Opinie

Herman van Veen maakt Carré tot een intiem thuis

Nieuwe show door Herman van Veen. Muzikanten: Erik van der Wurff, Edith Leerkes en Jannemien Cnossen. t/m 06/12 in Koninklijk Theater Carré, daarna op tournee.

Eind jaren zeventig stond Herman van Veen voor het eerst in Carré. Vorige week donderdag stond hij er voor de 400ste keer in zijn indrukwekkende carrière, die al ruim vier decennia beslaat. Na dat jubileumoptreden kreeg Van Veen een promotie van de koningin: hij werd bevorderd naar Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Een ongelooflijk gegeven, 400 keer spelen in een van de prachtigste theaters van Nederland, waar theaterhistorie in elke porie van het gebouw zit. Bijna als een tweede huis wordt het dan. Als geen ander kan Herman van Veen die grote zaal tot een intiem thuis maken. Dat komt door zijn uitstraling en zijn charme. „Aan alles komt een begin”, zijn zo ongeveer zijn eerste woorden. Hier staat iemand die er, zelfs na al die tijd, zin in heeft.

In de nieuwe show zonder titel – de voorstellingen van Van Veen evolueren geleidelijk, er valt materiaal af, er komt wat bij – speelt hij weinig oude hits. Behalve in een medley, waarin Van Veen bekende liedjes als het ’Harlekijnlied’, ’Suzanne’ en ’Liefde van later’ aanstipt. Jammer, je wilt ze allemaal voluit horen. Fijn daarom dat ’Cirkels’ weer op het repertoire staat. Aan de andere kant zou er dan geen plek zijn voor het recente materiaal van de cd ’Nederlanders’, waaronder het wonderschone ’Bij mij’, dat zijn dochter Anne schreef.

Tussen de liedjes en de muziek door vertelt Van Veen vooral verhalen en verhaaltjes. Kleine visuele grapjes met ballonnen en de af en toe oplaaiende ’strijd’ tussen zijn muzikanten, die elkaar daardoor tot grote hoogten (laten) opzwepen, omlijsten het geheel. De clown en zanger dwarrelt ondertussen met veel plezier over het podium, geeft een pastiche weg op de moderne atonale muziek en daarbij behorende performance en hij laat via een omweg zijn licht schijnen op de huidige maatschappij. Hij speelt een Utrechtse kennis die hij ontmoet in het ziekenhuis. Na diens opschepperij – ’Manus, ik heb geen problemen met de vrouwen, weetjewel’ – steekt hij van wal over onder meer de ongemanierdheid van de jeugd.

Herman van Veen mag dan ruim veertig jaar in het vak zitten, van ophouden is nog lang geen sprake. Gelukkig maar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden