Hergé maakt strip als een Hitchcockfilm

(Trouw)

Een nieuw museum voor de Belgische tekenaar Hergé, opgetrokken uit klare lijnen, is een ode geworden aan de grootmeester van de strip. Maar Georges Remi, de man achter het pseudoniem Hergé, blijft ongrijpbaar.

Wereldwijd zijn meer dan 200 miljoen Kuifjes verkocht. In de hoogtijdagen, de jaren vijftig en zestig, werden nieuwe albums als ’Raket naar de maan’ en ’Kuifje in Tibet’ gedrukt in oplagen van een half miljoen. De jonge reporter is nog altijd over de hele wereld populair, zijn avonturen zijn vertaald in zestig talen.

Maar de liefhebbers hebben een probleem: Hergé (1907 - 1983) heeft bij zijn overlijden Kuifje meegenomen in het graf. Nieuwe albums komen er niet meer en zelfs ’Kuifje en de Alfa-kunst’, dat nog in voorbereiding was, is niet afgemaakt. Een heel verschil met Studio Vandersteen, die aan de lopende band nieuwe avonturen van Suske en Wiske blijft produceren.

Gelukkig hebben alle vrienden van Kuifje nu toch een nieuwe mogelijkheid om de jonge reporter én zijn schepper beter te leren kennen: Het Hergé Museum in Louvain-la-Neuve.

Het museum staat dus niet in Brussel, de stad waar Hergé werd geboren, opgroeide, bijna zijn hele leven woonde en overleed. De erfgenamen konden het niet eens worden met het gemeentebestuur en weken uit naar een jonge universiteitsstad, dertig kilometer buiten Brussel, die in de jaren zeventig uit de grond is gestampt.

Dat het museum niet in Brussel is gevestigd mag geen bezwaar zijn voor de bezoekers, zegt de Nederlandse striptekenaar en ontwerper Joost Swarte (zie kader). „Kuifje is ook de hele wereld over gegaan. En dit is zo’n spectaculair gebouw geworden. De Michelin Gids zou zeggen: Het is een omweg waard.”

In Louvain-la-Neuve was de ruimte om een nieuw gebouw neer te zetten. De Franse architect Christian de Portzamparc heeft er een helder, open gebouw van gemaakt, met opvallende diagonale lijnen. Binnen zijn op de gekleurde muren enorm uitvergrote details te zien van tekeningen van Hergé.

In de vier hoeken van het gebouw zijn op twee verdiepingen tentoonstellingsruimtes, die met loopbruggen met elkaar zijn verbonden. Binnen is het licht gedempt, om de tekeningen van Hergé niet te beschadigen. Maar de tentoonstelling zelf, vorm gegeven door Swarte, is helder en overzichtelijk.

Naast de tekeningen is er aandacht voor veel zaken die Hergé fascineerden: auto’s, moderne techniek, ruimtevaart, film en ethnografie. Want de tekenaar was iemand die alles wilde weten en zich, zeker later, uitvoerig documenteerde voor ieder album.

In het begin bleef Hergé dicht bij huis, zijn eerste strips gingen over ’Totor, held van de scouts’. De jonge Georges Remi was zelf een enthousiaste scout, zoals heel veel Belgen dat nog altijd zijn. Later bedacht Remi een pseudoniem, bestaande uit een eigenwijze spelling van zijn initialen, R. G. in Belgische volgorde.

Remi groeide op in een behoudend katholiek gezin in Etterbeek, een destijds snel groeiende gemeente net buiten het centrum van Brussel. Die conservatieve achtergrond is duidelijk terug te zien in zijn eerste echte strip, ’Kuifje in het land van de Sovjets’, getekend voor het blad ’La Petite XXe’. De onbehouwen communisten krijgen daarin lik op stuk van een nog vrij ongepolijste Kuifje.

Tekenen bood voor de Remi wellicht een ontsnapping uit zijn benauwde milieu, waar hij zich langzaamaan van losmaakte. „Als ik mijn ouders mag geloven, was ik alleen maar braaf als ik een potlood en een stuk papier in mijn hand had”, zei hij later in een interview.

Hergés opstelling in de Tweede Wereldoorlog komt in het museum nauwelijks aan bod, vooral omdat zijn weduwe, Fanny Rodwell, daar niets van wil weten. De tekenaar is wel verdacht van sympathie voor de Duitse bezetter en daar zijn ook aanwijzingen voor. In de oorspronkelijke versie van ’De geheimzinnige ster’ (1942) zijn de slechteriken Amerikanen, geleid door de jood ’Blumenstein’.

Aan de andere kant liet Hergé ’meneer Bellum’, een stripfiguur die op de latere professor Zonnebloem lijkt, al in 1939 op een muur schrijven: ’Hitler is gek’. Na de oorlog mocht Hergé in ieder geval twee jaar niet werken, maar daarna pakte hij de pen weer op en zo begon al snel de zegetocht van Kuifje over de hele wereld.

Het werk van Hergé bestaat uit meer dan Kuifje alleen. Ook Quick en Flupke, twee Brusselse straatschoffies komen aan bod. De avonturen die zij meemaken zouden gebaseerd zijn op de jeugdherinneringen van de tekenaar. En er is aandacht voor andere scheppingen van Hergé, zoals Leo en Lea en Jo, Suus en Jokko.

De persoon Georges Remi en zijn privé-leven komen nauwelijks aan bod. „Het werk moet voor zichzelf spreken”, zegt Swarte, die psychologische beschouwingen liever aan biografen overlaat. Hoe de tekenaar is losgekomen van zijn katholieke achtergrond, hoe hij scheidde van zijn eerste vrouw en daarna hertrouwde met een jonge tekenares die in zijn studio werkte, dat behandelt het museum niet.

Zo blijft Hergé zelf ongrijpbaar, alleen via zijn personages leren we hem iets beter kennen. Volgens de tekenaar heeft hij veel van zichzelf gelegd in de altijd opgeruimde Kuifje, maar ook in de onhandige detectives Jansen en Janssen. Blijkbaar niet in zijn meest levendige en overtuigende personage: Kapitein Haddock, de onstuimige en drankzuchtige, bij vlagen agressieve of depressieve zeebonk.

Voor Joost Swarte ligt Hergés kracht juist in al die verschillende personen. „Als kind was ik al gefascineerd door Hergé. Daarna ben ik me meer in de underground-strips gaan verdiepen, maar later kwam ik toch tot de conclusie dat bij Hergé de figuren echt tot leven komen. Dat zit hem niet in de tekenstijl, maar in de manier waarop hij een verhaal vertelt.”

Hergés kracht is volgens Swarte de ’filmische’ manier van vertellen.

De beelduitsnedes, de opvolging van scenes en de cliffhangers aan het einde van de pagina houden de lezer in spanning.

„Hergé betekende voor de strip wat Hitchcock was voor de film: Hij is gewoon geweldig in het vertellen van een verhaal, eigenlijk heeft hij alles ontdekt wat belangrijk is in een strip.”

xxxook bijschrift voor linksboven (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden