HERFST

't Liep tegen 't eind van september. Al stond-ie laag, de zon kwam beter door dan dat-ie de hele zomer geschenen had. We zaten op een terras aan de rand van het park dat honderd jaar bestond en het leek of de bomen het begrepen. Groen en goud waren ze, en soms al een beetje rood. Precies het rood van de zon zoals die de afgelopen week een paar keer blinkend onderging. Op het grote grasveld links van het fietspad en de vijver werd nog gevoetbald. Misschien wel voor de laatste keer. Rechts kabbelde het water, links rolde de bal. Hier en daar hoorde je de eerste kastanjes vallen. 't Was stillig en er waren weinig mensen. Zo zaten we daar. We dronken wat en vonden dat het altijd zo blijven moest.

Thuisgekomen dacht ik aan geel en glanzend goud van A. Alberts en de uitstapjes van Nescio naar Kortenhoef, hier niet eens zo ver vandaan. En over de dingen die hij zijn heertjes denken laat wanneer ze, eind september, zomaar wat voor zich uit zitten te staren aan het water. 'Alle goeie lui die ik gekend heb zijn nu kapot' denkt eentje op een goed moment. 'Die lui die ik nu nog ken zitten altijd over 't een of ander in de rats. Over hun baas, over hun Zondagsche pak, over de huur, over een zweertje, over een verstopte plee, over de modder op straat. Altijd zijn ze bang ergens te laat te komen. En bij slot van rekening komen ze nergens.' Ik schrok. De krant! Zondagmiddag en ik moest naar de krant. Wint Schröder? Of toch Kohl? Wie in Berlijn verkoos de Wannsee boven de stembus? Komen er echt vier in plaats van drie rijstroken op de snelwegen? Hoe is het met Tobback? Wie tikt een stukje over Betty Carter? Zou het druk zijn ter hoogte van de Arena? Wat wordt het? Hoe laat is het inmiddels?

Opeens had ik haast en eenmaal achter het stuur gezeten ook een beetje medelijden. Met de lezer en mijzelf. Bang te laat te komen. 'Ze willen leven. Hun erbarmelijk verdrietige, bezopen bestaan willen ze blijven voeren'. En God laat ze nog ook. Uit barmhartigheid.

Bij Vinkeveen de weg afgegaan. Langs het Gein verder. Het water golfde lichtjes en maakte een zwak geluidje tegen de waterkant. Zwakjes rook het naar dood water. Toen ik de Wibautstraat opreed was het zelfs daar wat stillig. Geen bomen, maar mensen evenmin.

Een vreemd gevoel van onvergankelijkheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden