Herkent de kiezer zich straks wél in nieuwe EU-voorzitter?

Europese 'topkandidaten' moeten verkiezingskoorts aanwakkeren. Voor het eerst bestaat er een link tussen de parlementsverkiezingen en de nieuwe voorzitter van de Commissie.

BRUSSEL - 'Verkiezingskoorts' is niet meteen een term die burgers in verband brengen met Europese verkiezingen. De laatste keer, in 2009, werd een EU-breed opkomstdieptepunt bereikt van 43 procent. Dat moet dit jaar anders worden, vinden zowel de gevestigde als de eurosceptische partijen ruim vier maanden voor de stembusgang.

De grote partijen in het Europees Parlement komen voor het eerst met een 'topkandidaat' op de proppen. Dat is de man of vrouw die zij naar voren schuiven voor het voorzitterschap van de Europese Commissie, als opvolger voor de Portugees José Manuel Barroso, die eind oktober aftreedt. Op die manier hopen ze een democratische link te leggen tussen de parlementsverkiezingen van eind mei en de keuze voor die nieuwe voorzitter van het dagelijkse EU-bestuur.

Tot nu toe is die keuze steeds een achterkamertjesaffaire tussen de lidstaten geweest. Nu is de boodschap van de partijen aan de kiezer: stem op ons, en stem daarmee ook op uw favoriete kandidaat-commissievoorzitter. In het Verdrag van Lissabon (2009) staat immers dat de lidstaten bij hun selectie van deze voorzitter 'rekening moeten houden' met de verkiezingsuitslag. En hoe vrijblijvend dat ook klinkt, de voordracht van de Commissievoorzitter moet uiteindelijk worden goedgekeurd door het parlement in Straatsburg.

Er zijn dit jaar echter meer topfuncties te verdelen in Brussel: ook Herman Van Rompuy (de Belgische voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders) en Catherine Ashton (de Britse buitenlandchef van de EU) bereiken het einde van hun termijn.

Niet uitgesloten is verder dat de lidstaten een permanente voorzitter voor de eurogroep willen, nu nog een 'bijbaan' voor de Nederlandse minister van financiën Dijsselbloem. Daarnaast komt ook het leiderschap van de Navo vrij, als de ambtsperiode van de Deen Anders Fogh Rasmussen erop zit.

En, niet te vergeten, ook het nieuw gekozen Europarlement heeft straks een opvolger nodig voor de Duitse voorzitter Martin Schulz, die - en daarmee is de cirkel rond - de verkiezingscampagne ingaat als de sociaal-democratische topkandidaat voor het Commissievoorzitterschap.

Met deze stoelendans op komst vragen eurocritici zich af in hoeverre de kiezer zich straks werkelijk zal herkennen in de nieuwe Commissievoorzitter, als de procedure zo sterk afhangt van al die andere puzzelstukjes. Op het hoogste niveau, en zoals altijd achter de schermen, wordt al druk gesmoesd over de verdeling van de topfuncties.

De nieuwe bezetting van 'Brussel' zal straks een goede afspiegeling moeten zijn van de hele Europese Unie, met al haar 28 lidstaten: groot en klein, rijk en arm, oud en nieuw, met of zonder euro, in noord en zuid. Ook de balans man-vrouw zal in de schijnwerpers staan.

Ondanks, of misschien wel dankzij, de kritiek van de eurosceptici gonst het binnen de gevestigde partijen als nooit te voren. Vooral de liberale Alde-fractie (waarin de Nederlandse VVD- en D66-Europarlementariërs zitten) maakt het spannend. Twee liberale zwaargewichten werpen zich op als topkandidaat: 'tsaar' Olli Rehn, de machtige Finse eurocommissaris van economische en monetaire zaken, en Guy Verhofstadt, ex-premier van België en prominent Europarlementariër.

Het is een prestigestrijd geworden, en tegelijk een achterhoedegevecht: de kans is klein dat de liberalen de Commissievoorzitter leveren. De Alde-fractie is de derde groep in het Europarlement, op grote afstand van de christen-democraten en de sociaal-democraten.

Als er nu al ergens verkiezingskoorts heerst, dan is het in het liberale kamp. Op 1 februari zullen ze eruit moeten zijn, want dan kiezen ongeveer 400 liberale gedelegeerden hun topkandidaat. In de tussentijd praten bemiddelaars Mark Rutte en de Duitse liberale politicus Christian Lindner met Rehn en Verhofstadt, om te kijken of één van de twee wellicht eieren voor zijn geld kiest en zo'n verkiezing - pijnlijk voor de verliezer - overbodig maakt. Een complicatie daarbij is dat de bemiddelaars allebei een andere voorkeur hebben: Rutte heeft zich achter Verhofstadt geschaard, Lindner zit in het Rehn-kamp.

Intussen houden de eurosceptische partijen - zoals de PVV van Geert Wilders, het Front National van de Française Marine Le Pen en de Ukip van de Brit Nigel Farage - hun kruit nog even droog. Volgens de prognoses krijgen deze partijen er straks veel zetels bij in het Europarlement.

Die zetelwinst zal weinig zeggen over de politieke invloed van de eurosceptici in Brussel. Over de in november aangekondigde samenwerking tussen Wilders en Le Pen, met mogelijke medestanders uit andere landen, is niets meer vernomen. Een topkandidaat hebben ze niet. Dat wíllen die partijen ook helemaal niet. Hun op nationale sentimenten gerichte campagnes drijven immers juist op haat jegens dergelijke Brusselse bobo's.

Wie worden de topkandidaten?
De grootste fractie in het Europarlement, de christen-democratische EVP (274 van de 766 zetels) bepaalt tijdens een congres in Dublin op 6 en 7 maart wie haar topkandidaat wordt voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. De Luxemburgse nog-maar-net-oud-premier Jean-Claude Juncker geldt als favoriet. Hij is negentien jaar regeringsleider geweest en gepokt en gemazeld in Brussel.

Zijn mogelijke tegenstrevers zijn evenmin vedergewichten: de zittende premiers van Finland, Ierland en Polen: Jyrki Katainen, Enda Kenny en Donald Tusk. Eurocommissaris Michel Barnier uit Frankrijk geldt als outsider. Ook zijn invloedrijke landgenote Christine Lagarde wordt genoemd. Zij is nu nog de baas van het Internationaal Monetair Fonds.

De sociaal-democratische PES-fractie (195 zetels) schoof al in november Martin Schulz naar voren, voorzitter van het Europarlement. De vraag is of een meerderheid van de lidstaten een Duitser aan het roer wil bij de Commissie, het dagelijks bestuur van de EU. Ook bondskanselier Merkel is geen fan van hem. Mocht Groot-Brittannië straks de voordracht van Schulz blokkeren, dan geldt de Deense premier Helle Thorning-Schmidt als schaduwkandidaat.

Binnen de liberale Alde-fractie (85 zetels) woedt een strijd tussen Olli Rehn en Guy Verhofstadt (zie het verhaal hiernaast). Op 1 februari wordt de knoop doorgehakt.

De Europese Groenen (58 zetels) laten als enige de burger beslissen, via een internetverkiezing. Er zijn vier kandidaten, van wie de Franse milieuactivist José Bové nog de minst onbekende is. Op 29 januari wordt bekend wie de groene kar gaat trekken. Dat zal niet één topkandidaat zijn. De Groenen kiezen voor een duo.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden