Herman Brusselmans Mijn jeugd speelde zich af in de Middeleeuwen

Herman Brusselmans (Hamme, België, 1957) is schrijver. Aan zijn enorme oeuvre van meer dan zestig titels werd onlangs de titel 'Poppy en Eddie' toegevoegd. Een vervolg - 'Poppy, Eddie en Manon' - ligt al klaar om gedrukt te worden.

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

"Mijn ouders waren veehandelaars, die hadden eigenlijk geen tijd om naar de kerk te gaan, maar goed, in de jaren zestig was iedereen katholiek in Vlaanderen hè? Dus ging ik naar de katholieke school, werd misdienaar, deed eerste communie en geloofde in die oude almachtige man, met z'n grijze baard, die troost kon bieden aan iedereen die het moeilijk had. Langzaam maar zeker heb ik dat beeld vervangen door het beeld van mijn moeder die op haar 61ste is overleden. Eerst was zij mijn enige god, maar ze zat daar maar alleen in die hemel dus toen Woody - het hondje van Tania en mij - overleed heb ik die daar ook geparkeerd. Veel later is mijn vader er ook nog bij gekomen om die twee gezelschap te houden. Dat zijn nu mijn drie goden: vader, moeder en het hondje Woody. Ik denk aan hen, ik praat met hen en als ik angstig ben voor mijn eigen dood, troost ik mezelf met de gedachte dat ik hen, de drie belangrijkste doden in mijn leven - als er straks tóch iets blijkt te zijn - in elk geval weer terug zal zien."

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

"Het eerste woordje dat ik kon spreken was niet 'papa' of 'mama', maar 'klootzak'. Bij ons thuis werd er de hele dag gescholden en gevloekt. 'Smeerlap, lelijke aap, ik sla je dood, jij stuk stront!' Soms vragen ze me waarom ik in mijn boeken zo vaak 'kutwijf' schrijf, of 'lul', maar dat zijn voor mij heel gewone woorden. 'Kut' is net zoiets als 'bank', 'lul' is net zoiets als 'tafel'. Mensen kunnen dat aanstootgevend vinden, maar daar trek ik mij geen fuck van aan. Kom aan zeg, als het je niet bevalt wat ik schrijf, dan roep je maar dat ik óók een stomme klootzak ben. Gelijk oversteken."

III Gij zult de dag des Heren heiligen

"Daar doe ik niet aan; ik heb deadlines te halen, optredens te verzorgen. Ja, ik sta om half drie 's middags op, maar ik ga ook pas om zeven uur 's ochtends slapen. Als je ziet wat ik allemaal doe, kun je niet zeggen: wat een lamzak is dat zeg, die ligt maar de hele dag in z'n bed. Ik heb zestig boeken geschreven. Weet je wat mijn geluk is? Ik werk heel snel. Soms wordt er gezegd: mocht je wat trager werken, dan zou het allemaal nog veel beter zijn. Dat vind ik totale bullshit. Al die schrijvers die om de drie jaar met een flutromannetje van 128 pagina's komen - ik begrijp dat niet. Die schrijven een zin per dag, moeten daar achttien uur van bekomen om zich vervolgens vier weken lang af te vragen waar ze in godsnaam mee bezig zijn... Ik zeg: rammen op die machine! Ik ben eigenlijk een drummer, hè? Literatuur moet een backbeat hebben; ik drum mijn boeken eruit. Op 28 mei was ik klaar met 'Poppy, Eddie en Manon', 515 pagina's dik, en op 2 juni begon het alweer te kriebelen: hoogste tijd dat ik weer aan iets nieuws begin."

IV Eer uw vader en uw moeder

"Mijn vader was een goeie gast, maar hij had zijn karakter niet mee. Hij had zelf een verschrikkelijke jeugd gehad, met een alcoholische moeder en een zeer agressieve vader die puur van de stress en de nervositeit al op zijn vijfenvijftigste was bezweken. Mijn vader had dat ook: hij wilde anderen geen kwaad doen maar hij was continu gestrest, bang dat hij failliet zou gaan -- wat uiteindelijk ook gebeurde.

Er ging weleens een stoel door het raam en we werden regelmatig geslagen, maar iedereen kreeg in die tijd slaag van zijn ouders, toch? Ik heb daar geen trauma aan over gehouden. Ik heb wel heel lang - en nog wel eens - last van gehad van nachtmerries die gaan over de dingen die ik in mijn jeugd heb gezien. Ik zie alles uit die tijd in zwart-wit en die zwart-wit jaren, dat waren de Middeleeuwen. Kijk, wij waren veehandelaars en we deden zaken met kleine boertjes, die hadden zo van die bedrijfjes met vier koeien en een paard van zestien jaar dat nooit te eten kreeg. Ik ging op mijn zesde al mee naar die stinkende boerderijen en ik herinner me een keer dat we ergens binnenkwamen waar een redelijk oude mongool zat, met zo'n starende blik. Mijn vader was bezig met de boer, ik moest binnen wachten. Bij de starende mongool. Met van die kleine oogjes. Op een gegeven moment werd ik zo bang van hem dat ik het erf ben opgerend om mij ergens achter een muurtje te verschuilen. Toen mijn vader klaar was en vroeg waar ik was gebleven, zei één van de vijftien kinderen van die boer dat ik naar buiten was gegaan. Daar, op het erf, zagen ze dat de beerput openstond en mijn vader dacht dat ik er in was gevallen. Hij raakte compleet buiten zinnen: 'Mijn kleine is verdronken in de beerput!' En terwijl hij daar stond te schreeuwen, kwam ik doodleuk achter dat muurtje vandaan. Klats! Kreeg ik een klap voor m'n kop... Afijn, daar droom ik dus nog weleens over: over boeren met nog maar twee tanden in hun bek, over de dieren die onder mijn ogen werden afgeslacht en over gevaarlijke mongolen en al die andere achterlijke mensen met wie ik al op zo'n jonge leeftijd in contact ben gekomen. Ik heb een container vol herinneringen, verhalen en beelden. Daar kan ik al jarenlang mijn romans mee vullen. Voilà, dat is de pluskant van mijn jeugd in de Middeleeuwen.

Ik had toen natuurlijk geen keuze, ik kon niet weg. En mijn moeder, een prachtige vrouw van wie ik zielsveel heb gehouden, was eigenlijk altijd ziek. Ze moest meedraaien in die veehandel én haar drie kinderen opvoeden. Mijn ouders waren altijd vermoeid; er was geen tijd voor amusement, maar ook niet voor troost als ik me ziek of verdrietig voelde. Er was altijd wel een koe die moest kalven, of een stier die gevangen moest worden. Griep? Geen bullshit jongen, aankleden en de wei in! Doordat we nooit mochten piepen, heb ik wel een enorme wilskracht gekregen. Die wilskracht werd ook mijn belangrijkste wapen tegen de angstaanvallen: ik voel me compleet shit, maar ik ga tóch door. Ik ga er niet bij liggen. Op dit moment bijvoorbeeld, ben ik helemaal stuk, echt waar - ik zal je daar zo wel meer over vertellen - maar je denkt toch niet dat ik zelfs maar overwogen heb om dit interview af te zeggen? Niet lullen maar poetsen."

V Gij zult niet doden

"Toen ik filmbeelden zag van de bevrijding van Dachau, werd ik daar zo door gepakt dat ik me, in de literatuur, ging proberen voor te stellen hoe iemand - ik noemde hem De Majoor Van Het Menselijk Leed - daar als eerste binnenstapte, al die geraamtes zou zien, en wat hij dan zou doen. Het lijkt mij duidelijk dat de beul die mensen heeft gefolterd, de soldaat die baby's in het vuur heeft gesmeten onmiddellijk geëxecuteerd moet worden. Dictators? Weg ermee. Het doet mij helemaal niets dat ze de Ceausescu's hebben afgeknald, of dat ze Saddam Hoessein hebben opgehangen. En op een kleinere schaal: als een vrouw jarenlang door haar man wordt mishandeld en ze schiet hem uiteindelijk in wanhoop neer, krijgt ze van mij een applaus. Die lui zijn geestelijk zo ziek dat ge er toch niks meer mee kunt aanvangen. Sadisten, psychopaten en pathologische leugenaars: weg ermee."

VI Gij zult geen onkuisheid doen

"Ik ben aan seks beginnen te doen op een normale leeftijd - zeventien of zo - getrouwd met Gerda, ik was continu verliefd op andere meisjes maar ben wel trouw gebleven. Na veertien jaar gescheiden, vrijgezel geweest tot ik Tania, de liefde van mijn leven ontmoette. Wij zijn achttien jaar samen geweest, achttien jaar verliefd geweest. Monogaam, zonder moeite. Maar op een dag zei ze: 'Ik trek het niet meer, ik ga weg.' Ze kreeg te weinig ruimte, ik verstikte haar met mijn liefde.

Na drie jaar, nu tien maanden geleden, kwam Melissa in mijn leven. We werden heel erg verliefd op elkaar. Zij wilde graag een kind van mij maar... enfin, het is gedaan. We hebben gisteren in gezamenlijk overleg besloten om ermee te stoppen. Vandaar: ik ben helemaal stuk. Ik houd van dat meisje. Ze heeft mij verrijkt. Ik zal ook altijd een rol in haar leven blijven spelen - net zoals ik dat bij Tania doe - maar uiteindelijk heeft het leeftijdsverschil ons toch de das omgedaan. Zij is 25 en ik ben 56. In het begin zeiden we dat we ergens in het midden uit konden komen, maar dat blijkt gewoon niet te kloppen. Ik beperk haar te veel in haar gedachtenwereld; ik zit al dertig jaar te broeden op mijn eigen filosofieën. Zij wil een open leven terwijl mijn leven zich juist meer en meer sluit. Haar ouders zijn jonger dan ik. Voor haar is drie jaar terug al lang geleden terwijl... afijn, vind je het goed als we er nu over ophouden? Ik wil een goed interview en ik ga hier niet zitten zo van o, Arjan, geef de zakdoek eens door."

VII Gij zult niet stelen

"Er was een twitteraar die onder mijn naam, met mijn foto erbij, de grootst mogelijke onzin tweette. Op aanraden van Melissa heb ik toen een filmpje gemaakt waarin ik tegen hem zeg dat ik hem voor z'n bakkes zou slaan als hij er niet onmiddellijk mee ophield. De volgende dag was zijn account verdwenen. Het is idioot natuurlijk: hoe ga ik iemand, die anoniem iets op internet doet, ooit vinden? Woont hij in Kortrijk? Of in Groningen? Maar goed, ik was er wel erg pissig om. En terecht, toch? Diefstal van identiteit, daar kun je nooit te licht over denken."

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

"Het hangt ook van de interviewer af, maar soms heb ik zo'n 30 procent van een vraaggesprek bij elkaar verzonnen. Nee, nu niet - dat zeg ik er dan ook altijd maar bij. Als hier zo'n studentje binnenkomt dat zegt: 'Ik weet dat je zes boeken hebt geschreven, vier ervan heb ik niet gelezen en die andere twee, dat vond ik niks' - da's echt gebeurd - maak ik zo iemand wijs dat ik drie kinderen heb van wie één met een open ruggetje. Ik heb ook wel eens ergens beweerd dat ik voor driezevende Joods ben. Komen ze mij vervolgens, in alle ernst vragen, naar het Joodse aspect in mijn romans. Er zijn mensen die werkelijk alles geloven."

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

"Kom mij niet aan mijn kop zeiken over seks. Doe het. Met wie je wilt, wat je wilt, waar je wilt, hetero, homo, bi, ik vind alles best. Zelf ben ik een doordeweekse heteroseksuele lul die nu en dan graag eens seks heeft, maar er niet wakker van ligt. In 'Poppy, Eddie en Manon' staat een hele theorie over seksualiteit als je semi-impotent bent, zoals ik. Door dat roken, en operaties aan mijn aders, kan ik geen harde erectie meer krijgen. Soms neem ik daar een pilletje voor, soms ook niet. Ik wil vertellen dat je ook goede seks kunt hebben zonder een keiharde erectie. Ik begrijp niet waarom daar zo besmuikt over wordt gedaan.

Anderzijds, moet ik eerlijk zeggen, ben ik toch ook wel preuts. Ik ga niet zo maar aan iedereen mijn lichaam tonen, ik spring niet met het eerste het beste meisje in bed. En hoewel ik in mijn romans op het gebied van seks geen taboes ken - bovendien: kijk eens wat De Sade in de achttiende eeuw al schreef, dan is alles wat daarna kwam toch om te lachen? - ben ik in het dagelijks leven zeer beleefd, een gentleman."

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

"Koop een kasteel, vijf Porsches, om het even wat: ik ben nooit, geen spat, jaloers. Ik leef heel sober, dat zie je. Ik heb een motorfiets en een computer die ik pas na tien jaar vervang. Als je mij vraagt waartoe ik hier op aarde ben, dan zeg ik: om goed te zijn voor andere mensen. De goede doelen die ik steun, zijn haast niet meer te tellen. Laatst was ik shoppen in Antwerpen. Dat deed ik voor Meliss, want shoppen, allez... ik draag laarzen tot ze van mijn voeten vallen en Melissa zei: 'We gaan naar Antwerpen want in Gent hebben ze niks.'

Ik koop die laarzen, dure laarzen van Dries van Noten, en als we even later wat door de stad dwalen, komt er zo'n meisje naar me toe dat vraagt of ik ooit gehoord heb van... Dokters Zonder... ik weet het al niet meer, Dokters Zonder Stethoscopen of iets dergelijks. 'Mag ik wat uitleg geven?' Ik zag Melissa al kijken: is dit nu echt nodig? Een half uur later was ik lid van die club, voor zeven euro per maand. Daar kunnen ze dan een anti-diarreepilletje voor kopen in Zuidoost-Congo of zo. Waarom doe ik dat? Omdat ik fucking boots loop te kopen van 400 euro terwijl er in een of ander malarialand al een kind gered kan worden met zeven euro. Als je dan geen zeven euro geeft...

Ik heb het in feite ook met relaties: ik wil voor die ander leven. Kom bij mij, ik wil voor je leven. Maar dan moet je hier wel zijn. En morgen ook. En overmorgen ook. Ik ben een claimer. Bij mij krijg je geen ruimte. Daarom ging Tania weg, daarom is Melissa gisteren vertrokken. Afijn...

Ik moet het anders doen, Tania had me nog gewaarschuwd, maar ik kan er nu nog niet goed over nadenken. Ik moet eerst gaan rouwen. Het kan hoor, het kan heel goed zijn dat ik ooit nog iemand tegenkom die dát verdraagt; die mij gelukkig maakt door toe te staan dat ik haar alles geef."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden