de PvdA), aan de andere kant partijen die bij de snel veranderende internationale realiteiten, de een meer dan de ander, de urgentie voelen van een sterk Europa en van hervorming van de nationale ordening der dingen.

De latente maatschappelijke tegenstellingen tussen oude en jonge generaties, autochtonen en immigranten, laag en hoog opgeleiden komen op dit politieke kruispunt samen. Daaruit volgt als vanzelf de noodzakelijkheid van een middencoalitie die niet alleen het kruitvat nat houdt, maar ook slagvaardig en overtuigend optreedt. Een besluiteloze democratie is een ten dode opgeschreven democratie.

Het leiderschap dat De Jager, Blok, Buma en de drie musketiers van D66, GroenLinks en ChristenUnie deze week hebben getoond, is veelbelovend. De Jager is na het huzarenstukje aan het land, zijn partij en zichzelf verplicht het lijsttrekkerschap van het CDA op zich te nemen. De res publica is nu eenmaal verplichtend.

Als wijze en eerlijke mensen het publiek ambt niet opnemen, zullen anderen het doen, schreef Adams aan zijn zoon, die de zesde president van de VS zou worden en als advocaat een belangrijke wending gaf aan het slavernijdebat (bekijk de film 'Amistad').

De betekenis van het vijfpartijenakkoord schuilt ook vooral daarin dat het aan de Nederlandse politiek een beslissende wending kan geven. Niet in de inhoud, maar in de doorbraak weerspiegelt zich een Haagse Lente waar de natie, de reacties in de sociale media opnemend, na tien jaar verwarring, instabiliteit en naargeestigheid verlangend naar uitkeek. Dat momentum gaat voorbij, de politiek is een prozaïsch bedrijf, maar er zijn van die zeldzame ogenblikken dat je voor de ernstige en moedige spelers even diep de hoed afneemt.

 
Een besluiteloze democratie is een ten dode opgeschreven democratie.
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden