Herinneringen op afstand

De Middelburgse componist Douwe Eisenga schreef een Requiem ter herdenking van de Watersnoodramp, dit jaar vijftig jaar geleden. Hij gebruikte expres geen teksten van getuigen.

De Engelse soldaat Christopher Levenson hielp in 1953 in Zeeland mee bij reddingswerkzaamheden na de watersnoodramp. Hij zag dorpen met ondergelopen kerkhoven, molens en kerken die boven het water uitstaken, verdronken bomen, potplanten in de vensterbanken van lege huizen. De beelden inspireerden hem tot poëzie. Nu, vijftig jaar na de ramp, klinken zijn gedichten in Zeeland. Componist Douwe Eisenga heeft de teksten van Levenson gebruikt voor zijn Requiem 1953. Dit muzikale monument is gecomponeerd voor de herdenking eind volgende week van een halve eeuw Watersnoodramp.

Eisenga vlocht de teksten van Levenson door de Latijnse teksten van het klassieke Requiem. Hij gebruikte daarnaast ook van de Russische dichter Zjoekovski diens De zee, elegie, een poëtische dialoog met de zee.

Douwe Eisenga: ,,Ik heb bewust niet-Nederlandse teksten gebruikt. Getuigen van de ramp zijn vaak direct en emotioneel. Dat werkt goed als het gaat om het vertellen van een verhaal in de media. Maar bij een compositie gaat het anders. Muziek is veel abstracter dan een boek of een film. Ik wilde heel bewust bij het componeren een grotere afstand bewaren. Juist door die afstand hoop ik dicht bij de beleving van een grote groep mensen te komen.'

Eisenga gebruikt ook de klank van de taal. De Russische gedichten van Zjoekovski worden daarom in een Spaanse vertaling gezongen.

Hij heeft zich afzijdig gehouden van verhalen van Zeeuwen over wat hen is overkomen, die dagen dat het water dwars door de dijken kwam en 1835(6) mensen verdronken. ,,Directe getuigenissen gaan zo diep en zo ver, ik zou geblokkeerd raken. Ik zou niets meer kunnen.'

Wel kent hij de achtergronden: dat er al jaren tevoren waarschuwingen hadden geklonken over het slechte onderhoud van de dijken. Dat er nooit een parlementaire enquête is geweest hiernaar, terwijl daar toch wel reden voor was. Hij weet dat de ramp gezien werd als een straf van God. ,,Een vrouw die tijdens de ramp haar man en al haar kinderen ver loor kreeg van de buurman te horen dat ze het er wel naar gemaakt zou hebben. Kees Slager beschrijft dat in zijn boek over de ramp. Weet je dat ook in Trouw de watersnoodramp zo beschreven werd?'

Het stelde Eisenga voor de vraag of hij het zwaarste deel van de requiemtekst, het dies irae, wel zou gebruiken. Daar staan stukken in als, in vertaling: ,,Dag van toorn, o dag die de wereld tot as zal verteren (..) welk een schrik zal er zijn, wanneer de rechter zal komen om alles met gestrengheid te oordelen.' Teksten die getuigen van schuldbesef.

,,Tegenwoordig wordt de tekst van het dies irae te zwaar gevonden. Vandaar dat hedendaagse componisten dat stuk wel eens weglaten. Maar deze woorden zijn troostend bedoeld, en zo hebben ze ook gewerkt in tijden waarin het leven moeilijk was.'

Aan zijn naam is te zien dat Douwe Eisenga zelf niet van Zeeuwse komaf is. Hij woont wel in Middelburg, maar is in Groningen geboren en heeft daar zijn opleiding gevolgd. ,,Ik heb me wel afgevraagd: wie ben ik dat ik dit werk mag componeren? Al heb ik het wel zelf bedacht, hoor. Vier jaar geleden kwam het idee bij me op. Ik heb toen contact gezocht met het Zeeland nazomer festival. Zij waren enthousiast over het plan voor een symfonisch werk en hebben mij toen de compositieopdracht gegeven.'

,,Ik vind dat een componist een plaats in de maatschappij moet hebben. De muziek die je componeert moet ook gespeeld worden. Dat betekent dat het geen piep-knor-muziek moet zijn, maar iets waar veel mensen graag naar luisteren. Het kan natuurlijk niet dat er een herdenkingsstuk voor de watersnoodramp gemaakt wordt en dat het maar door tien Zeeuwen begrepen wordt.'

,,Mijn wortels liggen in de popmuziek. Zonder opleiding daarvoor heb ik jarenlang muziek gemaakt voor theater en filmproducties. Dat was in Groningen. Op mijn 28ste besloot ik dat ik echt iets wilde worden en ben ik compositie gaan studeren. Je wordt daar dan door de mangel van de hedendaagse muziek gehaald. Twaalftoons, zo'n stuk moet je dan ook maken. Na mijn afstuderen kon ik twee jaar lang niets doen, ik wist niet meer hoe het moest. Toch heeft het zin gehad, zoals die hele periode in de muziekgeschiedenis zin heeft gehad, waarbij Schönberg en Pierre Boulez stukken componeerden die maar door heel weinig mensen gewaardeerd werden. Het is een romantische opvatting dat een componist pas geniaal is als niemand zijn stukken begrijpt. Heel lang, eigenlijk vanaf Beethoven, heeft men moeite gehad met de afstand tussen componist en publiek. Dat speelde niet bij Bach of Mozart, dat waren broodschrijvers. Maar het is alweer twintig jaar aan het veranderen. Tegenwoordig willen componisten weer toegankelijke muziek schrijven.'

,,Dankzij die periode van ontoegankelijke muziek zijn Philip Glass en Arvo Pürt, hedendaagse componisten die heel populair zijn en veel gespeeld worden, weer bij het begin begonnen. Eén noot, en daar zet je een andere tegenaan. Heel simpel.'

,,Zelf merk ik dat ik terugkom bij de muziek die ik begin jaren zeventig grijsgedraaid heb: Yes, Genesis, Mike Oldfield. Ik schrijf muziek met de bedoeling dat veel mensen het horen. En ik heb dit geschreven voor het Zeeuws Orkest en het Zeeuws Philharmonisch Koor. Tijdens de repetities vertelde een celliste van het orkest me dat het Requiem heel goed aansluit bij haar herinneringen. Daar was ik blij mee, te horen dat die afstand die ik gekozen heb goed werkt.'

De teksten zijn het uitgangspunt geweest. Die hebben de sfeer bepaald, de lengte van de delen. Daarna werd het puzzelen om teksten en muziek goed op elkaar afgestemd te krijgen. De gedichten van Levenson zijn onregelmatig, met lange regels.

,,Dat vraagt nogal wat. De eerste weken kwam er niets. Ik zat maar en zat maar. Ik wist niet goed hoe ik het moest aanpakken, hoe ik muziek bij de ramp kon vinden en bij die prachtige teksten. Het kwartje viel toen ik bedacht dat het gewoon een zo mooi mogelijk stuk moest worden. Toen kon ik zeggen: 'Werken Douwe'.'

,,Heb je gezien hoe het eindigt? Het laatste deel, het negende, begint met een gedicht van Levenson. Als ik het nu zie vind ik het weer ontroerend:

,,..Door stuifmeel bedwelmde bloemen hangen als slappe vlaggen

droef langs de sloten, het voorjaar kan

geen bladerdek missen voor deze verdronken bomen.

Maar het lam, het veulen, het nieuwe leven dat groeit

ademt bedaard in het stro, zijn zachte flanken

rijzen tevreden, en pijlsnel gras verstrikt

de assen van roestige karren.

Nu is de beurt aan de levenden.'

Douwe Eisenga heeft dankzij internet Christopher Levenson gevonden. Die woont nu in Canada. Volgende week komt hij naar Zeeland, luisteren naar het Requiem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden