Hermans had ook iets lafs

Terwijl hij op zijn kamertje zat, verrichtten anderen verzetsdaden die hij later bekritiseerde

'Goed geschreven en nauwgezet gedocumenteerd relaas werpt een opvallend nieuw licht op W.F. Hermans'

Harry Mulisch heeft eensgezegd dat de Tweede Wereldoorlog niet voorbij zal zijn zolang er nog mensen leven die de jaren 1940-1945 bewust hebben meegemaakt. Daarmee is die oorlog nog steeds het oriëntatiepunt in discussies over het onrecht en de misstanden die zich wereldwijd voordoen.

Maar de niet aflatende nasleep van de Duitse bezetting heeft nog een gevolg. Onophoudelijk wordt het verleden doorgespit op zoek naar goed en fout. Daarbij is geen enkele reputatie heilig. Zo is van Mulisch beweerd, zij het zonder harde bewijzen, dat hij lid zou zijn geweest van de nationaal-socialistische Jeugdstorm. Kort geleden maakte biograaf Willem Otterspeer bekend dat Willem Frederik Hermans (1921-1995) zich in 1943 had aangemeld bij de Kultuurkamer, een door de Duitsers gecontroleerde organisatie voor schrijvers en kunstenaars. Auteurs die zich eraan onttrokken, kregen een publicatieverbod opgelegd. Weliswaar was er van Hermans' productie nog haast niets gedrukt, maar zijn literaire ambities waren er niet minder om. En omdat hij kennelijk geen einde aan Hitlers overheersing zag, schikte hij zich. Volgens Otterspeer zou hij zelfs zijn ziel aan de duivel hebben verkocht om schrijver te kunnen worden.

Na de oorlog zou Hermans beroemd en berucht worden met romans als 'De tranen der acacia's' en 'De donkere kamer van Damokles' waarin het verzet tegen de Duitsers van zijn glans werd ontdaan. Het was allemaal veel minder heldhaftig en nobel dan men in de euforie van de bevrijding had willen geloven. "Wanneer Duitsland eind 1940 de oorlog had gewonnen - Engeland bezet, Rusland en Amerika te vriend gehouden, een voordelige vrede gesloten, zodat er geen honger zou zijn gekomen in Nederland, dan was hier nu 90 procent nationaal-socialist." Aldus Lodewijk Stegman in 'Ik heb altijd gelijk". Het is niet al te gewaagd om achter dit personage de auteur te zien opdoemen.

Ewoud Kieft (1977), die al eerder indruk maakte met studies over de vooroorlogse critici Ter Braak en Van Duinkerken en over katholieke bekeerlingen met artistieke aspiraties, zet in zijn boek 'Oorlogsmythen' Hermans neer als de voorloper van een wending in het aanvankelijke beeld van de bezettingsjaren. Een halve eeuw voordat Chris van der Heijden tot veler verontwaardiging betoogde dat de kleuren van ons blazoen niet bestonden uit lelieblank versus pikzwart, maar uit de grijstinten daartussen, had Hermans al afgerekend met de mythe waarin het behoud van de natie te danken was aan het oude verbond tussen God en Nederland. We hadden onze herwonnen vrijheid enkel te danken aan Hitlers blunder om het veel sterkere Amerika de oorlog te verklaren. Alleen daarom had de democratie het gewonnen van het fascisme, niet omdat die democratie ethisch gezien superieur zou zijn. De les die Hermans van Nietzsche had geleerd hield in dat alleen macht telt, omdat wie de macht heeft ook in staat is anderen te laten geloven in de schijnzekerheden en nepwaarden die dienen als schaamlap voor keiharde belangen. Zelfs het begrip 'waarheid' moest het daartegen afleggen. Er was alleen maar chaos, en al wat een schrijver daaraan kon veranderen was het scheppen van een orde die zijn eigen waarheid liet oplichten. Dat ook die waarheid een mythe was, nam hij voor lief.

Wie zo'n levensvisie huldigt, zal geen heil zien in verzet tegen onderdrukkers die rechtvaardigheid en moraal aan hun laars lappen. Kieft laat zien dat dit tijdens de oorlog verworven inzicht uitgroeide tot de kern van Hermans' schrijverschap. Het werd zijn levenslange missie om de missionarissen van het humanisme genadeloos te kijk te zetten als bedriegers dan wel bedrogenen. Maar hij beet zich ook met een niet te miskennen moralisme vast in de ontmaskering van een misdadige oplichter als Weinreb, die duizenden Joden had gesuggereerd dat hij ze, uiteraard tegen een financiële vergoeding, kon behoeden voor het transport naar de Poolse vernietigingskampen.

Bij het speculeren over mogelijke redenen voor deze demystificatiedrang komt Kieft, zoals anderen voor hem, uit bij het drama dat het gezin Hermans in de meidagen van 1940 trof. Zus Cornelia, op en top idealiste en antifasciste, pleegde zelfmoord, samen met een oudere neef die tevens haar minnaar was, nota bene op hetzelfde moment als de later door Hermans verguisde Menno ter Braak, advocaat van de menselijke waardigheid.

Tot zover bevat Kiefts goed geschreven en nauwgezet gedocumenteerde relaas weinig nieuwe elementen. Origineel is zijn suggestie dat Hermans met zijn afkeer van de zelfgenoegzame verheerlijking van het verzet vooruitloopt op hedendaagse critici (onder meer te vinden in de PVV) die links verwijten dat het de Tweede Wereldoorlog misbruikt om anderen de maat te nemen. (Denk bijvoorbeeld aan D66-voorman Thom de Graaf die Anne Frank uitspeelde tegen Pim Fortuyn, of aan het inflatoire gebruik van de term 'fascist'.)

Nieuw is ook Kiefts observatie dat Hermans' negatieve kijk op het verzet voor een niet onbelangrijk deel was ingegeven door het gevoel erbuiten te staan. Zijn weerzin tegen idealistische valsemunterij maakte het hem onmogelijk zich bij de illegaliteit aan te sluiten, maar daar zat ook iets gemakzuchtigs en lafs in. Wim Hermans zat tijdens de oorlogsjaren op zijn kamertje te lezen en te schrijven, terwijl anderen daden verrichtten waarbij hij naderhand vraagtekens zette.

Ten slotte valt 'Oorlogsmythen' op door persoonlijke betrokkenheid. Als kleinzoon van een omgekomen verzetsman én als historicus ziet Kieft zich door Hermans uitgedaagd om antwoorden te formuleren op zin en onzin van menselijke waardigheid en rechtvaardigheid, en zin en onzin van de waarheidsvinding die tot de kerntaken van de geschiedwetenschap behoort. Dan is het boeiend om te zien hoe hij ondanks een zeker scepticisme uiteindelijk toch af wenst te wijken van de cynische gelijkhebber die Willem Frederik Hermans was.

Ewoud Kieft: Oorlogsmythen. Willem Frederik Hermans en de Tweede Wereldoorlog. De Bezige Bij, Amsterdam; 288 blz. € 18,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden